Artikel 26 bis, Zesde richtlijn 77/388 · Europese wetgeving

Naar de tekst
Juriel

01.01.2007 26 bis 01.01.2006

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 26 bis, Zesde richtlijn 77/388Bijzondere regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-26bis

Opgeheven op
01.01.2007
Artikel
26 bis
Geconsolideerde versie van
01.01.2006

Over het document

Verzameling
Europese wetgeving
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

88 paragrafen

A. Definities

Voor de toepassing van dit artikel, en onverminderd andere communautaire bepalingen, worden beschouwd als:

a) kunstvoorwerpen: de goederen bedoeld in punt a) van bijlage I.

De Lid-Staten behoeven evenwel de in de laatste drie streepjes van punt a) in bijlage I bedoelde voorwerpen niet als „kunstvoorwerpen” te beschouwen;

b) voorwerpen voor verzamelingen: de goederen bedoeld in punt b) van bijlage I;

c) antiquiteiten: de voorwerpen bedoeld in punt c) van bijlage I;

d) gebruikte goederen: roerende lichamelijke zaken die in de staat waarin zij verkeren of na herstelling opnieuw kunnen worden gebruikt, andere dan kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, en andere dan edele metalen of edelstenen als omschreven door de Lid-Staten;

e) belastingplichtige wederverkoper: de belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten koopt, voor bedrijfsdoeleinden bestemt dan wel invoert met het oog op wederverkoop, ongeacht of deze belastingplichtige optreedt voor eigen rekening dan wel, ingevolge een overeenkomst tot aan- of verkoop in commissie, voor rekening van een derde;

f) organisator van een openbare veiling: elke belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit op een openbare veiling een goed aanbiedt voor overdracht aan de meestbiedende;

g) opdrachtgever van een organisator van een openbare veiling: elke persoon die een goed overdraagt aan een organisator van een openbare veiling ingevolge een overeenkomst tot verkoop in commissie met onderstaande bepalingen:

— de organisator van de openbare veiling brengt het goed in veiling in eigen naam maar voor rekening van zijn opdrachtgever;

— de organisator van de openbare veiling draagt het goed in eigen naam maar voor rekening van zijn opdrachtgever over aan de meestbiedende aan wie het goed tijdens de openbare verkoping is gegund.

B. Bijzondere regeling voor belastingplichtige wederverkopers

1. De Lid-Staten passen op door belastingplichtige wederverkopers verrichte leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten een bijzondere regeling toe voor de belastingheffing over de winstmarge van de belastingplichtige wederverkoper, overeenkomstig onderstaande bepalingen.

2. De in lid 1 bedoelde leveringen van goederen zijn door een belastingplichtige wederverkoper verrichte leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hem binnen de Gemeenschap zijn geleverd:

— door een niet belastingplichtige,

— of

— door een andere belastingplichtige, voor zover de levering van het goed door deze andere belastingplichtige overeenkomstig artikel 13, onderdeel B, onder c), is vrijgesteld,

— of

— door een andere belastingplichtige, voor zover de levering van het goed door deze andere belastingplichtige in aanmerking komt voor de in artikel 24 bedoelde vrijstelling en het gaat om een investeringsgoed,

— of

— door een andere belastingplichtige wederverkoper, voor zover de levering van het goed door deze andere belastingplichtige wederverkoper overeenkomstig deze bijzondere regeling onderworpen is geweest aan de belasting over de toegevoegde waarde.

3. De maatstaf van heffing voor de in lid 2 bedoelde leveringen van goederen is de winstmarge van de belastingplichtige wederverkoper, verminderd met het bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde die voor de winstmarge zelf geldt. Deze winstmarge is gelijk aan het verschil tussen de door de belastingplichtige wederverkoper voor het goed gevraagde verkoopprijs en de aankoopprijs.

In de zin van dit lid wordt verstaan onder:

— verkoopprijs: alles wat de tegenprestatie uitmaakt die een belastingplichtige wederverkoper verkrijgt of moet verkrijgen van de koper of een derde, met inbegrip van subsidies die rechtstreeks verband houden met deze handeling, belastingen, rechten, heffingen en bijkomende kosten zoals kosten van commissie, verpakking, vervoer en verzekering die de belastingplichtige wederverkoper de koper in rekening brengt, echter met uitsluiting van de in artikel 11, onderdeel A, lid 3, bedoelde bedragen;

— aankoopprijs: alles wat de in het eerste streepje gedefinieerde tegenprestatie uitmaakt die zijn leverancier van de belastingplichtige wederverkoper verkrijgt of moet verkrijgen.

4. De Lid-Staten verlenen de belastingplichtige wederverkopers het recht te kiezen voor toepassing van de bijzondere regeling op leveringen:

a) van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die zij zelf hebben ingevoerd;

b) van kunstvoorwerpen die aan hen geleverd zijn door de maker of diens rechthebbenden;

c) van kunstvoorwerpen die aan hen geleverd zijn door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper wanneer de levering door deze andere belastingplichtige onderworpen is aan het verlaagde tarief overeenkomstig artikel 12, lid 3, onder c).

De Lid-Staten bepalen welke voorwaarden verbonden zijn aan dit keuzerecht, dat in ieder geval gedurende een periode van ten minste twee kalenderjaren van kracht is.

Indien van het keuzerecht gebruik wordt gemaakt, wordt de maatstaf van heffing overeenkomstig lid 3 vastgesteld. Voor leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die de belastingplichtige wederverkoper zelf heeft ingevoerd, is de aankoopprijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de winstmarge gelijk aan de overeenkomstig artikel 11, onderdeel B, vastgestelde maatstaf van heffing bij invoer, vermeerderd met de bij invoer verschuldigde of betaalde belasting over de toegevoegde waarde.

5. Wanneer zij plaatsvinden onder de voorwaarden van artikel 15, zijn de leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge, vrijgesteld overeenkomstig dat artikel 15.

6. Belastingplichtigen mogen de belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is voor aan hen geleverde of te leveren goederen door een belastingplichtige wederverkoper, niet aftrekken van de belasting die zij verschuldigd zijn, voor zover de levering van deze goederen door de belastingsplichtige wederverkoper onderworpen is aan de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge.

7. Voor zover de goederen gebruikt worden ten behoeve van zijn leveringen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge, mag de belastingplichtige wederverkoper van de belasting die hij verschuldigd is niet aftrekken:

a) de belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd;

b) de belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is voor aan hem geleverde of te leveren kunstvoorwerpen door de maker of diens rechthebbenden;

c) de belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is voor aan hem geleverde of te leveren kunstvoorwerpen door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper.

8. Wanneer de belastingplichtige wederverkoper zowel de normale regeling van de belasting over de toegevoegde waarde als de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge toepast, moet hij de transacties voor elk van deze regelingen afzonderlijk in zijn boekhouding bijhouden, overeenkomstig de door de Lid-Staten vastgestelde bepalingen.

9. De belastingplichtige wederverkoper mag de belasting over de leveringen van goederen waarop hij de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge toepast, niet afzonderlijk vermelden op de factuur die hij uitreikt —————.

10. Ten einde de belastingheffing te vereenvoudigen, en onder voorbehoud van de in artikel 29 bedoelde raadpleging, kunnen de Lid-Staten, voor bepaalde handelingen of voor bepaalde categorieën belastingplichtige wederverkopers, bepalen dat de maatstaf van heffing voor leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling voor de belastingheffing over de winstmarge, wordt vastgesteld voor elk belastingtijdvak uit hoofde waarvan de belastingplichtige wederverkoper de in artikel 22, lid 4, bedoelde aangifte moet indienen.

In dat geval is de maatstaf van heffing voor leveringen van goederen waarop hetzelfde tarief van de belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is, de totale winstmarge van de belastingplichtige wederverkoper, verminderd met het bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde op deze zelfde winstmarge.

De totale winstmarge is gelijk aan het verschil tussen:

— het totale bedrag van de leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling voor belastingheffing op de winstmarge, en die in het tijdvak door de belastingplichtige wederverkoper verricht zijn. Dit bedrag is gelijk aan de som van de overeenkomstig lid 3 bepaalde verkoopprijzen

— en

— het totaalbedrag van de in lid 2 bedoelde aankopen van goederen die in het tijdvak door de belastingplichtige wederverkoper zijn verricht. Dit bedrag is gelijk aan het totaal van de overeenkomstig lid 3 bepaalde aankoopprijzen.

De Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om te voorkomen dat de betrokken belastingplichtigen ongerechtvaardigde voordelen genieten, dan wel ongerechtvaardigde schade lijden.

11. Voor elke levering die onder de bijzondere belastingregeling valt met toepassing van lid 2 of lid 4, kan de belastingplichtige wederverkoper de normale regeling van de belasting over de toegevoegde waarde toepassen.

Wanneer de belastingplichtige wederverkoper de normale regeling van de belasting over de toegevoegde waarde toepast:

a) op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd, mag hij van de belasting die hij verschuldigd is, de bij invoer van dit goed verschuldigde of voldane belasting over de toegevoegde waarde aftrekken;

b) op de levering van kunstvoorwerpen die hem door de maker of diens rechthebbenden zijn geleverd, mag hij van de belasting die hij verschuldigd is, de met betrekking tot de hem geleverde kunstvoorwerpen verschuldigde of voldane belasting over de toegevoegde waarde aftrekken;

c) op de levering van kunstvoorwerpen die hem door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper zijn geleverd, mag hij van de belasting die hij verschuldigd is, de met betrekking tot de hem geleverde kunstvoorwerpen verschuldigde of voldane belasting over de toegevoegde waarde aftrekken.

Dit recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt voor de levering waarvoor de belastingplichtige wederverkoper voor de normale BTW-regeling kiest.

C. Bijzondere regeling voor verkoop op openbare veilingen

1. In afwijking van onderdeel B kunnen de Lid-Staten overeenkomstig onderstaande bepalingen de maatstaf van heffing vaststellen voor leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, die verricht worden door een organisator van openbare veilingen die in eigen naam krachtens een overeenkomst tot verkoop in commissie overgaat tot openbare veiling van deze goederen voor rekening van:

— een niet belastingplichtige,

— of

— een andere belastingplichtige, voor zover de levering van het goed, in de zin van artikel 5, lid 4, onder c), door deze andere belastingplichtige is vrijgesteld overeenkomstig artikel 13, onderdeel B, onder c),

— of

— een andere belastingplichtige, voor zover de levering van het goed, in de zin van artikel 5, lid 4, onder c), door deze andere belastingplichtige, in aanmerking komt voor de in artikel 24 bedoelde vrijstelling en het gaat om een investeringsgoed,

— of

— een belastingplichtige wederverkoper, voor zover de levering van het goed, in de zin van artikel 5, lid 4, onder c), door deze andere belastingplichtige wederverkoper, onderworpen is aan de belasting overeenkomstig de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge, als bedoeld in onderdeel B.

2. De maatstaf van heffing voor elke levering van goederen als bedoeld in lid 1, wordt gevormd door het overeenkomstig lid 4 door de organisator van de openbare veiling aan de koper in rekening gebrachte totaalbedrag, verminderd met:

— het door de organisator van de openbare veiling aan zijn opdrachtgever betaalde of te betalen nettobedrag, vastgesteld overeenkomstig lid 3,

— en

— het bedrag van de door de organisator van de openbare veiling krachtens zijn levering verschuldigde belasting.

3. Het door de organisator van de openbare veiling aan zijn opdrachtgever betaalde of te betalen nettobedrag is gelijk aan het verschil tussen:

— de prijs waarvoor het goed geveild is,

— en

— het bedrag van de door de organisator van zijn opdrachtgever ontvangen of te ontvangen commissie krachtens de overeenkomst tot verkoop in commissie.

4. De organisator van de openbare veiling moet aan de koper een factuur ————— uitreiken waarop afzonderlijk zijn vermeld:

— de veilingprijs,

— de belastingen, rechten en heffingen,

— de door de organisator aan de koper van het goed in rekening gebrachte bijkomende kosten, zoals kosten voor commissie, verpakking, vervoer en verzekering.

Op deze factuur mag de belasting over de toegevoegde waarde niet afzonderlijk zijn vermeld.

5. De organisator van de openbare veiling aan wie het goed is overgedragen krachtens een overeenkomst tot verkoop in commissie op een openbare veiling verstrekt aan zijn opdrachtgever een verslag.

In dit verslag wordt afzonderlijk het bedrag vermeld van de transactie, dat wil zeggen de veilingprijs van het goed, verminderd met het bedrag van de van de opdrachtgever ontvangen of te ontvangen commissie.

Het aldus opgestelde verslag doet dienst als factuur die de opdrachtgever, als hij een belastingplichtige is, aan de organisator van de openbare veiling moet verstrekken overeenkomstig artikel 22, lid 3.

6. De organisatoren van openbare veilingen, die onder de in lid 1 bedoelde voorwaarden goederen leveren, zijn gehouden in hun boekhouding op tussenrekeningen te boeken:

— de van de koper van het goed ontvangen of te ontvangen bedragen,

— de aan de verkoper van het goed betaalde of te betalen bedragen.

Deze bedragen moeten naar behoren gerechtvaardigd worden.

7. De levering van een goed aan een belastingplichtige organisator van openbare veilingen wordt geacht te hebben plaatsgevonden op het tijdstip waarop de openbare veiling van dat goed heeft plaatsgevonden.

D. Overgangsregeling voor de belasting op handelsverkeer tussen de Lid-Staten

Gedurende de in artikel 28 terdecies bedoelde periode passen de Lid-Staten de volgende bepalingen toe:

a) leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 28 bis, lid 2, verricht onder de in artikel 28 quater, onderdeel A, bedoelde voorwaarden, zijn uitgesloten van de in de onderdelen B en C bedoelde bijzondere regelingen;

b) in afwijking van artikel 28 bis, lid 1, onder a), is de intracommunautaire verwerving van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten niet aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen, wanneer de verkoper een belastingplichtige wederverkoper is die als zodanig optreedt en het verworven goed in de Lid-Staat van vertrek van de verzending of het vervoer aan de belasting werd onderworpen overeenkomstig de in onderdeel B bepaalde bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge, of wanneer de verkoper een organisator van openbare veilingen is die als zodanig optreedt en het verworven goed in de Lid-Staat van vertrek van de verzending of het vervoer aan de belasting werd onderworpen overeenkomstig de in onderdeel C bepaalde bijzondere regeling;

c) artikel 28 ter, onderdeel B, en artikel 28 quater, onderdeel A, onder a), c) en d), zijn niet van toepassing op leveringen van goederen die aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen overeenkomstig een van de in de onderdelen B en C bepaalde bijzondere regelingen.

Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0

Rechtspraak

11

België

3

Europese Unie

8

Hof van JustitieC-280/0408.12.2005

Vrijstellingen

Hof van JustitieC-320/0201.04.2004

Zesde richtlijn 77/388 art. 26bis en art. 5

Hof van JustitieC-154/1711.07.2018

Fiscaliteit, bijzondere regeling voor gebruikte goederen

Bekijk alle 8

Administratieve doctrine

2

Bekijk de 13 documenten