Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2025.0384 1 juli 2025

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of –ontwijking - REGISTRATIERECHTEN - Inbreng van onroerende goederen - Inbreng van roerende goederen - BTW - Vrijstelling

https://juriel.be/nl/rulings/2025-0384-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-6599

Nummer
2025.0384
Datum
1 juli 2025

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

51 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2025.0384 d.d. 01.07.2025

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of –ontwijking

REGISTRATIERECHTEN · Inbreng van onroerende goederen · Inbreng van roerende goederen

BTW · Vrijstelling

Samenvatting

De partiële splitsing van een vastgoedvennootschap waarbij een deel van haar vermogen wordt overgedragen aan een nog op te richten vennootschap en die wordt gevolgd door een aandelenruil zodanig dat elke familietak een eigen beleid zal kunnen voeren, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

De voormelde partiële splitsing zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115 en 115bis federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 federaal W.Reg.

De overdracht van onroerende goederen en liquide middelen naar aanleiding van voormelde partiële splitsing is van btw vrijgesteld op basis van artikel 44, § 3, 1°, a) eerste lid, en 7°, W.Btw.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat :

1.1. de partiële splitsing van X NV naar een nieuw op te richten vennootschap Y BV voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en niet als hoofddoel of één van haar hoofddoelen belastingontduiking of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2. de voormelde partiële splitsing onder de toepassing valt van de artikelen 115 en 115bis van het Federaal Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten (federaal W.Reg.);

1.3. de voormelde partiële splitsing in aanmerking komt voor de vrijstelling van btw op grond van artikel 44, § 3, 1° en 7° van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (W.Btw).

II. Beslissing

2. X NV is een vastgoedvennootschap die eigenaar is van meerdere onroerende goederen en waarvan de aandelen in vruchtgebruik worden gehouden door de heer A, en in naakte eigendom door zijn zonen B en C, elk voor de helft. De heren B en C houden elk één aandeel in volle eigendom en bezitten tevens samen één aandeel in naakte eigendom in onverdeeldheid.

3. In het kader van de verdeling van het patrimonium onder de twee broers, zal X NV partieel worden gesplitst, waarbij twee onroerende goederen alsook tevens handelsvorderingen en een bedrag aan liquide middelen zullen worden overgedragen aan de nog op te richten vennootschap Y BV tegen uitgifte van aandelen aan de aandeelhouders van X NV. Door de aanvrager werd bevestigd dat er geen schulden meer rusten op de over te dragen onroerende goederen, zodat er geen schulden worden overgedragen.

4. Na de partiële splitsing zal een aandelenruil plaatsvinden tussen de heren B en C, zodanig dat de heer B enkel nog aandelen X NV zal bezitten en de heer C enkel nog aandelen Y BV in bezit zal hebben. Het vruchtgebruik van de aandelen van X NV en Y BV blijft in bezit van de heer A. De aandelenruil zal gepaard gaan met een minimale geldopleg te betalen tussen de heren B en C.

II.A. Inzake de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92

5. De geplande partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.

6. De geplande verrichting kadert in de verdeling van het vermogen onder de twee broers. Door de partiële splitsing gevolgd door de aandelenruil zullen de twee broers elk een afzonderlijke entiteit krijgen toegewezen waarin zij onafhankelijk van elkaar een eigen beleid zullen kunnen voeren en de vennootschappen verder zullen kunnen uitbouwen volgens hun eigen visie. Door de toewijzing van onroerende goederen aan Y BV, verkrijgt de heer C inzonderheid de controle over het onroerend goed waarin hij zijn beroepsactiviteit uitoefent.

7. Door de aanvrager werd bevestigd dat er geen claims of vorderingen rusten op X NV, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt zich te onttrekken aan bepaalde financiële verplichtingen.

8. Door de aanvrager werd verder bevestigd dat bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de geplande partiële splitsing rekening zal worden gehouden met de toepassing van artikel 213 WIB 92. In dit verband wordt opgemerkt dat X NV beschikt over gespreid te belasten meerwaarden zoals bedoeld in artikel 47 WIB 92 waarvoor het woonhuis te xxx als herbeleggingsactief werd aangeduid dat aan X NV zal worden toegewezen. X NV heeft zich er eveneens onherroepelijk toe verbonden om het nog niet herbelegde bedrag van xxx EUR te herbeleggen. De aanvrager heeft bevestigd dat de werkwijze zoals voorgeschreven in nr. 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92 zal worden gevolgd.

