Schriftelijke vraag en antwoord nr : 531 - Zittingsperiode : 52
Auteur : Dirk Van der Maelen, SP.A (00565)
Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Titel : Combinatie van een te renoveren gebouw met een nieuw op te richten gebouw. - Verlaagd btw-tarief. (MV 20250)
Datum indiening : 24/03/2010
Vraag
Overeenkomstig tabel A, rubriek XXXI van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wordt werk in onroerende staat met betrekking tot privé-woningen onderworpen aan het tarief van 6%, voor zover de desbetreffende handelingen de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele, van een woning tot voorwerp hebben.
In antwoord op vraag nr. 1350 van 29 juni 2006 van de heer Jean-Jacques Viseur stelde de minister van Financiën dat deze bepaling de werken tot oprichting van een nieuwe privé-woning uitsluit maar dat van zodra de werken op een relevante wijze steunen op de wezenlijke elementen van de bestaande structuur ze binnen het toepassingsgebied van het verlaagd tarief vallen (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 133, blz. 26247).
De minister stelde eveneens dat werken die de uitbreiding van een bestaand onroerend goed tot doel hebben onder de toepassing van het verlaagd tarief vallen voor zover ze beperkt blijven tot het doel nagestreefd door de voormelde rubriek XXXI, en dat hetzelfde geldt wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte na de werken groter blijft dan de helft van de totale oppervlakte van de woning met dien verstande dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk kan functioneren van het oude gedeelte maar er een functioneel geheel mee vormt.
ln antwoord op vraag nr. 1161 van 4 juli 1994 van de heer Olivier Maingain stelde de minister van Financiën dat "werk in onroerende staat dat de omvorming van een gebouw tot privé-woningen tot voorwerp heeft, kan het verlaagde btw-tarief van 6% genieten wanneer alle voorwaarden van rubriek XXXI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake btw-tarieven, vervuld zijn, ongeacht de aanwending van dat gebouw voor de omvorming." (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1993-1994, nr. 120, blz. 12603).
Kan uit het voorgaande geconcludeerd worden dat wanneer een onroerend goed dat voor de werken niet als woning wordt aangewend, maar na de renovatie en uitbreidingswerken wel als een privé-woning zal worden aangewend, en bovendien de oppervlakte van het oude gedeelte na de werken groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de privé-woning, en dat het nieuwe gedeelte en het oude gedeelte volledig met elkaar zijn geïntegreerd zodat beide delen niet afzonderlijk van elkaar kunnen functioneren, en dat voor het overige aan de voorwaarden vermeld in rubriek XXXI, § 1, 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven is voldaan, op de renovatie en uitbreidingswerken het verlaagd btw-tarief van toepassing is?
Antwoord
Publicatie antwoord : B104 · Publicatiedatum : 26/04/2010
Het geachte lid beoogt blijkbaar een bouwproject waarbij één ééngezinswoning wordt tot stand gebracht vertrekkende van een gebouw dat ouder is dan vijftien jaar en dat voorheen voor andere doeleinden dan privébewoning werd gebruikt.
De omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling en het onderhoud, met uitsluiting van het reinigen, van een woning worden genoemd in rubriek XXXI § 1, 1° van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, inzake btw-tarieven. Die handelingen behelzen geen ingrijpende verbouwing aangezien ze op een relevante wijze steunen op de oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het bestaande gebouw. Wanneer een op zich niet-ingrijpende verbouwing van een bestaand gebouw tot één ééngezinswoning evenwel gepaard gaat met een uitbreiding van dat gebouw onder de vorm van de aanbouw van een nieuw deel, wordt aanvaard dat de onroerende handelingen bedoeld blijven in voormelde XXXI § 1, 1°, voor zover de totale oppervlakte van het behouden oude gedeelte van de gerealiseerde ééngezinswoning groter is dan de totale oppervlakte van het nieuwe aangebouwde gedeelte van die ééngezinswoning.
Wanneer echter in het kader van het bouwproject een tweede onderscheiden woning zou worden tot stand gebracht bij wijze van aanbouw, betreft het in die mate vanzelfsprekend een niet in voormelde rubriek XXXI bedoelde oprichting van een tweede woning.