Wat op die datum veranderde
36 gewijzigde passages op 22 647 ingevoegde woorden 648 geschrapte woordenVergeleken met de versie van 01.04.2021
Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 91, § 1, eerste lid, 4°, werd vervangen met ingang van 10.01.2022 (Art. 30, W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 - Ed. 2, pg. 127779, Numac: 2021034489
Op die datum geschrapt
§ 1
ingevoegde tekst: Een nalatigheidsinterest van 0,8 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd wanneer de belasting niet voldaan is : einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: binnen de termijn die ter uitvoering van de artikelen 52, 53, § 1, eerste lid, 3°, 53ter, 2° en 53octies, is gesteld; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: binnen de termijn die ter uitvoering van artikel 53nonies is gesteld; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: binnen de termijn die ter uitvoering van artikel 54 is gesteld, voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 8. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: binnen de termijn vastgesteld in de artikelen 58ter, § 6, vierde lid, 58quater, § 6, negende lid, 58quinquies, § 6, vierde lid en 58sexies, § 3, tweede lid en in uitvoering van de artikelen 367, eerste lid, 369decies, eerste lid en 369tervicies, eerste lid, van de Richtlijn 2006/112/EG. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De nalatigheidsinterest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De nalatigheidsinterest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 5 euro bereikt. einde van de invoeging.
§ 2
ingevoegde tekst: Wanneer de in artikel 59, § 2, bedoelde procedure uitwijst dat de belasting werd voldaan over een ontoereikende maatstaf, is van rechtswege een nalatigheidsinterest van 0,8 pct. per maand verschuldigd te rekenen vanaf de inleidende daad van de procedure; die interest wordt op de in § 1 bepaalde wijze berekend. einde van de invoeging.
§ 2bis
ingevoegde tekst: Een nalatigheidsinterest, berekend tegen de wettelijke rentevoet vastgesteld in fiscale zaken, is van rechtswege eisbaar op de in te vorderen sommen die niet bedoeld zijn in de paragrafen 1 en 2 te rekenen vanaf: einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister wanneer de sommen in een innings- en invorderingsregister opgenomen zijn overeenkomstig artikel 85; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: het ogenblik waarop de gerechtelijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van deze sommen in kracht van gewijsde is getreden in de andere gevallen. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: Deze nalatigheidsinterest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde sommen, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De nalatigheidsinterest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 5 euro bereikt. einde van de invoeging.
§ 3
ingevoegde tekst: Een moratoriuminterest van 0,8 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven : einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: met toepassing van artikel 76, § 1, eerste en derde lid, te rekenen vanaf het verstrijken van de in deze bepaling bepaalde termijn. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De moratoriuminterest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De moratoriuminterest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 5 euro bereikt; einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: met toepassing van de bepalingen van de Richtlijn 2008/9/EG van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn, vanaf het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 22, paragraaf 1, van deze richtlijn. Er is evenwel geen enkele moratoriuminterest verschuldigd wanneer de belastingplichtige zijn verplichting de op basis van de artikelen 10 en 20, paragraaf 1, van de voornoemde richtlijn geëiste aanvullende informatie te verstrekken niet voldaan heeft binnen de termijn bepaald bij artikel 20, paragraaf 2, van deze richtlijn. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De moratoriuminterest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.
ingevoegde tekst: De moratoriuminterest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 5 euro bereikt. einde van de invoeging.
§ 4
ingevoegde tekst: De moratoriuminterest over terug te geven sommen die niet in paragraaf 3 zijn bedoeld, is verschuldigd tegen de wettelijke rentevoet vastgesteld in fiscale zaken en volgens de regels geldende in burgerlijke zaken. einde van de invoeging.
§ 5
ingevoegde tekst: De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, de in de §§ 1, 2 en 3 bedoelde interestvoeten aanpassen. einde van de invoeging.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
14 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 09.03.2026van kracht | W. 10.02.2026, B.S. 27.02.2026 | |
| 20.02.2026 | W. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026 | |
| 08.01.2024 | § 4, eerste lid, 1°, werd aangevuld en het eerste lid werd aangevuld met een punt 1°/1 | W 28.12.2023, B.S. 29.12.2023 |
| 01.01.2023 | het artikel werd vervangen | W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022 |
| 03.11.2022 | § 3, 2°, eerste lid, werd gewijzigd | W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022 |
| 10.01.2022getoond | § 1, eerste lid, 4°, werd vervangen | W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 |
| 01.04.2021 | een tijdelijke afwijking van de geldende tekst van artikel 91 W.Btw, werd ingevoerd voor de periode april-juni 2021 | Artt. 20 en 21, W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021 |
| 01.04.2019 | de §§ 1, 2 en 3, werden gewijzigd; § 2bis wordt ingevoegd en § 4 wordt vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| 01.01.2015 | § 1, eerste lid, 4°, werd ingevoegd | W 19.12.2014, B.S. 29.12.2014 |
| 01.01.2010 | § 3, werd gewijzigd | W 26.11.2009, B.S. 04.12.2009 |
| 01.01.2004 | § 1, 1°, werd gewijzigd | W 28.01.2004, B.S. 10.02.2004 |
| 01.01.2002 | de in dit artikel opgenomen bedragen worden in euro uitgedrukt | 9° en 5, § 5, 1° en 2°, KB 20.07.2000 |
| 01.10.1997 | het artikel werd gewijzigd | W 07.01.1998 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |