Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20 · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2021.0320 13 juli 2021

Zoeken

Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20Btw - Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20 - Afbraak en heropbouw

https://juriel.be/nl/rulings/2021-0320-artikel-quater-afbraak-heropbouw-btw-5577

Nummer
2021.0320
Datum
13 juli 2021

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

55 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2021.0320 d.d. 13.07.2021

Btw · Artikel 1 quater, §3 KB nr. 20 · Afbraak en heropbouw

Samenvatting

De nog te leveren ééngezinswoningen komen principieel in aanmerking voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent overeenkomstig artikel 1 quater, §3 van KB nr. 20.

De effectieve toepassing van het verlaagd tarief is verder afhankelijk van de in artikel 1 quater, §3, lid 2, §4, §5 en §8 van KB nr. 20 opgelegde voorwaarden, zijnde in hoofdzaak de bestemming die de verkrijgers aan de appartementen geven, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijgers, de oppervlaktegrens en de te vervullen formaliteiten.

Deze regeling inzake het verlaagd tarief van 6 procent is tijdelijk en is maar van toepassing op de leveringen waarvoor de verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, §1 Wb. Btw opeisbaar is uiterlijk op 31 december 2022.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag heeft betrekking op de toepassing van het verlaagde BTW-tarief van 6% overeenkomstig KB nr. 20 artikel 1quater, §3 (nieuw) met betrekking tot de levering van 2 eengezinswoningen in halfopen verband die opgericht worden na grotendeels afbraak van een oude schuur en de volledige afbraak van de bijgebouwen op hetzelfde kadastraal perceel. Het gedeeltelijk behoud van de buitenschil gebeurt enkel omwille van de verplichting voortvloeiend uit de kwalificatie als beschermd erfgoed.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. A en B, twee verbonden partijen, hebben respectievelijk het opstalrecht voor 10 jaar en de grond, zonder opstallen verworven. Waarbij A als opstalhouder de toelating verkregen heeft om de bestaande constructie te verbouwen en af te breken.

3. B zal als grondeigenaar het grondaandeel van de eengezinswoningen met toepassing van registratierechten verkopen. A kwalificeert als beroepsoprichter in de zin van artikel 12,§2 btw-wetboek en verkoopt de nieuwe constructies met toepassing van btw.

III. Beslissing

4. Artikel 1 quater § 3 KB nr. 20 :

“Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022.

Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de handeling bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een woning die, na de levering:

a) hetzij op het tijdstip van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten wordt gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben en een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 200 m2;

b) hetzij door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor wordt verhuurd of wordt verhuurd in het kader van een door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor toegekend beheersmandaat;

2° de leverancier:

a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbaar feit zich voordoet overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring, medeondertekend door de verkrijger van het gebouw, vermeldt dat het gebouw dat de leverancier heeft laten afbreken en heroprichten en het voorwerp uitmaakt van een handeling bedoeld in het eerste lid, bedoeld is om hetzij, als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten te worden gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 200 m2, hetzij om door de verkrijger aan een sociaalverhuurkantoor te worden verhuurd of te worden verhuurd in het kader van een aan een sociaal verhuurkantoor toegekend beheersmandaat, en is vergezeld van een afschrift van:

- de omgevingsvergunning;

- het (de) aannemingscontract(en) met betrekking tot de afbraak van het gebouw en de heropbouw van de woning;

- het compromis of de authentieke akte met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde handeling;

b) overhandigt een afschrift van de in de bepaling onder a) bedoelde verklaring aan zijn medecontractant(en);

3° de door de leverancier van de goederen uitgereikte facturen en de dubbels die hij bewaart alsook de overeenkomsten of de authentieke akten met betrekking tot de handelingen bedoeld in het eerste lid, vermelden, op basis van het afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, b), het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijk niet-naleving van onderhavige bepaling, ontlast de medeondertekening van de verkrijger van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, a), de leverancier van de goederen van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, a), wordt om te bepalen of de woning de enige woning is die de verkrijger-natuurlijke persoon zelf betrekt, geen rekening gehouden met:

- andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;

- een andere woning die hij betrekt als eigen woning waar hij zijn domicilie heeft gevestigd en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van ingebruikneming of inbezitneming van de woning bedoeld in het tweede lid, 1°, a), is verkocht.

Het verlaagd tarief is niet van toepassing op het gedeelte van de prijs van de levering dat betrekking heeft op zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

5. De in de andere paragrafen opgenomen voorwaarden worden niet weergegeven in deze beslissing, maar blijven onverminderd van toepassing.

