Artikel 74 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

74 06.04.1999 - 31.10.2012 § 4, werd opgeheven W 15.03.1999

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 74 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-74/versie-1999-04-06

Artikel
74
Periode
06.04.1999 - 31.10.2012
Wijziging
§ 4, werd opgeheven
Bron
W 15.03.1999

Wat op die datum veranderde

2 gewijzigde passages op 5 1 ingevoegd woord 105 geschrapte woorden 1 alleen leestekens

Vergeleken met de versie van 01.01.1993

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 74, § 4, werd opgeheven met ingang van 06.04.1999 (Art. 51, W 15.03.1999

Op die datum geschrapt

art. 74, § 5geschrapte tekst: (opgeheven) einde van de schrapping.

Naar de tekst van deze versie

Tekst

4 paragrafen 0 punten van kracht van 06.04.1999 tot 31.10.2012

§ 1

De strafvordering wordt uitgeoefend door het openbaar ministerie.

§ 2

Het openbaar ministerie kan echter geen vervolging instellen indien het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

§ 3

lid 1Tenzij de procureur des Konings met de feiten bekend is geraakt ingevolge een klacht die is ingediend of een aangifte die is gedaan door ambtenaren van de belastingbesturen van het Ministerie van Financiën die daartoe behoorlijk gemachtigd zijn, en indien hij een vervolging instelt wegens feiten die naar luid van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten strafrechtelijk strafbaar zijn, kan hij het advies vragen van de bevoegde gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen. De procureur des Konings voegt het feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om geschrapte tekst: advies ; einde van de schrapping. ingevoegde tekst: advies; einde van de invoeging. de gewestelijke directeur dient binnen vier maanden na de ontvangst van het aan hem gerichte verzoek hierop te antwoorden.

lid 2In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering.

§ 4

geschrapte tekst: Indien vóór het sluiten van de debatten voor een strafrechter, bij een andere gerechtelijke overheid een geschil aanhangig wordt gemaakt over de toepassing van een bepaling van dit Wetboek of van een ter uitvoering ervan genomen besluit, moet de rechter bij wie de strafvordering aanhangig is, indien de oplossing van het geschil hem van die aard schijnt te zijn dat ze een invloed kan hebben op de strafvordering, de uitspraak over de tenlasteleggingen of over één ervan uitstellen totdat aan het geschil een einde is gemaakt door een in kracht van gewijsde gegane beslissing. Tijdens dat uitstel is de verjaring van de strafvordering geschorst. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: (opgeheven) einde van de invoeging.

Opeenvolgende versies

6 versies eerste op 01.02.1987
Van krachtWijzigingBron
01.01.2020van kracht§ 2, eerste lid, werd gewijzigd; § 2, tweede lid, werd vervangen en § 3, eerste lid, werd gewijzigdW 05.05.2019, B.S. 24.05.2019
16.05.2016§ 3, eerste lid, werd gewijzigdW 27.04.2016, B.S. 06.05.2016
01.11.2012§§ 2 en 3, werd vervangenW 20.09.2012, B.S. 22.10.2012
06.04.1999getoond§ 4, werd opgehevenW 15.03.1999
01.01.1993§ 5, werd opgehevenW 28.12.1992
01.02.1987het artikel werd gewijzigdW 04.08.1986