Koninklijk besluit nr. 19, artikel 2 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 19 01.04.2014 - 15.05.2014 het artikel werd ingevoerd KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 19, artikel 2Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-19-artikel-eaf5/versie-2014-04-01

Artikel
AR 19
Periode
01.04.2014 - 15.05.2014
Wijziging
het artikel werd ingevoerd
Bron
KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 01.04.2014 tot 15.05.2014

§ 1

lid 1De belastingplichtige die een economische activiteit aanvangt, is onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting wanneer hij, onder controle van de administratie, in de bij artikel 53, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte verklaart dat zijn activiteit naar alle waarschijnlijkheid zal voldoen aan de voorwaarden die voor de toepassing van die regeling zijn gesteld in artikel 56bis van het Wetboek.

lid 2Wanneer evenwel uit de omstandigheden duidelijk blijkt dat aan de voorwaarden gesteld voor de toepassing van de vrijstellingsregeling van belasting niet is voldaan, beslist de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde dat de belastingplichtige onderworpen is aan een andere belastingregeling.

§ 2

Wanneer voor het verstreken kalenderjaar, de omzet van een belastingplichtige die niet is onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting, niet meer bedraagt dan het bedrag bedoeld in artikel 1, is deze belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 juli van het volgend jaar. De belastingplichtige die niet wil genieten van deze regeling, stelt het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert, vóór 1 juni, daarvan in kennis bij een ter post aangetekende brief.

§ 3

lid 1De belastingplichtige onderworpen aan de normale belastingregeling of aan de forfaitaire regeling bedoeld in artikel 56 van het Wetboek, die wil genieten van de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari van het volgend jaar, kan daartoe een aanvraag indienen bij het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert in de loop van het laatste kwartaal maar vóór 15 december van het lopend jaar.

lid 2De aanvraag wordt verricht bij een ter post aangetekende brief waarin tevens melding wordt gemaakt van het bedrag van de omzet van de eerste drie kwartalen van het lopend jaar, alsmede een raming van de omzet van het vierde kwartaal.

Opeenvolgende versies

5 versies eerste op 01.04.2014
Van krachtWijzigingBron
01.01.2024de §§ 2 en 3, werden gewijzigd [enkel in het Frans]KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
01.12.2022van kracht§ 2, werd gewijzigd en § 3, werd vervangenKB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022
01.01.2016§ 1, eerste lid, werd gewijzigd en § 2, werd vervangenKB 18.12.2015, B.S 28.12.2015
16.05.2014§ 1, werd gewijzigdKB 24.01.2015, B.S 20.02.2015
01.04.2014getoondhet artikel werd ingevoerdKB 29.06.2014, B.S 09.07.2014