Overdracht van een algemeenheid van goederen, Onroerende financieringshuur · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2020.1540 1 september 2020

Zoeken

Overdracht van een algemeenheid van goederen, Onroerende financieringshuurBtw - Overdracht van een algemeenheid van goederen - Onroerende financieringshuur

https://juriel.be/nl/rulings/2020-1540-overdracht-algemeenheid-goederen-onroerende-financieringshuur-5cd1

Nummer
2020.1540
Datum
1 september 2020

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

43 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2020.1540 d.d. 01.09.2020

Btw · Overdracht van een algemeenheid van goederen · Onroerende financieringshuur

Samenvatting

Ingevolge twee opeenvolgende fusies gaat het onroerend goed en de ermee verbandhoudende onroerende financieringshuur overeenkomst over. Deze opeenvolgende overgangen resulteren in de vereniging in één hand wat zowel de leasinggever als leasingnemer betreft. Omdat de verkrijgende vennootschap dit onroerend goed verder zal aanwenden in het kader van de economische activiteit, dewelke zij verderzet en die haar recht op aftrek verleent, zal er geen btw-herziening dienen plaats te vinden.

Tekst van de beslissing

I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvrager wenst bevestiging te bekomen dat:

1.1 de voorgenomen fusie van de NV A in de NV X en van de NV B in de NV X, waarbij het gehele vermogen van NV A respectievelijk NV B wordt overgedragen aan NV X, beantwoordt aan het bepaalde in de artikelen 11 en 18, § 3 BTW-Wetboek;

1.2 in hoofde van de NV X na de fusies geen herziening van de door de NV A in aftrek genomen BTW mbt bedrijfssite voorwerp van de leasingovereenkomst in de zin van artikel 48, § 2 BTW-Wetboek en artikel 10 van het BTW-KB nr. 3 moet plaatsvinden.

II. Omschrijving van de verrichtingen

2. Op 31 december 2019 nam Y één van haar concurrenten, de groep AB over. De groep AB is net zoals de groep Y actief in dezelfde sector.

3. NV A was eigenaar van de bedrijfssite. Blijkens een financieringsovereenkomst hebben de NV B en de NV A zich wederzijds verbonden tot een onroerende leasingverrichting, waarbij:

3.1 de leasinggever NV A zich ertoe verbonden had een bedrijfsgebouw op te richten op het perceel industriegrond en dit op vraag en volgens de aanwijzingen van de leasingnemer NV B;

3.2 de leasingnemer NV B zich ertoe verbonden had een huurcontract te ondertekenen dat betrekking heeft op de huur van deze onroerende goederen bestemd voor de uitoefening van haar beroepswerkzaamheid.

4. NV A richtte, overeenkomstig de aanwijzingen van NV B, een bedrijfsgebouw op voormelde industriegrond met toepassing van de BTW, voorwerp van de leasing.

5. De groep Y wenst haar structuur te vereenvoudigen na de overname van de groep AB om zo schaalvoordelen te benutten en overbodige structuren te elimineren.

6. De eerste beoogde verrichting die het voorwerp van deze beslissing uitmaakt betreft de fusie van de NV A in de NV B, als bedoeld in artikel 12:2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, waarbij het gehele vermogen van de NV A wordt overgedragen aan de NV X.

7. Ook de bedrijfssite en het contract houdende de onroerende financieringshuur met NV B wordt ingevolge de fusie onder algemene titel aan NV X. NV X volgt NV A op als eigenaar van de bedrijfssite en als leasinggever.

8. Een volgende stap in de vereenvoudiging van de structuur van de groep Y na de overname van de groep AB betreft de fusie van NV B in NV X, als bedoeld in artikel 12:2 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, waarbij het gehele vermogen van de NV B wordt overgedragen aan de NV X.

9. Ook bij deze verrichting worden alle voorschriften van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen nageleefd ten gevolge waarvan het gehele vermogen van de NV B ten algemene titel en op aan derden tegenstelbare wijze aan de NV X wordt overgedragen.

10. Het leasingcontract tussen de NV B en de NV A houdende de rechten en verplichtingen van NV B als leasingnemer wordt ook onder algemene titel overgedragen aan NV X. NV X volgt NV B op als leasingnemer.

11. Na de fusie wordt de persoon van de leasinggever en van de leasingnemer van rechtswege verenigd in één persoon, zijnde de NV X, hetgeen leidt tot de beëindiging van het leasingcontract.

12. De NV X zal het vastgoed voortaan zelf aanwenden voor haar aan BTW onderworpen handelingen, zijnde de handel en de fabricatie ….. in de meest ruime zin.

III. Beslissing

13. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

14. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen 19 en 29 van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen 5, paragraaf 8, en 6, paragraaf 5, van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

15. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak C-497/01, Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

16. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

17. Bij de in de randnummers 6 en 8 beschreven opeenvolgende fusies van respectievelijk NV A en NV B in NV X, wordt het gehele vermogen, inclusief rechten en verplichtingen overgedragen aan laastgenoemde, hetgeen vanuit BTW oogpunt telkens resulteert in de overdracht van een algemeenheid van goederen en dit zowel op technisch als op organisatorisch vlak.

