Wat op die datum veranderde
2 gewijzigde passages op 21 2 ingevoegde woorden 2 geschrapte woordenVergeleken met de versie van 01.12.2022
Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 1, artikel 18, § 3, eerste en tweede lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2024 (Art. 24, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329
§ 1
De persoon die gehouden is tot het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of in artikel 53ter, 1° , van het Wetboek bedoelde aangifte moet deze, uiterlijk de twintigste dag volgend op het tijdvak waarop zij betrekking heeft, indienen bij de door de Minister van Financiën aangewezen dienst .
§ 2
In afwijking van artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, wordt de belastingplichtige gemachtigd slechts om de drie maanden een aangifte in te dienen, uiterlijk de twintigste van de maand na ieder kalenderkwartaal wanneer:
de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, voor de volledige economische activiteit niet meer bedraagt dan 2.500.000 euro;
de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, niet meer bedraagt dan 250.000 euro voor het geheel van de leveringen van de navolgende goederen:
energieproducten bedoeld in artikel 415, § 1, van de programmawet van 27 december 2004;
toestellen voor mobiele telefonie en computers alsmede hun randapparatuur, toebehoren en onderdelen;
landvoertuigen uitgerust met een motor onderworpen aan de reglementering betreffende de inschrijving.
De belastingplichtige die krachtens artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek gehouden is tot de maandelijkse indiening van de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen, is uitgesloten van de regeling bedoeld in het eerste lid.
§ 3
lid 1De overgang van de regeling kwartaal-aangiften naar maandaangiften geschiedt bij het verstrijken van het kalenderkwartaal waarin voor de eerste maal niet meer aan alle in § 2 vermelde voorwaarden is voldaan. De belastingplichtige is gehouden uiterlijk de tiende van de maand volgend op het bovenbedoelde kalenderkwartaal het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, geschrapte tekst: derde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: vierde einde van de invoeging. lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde kennis te geven van deze overgang.
lid 2Alle andere overgangen van een aangifteregeling naar een andere kunnen, op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige, door de administratie worden toegestaan en treden in werking de eerste dag van het aangiftetijdvak van de door de belastingplichtige gevraagde regeling volgend op de datum van aanvaarding van de aanvraag door de betrokken administratie. Het verzoek wordt gedaan door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, geschrapte tekst: derde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: vierde einde van de invoeging. lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 4
De belastingplichtigen gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek moeten deze aangifte langs elektronische weg indienen.
§ 5
De belastingplichtigen bedoeld onder § 4, zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij en in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangiften namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen. De toepassingsmodaliteiten van het eerste lid worden geregeld door of vanwege de Minister van Financiën.
§ 6
De belastingplichtigen gehouden tot het indienen van de in de §§ 1 en 2 bedoelde aangiften :
die deze aangiften niet langs elektronische weg indienen, moeten gebruik maken van de formulieren die hen worden verstrekt door de administratie en waarvan het model voorkomt op de bijlage I bij dit besluit wat betreft de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek en op de bijlage III wat betreft de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek. De omschrijving van de roosters van de aangifte waarvan het model voorkomt in de genoemde bijlage I, maakt het voorwerp uit van de bijlage II bij dit besluit.
die deze aangiften langs elektronische weg indienen, moeten onder de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden, dezelfde gegevens overdragen als die bevat in de onder a) bedoelde aangifte.
§ 7
lid 1De belastingplichtigen gehouden tot de indiening van de in de artikelen 58ter, § 6, 58quater, § 6 en 58quinquies, § 6, van het Wetboek bedoelde aangifte, gebruiken de aangifteformulieren die bestaan uit een elektronisch bericht waarvan de inhoud is bepaald in de artikelen 58ter, § 6, tweede en derde lid, 58quater, § 6, tweede tot en met achtste lid en 58quinquies, § 6, tweede en derde lid, van het Wetboek. Zij sturen dat bericht naar het elektronisch adres dat te dien einde door de minister van Financiën of zijn gemachtigde werd gecreëerd.
lid 2De belastingplichtigen gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 58bis, § 2, 4°, van het Wetboek zoals het van toepassing is tot en met 31 december 2014, wat de belasting betreft die opeisbaar is geworden in een aan 1 januari 2015 voorafgaand tijdvak, blijven verder het aangifteformulier gebruiken dat bestaat uit een elektronisch bericht dat wordt gestuurd naar het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde.
§ 8
lid 1In afwijking van artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, dient de curator van een gefailleerde belastingplichtige, uitgezonderd in de gevallen bedoeld in artikel XX.140 van het Wetboek economisch recht, volgens de modaliteiten bepaald in paragraaf 4 en 5 en ten laatste op 28 februari van het kalenderjaar volgend op dat waarop ze betrekking heeft, jaarlijks een aangifte in voor de aan de belasting onderworpen handelingen die hij verricht in naam van die belastingplichtige met ingang van de dag van het vonnis van faillietverklaring.
lid 2De curator voldoet de verschuldigde belasting ten laatste op 30 april van het kalenderjaar volgend op dat waarop de aangifte bedoeld in het eerste lid betrekking heeft.
lid 3In afwijking van het eerste lid, dient de curator bij de sluiting van het faillissement de in het eerste lid bedoelde aangifte in ten laatste op de laatste dag van de tweede maand die volgt op de datum van het vonnis van faillietverklaring.
lid 4De curator voldoet de verschuldigde belasting ten laatste binnen de drie maanden volgend op het verstrijken van de termijn voor de indiening van de in het derde lid bedoelde aangifte.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
23 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2025van kracht | het artikel werd vervangen | W 29.09.2024, B.S. 23.10.2024 |
| 01.01.2024getoond | § 3, eerste en tweede lid, werd gewijzigd | KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023 |
| 01.12.2022 | § 3, eerste en tweede lid, werd gewijzigd | KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 |
| 01.07.2021 | § 7, eerste lid, werd vervangen | KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021 |
| 05.12.2019 | § 8, werd ingevoerd | KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2017 |
| 01.04.2017 | § 2, eerste lid, inleidende zin, werd gewijzigd | KB 16.02.2017, B.S. 23.02.2017 |
| 01.01.2015 | § 7, werd vervangen | KB 05.07.2015, B.S. 10.07.2015 |
| 16.05.2014 | § 3, tweede lid en § 6, a), werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 | KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 |
| 01.01.2014 | § 2, werd vervangen | KB 21.12.2013, B.S. 30.12.2013 |
| 01.01.2010 | § 2, c) en § 3, tweede lid, werden gewijzigd en § 6, a), tweede lid, werd opgeheven | KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009 |
| 01.04.2009 | §§ 4 en 5 werden de §§ 6 en 7 | 1°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007 |
| 01.02.2008 | §§ 4 en 5 werden de §§ 6 en 7 | 1°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007 |
| 01.07.2007 | §§ 4 en 5 werden de §§ 6 en 7 | 1°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007 |
| 07.02.2007 | § 6, werd vervangen | 3°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007 |
| 01.01.2005 | het artikel werd vervangen | KB 23.08.2004, B.S. 31.08.2004 |
| 01.01.2004 | § 1, werd gewijzigd | KB 16.02.2004, B.S. 27.02.2004 |
| 01.07.2003 | § 4, werd ingevoegd | KB 15.07.2003, B.S. 08.08.2003 |
| 01.01.2002 | §§ 2 en 3, werden vervangen | KB 02.04.2002 |
| 18.09.2001 | het artikel werd gewijzigd | KB 05.09.2001 |
| 01.07.2001 | het artikel werd gewijzigd | KB 05.12.1994, Art. 1, KB 16.12.1998, Art. 1, KB 21.06.2001 |
| 01.01.1999 | het artikel werd gewijzigd | KB 05.12.1994 en Art. 1, K.B. 16.12.1998 |
| 01.01.1994 | het artikel werd gewijzigd | KB 05.12.1994 |
| 01.01.1993 | het artikel werd ingevoerd | KB 29.12.1992 |