Koninklijk besluit nr. 3, artikel 14 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 3 03.01.2025 - 09.01.2026 § 2, tweede lid - enkel de Nederlandstalige versie - werd gewijzigd KB 15.12.2024, B.S. 24.12.2024

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 3, artikel 14Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-14-0d05/versie-2025-01-03

Artikel
AR 3
Periode
03.01.2025 - 09.01.2026
Wijziging
§ 2, tweede lid - enkel de Nederlandstalige versie - werd gewijzigd
Bron
KB 15.12.2024, B.S. 24.12.2024

Wat op die datum veranderde

1 gewijzigde passage op 13 3 ingevoegde woorden

Vergeleken met de versie van 01.01.2024

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 3, artikel 14, § 2, tweede lid - enkel de Nederlandstalige versie - werd gewijzigd met ingang van 03.01.2025 (Art. 11, KB 15.12.2024, B.S. 24.12.2024, pg. 141348, Numac : 2024011655

Naar de tekst van deze versie

Tekst

3 paragrafen 4 punten van kracht van 03.01.2025 tot 09.01.2026

§ 1

lid 1Overeenkomstig artikel 46, § 1, eerste lid, van het Wetboek stelt elke belastingplichtige die zijn recht op aftrek uitoefent overeenkomstig het in deze afdeling bedoelde algemeen verhoudingsgetal, de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan vooraf in kennis.

lid 2De belastingplichtige doet de in het eerste lid bedoelde kennisgeving door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1 of 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde, ten laatste voor het einde van het eerste aangiftetijdvak waarin de aanvang van zijn activiteit plaatsvindt.

lid 3In afwijking van het tweede lid, doet een belastingplichtige:

1°

die zijn activiteit zodanig wijzigt dat hij zowel handelingen verricht die recht geven op aftrek op grond van artikel 45 van het Wetboek als andere handelingen, de in het eerste lid bedoelde kennisgeving op dezelfde wijze vóór het einde van het eerste aangiftetijdvak waarin de wijziging van zijn activiteit plaatsvindt;

2°

die op 31 december 2023 de aftrek verricht overeenkomstig het in deze afdeling bedoelde algemeen verhoudingsgetal, de in het eerste lid bedoelde kennisgeving op dezelfde wijze vóór 1 juli 2024 volgens de procedure bedoeld in het tweede lid.

lid 2

De in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft uitwerking voor een onbepaalde duur vanaf de eerste dag van de aanvang of wijziging van zijn activiteit.

§ 2

lid 1De in artikel 46, § 2, van het Wetboek bedoelde belastingplichtige die zijn recht op aftrek wenst uit te oefenen overeenkomstig het in deze afdeling bedoelde algemeen verhoudingsgetal, brengt de administratie die belast is met de belasting over de toegevoegde waarde op de hoogte door middel van een voorafgaande kennisgeving overeenkomstig de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde modaliteiten.

lid 2Onverminderd artikel 18bis, § 1, vierde lid, heeft de in het eerste lid bedoelde kennisgeving ingevoegde tekst: voor onbepaalde tijd einde van de invoeging. uitwerking vanaf 1 januari van het jaar volgend op die kennisgeving.

gewijzigd

§ 3

lid 1De in de paragraaf 1 bedoelde belastingplichtige die de aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal wenst te beëindigen, stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis door middel van de in artikel 18bis, § 1, eerste lid, bedoelde voorafgaande kennisgeving. Die beëindiging gaat in op de dag waarop die kennisgeving uitwerking heeft overeenkomstig artikel 18bis, § 1, vierde lid.

lid 2De belastingplichtige doet geen in het eerste lid bedoelde kennisgeving, wanneer:

1°

uit de verklaring bedoeld in artikel 2, eerste lid of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2,

lid 2

vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde, blijkt dat de belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteit uitsluitend handelingen verricht die hetzij recht geven op aftrek op grond van artikel 45 van het Wetboek hetzij geen recht op aftrek geven;

2°

uit de verklaring bedoeld in artikel 3 of 7bis van het in 1° vermelde koninklijk besluit blijkt dat de belastingplichtige alle economische activiteiten die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verlenen, heeft beëindigd.

Opeenvolgende versies

4 versies eerste op 01.01.1978
Van krachtWijzigingBron
10.01.2026van krachtArt .20 , KB 17.12.2025, B.S. 31.12.2025
03.01.2025getoond§ 2, tweede lid - enkel de Nederlandstalige versie - werd gewijzigdKB 15.12.2024, B.S. 24.12.2024
01.01.2024het artikel werd hersteldKB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
01.01.1978het artikel werd opgehevenKB 31.03.1978