Fiche van de FOD Financiën
Voorafgaande beslissing nr. 2021.1208 d.d. 15.02.2022
Btw · Tarief · Werk in onroerende staat (renovatie- en omvormingswerken) met betrekking tot een woonhuis · Artikelen 37 en 38 W.Btw · Rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20
Samenvatting
Het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970, in uitvoering van artikel 37 W.BTW, is van toepassing op het werk in onroerende staat (uitbreidings- en verbouwingswerken) en de overige handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° (onder de in rubriek XXXI gestelde voorwaarden en met uitsluiting uiteraard van de handelingen vermeld in § 1, 1° en § 4, 1° en 2° van rubriek XXXI) uitgevoerd aan een woonhuis.
Tekst van de beslissing
I. Voorwerp van de aanvraag
1. Deze aanvraag om een voorafgaande beslissing wordt ingediend in naam van de natuurlijke persoon X.
I.A. Feitelijke context
2. Het woonhuis in kwestie, een eengezinswoning in open bebouwing, is gelegen in L, te S, is gekend bij het kadaster S, werd opgericht middels bouwvergunning daterend van eind 1973 en werd in gebruik genomen in 1975. De villa is in eigendom van X sinds 2018.
3. X wenst dit woonhuis te renoveren en uit te breiden. Daartoe heeft X een bouwvergunning bekomen in 2021 waarin als beschrijving ook ‘de verbouwing en uitbereiding van de eengezinswoning’ voorkomt.
I.B. Bouwtechnische uitwerking
4. De aard van de door de aanvrager voorgenomen uitbreidings- en verbouwingswerken en het effect ervan op de bestaande structuur, kan worden toegelicht als volgt.
5. De bestaande oppervlakte van het woonhuis (kelder, gelijkvloerse verdieping, eerste en tweede verdieping) die blijft behouden bij de verbouwingen, beslaat x m². Na de uitbreiding en de verbouwing zal de totale oppervlakte van de villa y m² beslaan. De rechtervleugel van het gebouw wordt grotendeels afgebroken en heropgebouwd. De oppervlakte van de afgebroken rechtervleugel zit niet mee in de berekening van de behouden bestaande oppervlakte. Daarnaast wordt er een bijkomende linkervleugel aangebouwd.
6. Het hoofdvolume van het woonhuis (het centraal gelegen deel) blijft structureel behouden op alle verdiepingen en wordt enkel intern gerenoveerd.
Op de bovenste verdieping (zolder) blijven de bestaande dakspanten en gordingen behouden als dragende structuur voor de nieuwe dakbedekking en isolatie, die noodzakelijk is om de huidige isolatienormen te behalen (glaswolisolatie geplaatst tussen nieuwe kepers, waardoor het dak wordt verhoogd, maar steunt op de bestaande balken). Aldus blijft het nieuwe dak rusten op de bestaande dragende structuur, aan de achterzijde via de twee betonnen draagkolommen op de verdieping.
Uit het grondplan van de kelder blijkt dat in de bestaande toestand de plaat boven deze ruimte zich bevindt op een verhoog van 1 (één) trede (die louter om esthetische redenen is aangebracht) ten opzichte van de rest van de gelijkvloerse verdieping. Deze vloerplaat wordt bij de verbouwingen uitgebroken en er zal een nieuwe plaat op de bestaande keldermuren worden gestort om de plaat boven deze ruimte op hetzelfde niveau te brengen als de rest van het gelijkvloerse niveau.
7. In casu wordt de rechtervleugel van het gebouw, waar het zwembad zich momenteel bevindt, afgebroken om te worden heropgebouwd tot bijkomende woonruimtes. Zoals hiervoor al werd vermeld, wordt de oppervlakte van de bestaande rechterzijvleugel, waarin het bestaande zwembad zich bevindt, dan ook niet meegeteld bij de berekening van de bestaande oppervlakte van de villa ten belope van het gedeelte dat wordt afgebroken.
De steunpunten van de oude structuur worden behouden (blijkens de uitgevoerde stabiliteitsstudie). Dit betreffen twee steunkolommen in de bestaande rechterzijmuur die samen met de voorgevel de dragende structuur betreffen. De zool onder deze steunpunten loopt schuin naar boven toe naar de eigenlijke steunkolom om de puntbelasting te verdelen over de grond. De zool onder elk van deze steunpunten blijft behouden De nieuwe kelderwand wordt tussen deze twee bestaande kolommen gestort.
De balk die op het bouwplan over het zwembad loopt, betreft een bestaande structurele balk die blijft behouden na de verbouwingen. Deze balk is ingewerkt in het plafond boven de zwembadkuip.
Links van de ruimte ‘salon TV’ bevindt de bestaande vloerplaat (vloer rond het bestaande zwembad) zich op een lager niveau ten opzichte van de rest van de gelijkvloerse verdieping. Om dit niveauverschil weg te werken, wordt er in deze zone een nieuwe draagvloer in potten en balken uitgevoerd, boven de bestaande vloer/zwembadkuip.
Het bassin zelf wordt in deze zone niet uitgegraven/afgebroken, maar wordt aldus herleid tot een ruimte met een beperkte diepte. Deze ruimte zal, conform de definitieve plannen, niet meer dienend zijn als kruipkelder maar naargelang de omstandigheden ofwel enkel worden afgesloten middels de vloerplaat dan wel worden afgesloten middels de vloerplaat en tevens gedempt. De nieuwe vloerplaat van de gelijkvloerse verdieping gaat links rusten op de bestaande keldermuur, rechts op de nieuwe keldermuur.
8. Aan de linkerkant van het gebouw wordt een volledig nieuwe vleugel bijgebouwd. Deze nieuwe vleugel strekt zich uit over de kelder, de gelijkvloerse verdieping en de eerste verdieping.
Ter hoogte van de kelderverdieping wordt de bestaande garage uitgebreid zodat hierin meer voertuigen kunnen worden gestald. Op deze verdieping zullen zich ook de technische ruimtes bevinden evenals het bassin van het zwembad dat op de gelijkvloerse verdieping zal worden geïnstalleerd. Er worden ook wellnessruimtes voorzien op dit niveau. Via de ondergrondse verbinding met de garages en via de doorgang van de family room naar de keuken is de linkervleugel (bouw)fysisch verbonden met het centrale gebouw.
Op de gelijkvloerse verdieping wordt, naast het zwembad, nog een family room voorzien met onder andere een open haard. Deze family room zal een loutere woonfunctie vervullen.
Op de eerste verdieping van de nieuwe linkervleugel worden nog woonvertrekken voorzien.
De nieuwe linkervleugel zal dus (bouw)fysisch verbonden zijn met het centrale deel van de villa op de kelderverdieping en op het gelijkvloers. Ook functioneel vormt de nieuwe vleugel slechts een uitbreiding van de bestaande villa met bijkomende woon- en ontspanningsfuncties.
9. Het totaal bedrag van de werken aan de villa wordt door de aanvrager op basis van de laatst goedgekeurde offerte geraamd op 600 euro excl. btw.
Het deel van de offerte dat betrekking heeft op de kosten voor het aanleggen van het nieuwe zwembad (de ruimte van het zwembad op de gelijkvloerse verdieping, het bassin, de wellness en de technische ruimtes in de kelder) in de bijgebouwde linkervleugel, wordt door de aanvrager geraamd op 100 euro excl. btw op basis van de gedetailleerde uitsplitsing van de offerte.
Toewijzingen van elementen aan de family room op de gelijkvloerse verdieping werden door de aanvrager volledig meegerekend aan het 6%-renovatietarief en niet aan het standaard btw-tarief van 21% omdat deze een woonfunctie vervult.
Een aantal posten zijn door de aanvrager rechtstreeks en volledig toegewezen aan de kost van het zwembad en de wellnessruimtes. Andere posten werden gedeeltelijk toegewezen aan de kost van het zwembad en de wellnessruimtes op basis van verschillende specifieke en concrete parameters:
• exacte aantallen (bijvoorbeeld voor de nieuwe binnendeuren, decoratieve raamelementen, trappen/traptreden, e.a.);
• exacte opmetingen van m² metselwerk;
• opsplitsing tussen linkervleugel (zwembad ad 21% btw) en rechtervleugel (ad 6% btw) voor beton en gevelwerken;
• een wand dient voor de bescherming van het zwembad en de kost werd dan ook volledig toegewezen aan het zwembad;
• de betonplaat boven de kelder en boven de gelijkvloerse verdieping in de linkervleugel werd volledig toegewezen aan het zwembad;
• exacte toewijzing van technische installaties sanitair en centrale verwarming die specifiek voor het zwembad/de wellnessruimte voorzien werden;
• techniek elektriciteit: op basis van het detail van de opmeetstaat werd door de aanvrager een pro rata berekend van een bepaald % waarbij alle afgewerkte ruimtes mee in aanmerking werden genomen bij deze berekening;
• exacte opmetingen van m² pleisterwerken, dekvloeren en vloerafwerkingen.
Volgens de aanvrager is een bedrag van 74 euro toe te wijzen aan de (ver)bouwkost die niet gerelateerd is aan het zwembad, de sauna of de wellnessruimte.
In de totale offerteprijs is ook een aandeel begrepen van 6 euro aan algemene kosten met betrekking tot het project (onder andere kosten voor werkvoorbereiding, aansluiting water en elektriciteit op de werf, werfhekken, e.a.). De opsomming van deze kosten komt overeen met de opsplitsing van de aannemingsprijs in het onderdeel zwembad/wellness en de andere wooncomponenten. Omdat deze kosten betrekking hebben op het ganse project, werd hier door de aanvrager een pro rata opsplitsing gemaakt tussen het aandeel in de algemene kosten gerelateerd aan het zwembad en de wellnessruimtes (1 euro) en het aandeel in de algemene kosten voor de overige verbouwingswerken (5 euro).
II. Vraagstelling
10. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag ertoe van de rulingdienst de bevestiging te verkrijgen dat het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 van 20.07.1970 van toepassing is op de voorgenomen uitbreidings- en verbouwingswerken (renovatiewerken) uitgevoerd aan het bedoelde woonhuis, zoals vermeld op de ingediende en aan de rulingdienst voorgelegde bouwplannen en toegelicht in de technische nota en stabiliteitsstudie, zoals voorgelegd aan de rulingdienst.
III. Beslissing
Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.
11. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.
III.A. Werk in onroerende staat (renovatie- en omvormingswerken) met betrekking tot privewoningen (tabel A, rubriek XXXI, Btw-Kb nr. 20)
III.A.1. Toepassingsvoorwaarden
12. Het werk in onroerende staat (in de zin van artikel 19, § 2 W.BTW) en de in § 3 van rubriek XXXI genoemde daarmee gelijkgestelde handelingen worden onderworpen aan het verlaagde btw-tarief van 6%, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:
• de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben.
De bouw- of heropbouwwerken worden dus niet rechtstreeks door deze bepaling bedoeld. De aanschrijving nr. 6/1986 van 22.08.1986 bepaalt dat de werken in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die de bouw of heropbouw van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben, impliciet uitgesloten zijn van het voordeel van het verlaagd tarief en verduidelijkt hierbij hoe dergelijke werken van andere werken kunnen worden onderscheiden;
• de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt;
• de handelingen moeten worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste 15 jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken;
• de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker.
Onder eindverbruiker moet worden begrepen de persoon die een zakelijk recht (eigendom, vruchtgebruik, enzovoort) of een recht van genot (inzonderheid als huurder) bezit op de woning die hij geheel of gedeeltelijk als privéwoning gebruikt. Het werk in onroerende staat kan dus zowel verricht worden in opdracht van de eigenaar als in opdracht van de huurder van het onroerend goed.
• de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, moeten vanaf 01.07.2022 wettelijk verplicht de vereiste uitgebreide standaardverklaring bevatten (in voege sinds 01.01.2022 (ingevolge de Wet van 27.12.2021 houdende diverse bepalingen inzake btw (BS 31.12.2021); bij wijze van overgangsmaatregel kan tot en met 30.06.2022 nog gebruik worden gemaakt van een duidelijk en nauwkeurig attest van de afnemer). Als de afnemer het btw-tarief niet schriftelijk betwist binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de bedoelde factuur, is de dienstverrichter ontlast van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief (behalve in geval van samenspanning tussen de partijen).
III.A.2. Uitsluitingen van de toepassing van het verlaagde btw-tarief
13. Het verlaagde btw-tarief van 6% is overeenkomstig § 1, 1° en § 4, 1° en 2° van voornoemde rubriek XXXI enkel van toepassing wanneer de bedoelde werken in onroerende staat of gelijkgestelde handelingen betrekking hebben op de eigenlijke woning. Bijgevolg is dit 6% tarief in geen geval van toepassing op:
• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen;
• werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties, en;
• de gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning.
III.B. Toepassing in casu
14. De vraag is of het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXI toepasselijk is op de bedoelde renovatie - en omvormingswerken uitgevoerd door de aanvrager aan het bedoelde woonhuis.
III.B.1. Omvorming en verbouwing (renovatie)
15. Overeenkomstig § 1, 1° van voornoemde rubriek XXXI is het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing op werken in onroerende staat die de omvorming, de renovatie, de rehabilitatie, verbetering, de herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning, tot voorwerp hebben.
16. De gehanteerde begrippen veronderstellen een ingrijpen dat niet zo ver gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw wordt overgegaan. De wetgeving geeft echter geen omschrijving van wat onder ‘omvorming’ of ‘renovatie’ moet worden verstaan. Verder wordt ook niet gepreciseerd vanaf wanneer er geen sprake meer is van ‘omvorming’ of ‘renovatie’, maar wel van ‘nieuwbouw’.
17. In wezen is de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% voor omvormingswerken van een bestaand oud gebouw onderworpen aan één of meerdere van de drie volgende administratieve criteria:
a) het criterium van het wezenlijk behoud van de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw;
b) het oppervlaktecriterium, en;
c) het criterium van niet-autonome (woon)eenheid of afhankelijkheidscriterium (concept afhankelijkheid van het oude gedeelte van het gebouw).
In principe moeten deze drie criteria los van elkaar worden onderzocht, waarbij het verlaagde btw-tarief van 6% niet van toepassing is van zodra aan één van de criteria niet is voldaan.
Voor de uitbreidings- of vergrotingswerken van een bestaand gebouw moeten het oppervlaktecriterium en het criterium niet-autonome (woon)eenheid tegelijk worden onderzocht, aangezien die twee laatstbedoelde criteria over het algemeen met elkaar verbonden zijn.
18. De btw-administratie heeft in een aanschrijving van 22.08.1986 een omschrijving gegeven van wat volgens haar onder ‘omvorming’ moet worden verstaan.
Meer concreet gaat het om “de verbouwing zowel aan de buitenkant (en inzonderheid de rehabilitatie) als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken en de uitbreiding van bestaande vertrekken” (Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986, punten 29 t.e.m. 31).
Evenzo wordt het bestaan van een verbouwing door de btw-administratie niet bekritiseerd wanneer de omvormingswerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw (Aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986, punt 30; Parl. Vr. nr. 1350 VISEUR van 29.06.2006, Vr. en Antw. Kamer, 2005-2006, nr. 133, 26247-26250; Parl. Vr. nr. 531 VAN DER MAELEN van 24.03.2010, Vr. en Antw. Kamer, 2009-2010). Een ingrijpende wijziging van de oude structuren is dus uitgesloten. Het gaat om een feitenkwestie die geval per geval moet worden beoordeeld.
