Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijking · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2022.1051 7 februari 2023

Zoeken

Vennootschapsbelasting, Belastingneutrale partiële splitsing, Zakelijke overwegingen, Belastingfraude of -ontwijkingVENNOOTSCHAPSBELASTING - Belastingneutrale partiële splitsing - Zakelijke overwegingen - Belastingfraude of -ontwijking - Antimisbruikbepaling - PERSONENBELASTING - Meerwaarde op aandelen - Divers inkomen - Normaal beheer van privévermogen - REGISTRATIERECHTEN - Partiële splitsing - Inbreng van onroerende goederen - BTW - Vrijstelling

https://juriel.be/nl/rulings/2022-1051-vennootschapsbelasting-belastingneutrale-partiele-splitsing-zakelijke-4d23

Nummer
2022.1051
Datum
7 februari 2023

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

146 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2022.1051 d.d. 07.02.2023

VENNOOTSCHAPSBELASTING · Belastingneutrale partiële splitsing · Zakelijke overwegingen · Belastingfraude of -ontwijking · Antimisbruikbepaling

PERSONENBELASTING · Meerwaarde op aandelen · Divers inkomen · Normaal beheer van privévermogen

REGISTRATIERECHTEN · Partiële splitsing · Inbreng van onroerende goederen

BTW · Vrijstelling

Samenvatting

De partiële splitsing van vennootschap X, waarbij het onroerend goed wordt afgesplitst naar een Newco om de instapdrempel te verlagen, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en kan belastingneutraal plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

De navolgende verkoop van een gedeelte van de aandelen van vennootschap X kan worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen, zodat de meerwaarde niet belastbaar is als divers inkomen op basis van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

Het geheel van de rechtshandelingen (aandelenoverdracht bij vennootschap X -statutenwijziging bij vennootschap X - partiële splitsing van vennootschap X – navolgende gedeeltelijke aandelenverkoop van aandelen van de partieel gesplitste vennootschap X) maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

De geplande partiële splitsing van vennootschap X voor wat betreft de inbreng van onroerende goederen zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167, Fed.W.Reg.

De geplande partiële splitsing van vennootschap X voor wat betreft de inbreng van onroerende goederen is een van btw vrijgestelde levering. De over te dragen gebouwen dienen btw-technisch niet als nieuw gebouw te worden aangemerkt. De btw-herziening is bijgevolg van toepassing.

De overdracht van een vordering in R/C en beperkte liquide middelen, resulterend uit de partiële splitsing, is een van btw vrijgestelde handeling.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van vennootschap X, waarbij haar onroerend goed wordt overgedragen aan de nieuw opgerichte vennootschap Newco BV, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92 en onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92 kan plaatsvinden;

1.2. de meerwaarde op de aandelen die door de aandeelhouder-natuurlijke persoon van vennootschap X, de heer A, naar aanleiding van de verkoop van zijn B-aandelen in vennootschap X na de partiële splitsing, wordt gerealiseerd, kadert binnen het normaal beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 en derhalve niet belastbaar is als divers inkomen;

1.3. de boekhoudkundige retroactiviteit van de voormelde partiële splitsing op fiscaal vlak kan worden aanvaard;

1.4. het geheel van de in randnummer 14 vermelde rechtshandelingen geen fiscaal misbruik uitmaakt aangezien dit verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zoals bepaald in artikel 344, § 1 WIB 92;

1.5. de partiële splitsing kan plaatsvinden met toepassing van artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna Fed.W.Reg.) en zal worden onderworpen aan het recht van 0% (met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR);

1.6. de partiële splitsing onder de toepassing valt van artikel 44, § 3, 1°, a), van het btw-Wetboek (hierna W.Btw), aangezien het onroerend goed dat zal worden overgedragen geen nieuw gebouw is voor btw-doeleinden.

II. Beslissing

II.A. Beschrijving van de betrokken entiteiten en doelstelling

II.A.1. Vennootschap X

2. Vennootschap X, met als huidige aandeelhouders de heer A en zijn ouders B en C, beoefent exploitatieactiviteit K.

3. Deze aandeelhouders zijn tevens de bestuurders van de vennootschap, maar de heer A is de drijvende kracht. De aanvragers geven aan dat tijdens de afgelopen boekjaren steeds een normale vergoeding werd betaald voor de geleverde prestaties van de bedrijfsleiders.

4. De aanvragers verstrekten:

•een overzicht van de bedrijfsleidersbezoldigingen / managementfees;

•de historiek van de uitgekeerde bruto-dividenden

•de evolutie van de liquide middelen over de laatste 5 jaren

•een recente stand van de bankstanden

•een overzicht van de rekening-courant posten bij vennootschap X.

5. De relatief lage liquiditeitspositie binnen vennootschap X op vandaag is te verklaren door de voorraad grondstoffen die werd aangelegd om te anticiperen op de prijsstijgingen. De financiële middelen (inclusief de vorderingen in R/C) zijn lager dan de reeds aangelegde liquidatiereserve.

6. Vennootschap X verwierf in de loop der jaren twee onroerende goederen:

1) een appartement ter beschikking gesteld aan de heer B en mevrouw C tegen betaling van huur;

2) een bedrijfspand waarin het bedrijf van vennootschap X is gevestigd met een annex woning die verhuurd wordt aan de heer A.

II.A.2. Vennootschap Y

7. Vennootschap Y, met als aandeelhouders de heer A en de heer D, beoefent exploitatieactiviteit L.

8. Deze aandeelhouders zijn tevens de bestuurders van de vennootschap.

9. Vennootschap B beschikt op heden over twee onroerende goederen.

II.A.3. Achtergrond en doelstelling

10. De heren A en D zijn de drijvende krachten achter vennootschappen X en Y. De voornaamste klant van vennootschap Y is vennootschap X. Beide bedrijven werken complementair en realiseren een belangrijke groei van de omzet. De omzet van vennootschap X groeit ook aanzienlijk door de samenwerking, die voor een belangrijk deel de verdienste is van de heer D.

11. De heren A en D wensen in de toekomst in beide vennootschappen binnen een gelijke verhouding samen te werken.

12. Het in vennootschap X aanwezige onroerend goed maakt de overname te duur voor de heer D en hij is daar ook niet in geïnteresseerd. Uit de gesprekken met de heer D bleek dat hij zich wilde focussen op de corebusiness van vennootschap X, zijnde de exploitatie, en niet op het beheer van de huidige onroerende goederen (een verouderd bedrijfspand en daarnaast deels ook privématig onroerend goed). De heer D is m.a.w. bereid samen met de heer C de exploitatie van vennootschap X te voeren, doch is niet geïnteresseerd in het onroerend goed. Daarnaast voldoet het huidige bedrijfsgebouw niet meer aan de moderne noden en wenst men binnen vennootschap Y te investeren in een nieuw bedrijfspand.

13. Binnen vennootschap Y wensen de heren C en D de huidige aandelenverhouding aan te houden.

II.B. Beschrijving verrichtingen zoals bedoeld in artikel 23, 2e lid, 2°, Wet 24 december 2002

14. De volgende verrichtingen worden vooropgesteld:

1) de heer A neemt de aandelen X over van zijn ouders, zodat de heer A vóór het verlijden van de partiële splitsingsakte 100% van de aandelen vennootschap X in volle eigendom zal hebben;

2) statutenwijziging van vennootschap X waarbij 2 soorten aandelen worden gecreëerd:

•A-aandelen: enkelvoudig stemrecht in verhouding tot het aantal A-aandelen (1 A-aandeel = 1 stemrecht) en elk A aandeel geeft recht op een gelijk bedrag in EUR aan dividenden. De dividenden die worden toegekend aan de A-aandelen worden bij voorrang en in de mate van beschikbaarheid geput uit de liquidatiereserves van vennootschap X, en waarbij bij het aanwezig zijn van liquidatiereserves van verschillende aanlegdata, er bij voorrang geput wordt uit de oudste liquidatiereserves;

