§ 1
In afwijking van artikel 9 mag elke belastingplichtige die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van de Richtlijn 2006/112/EG, met uitsluiting van de belastingplichtigen gehouden tot indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, de belastingen geheven van de aan hem geleverde goederen en verstrekte diensten die verband houden met zijn onder die bijzondere regeling vallende handelingen, recupereren bij wijze van teruggaaf volgens de in dit artikel vastgestelde modaliteiten.
lid 1Wanneer de rechthebbende op de in paragraaf 1 bedoelde teruggaaf in België is gevestigd, dient hij een aanvraag tot teruggaaf in bij de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert. De aanvraag wordt in twee exemplaren naar deze dienst toegestuurd vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.
lid 2Wanneer de rechthebbende op de in paragraaf 1 bedoelde teruggaaf niet in België maar in een andere lidstaat is gevestigd of niet in de Gemeenschap is gevestigd, dient hij een aanvraag tot teruggaaf in overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 56 van 10 april 2022 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf en aan niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen.
§ 3
De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de vorm van de aanvragen tot teruggaaf, de over te leggen stukken en de modaliteiten van de teruggaven.