Wat op die datum veranderde
6 gewijzigde passages op 18 79 ingevoegde woorden 48 geschrapte woordenVergeleken met de versie van 01.01.2010
Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 91, § 1, eerste lid, 4°, werd ingevoegd met ingang van 01.01.2015 (Art. 78, W 19.12.2014, B.S. 29.12.2014 – Ed. 2, pg. 106219);
Op die datum geschrapt
ingevoegde tekst: Zie ook de tijdelijke maatregel voor de periode april-juni 2021)) einde van de invoeging.
§ 1
Een interest van 0,8 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd wanneer de belasting niet voldaan is :
binnen de termijn die ter uitvoering van de artikelen 52, 53, § 1, eerste lid, 3°, 53ter, 2° en 53octies, is gesteld;
binnen de termijn die ter uitvoering van artikel 53nonies is gesteld;
binnen de termijn die ter uitvoering van artikel 54 is gesteld, voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 8.
ingevoegde tekst: binnen de termijn die ter uitvoering van de artikelen 367, eerste alinea en 369decies, eerste alinea, van richtlijn 2006/112/EG, is gesteld. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De interest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 2,50 EUR bereikt. einde van de invoeging.
§ 2
Wanneer de in artikel 59, § 2, bedoelde procedure uitwijst dat de belasting werd voldaan over een ontoereikende maatstaf, is van rechtswege een interest van 0,8 pct. per maand verschuldigd te rekenen vanaf de inleidende daad van de procedure; die interest wordt op de in § 1 bepaalde wijze berekend.
§ 3
Een interest van 0,8 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven :
met toepassing van artikel 76, § 1, eerste en derde lid, te rekenen vanaf het verstrijken van de in deze bepaling bepaalde termijn.
De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.
De interest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 2,50 euro bereikt;
met toepassing van de bepalingen van de Richtlijn 2008/9/EG van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn, vanaf het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 22, paragraaf 1, van deze richtlijn. Er is evenwel geen enkele interest verschuldigd wanneer de belastingplichtige zijn verplichting de op basis van de artikelen 10 en 20, paragraaf 1, van de voornoemde richtlijn geëiste aanvullende informatie te verstrekken niet voldaan heeft binnen de termijn bepaald bij artikel 20, paragraaf 2, van deze richtlijn.
De interest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend.
De interest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 2,50 euro bereikt.
§ 4
De moratoire interesten over in te vorderen of terug te geven sommen die niet in de §§ 1, 2 en 3 zijn bedoeld, zijn verschuldigd tegen de rentevoet in burgerlijke zaken en met inachtneming van de terzake geldende regelen.
§ 5
De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, de in de §§ 1, 2 en 3 bedoelde interestvoeten aanpassen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
14 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 09.03.2026van kracht | W. 10.02.2026, B.S. 27.02.2026 | |
| 20.02.2026 | W. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026 | |
| 08.01.2024 | § 4, eerste lid, 1°, werd aangevuld en het eerste lid werd aangevuld met een punt 1°/1 | W 28.12.2023, B.S. 29.12.2023 |
| 01.01.2023 | het artikel werd vervangen | W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022 |
| 03.11.2022 | § 3, 2°, eerste lid, werd gewijzigd | W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022 |
| 10.01.2022 | § 1, eerste lid, 4°, werd vervangen | W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 |
| 01.04.2021 | een tijdelijke afwijking van de geldende tekst van artikel 91 W.Btw, werd ingevoerd voor de periode april-juni 2021 | Artt. 20 en 21, W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021 |
| 01.04.2019 | de §§ 1, 2 en 3, werden gewijzigd; § 2bis wordt ingevoegd en § 4 wordt vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| 01.01.2015getoond | § 1, eerste lid, 4°, werd ingevoegd | W 19.12.2014, B.S. 29.12.2014 |
| 01.01.2010 | § 3, werd gewijzigd | W 26.11.2009, B.S. 04.12.2009 |
| 01.01.2004 | § 1, 1°, werd gewijzigd | W 28.01.2004, B.S. 10.02.2004 |
| 01.01.2002 | de in dit artikel opgenomen bedragen worden in euro uitgedrukt | 9° en 5, § 5, 1° en 2°, KB 20.07.2000 |
| 01.10.1997 | het artikel werd gewijzigd | W 07.01.1998 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |