1. Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten vrijstelling voor de volgende handelingen, onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrij stellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen:
a) de definitieve invoer van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld;
d) de definitieve invoer van goederen waarvoor een andere douanevrijstelling geldt dan die bedoeld in het gemeenschappelijk douanetarie ————— ————— De Lid-Staten hebben echter de mogelijkheid om de vrijstelling niet te verlenen, indien de concurrentievoorwaarden door het verlenen van de vrijstelling ernstig kunnen worden verstoord;
Deze vrijstelling geldt ook voor de invoer van goederen, in de zin van artikel 7, lid 1, onder b), die voor de douanevrijstelling in aanmerking zouden komen indien zij zouden zijn ingevoerd in de zin van artikel 7, lid 1, onder a).
e) de wederinvoer van goederen in de staat waarin zij werden uitgevoerd, door degene die ze heeft uitgevoerd, indien de betreffende goederen voor vrijstelling van invoerrechten in aanmerking komen ;
g) de invoer van goederen:
— in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen, wanneer voor de goederen een vrijstelling van invoerrechten geldt ;
— verricht door internationale instellingen welke als dusdanig door de overheid van het land waar zij zijn gevestigd zijn erkend, alsmede door de leden van deze instellingen, zulks binnen de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd door de internationale verdragen tot oprichting van deze instellingen of door de vestigingsovereenkomsten;
— verricht in de Lid-Staten die partij bij dt Noord-Atlantische Verdragsorganisatie zijn, door de strijdkrachten van de andere Staten die partij bij dat Verdrag zijn, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, voor zover de betreffende strijdkrachten deelnemen aan de gemeenschappelijke defensieinspanning;
h) de invoer in havens, door zeevisserijlbedrijven, van visserijprodukten, niet be- of verwerkt of nadat ze met het oog op de afzet een bederfwerende behandeling hebben ondergaan, en die nog niet zijn geleverd;
i) de diensten welke betrekking hebben op de invoer van goederen en waarvan de waarde overeenkomstig her bepaalde in artikel 11, B, lid 3, sub b), in de maatstaf van heffing is opgenomen;
j) de invoer van goud door de Centrale Banken;
k) de invoer van gas via het aardgasdistributiesysteem, of de invoer van elektriciteit.
2. De Commissie dient zo spoedig mogelijk bij de Raad voorstellen in om communautaire belastingregels vast te stellen waarbij de werkingssfeer en de wijze van toepassing van de in lid 1 bedoelde vrijstellingen nader worden omlijnd.
Totdat deze regels in werking treden, kunnen de Lid-Staten:
— de vigerende nationale voorschriften in het kader van de bovenstaande bepalingen blijven toepassen;
— voornoemde nationale voorschriften aanpassen, ten einde concurrentievervalsing en met name het niet of dubbel heffen van belasting over de toegevoegde waarde binnen de Gemeenschap te beperken;
— de administratieve procedures gebruiken die zij het meest geschikt achten om tot vrijstelling te komen.
De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij krachtens de voorgaande bepalingen hebben genomen of zullen nemen; de Commissie brengt de overige Lid-Staten daarvan op de hoogte.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
27België
1Rechtbank van eerste aanleg te Gent28.05.1997
Invoering van de belasting, werkingssfeer, vervolging, geding
Europese Unie
26Hof van JustitieC-250/1119.07.2012
Richtlijn 83/181 art. 82, verordening 918/83 art. 112
Hof van JustitieC-262/9114.10.1992
EEG-Verdrag art. 171 en art. 169
Hof van Justitie257/8621.06.1988