•B-aandelen: enkelvoudig stemrecht in verhouding tot het aantal B-aandelen (1 B-aandeel = 1 stemrecht) en elk B aandeel geeft recht op een gelijk bedrag in EUR aan dividenden. De dividenden die worden toegekend aan de B-aandelen worden bij voorrang en in de mate van beschikbaarheid, geput uit gewone reserves van vennootschap X;

3) partiële splitsing van vennootschap X waarbij de afgesplitste bestanddelen (in hoofdzaak al het onroerend goed en daarnaast ook nog een vordering in R/C en beperkte liquide middelen) zullen worden ingebracht in een nieuwe nog op te richten vennootschap (Newco BV) (1).


(1) Na de partiële splitsing zal vennootschap X het bedrijfspand huren van Newco BV tegen een marktconforme vergoeding. De vennootschap Newco BV zal ook het management waarnemen van de exploitatievennootschap en hiervoor een managementvergoeding ontvangen.


De juridische timing van de partiële splitsing staat gepland na het verkrijgen van de voorafgaande beslissing. De boekhoudkundige retroactiviteit zal maximaal 7 maanden bedragen.

4) overdracht door de heer A van de B-aandelen van de partieel gesplitste vennootschap X aan vennootschap Z (2) (vennootschap van de heer D) tegen een marktconforme prijs;


(2) Geen aankoop door de heer D zelf, aangezien deze als natuurlijke persoon niet over voldoende financiële middelen beschikt en ook omwille van de financiering bij de bank. De bank was niet bereid een dergelijke lening privé te verstrekken.


5) de heer A engageert zich om de ontvangen koopsom binnen een periode van 3 maanden na de juridische verrichting van de partiële splitsing duurzaam te herinvesteren in groepsvennootschap Y. Hij zal dit doen d.m.v. een bijkomende inbreng (beschikbaar) in deze vennootschap t.b.v. de ontvangen koopsom. (3) Vennootschap Y zal met deze ingebrachte middelen (alsook met een investeringskrediet) overgaan tot de aankoop/bouw van een nieuw bedrijfsgebouw en/of schuldafbouw van de aangegane financiering om zo de verdere uitbouw van de activiteiten in de toekomst te verzekeren. Het materieel vast actief zal worden verworven/gebouwd binnen een termijn van 30 maanden na het einde van het lopende boekjaar.


(3) Aangezien het de bedoeling is dat de heren A en D in een gelijke verhouding blijven in vennootschap Y, zal de inbreng gebeuren zonder uitgifte van nieuwe aandelen in toepassing van artikel 5:120 WVV.


De plannen zijn al heel concreet en voor de aankoop van de eerste fase werd reeds een compromis ondertekend.

Het nieuwe bedrijfsgebouw zal dan tegen een marktconforme prijs en met BTW verhuurd worden door vennootschap Y aan vennootschap X en/of derden, waarmee onder meer de financiering van de bouw kan afgelost worden.

II.C. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92

15. De geplande transactie zoals vermeld in randnummer 14, 3) betreft een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.

16. Als gevolg van de verrichtingen, waaronder de partiële splitsing, worden de in titel II.A.3. vermelde doelstellingen verwezenlijkt:

•de afsplitsing van het onroerend goed uit vennootschap X zorgt ervoor dat de instap financieel haalbaar wordt voor de heer D;

•de beoogde verhouding in vennootschap X wordt effectief bewerkstelligd en binnen vennootschap Y wordt de huidige verhouding aangehouden;

•het huidige onroerend goed van vennootschap X, waarin de heer D niet geïnteresseerd is, komt in handen van Newco BV waarin de heer A enige aandeelhouder zal zijn;

•vennootschap Y zal met de middelen afkomstig van de verkoop van de aandelen vennootschap X kunnen investeren in een modern pand.

17. De aanvragers bevestigen daarenboven dat er geen claims of vorderingen aanwezig zijn ten name van vennootschap X zodat de partiële splitsing er niet toe strekt zich te onttrekken aan financiële verplichtingen.

