Artikel 92 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

92 16.05.2016 - 31.12.2019 het eerste lid, werd gewijzigd W 27.04.2016, B.S. 06.05.2016

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 92 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92/versie-2016-05-16

Artikel
92
Periode
16.05.2016 - 31.12.2019
Wijziging
het eerste lid, werd gewijzigd
Bron
W 27.04.2016, B.S. 06.05.2016

Wat op die datum veranderde

1 gewijzigde passage op 3 1 ingevoegd woord 8 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 16.05.2014

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 92, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2016 (Art. 50, W 27.04.2016, B.S. 06.05.2016, pg. 30290

Naar de tekst van deze versie

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 16.05.2016 tot 31.12.2019

lid 1In geval van beroep tegen het vonnis dat de door de schuldenaar ingestelde eis heeft verworpen, kan de geschrapte tekst: ontvanger van de belasting op de toegevoegde waarde, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: ontvanger, einde van de invoeging. gelet op de concrete gegevens van het dossier, met inbegrip van de financiële toestand van de schuldenaar, deze laatste kennisgeven bij een ter post aangetekende brief van een verzoek tot het in consignatie geven van het geheel of een gedeelte van de verschuldigde bedragen. Aan de schuldenaar kan worden toegestaan dat die consignatie wordt vervangen door een zakelijke of persoonlijke zekerheid die wordt aangenomen door de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde.

gewijzigd

lid 2De gevorderde bedragen dienen in consignatie te worden gegeven of de zekerheid dient te worden gevestigd binnen twee maanden vanaf de kennisgeving.

lid 3Bij gebreke van het in consignatie geven van de bedragen of het vestigen van de zekerheid binnen de bepaalde termijn, dient de rechtsinstantie waarbij de voorziening aanhangig is gemaakt, binnen drie maanden te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn, de voorziening niet- ontvankelijk te verklaren, tenzij zij, op grond van een met redenen omkleed verzoekschrift ingediend door de schuldenaar binnen twee maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in het eerste lid, besluit, binnen dezelfde termijn van drie maanden, dat het door de met de invordering belaste ambtenaar gedane verzoek niet gegrond is.

Opeenvolgende versies

6 versies eerste op 01.01.1971
Van krachtWijzigingBron
01.01.2023van krachthet artikel werd gewijzigdW 20.11.2022, B.S. 30.11.2022
01.01.2020het artikel werd vervangenW 13.04.2019, B.S. 30.04.2019
16.05.2016getoondhet eerste lid, werd gewijzigdW 27.04.2016, B.S. 06.05.2016
16.05.2014het eerste lid, werd gewijzigdW 25.04.2014, B.S. 16.05.2014
01.01.1999het artikel werd vervangenW 15.03.1999
01.01.1971het artikel werd ingevoegdW 03.07.1969