6. Vaststellende dat :

6.1. dd A samen met B, respectievelijk optredend als opstalhouder voor 10 jaar en grondeigenaar zonder opstallen volgende onroerende goederen verwierven gelegen in de Gemeente initieel gekadastreerd volgens titel sectie A nummer F/deel en E om samengevoegd te worden tot volgend kadastraal perceel sectie A, nummer G;

6.2. dd werd voormeld gereserveerd perceel sectie A, nummer G vervolgens middels aangepaste verkavelingsvergunning opgedeeld in 4 percelen geïdentificeerd als volgt :

Lot 1 : perceel sectie A,1;

Lot 2 : perceel sectie A, 2;

hierna aangegeven als Lot 1 en Lot 2, die niet behandeld worden middels deze beslissing;

En

Lot 3 : perceel sectie A, 3;

Lot 4 : perceel sectie A, 4,

voorwerp van de aanvraag en hierna aangegeven als Lot 3 en Lot 4.

6.3. het landgebouw (schuur) voorwerp van de aanvraag, zich bevindt middels de verkaveling te realiseren Lot 3 en Lot 4. De schuur wordt als het ware in twee stukken opgedeeld, terwijl deze volgens diezelfde vergunning niet afgebroken mag worden maar wel verbouwd tot 2 woonentiteiten die stedenbouwkundig als 1 dossier behandeld moeten worden;

6.4. dd werd de omgevingsvergunning tot het verbouwen van de schuur in 2 woningen verleend werd aan Mr X en A gevestigd te ;

6.5. voormelde vergunning verwijst naar het advies van Agentschap Onroerend Erfgoed dat stelt : “De aangevraagde werken doen afbreuk aan deze erfgoedwaarden doordat het overkragende nieuwbouwvolume dat tegen de kopse gevel van de historische schuur wordt gebouwd, qua vormgeving en volume vreemd is aan de typologie van de schuur en bij uitbreiding de 19deeeuwse bebouwing in de dorpskern. Verder merkt men op dat de zijgevel van de schuur voor een te groot deel bedekt, waardoor het oorspronkelijke volume van de schuur onvoldoende afleesbaar blijft.”

mag uit voormelde afgeleid worden dat een nieuwbouwvolume tegen de gevel van de schuur gebouwd wordt en zelfs voor een groot deel de zijgevel ervan bedekt.

7. Daar de bestaande schuur niet integraal afgebroken mag worden en er anderzijds duidelijk een nieuwbouwvolume tegen de bestaande gevel en zijgevels gerealiseerd wordt, dient onderzocht of er voorafgaand aan de bouw van het nieuwe volume, er afdoende afbraak plaatsgevonden heeft. Daartoe dient onderzocht in welke mate de heropbouwwerken al dan niet steunen op de wezenlijke elementen van de structuur van het oude schuur.

8. Op basis van de door de aanvrager verstrekte informatie, zijnde :

8.1 het bestaande metselwerk van de voor- en zijgevel van de schuur vakkundig gerenoveerd wordt (deze buitenmuren moeten worden behouden op vraag van Onroerend Erfgoed);

8.2 het dak en de bestaande dakconstructie volledig afgebroken en vernieuwd worden (de bestaande dakconstructie en dakpannen zijn niet meer bruikbaar). De vloerplaten, binnenmuren en steunmuren worden volledig afgebroken;

8.3 het deel draagmuren dat gesloopt wordt 40,62 m bedragen opzichtens de 32,47 m behouden draagmuren .

dient besloten dat, in zoverre de werkzaamheden aan het bestaande gebouw niet ressorteren onder rubriek XXXI tabel A KB nr 20 en er derhalve voor elk van de twee woningen de oude (bewaarde) dragende muren niet meer dan 50% bedragen van de totale dragende muren na uitvoering van de werkzaamheden; de uit te voeren werken geacht worden niet meer op relevante wijze te steunen op de oude dragende muren en op de wezenlijke elementen van de structuur van de schuur, waardoor ze gelijkgesteld kunnen worden met de afbraak en heropbouw van een gebouw, in casu van 2 eengezinswoningen in half openbebouwing.

9. Vaststellend dat de afbraakwerken in opdracht en voor rekening van A uitgevoerd werden dient geconcludeerd dat de aanvrager als bouwheer optrad bij de afbraak en de heropbouw van de twee eengezinswoningen opgericht op het huidige lot 3 en 4 als voormeld.

10. Tot slot wordt vastgesteld dat de initiële schuur wat structuur en omvang met een gevellengte van meer dan .. meter betekenisvol was ten opzichte van de nieuw opgerichte eengezinswoningen op voormelde loten 3 en 4.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 172 voorkomens
WBTW art. 121 voorkomen
WBTW art. 161 voorkomen
WBTW art. 91 voorkomen