18. Vennootschap X stelt personeel tewerk. In het kader van de partiële splitsing zal er geen personeel overgaan. De aanvragers hebben aangegeven dat het personeel zal behouden blijven bij de partieel gesplitste vennootschap en dat de geplande verrichtingen geen impact zullen hebben op de tewerkstelling, waaruit blijkt dat de behouden activiteit bij voortduur zal worden verder gezet bij de partieel gesplitste vennootschap. Door de verwachte groei zal wellicht zelfs bijkomend personeel aangeworven moeten worden.

19. De fiscale aspecten van de partiële splitsing kunnen als volgt worden samengevat:

19.1. vennootschap X is de laatste jaren winstgevend en beschikt steeds over een belastbare basis;

19.2. vennootschap X beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen. Aangezien de verkrijgende vennootschap een nieuw op te richten vennootschap betreft, zal zij evenmin over fiscaal overgedragen bestanddelen beschikken;

19.3. de heer A heeft niet de intentie om de aandelen van Newco BV en/of de overige aandelen van vennootschap X te verkopen.

20. Uit de overgemaakte prognoses blijkt dat zowel vennootschap X als Newco BV leefbaar zullen zijn na doorvoering van de partiële splitsing. De verkrijgende vennootschap Newco BV zal de vastgoed/managementvennootschap van de heer A worden.

21. De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213, WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat. In het kader van de correcte toepassing van artikel 213, WIB 92 wordt er in het bijzonder op gewezen dat uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat blijkt dat de in dit wetsartikel vermelde verdeelsleutel afzonderlijk wordt toegepast op de in de verschillende jaren aangelegde liquidatiereserves.

22. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

23. De verkrijgende vennootschap in het kader van de partiële splitsing, zijnde Newco BV, zal een binnenlandse vennootschap zijn.

24. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

II.D. Inzake artikel 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste streepje, WIB 92

25. De partiële splitsing van vennootschap X wordt gevolgd door een aandelenverkoop (zie randnummer 14, 4)).

26. Deze aandelenverkoop vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

27. De aandelen van vennootschap X zijn sinds de oprichting in handen van de familie. Ingevolge de in randnummer 14, 1) vermelde verrichting zal de heer A de enige aandeelhouder worden. Er kan worden besloten dat de aandelen behoren tot het privévermogen, gelet op het feit dat de aandelen sinds de oprichting van de vennootschap in handen van de familie zijn.

28. De geplande aandelenverkoop kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van het privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92:

•de aandelen zijn in familiale handen sinds de oprichting van de vennootschap reeds enkele tientallen jaren terug;

•de aandelenverkoop maakt deel uit van het geheel van verrichtingen die ertoe strekken de zakelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de reorganisatie te bewerkstelligen;

•het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

•op basis van randnummer 4 kan worden besloten dat de aanwezige liquiditeiten bij vennootschap X eerder beperkt zijn. De vennootschap moet te allen tijde in staat zijn om de lonen van haar personeelsleden te betalen (bij het eventueel uitblijven van betaling van grote orders, …). Hiervoor voorziet de vennootschap een werkingsreserve van xxx EUR (= bedrag op spaarrekening). Een plots omzetverlies moet kunnen opgevangen worden. Daarenboven rekening houdend met de reeds aangelegde liquidatiereserves en de huur die zal moeten betaald worden voor het bedrijfspand kan worden besloten dat er geen sprake is van overtollige liquiditeiten;

•de meerwaarde die bij de voormelde aandelenverkoop door de heer A wordt gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen en de afwezigheid van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.