19. De btw-administratie aanvaardt dat de uitbreiding van een bestaand gebouw als een omvorming (of een verbouwing) ervan wordt beschouwd als de volgende twee voorwaarden vervuld zijn (Beslissing nr. E.T. 106.933 van 01.09.1994; Informaties en Mededelingen, Btw-Revue, 1994, nr. 110, 1103-1104; Parl. Vr. nr. 1117 LETERME van 09.10.2002, Vr. en Antw. Kamer, 2002-2003, nr. 153, 19612; zie ook Beslissing nr. E.T. 106.933/2 van 29.03.2006; Btw-Commentaar, editie 01.11.2021, Boekwerk II, Hoofdstuk 7, Afdeling 4, punt 8, rubriek C, a.):
• de oppervlakte van het oude gedeelte blijft betekenisvol in vergelijking met het nieuwe gedeelte. De btw-administratie vindt dat dit het geval is als de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van het wooncomplex na de uitvoering van de werken. Met andere woorden, de uitbreidingswerken mogen er niet toe leiden dat de vóór de aanvang van de werken bestaande oppervlakte wordt verdubbeld of nog meer wordt uitgebreid (oppervlaktecriterium).
Onder “oppervlakte van het oude gedeelte dat na de uitvoering van de werken blijft voortbestaan” moeten uiteraard de oude als zodanig bewoonbare en bruikbare oppervlaktes worden verstaan. Bijgevolg moet er voor de berekening van de oude oppervlakten geen rekening worden gehouden met de oude gedeelten van de woning die niet als dusdanig werden bewaard (meer bepaald omdat deze werden afgebroken). De oude gedeelten van de woning die volledig werden afgebroken maar op diezelfde oppervlakte opnieuw werden opgetrokken, maken echter deel uit van de berekening van de nieuwe oppervlakten;
• het nieuwe gedeelte kan niet onafhankelijk van het oude gedeelte functioneren maar vult het oude gedeelte aan en vormt er dus wat het gebruik van het gebouw betreft een coherent en complementair geheel mee (afhankelijkheidscriterium betreffende het oude voortbestaande gebouw). Het nieuwe gedeelte moet met andere woorden een bijkomstig karakter bewaren en mag zelf niet over een ‘eigen identiteit’ beschikken. Het nieuwe gedeelte hoeft zich daarentegen niet onder hetzelfde dak als het oude gedeelte te bevinden.
20. De rulingdienst stelt vast dat de aanvrager binnen deze door de btw-administratie gedoogde grenzen blijft.
Criterium van het wezenlijk behoud van de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw
21. In casu blijkt uit de feitelijke vaststellingen dat het gaat om een niet ingrijpende wijziging van de oude structuur van het betreffende gebouw met wezenlijk behoud van de oude dragende buitenmuren.
De hiervoor omschreven verbouwingswerken aan het bestaande woonhuis (zie randnrs. 6 t.e.m. 8) rusten op de bestaande dragende structuur van het gebouw.
Oppervlaktecriterium
22. Uit de aan de rulingdienst voorgelegde gegevens blijkt dat het totaal van de oude oppervlakten niet is verdubbeld en dat de aanvrager dus voldoet aan het oppervlaktecriterium (zie randnr. 5).
23. Met verwijzing naar de toegelichte uitbreidings- en verbouwingswerken die zullen worden uitgevoerd aan het woonhuis, kan worden gesteld dat de uitbreidingswerken niet meer beslaan dan de bestaande oppervlakte van het gebouw dat behouden blijft na de verbouwing.
Criterium van niet-autonome wooneenheid of afhankelijkheidscriterium (concept afhankelijkheid van het oude gedeelte van het gebouw)
24. De aanvrager voldoet ook aan het afhankelijkheidscriterium. Het nieuwe gedeelte kan niet onafhankelijk van het oude gedeelte functioneren maar vult het oude gedeelte aan en vormt er dus inzake aanwending van het gebouw een samenhangend en aanvullend geheel mee.
25. De uitbreiding (met name de nieuwe vleugel) zal ook afhankelijk van het bestaande woonhuis functioneren, wat blijkt uit de (bouw)fysische aanhechting op het kelderniveau met het bestaande gebouw. Bovendien blijkt uit de beschrijving hiervoor (zie randnrs. 6 t.e.m. 8) dat er geen mogelijkheid is voorzien om de nieuwe vleugel onafhankelijk te laten functioneren van de bestaande vleugel.
Ouderdomsvereiste – Uitsluitend of hoofdzakelijk privégebruik
26. Volledigheidshalve stelt de rulingdienst vast dat in casu voldaan is aan de ouderdomsvereiste en dat de aanvrager uitdrukkelijk verklaart dat het woonhuis, na de uitvoering van de werken uitsluitend of zeker hoofdzakelijk als privéwoning zal worden gebruikt.
III.B.2. Uitsluiting van de toepassing van het verlaagde btw-tarief voor het bedoelde zwembadgedeelte
27. De onroerende werken voor het aanleggen van het nieuwe zwembad en de sauna (de ruimte van het zwembad op de gelijkvloerse verdieping, het bassin, de wellness en de technische ruimtes in de kelder) zullen sowieso het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 niet kunnen genieten en zijn dus onderworpen aan het standaardtarief van 21%.
28. De berekening van de kosten met betrekking tot het zwembad, de technische installatie en de behuizing ervan, werd conform de beschrijving hiervoor (zie randnr. 9) door de architect uitgesplitst op basis van specifieke en concrete parameters.
29. Rekening houdend met al wat voorafgaat, kan de rulingdienst zich er akkoord mee verklaren dat de aanvrager het bedoelde zwembadgedeelte dat onderworpen is aan het standaardtarief van 21%, bepaalt volgens de methodiek die door hem werd vooropgesteld en toegelicht (zie randnr. 10).
De rulingdienst benadrukt dat de vaststelling van deze parameters zo nauw mogelijk moet aansluiten bij de realiteit, werkbaar moet zijn en op termijn controleerbaar moet zijn door de btw-administratie.
De rulingdienst doet hierbij enkel uitspraak over de gehanteerde methodiek zonder de concrete cijfers te onderzoeken of te beoordelen.
III.B.3. Conclusie
30. Uit het voorgaande blijkt dat de toepassingsvoorwaarden om het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig voornoemde rubriek XXXI te genieten, vervuld zijn in het onderhavige geval.
31. In de gegeven feitelijke omstandigheden is op de hiervoor beschreven onroerende werken uitgevoerd aan het hiervoor bedoelde woonhuis, het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij Btw-KB nr. 20, in uitvoering van artikel 37 W.BTW, met uitzondering van de onroerende werken voor het aanleggen van het hiervoor bedoelde zwembadgedeelte, die onderworpen zijn aan het standaardtarief van 21%.
III.C. Eindconclusie
32. In de gegeven feitelijke omstandigheden (zie spec. randnrs. 6 t.e.m. 8 supra) is het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het Btw-KB nr. 20, in uitvoering van artikel 37 W.BTW, van toepassing op het werk in onroerende staat en de overige handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6° (onder de in rubriek XXXI gestelde voorwaarden en met uitsluiting uiteraard van de handelingen vermeld in § 1, 1° en § 4, 1° en 2° van rubriek XXXI) uitgevoerd aan het hiervoor bedoelde woonhuis, gelegen te S, op locatie L.
33. Het werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van het zwembad en de sauna (de ruimte van het zwembad op de gelijkvloerse verdieping, het bassin, de wellness/sauna en de technische ruimtes in de kelder), is onderworpen aan het standaardtarief van 21%.
34. De rulingdienst kan er zich akkoord mee verklaren dat de aanvrager het bedoelde zwembadgedeelte dat onderworpen is aan het standaardtarief van 21%, bepaalt volgens de methodiek die door hem werd vooropgesteld, toegelicht en gestaafd (zie randnr. 9) maar benadrukt dat zij hierbij enkel uitspraak doet over de door hem gehanteerde methodiek zonder de concrete cijfers te onderzoeken of te beoordelen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.