18. NV X zal de activiteit van NV B verderzetten en zal in het kader van die voortzetting de middelen waarover NV A voorheen beschikte, en ter beschikkingstelde van NV B, na de fusies aanwenden in het kader van de voortgezette activiteit.

19. NV X verklaart dat zij een btw-belastingplichtige is die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek heeft.

20. Voormelde opeenvolgende fusies hebben tot gevolg dat het onroerend goed en het leasingcontract tussen de NV A, als leasinggever, en de NV Bt, als leasingnemer, vooreerst overgaat op NV X, die bovendien in de plaats treedt als leasinggever.

21. Het leasingcontract blijft bestaan daar ingevolge de fusie bij toepassing van artikel 11 en 18, §3 van het btw-wetboek, deze transactie voor btw-doeleinden noch als een levering noch als een dienstverrichting aangemerkt wordt. Bovendien wordt ingevolge voormelde fictiebepaling de overnemer, in casu NV X, geacht de overdrager verder te zetten, waardoor het contract van onroerende financieringshuur in de mate het ressorteert onder de toepassing van artikel 44, § § 3, 2°, b van het btw-wetboek onder dit toepassingsgebied blijft voortbestaan.

22. Zonder het bestaande contract te onderzoeken of te beoordelen, vereist men voor de toepassing van KB nr. 30 dat de leasinggever een onderneming moet zijn gespecialiseerd in financieringshuur of onroerende leasing (KB 30, artikel 1, 1°).

23. Hier stelt zich evenmin een probleem daar een contract van onroerende financieringshuur een werkzaamheid veronderstelt die, door haar aard, geacht wordt uitgeoefend te worden gedurende een lange periode, inhoudende het ontvangen van periodieke huurvergoedingen op vastgestelde vervaldagen. Het betreft dus een geregelde werkzaamheid in de zin van artikel 4 van het Wetboek die aan degene die ze uitoefent de hoedanigheid van belastingplichtige verleent gespecialiseerd in financieringshuur of onroerende leasing, in de zin van artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek, zelfs wanneer deze slechts éénmaal een dergelijke overeenkomst sluit.

24. Overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 3 moeten de gebouwen die de leasinggever verhuurt in het kader van een onroerende financieringshuur die binnen het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek valt, in zijn hoofde als bedrijfsmiddelen worden aangemerkt.

25. Gegeven de verklaring van de aanvrager dat de betrokken onroerende financieringshuur, voldeed aan de voorwaarden om onder toepassing van artikel 44, §3, 2°, b van het btw-wetboek te ressorteren, dient geconcludeerd dat ingevolge de fusie NV X leasinggever wordt, in wiens hoofde de grond en het bijhorend gebouw, voorwerp van de onroerende financieringshuur, als bedrijfsmiddel aangemerkt dient te worden.

26. De daaropvolgende fusie tussen NV X en NV B, heeft wel tot gevolg dat het contract van onroerende financieringshuur ingevolge de fusie van rechtswege beëindigd wordt doordat de leasinggever en de leasingnemer in één en dezelfde persoon verenigd worden.

27. Wanneer een overeenkomst van onroerende financieringshuur, zoals beoogd door artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek, voortijdig beëindigd wordt, heeft dit in principe tot gevolg dat de leasinggever er toe gehouden is om de in aftrek gebrachte belasting geheven van de oprichting of de verkrijging van het gebouw, dat het voorwerp heeft uitgemaakt van die financieringshuur, te herzien naar verhouding van één vijftiende per jaar, voor zover het herzieningstijdvak nog niet is verstreken.

28. Ingevolge de persoonsvoortzetting voortvloeiend uit de artikel 11 en 18,§3 btw-wetboek is voormelde btw-herziening van NV A, voorheen leasinggever, op NV X, die in diens plaats getreden is, overgegaan.

29. Wanneer evenwel de leasinggever in casu NV X, het gebouw – voorheen voorwerp van de onroerende financieringshuur - gaat bestemmen voor het verrichten van handelingen die een volledig recht op aftrek verlenen, in casu het zelf gaat aanwenden in het kader van haar economische activiteit dewelke zij ingevolge de fusie overnam van de leasingnemer NV B, moet geen herziening worden verricht van de in aftrek gebrachte belasting op het tijdstip van de voortijdige verbreking van de overeenkomst van onroerende financieringshuur. Om reden dat het bedrijfsmiddel verder aangewend wordt voor handelingen die recht op aftrek verlenen en om deze redenen als bedrijfsmiddel door NV X verder aangehouden wordt, zullen de artikelen 9 en 10 van het BTW-KB nr. 3, genomen in uitvoering van artikel 48,§2 van het btw wetboek, geen uitwerking krijgen.

Aangehaalde teksten

12