29. De meerwaarde die zal worden gerealiseerd naar aanleiding van de aandelenverkoop in randnummer 14, 4) vermelde aandelenverkoop zal derhalve niet worden belast op grond van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

II.E. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting

30. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag ten aanzien van voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

30.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

30.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

31. Het is de bedoeling om de partiële splitsing van vennootschap X te laten plaatsvinden na het bekomen van de voorafgaande beslissing, met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

32. In het kader van de in randnummer 30.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen en/of DBI-overschotten door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Evenwel kan erop gewezen worden dat in casu de partieel te splitsen vennootschap niet over fiscaal overgedragen bestanddelen beschikt. Er werd ook bevestigd dat tijdens de retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen gebeurd zijn of zullen gebeuren.

33. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing zoals vermeld in randnummer 31 op fiscaal vlak kan worden aanvaard.

II.F. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92

34. Het geheel van de verrichtingen (zie randnummer 14) kadert binnen de zakelijke overwegingen zoals aangehaald in titel II.A.3. en randnummer 16.

35. Voor wat betreft de voorgenomen statutenwijziging bij vennootschap X (zie randnummer 14, 2)) maken de aanvragers gebruik van de mogelijkheden die het nieuwe WVV met zich meebrengt.

De dividenden die afkomstig zijn van de in het verleden aangelegde liquidatiereserves in toepassing van artikel 184quater WIB 92, zullen bij de uitkering door vennootschap X aan haar aandeelhouders/natuurlijke personen, kunnen genieten van de verlaagde roerende voorheffing, zoals bepaald in artikel 269, § 1, 8° WIB 92 (4).


(4) Artikel 269, § 1, 8°, WIB 92 bepaalt: “De aanslagvoet van de roerende voorheffing is vastgesteld: … 8° op 5 of 20 %, voor de dividenden, andere dan deze bedoeld in artikel 209, in de mate dat hun toekenning of betaalbaarstelling voortkomt uit een aantasting van de liquidatiereserve bedoeld in de artikelen 184quater of 541, of voor de dividenden van buitenlandse oorsprong die in België zijn geïnd of verkregen in zoverre hun toekenning of betaalbaarstelling het gevolg is van analoge bepalingen of gelijkaardige gevolgen heeft genomen door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en naargelang het aangetaste gedeelte van deze reserves gedurende ten minste 5 jaar of minder dan 5 jaar, te rekenen vanaf de laatste dag van het betreffende belastbaar tijdperk, behouden is gebleven op de wijze bedoeld in de artikelen 184quater, derde lid, of 541.”


De dividenden die afkomstig zijn van de in het verleden aangelegde liquidatiereserves in toepassing van de artikel 184quater, WIB 92, zullen bij de uitkering door vennootschap X aan haar aandeelhouders/natuurlijke personen, belast worden aan het verlaagde afzonderlijke tarief in de personenbelasting, zoals bepaald in artikel 171, 3°septies, WIB 92 (5).


(5) Artikel 171, 3°septies, WIB 92 bepaalt: "In afwijking van de artikelen 130 tot 145 en 146 tot 156, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting Staat op de andere inkomsten, meer bedraagt dan de overeenkomstig de voormelde artikelen bepaalde belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 90, eerste lid, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, belastbaar zijn, vermeerderd met de belasting Staat met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten: … 3°septies, tegen een aanslagvoet van 5 of 20 %, de dividenden, andere dan deze bedoeld in artikel 209, in de mate dat hun toekenning of betaalbaarstelling voortkomt uit een aantasting van de liquidatiereserve bedoeld in de artikelen 184quater of 541, of de in het buitenland geïnde of verkregen dividenden in zoverre hun toekenning of betaalbaarstelling het gevolg is van analoge bepalingen of gelijkaardige gevolgen heeft genomen door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en naargelang het aangetaste gedeelte van deze reserves gedurende ten minste 5 jaar of minder dan 5 jaar, te rekenen vanaf de laatste dag van het betreffende belastbaar tijdperk, behouden is gebleven op de wijze bedoeld in de artikelen 184quater, derde lid, of 541".


De dividenden die afkomstig zijn van de in het verleden aangelegde liquidatiereserves in toepassing van de artikel 184quater WIB 92, zullen bij de ontbinding en vereffening van vennootschap X, niet kwalificeren als inkomsten van roerende goederen en kapitalen ingevolge de toepassing van artikel 21, eerste lid, 11°, WIB 92 (6).


(6) Artikel 21, 11°, WIB 92 bepaalt: "De inkomsten van roerende goederen en kapitalen omvatten niet: … 11° de dividenden bedoeld in artikel 209, in de mate dat hun toekenning of betaalbaarstelling voortkomt van een vermindering van de liquidatiereserve bedoeld in de artikelen 184quater of 541, of de dividenden van buitenlandse oorsprong in zoverre hun toekenning of betaalbaarstelling het gevolg is van analoge bepalingen of gelijkaardige gevolgen heeft genomen door een andere lidstaat van de europese Economische Ruimte".


Gelet op bovenstaande analyse kan vastgesteld worden dat de voorgenomen statutenwijziging bij vennootschap X waarbij verschillende soorten aandelen gecreëerd worden:

•geen afbreuk doet aan de verlaagde roerende voorheffing die de aandeelhouders/natuurlijke personen van vennootschap X overeenkomstig artikel 269, § 1, 8°, WIB 92 kunnen genieten bij de ontvangst van een dividend geput uit de liquidatiereserves van aanvrager;

•geen afbreuk doet aan het verlaagde afzonderlijk belastingtarief in de personenbelasting die de aandeelhouders/natuurlijke personen van vennootschap X overeenkomstig artikel 171, 3°septies, WIB 92 kunnen genieten bij de ontvangst van een dividend geput uit de liquidatiereserves van vennootschap X;

•geen afbreuk doet aan de belastingvrijstelling in de personenbelasting die de aandeelhouders/natuurlijke personen van vennootschap X overeenkomstig artikel 21, 11°, WIB 92 kunnen genieten bij de ontvangst van een eventuele liquidatiebonus geput uit de liquidatiereserves van vennootschap X in geval van een eventuele ontbinding en vereffening van vennootschap X.

36. De partiële splitsing van vennootschap X zal worden gevolgd door een aandelenverkoop van de aandelen van de partieel gesplitste vennootschap aan een derde partij, zijnde vennootschap Z (zie randnummer 14, 4)).

Teneinde te onderbouwen dat de aandelenverkoop geen fiscaal motief uitmaakt in het kader van de partiële splitsing (door een belastbare meerwaarde op activa om te vormen tot een vrijgestelde meerwaarde op aandelen), verbindt de heer A zich ertoe om de ontvangen koopsom binnen de drie maanden in te brengen in vennootschap Y. Dit bedrag zal na de aandelenverkoop en uiterlijk binnen de 30 maanden na het verlopen van het huidige boekjaar aangewend worden voor de aankoop van de bouw van het nieuwe bedrijfsgebouw en/of de schuldafbouw in dit kader (zie randnummer 14, 5)).

37. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

II.G. Inzake artikel 115bis, Fed.W.Reg.

38. In casu zullen (onder andere) de onroerende goederen van vennootschap X middels een partiële splitsing worden overgedragen aan Newco BV (zie randnummer 14, 3)).

39. Met betrekking tot partiële splitsingen bepaalt artikel 115bis, Fed.W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

40. Artikel 120, Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115bis en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, Fed.W.Reg.

41. Het betreft de inbreng in een nieuw op te richten vennootschap waarvan werd bevestigd dat de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd zal zijn, zodat aan de nationaliteitsvoorwaarde van artikel 115bis, Fed.W.Reg. wordt voldaan.

42. De openstaande lening betreffende het in te brengen onroerend goed in eigendom van vennootschap X werd afgelost voorafgaand aan de juridische datum van de partiële splitsing.

43. Aangezien de partiële splitsing volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er – mede gelet op vorig randnummer - geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is, is in casu artikel 120, Fed.W.Reg. niet van toepassing. De inbreng van onroerende goederen zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115bis, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167, Fed.W.Reg.

