Koninklijk besluit nr. 19, artikel 6 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 19 01.04.2014 - 31.12.2021 het artikel werd ingevoerd KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 19, artikel 6Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-19-artikel-1ac6/versie-2014-04-01

Artikel
AR 19
Periode
01.04.2014 - 31.12.2021
Wijziging
het artikel werd ingevoerd
Bron
KB 29.06.2014, B.S 09.07.2014

Tekst

2 paragrafen 0 punten van kracht van 01.04.2014 tot 31.12.2021

§ 1

lid 1Wanneer het totaalbedrag van de omzet, in de loop van een kalenderjaar, meer bedraagt dan het bedrag bedoeld in artikel 56bis, § 1, van het Wetboek, is de belastingplichtige onderworpen aan de normale regeling van de belasting of eventueel aan de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, vanaf de eerste handeling, in haar geheel genomen, waarvoor het bovenbedoeld bedrag wordt overschreden.

lid 2Deze belastingplichtige stelt het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert hiervan onmiddellijk in kennis bij een ter post aangetekende brief waarin hij in voorkomend geval aangeeft te opteren voor de forfaitaire regeling van de belasting in de mate dat de voorwaarden zijn vervuld om van die regeling te genieten. Bij ontstentenis van optie zal hij onderworpen zijn aan de normale regeling van de belasting.

§ 2

lid 1De overeenkomstig artikel 56bis, § 6, van het Wetboek bedoelde optie voor de normale regeling van de belasting of de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, wordt uitgeoefend bij een ter post aangetekende brief gericht aan het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert. Die optie heeft uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de brief wordt verzonden.

lid 2Vóór 1 januari van het derde jaar na dat waarin de optie uitwerking heeft gehad, kan de belastingplichtige niet opnieuw overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting. Van die wijziging in de belastingregeling wordt vóór 1 december bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven aan het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert. Die wijziging heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het volgend jaar.

Opeenvolgende versies

3 versies eerste op 01.04.2014
Van krachtWijzigingBron
01.12.2022van kracht§ 1, tweede lid; § 2, eerste lid en § 2, tweede lid, werden gewijzigdKB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022
01.01.2022§ 1, eerste lid en § 2, eerste lid, werden gewijzigdKB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021
01.04.2014getoondhet artikel werd ingevoerdKB 29.06.2014, B.S 09.07.2014