9. X NV is de voorbije jaren in beperkte mate verlieslatend en beschikt over een overgedragen fiscaal verlies, dat in toepassing van artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 gedeeltelijk zal worden overgedragen aan Y BV. X NV beschikt over geen andere overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen. Aangezien Y BV een nieuw op te richten vennootschap is, beschikt zij niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen

10. De aanvrager heeft bevestigd dat, behoudens de in deze beslissing omschreven aandelenruil, er geen intentie bestaat om de aandelen van X NV of Y BV over te dragen aan derden.

11. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van X NV zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92.

12. De verkrijgende vennootschap Y BV zal een binnenlandse vennootschap zijn.

13. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande partiële splitsing van X NV kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

14. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 10, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals bijvoorbeeld de latere overdracht van de aandelen X NV of Y BV. Bij een dergelijke latere overdracht van deze aandelen is deze beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

II.B. Inzake de toepassing van de artikelen 115 en 115bis, federaal W.Reg.

15. Uit de door de aanvrager voorgelegde splitsingsstaat blijkt dat X NV onroerende goederen zal overdragen aan de nieuw op te richten vennootschap Y BV. Bij de partiële splitsing zullen er naast onroerende goederen ook handelsvorderingen en liquide middelen mee worden afgesplitst.

16. Artikel 115, federaal W.Reg. bepaalt dat aan een recht van 0% wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in burgerlijke of handelsvennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. Het recht wordt vereffend op het totaalbedrag van de inbrengen.

17. Artikel 115bis, federaal W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

18. Artikel 120, federaal W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, federaal W.Reg.

19. Artikel 167, federaal W.Reg. bepaalt dat wanneer er niet anderszins bij deze titel over beschikt is, het bedrag van het op een akte of een verklaring te heffen evenredig recht niet minder dan het algemeen vast recht mag bedragen.

20. De aanvrager heeft bevestigd dat de verkrijgende vennootschap haar zetel van werkelijke leiding in België zal hebben.

21. Aangezien de partiële splitsing volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is op datum van het verlijden van de notariële akte, is in casu artikel 120, federaal W.Reg. niet van toepassing.

22. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van X NV zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van de artikelen 115 en 115bis, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg.

II.C. Inzake de toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) en 7°, W.Btw

23. Verwijzend naar de in aanvraag beschreven onroerende goederen, voorwerp van de partiële splitsing naar een nieuw op te richten vennootschap, Y BV, dient vastgesteld dat de over te dragen gebouwen btw-technisch niet als nieuw gebouw in de zin van artikel 44, § 3, 1°, a), tweede lid, W.Btw te beschouwen zijn.

24. De overdracht van voormelde onroerende goederen naar een nieuw op te richten vennootschap, Y BV, resulterend uit de partiële splitsing, dient conform artikel 44, § 3, 1°, a) eerste lid, W.Btw als een van btw vrijgestelde levering plaats te vinden.

25. Vaststellende dat de overdracht van de onroerende goederen naar Y BV door vennootschap X NV plaatsvindt met vrijstelling van btw bij toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a), eerste lid, W.Btw, krijgt de btw-herziening overeenkomstig artikel 48, § 2, eerste lid en tweede lid, W.Btw en de artikelen 10, § 1, en 11, § 3, 2° van het K.B. nr 3 uitwerking.

26. De aanvrager deelt mee dat X NV kwalificeert als een btw-plichtige die uitsluitend vrijgestelde handelingen verricht. De aanvrager verklaart dat herzieningen bijgevolg niet aan de orde zijn.

27. Ook de nieuw op te richten vennootschap, Y BV, zal kwalificeren als een btw-plichtige die uitsluitend vrijgestelde handelingen verricht.

28. X NV brengt tevens liquide middelen in in Y BV.

29. Artikel 44, § 3, 7°, W.Btw bepaalt dat handelingen betreffende deposito’s en rekening-courantverkeer btw-vrijgesteld zijn. De overdracht van liquide middelen valt onder het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 7°, W.Btw en wordt dan ook aangemerkt als een van btw vrijgestelde handeling.

Aangehaalde teksten

3
KB nr. 3 art. 101 voorkomen
KB nr. 3 art. 111 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen