Koninklijk besluit nr. 1, artikel 18 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 1 16.05.2014 - 31.12.2014 § 3, tweede lid en § 6, a), werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 1, artikel 18Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-18-5d05/versie-2014-05-16

Artikel
AR 1
Periode
16.05.2014 - 31.12.2014
Wijziging
§ 3, tweede lid en § 6, a), werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014
Bron
KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015

Wat op die datum veranderde

2 gewijzigde passages op 16 2 ingevoegde woorden 22 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.01.2014

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 1, artikel 18, § 3, tweede lid en § 6, a), werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 2, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015, Ed. 2

Naar de tekst van deze versie

Tekst

7 paragrafen 2 punten van kracht van 16.05.2014 tot 31.12.2014

§ 1

De persoon die gehouden is tot het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° , of in artikel 53ter, 1° , van het Wetboek bedoelde aangifte moet deze, uiterlijk de twintigste dag volgend op het tijdvak waarop zij betrekking heeft, indienen bij de door de Minister van Financiën aangewezen dienst .

§ 2

In afwijking van artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, wordt de belastingplichtige die het bedrag van het voorschot bepaalt overeenkomstig artikel 19, gemachtigd slechts om de drie maanden een aangifte in te dienen, uiterlijk de twintigste van de maand na ieder kalenderkwartaal wanneer:

1°

de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, voor de volledige economische activiteit niet meer bedraagt dan 2.500.000 euro;

2°

de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, niet meer bedraagt dan 250.000 euro voor het geheel van de leveringen van de navolgende goederen:

a)

energieproducten bedoeld in artikel 415, § 1, van de programmawet van 27 december 2004;

b)

toestellen voor mobiele telefonie en computers alsmede hun randapparatuur, toebehoren en onderdelen;

c)

landvoertuigen uitgerust met een motor onderworpen aan de reglementering betreffende de inschrijving.

lid 2

De belastingplichtige die krachtens artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek gehouden is tot de maandelijkse indiening van de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen, is uitgesloten van de regeling bedoeld in het eerste lid.

§ 3

lid 1De overgang van de regeling kwartaal-aangiften naar maandaangiften geschiedt bij het verstrijken van het kalenderkwartaal waarin voor de eerste maal niet meer aan alle in § 2 vermelde voorwaarden is voldaan. De belastingplichtige is gehouden uiterlijk de tiende van de maand volgend op het bovenbedoelde kalenderkwartaal het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert schriftelijk kennis te geven van deze overgang.

lid 2Alle andere overgangen van een aangifteregeling naar een andere kunnen, op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige, door de administratie geschrapte tekst: die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: [...] einde van de invoeging. worden toegestaan en treden in werking de eerste dag van het aangiftetijdvak van de door de belastingplichtige gevraagde regeling volgend op de datum van aanvaarding van de aanvraag door de betrokken administratie. Het gemotiveerd schriftelijk verzoek moet worden ingediend bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert.

gewijzigd

§ 4

De belastingplichtigen gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek moeten deze aangifte langs elektronische weg indienen.

§ 5

De belastingplichtigen bedoeld onder § 4, zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij en in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangiften namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen. De toepassingsmodaliteiten van het eerste lid worden geregeld door of vanwege de Minister van Financiën.

§ 6

De belastingplichtigen gehouden tot het indienen van de in de §§ 1 en 2 bedoelde aangiften :

a)

die deze aangiften niet langs elektronische weg indienen, moeten gebruik maken van de formulieren die hen worden verstrekt door de administratie geschrapte tekst: die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft einde van de schrapping. ingevoegde tekst: […] einde van de invoeging. en waarvan het model voorkomt op de bijlage I bij dit besluit wat betreft de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek en op de bijlage III wat betreft de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek. De omschrijving van de roosters van de aangifte waarvan het model voorkomt in de genoemde bijlage I, maakt het voorwerp uit van de bijlage II bij dit besluit.

gewijzigd
b)

die deze aangiften langs elektronische weg indienen, moeten onder de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden, dezelfde gegevens overdragen als die bevat in de onder a) bedoelde aangifte.

§ 7

De personen gehouden tot het indienen van de in artikel 58bis, § 2, 4°, van het Wetboek bedoelde aangifte, gebruiken de aangifteformulieren die bestaan uit een elektronisch bericht waarvan de inhoud is bepaald in de bijlage IV van dit besluit. Zij dienen het toe te sturen naar het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door of vanwege de Minister van Financiën.

Opeenvolgende versies

23 versies eerste op 01.01.1993
Van krachtWijzigingBron
01.01.2025van krachthet artikel werd vervangenW 29.09.2024, B.S. 23.10.2024
01.01.2024§ 3, eerste en tweede lid, werd gewijzigdKB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
01.12.2022§ 3, eerste en tweede lid, werd gewijzigdKB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022
01.07.2021§ 7, eerste lid, werd vervangenKB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021
05.12.2019§ 8, werd ingevoerdKB 07.11.2019, B.S. 25.11.2017
01.04.2017§ 2, eerste lid, inleidende zin, werd gewijzigdKB 16.02.2017, B.S. 23.02.2017
01.01.2015§ 7, werd vervangenKB 05.07.2015, B.S. 10.07.2015
16.05.2014getoond§ 3, tweede lid en § 6, a), werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015
01.01.2014§ 2, werd vervangenKB 21.12.2013, B.S. 30.12.2013
01.01.2010§ 2, c) en § 3, tweede lid, werden gewijzigd en § 6, a), tweede lid, werd opgehevenKB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009
01.04.2009§§ 4 en 5 werden de §§ 6 en 71°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007
01.02.2008§§ 4 en 5 werden de §§ 6 en 71°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007
01.07.2007§§ 4 en 5 werden de §§ 6 en 71°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007
07.02.2007§ 6, werd vervangen3°, KB 31.01.2007, B.S. 07.02.2007
01.01.2005het artikel werd vervangenKB 23.08.2004, B.S. 31.08.2004
01.01.2004§ 1, werd gewijzigdKB 16.02.2004, B.S. 27.02.2004
01.07.2003§ 4, werd ingevoegdKB 15.07.2003, B.S. 08.08.2003
01.01.2002§§ 2 en 3, werden vervangenKB 02.04.2002
18.09.2001het artikel werd gewijzigdKB 05.09.2001
01.07.2001het artikel werd gewijzigdKB 05.12.1994, Art. 1, KB 16.12.1998, Art. 1, KB 21.06.2001
01.01.1999het artikel werd gewijzigdKB 05.12.1994 en Art. 1, K.B. 16.12.1998
01.01.1994het artikel werd gewijzigdKB 05.12.1994
01.01.1993het artikel werd ingevoerdKB 29.12.1992