II.H. Inzake artikel 44, § 3, 1°, a), W.Btw

44. Verwijzend naar de eerder beschreven onroerende goederen, (onder andere) voorwerp van de partiële splitsing (zie randnummer 14), dient vastgesteld dat de over te dragen gebouwen btw-technisch niet als nieuw gebouw in de zin van artikel 44, § 3, 1°, a), tweede lid, W.Btw te beschouwen zijn.

45. De overdracht van voormelde onroerende goederen, resulterend uit de partiële splitsing, dient conform artikel 44, § 3, 1°, a) eerste lid, W.Btw als een van btw vrijgestelde levering plaats te vinden.

46. Artikel 6, eerste lid, van het K.B. nr. 3, bepaalt wat onder de term ‘bedrijfsmiddelen’ moet worden verstaan. De lichamelijke goederen, de zakelijke rechten bedoeld in artikel 9, tweede lid, 2°, W.Btw en de diensten die bestemd zijn om op een duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrumenten of exploitatiemiddelen. Deze definitie geldt in het kader van de toepassing van de toepassing van de artikelen 12, § 1, en 48, § 2, W.Btw.

47. Ten aanzien van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen, is de aftrek die oorspronkelijk door de belastingplichtige werd verricht onderworpen aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar overeenkomstig artikel 48, § 2, eerste lid, W.Btw, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de bedrijfsmiddelen in gebruik werden genomen. (7)


(7) (*)§ 1, is van toepassing op de bedrijfsmiddelen waarvoor het recht op aftrek van de btw geheven van die bedrijfsmiddelen ten vroegste op 1 januari 2019 voor de eerste keer is ontstaan.

De bedrijfsmiddelen waarvan het recht op aftrek van de btw geheven van die bedrijfsmiddelen is ontstaan vóór 1 januari 2019, blijven onderworpen aan artikel 9, § 1, in de versie van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit. (Art. 9, KB 12.05.2019).


48. Wat belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen betreft, bedraagt de herzieningsperiode evenwel vijftien jaar (art. 9, § 2, K.B. nr. 3, voornoemd).

49. Onder belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen wordt verstaan de belasting geheven van:

•de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, W.Btw

De hier bedoelde belastingen zijn die geheven van zowel materiële handelingen die hebben bijgedragen tot de oprichting van het gebouw (de eigenlijke bouwwerken) als de handelingen van intellectuele aard (studie, architectenplannen ...) met betrekking tot hetzelfde gebouw.

•de verkrijging van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, W.Btw

•de verkrijging van een in artikel 9, tweede lid, 2°, W.Btw bedoeld zakelijk recht op goederen bedoeld in artikel 1, § 9, W.Btw (artikel 9, § 1, laatste lid, van het K.B. nr. 3, voornoemd).

50. Wanneer gedurende het herzieningstijdvak een bedrijfsmiddel ophoudt in de onderneming te bestaan, moet de herziening in een keer, tot beloop van een vijfde of eventueel van een vijftiende (8) per jaar, voor het jaar waarin de oorzaak van de herziening zich voordoet en voor de nog te lopen jaren (artikel 11, § 3, van het K.B. nr. 3, voornoemd), worden voldaan.


(8) Artikel 48, § 2, tweede lid W.Btw.


51. Vaststellende dat de overdracht van de onroerende goederen door vennootschap X plaatsvindt met vrijstelling van btw, bij toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a), eerste lid W.Btw, krijgt de btw-herziening overeenkomstig artikel 48, § 2, eerste lid en tweede lid W.Btw en artikel 11, § 3, 2° van het K.B. nr 3 uitwerking.

52. Vennootschap X engageert zich ertoe om de btw-herziening toe te passen.

53. De overdracht van een vordering in R/C en beperkte liquide middelen (zie randnummer 14), resulterend uit de partiële splitsing, is conform artikel 44, § 3, 7° W.Btw een van btw vrijgestelde handeling.

Aangehaalde teksten

4
KB nr. 3 art. 112 voorkomens
KB nr. 3 art. 92 voorkomens
KB nr. 3 art. 61 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen