Btw-belaste dienstverrichting · Voorafgaande beslissingen

Naar de tekst
Juriel

2016.397 5 juli 2016

Zoeken

Btw-belaste dienstverrichtingBtw - Btw-belaste dienstverrichting - Artikel 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW; artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje W.Btw - Verschaffen van gemeubelde logies in hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend - Tarief

https://juriel.be/nl/rulings/2016-397-btw-belaste-dienstverrichting-artikel-18-d512

Nummer
2016.397
Datum
5 juli 2016

Over het document

Verzameling
Voorafgaande beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

58 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Voorafgaande beslissing nr. 2016.397 dd. 05.07.2016

Btw · Btw-belaste dienstverrichting · Artikel 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW; artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje W.BTW · Verschaffen van gemeubelde logies in hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend · Tarief · Rubriek XXX van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20

Samenvatting

In een gebouw zal vennootschap X gemeubelde logies ter beschikking stellen van haar klanten en hen tegen een globale (forfaitaire enige) prijs een uitgebreid bijkomend dienstenpakket aanbieden, waarin onder meer regelmatige tussentijdse schoonmaak tijdens het verblijf en het verversen van huishoudlinnen tijdens het verblijf begrepen zijn.

Deze bijkomende diensten zijn verplicht af te nemen. Het is dus niet zo dat die bijkomende diensten slechts worden verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klanten mits betaling van een prijstoeslag. De bijkomende diensten worden bovendien tegen één forfaitaire prijs aan de klanten aangeboden zonder dat deze laatsten van een dienst kunnen afzien onder toekenning van een prijsvermindering.

Er is weliswaar geen vaste receptiebalie voorzien in de inrichting van vennootschap X maar de zaakvoerders van vennootschap X zorgen voor een persoonlijk en in tweede instantie minstens een digitaal onthaal gedurende een groot gedeelte van de dag en als dusdanig zijn zij quasi permanent bereikbaar en beschikbaar voor vragen van hun klanten en continue bijstand bij problemen, welke ook, met de accommodatie van hun klanten.

De vennootschap X verricht een dienst die belast is tegen het btw-tarief van 6%. Zij heeft voor deze activiteit de hoedanigheid van belastingplichtige met volledig recht op aftrek volgens de normale regels.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. Deze aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te verkrijgen waarin wordt bevestigd dat:

• de door X voorgenomen terbeschikkingstelling van ingerichte en bemeubelde units onder de hierna vermelde omstandigheden en voorwaarden kan gekwalificeerd worden als het verschaffen van gemeubelde logies in hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend (en dus niet te beschouwen is als een onroerende verhuur vrijgesteld van btw) die op grond van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW jo. artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje W.BTW aan de Belgische btw onderworpen is waardoor X voor deze economische activiteit als een belastingplichtige met volledig recht op aftrek kwalificeert, en;

• deze terbeschikkingstelling onderworpen is aan het btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXX van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20.

II. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

2. Het verschaffen van gemeubelde logies in hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend is onderworpen aan btw (art. 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW jo. art. 44, § 3, 2°, a), derde streepje W.BTW).

3. Deze bepaling is het internrechtelijk pendant van artikel 135, lid 2, littera a van de btw-richtlijn dat luidt als volgt: "het verstrekken van accommodatie, als omschreven in de wetgeving der Lidstaten in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de verhuuraccommodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen".

Uit de btw-richtlijn blijkt dus de mogelijkheid voor de lidstaten van de Europese Unie om de definitie van deze hoteldiensten zelf te preciseren. Voor de hoteldiensten bepaalt de btw-richtlijn immers dat het moet gaan om accommodatie “zoals omschreven in de wetgeving der lidstaten”. Deze nationaalrechtelijke invulling mag uiteraard geen afbreuk doen aan het doel van deze uitdrukkelijke uitsluiting van de vrijstelling die ertoe strekt de verstrekkingen van accommodatie in het hotelbedrijf en soortgelijke sectoren te onderscheiden van onroerende verhuur (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 22).

4. De uitdrukking ‘sectoren met een soortgelijke functie’ moet ruim worden uitgelegd, aangezien zij beoogt te verzekeren dat het tijdelijk verstrekken van accommodatie op overeenkomstige wijze als in het hotelbedrijf, dat potentieel met dit laatste concurreert, aan belasting wordt onderworpen (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 20). Voorts geeft het Hof aan dat de lidstaten over een beoordelingsmarge beschikken om te beoordelen of accommodatieverstrekking onder de uitzonderingen op de vrijstelling valt. Deze beoordelingsmarge wordt begrensd door het doel van deze bepaling, die, wat het ter beschikking stellen van woonruimten betreft, ertoe strekt de belastbare verstrekkingen van accommodatie in het hotelbedrijf of in sectoren met soortgelijke functies te onderscheiden van vrijgestelde handelingen (H.v.J. 12.02.1998, C-346/95, Blasi, r.o. 21).

5. Het Hof staat dus een ruime uitleg voor van het begrip ‘sectoren met een soortgelijke functie’ om verstoring van de markt voor het hotelwezen te voorkomen. Een dergelijke uitleg komt ook voor in de zaak CO.GE.P. (H.v.J. 25.10.2007, C-174/06, CO.GE.P.)., waarbij een beroep wordt gedaan op de neutraliteit van de btw en coherentie bij de toepassing van de bepalingen van de btw-richtlijn.

De btw-administratie heeft in dit verband een en ander verduidelijkt in haar administratieve onderrichtingen waarin wordt toegelicht wanneer er volgens haar sprake is van aan de btw onderworpen hoteldiensten.

De vraag rijst naar de precieze draagwijdte van deze uitsluiting van de vrijstelling voor onroerende verhuur.

6. De btw-administratie vereist voor de uitsluiting van de vrijstelling dat het gaat om instellingen die worden uitgebaat onder de in de wetgeving op de hotelinrichtingen gestelde voorwaarden dan wel onder een ander statuut en die worden gekenmerkt door een permanente organisatie die alle materiële en menselijke factoren verenigt die het mogelijk maken aan gasten aan wie onderdak wordt verleend, diensten te verlenen zoals de ontvangst van de gasten, de terbeschikkingstelling van een gemeubelde kamer en huishoudlinnen, het onderhoud en het schoonmaken van de kamers, met inbegrip van het verschaffen en verversen van huishoudelijk linnen en eventueel het verschaffen van ontbijt (Aanschrijving nr. 17 van 08.08.1994).

7. De inrichtingen die niet dit geheel van diensten verschaffen, komen echter toch voor het belasten van hun handelingen in aanmerking als uit concrete feiten blijkt dat systematisch aan alle klanten, voor een globale (enige forfaitaire) prijs, een dienst wordt aangeboden en verstrekt die zowel bestaat in:

• het ter beschikking stellen van gemeubeld logies van welke aard ook;

• het onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag (Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005, Vr. en Antw., Kamer, 2004-05, nr. 083, 14248-14250), en;

• volgens de door de uitbater vastgestelde formule, minstens één van de volgende bijkomende diensten:

+ het regelmatig onderhoud en schoonmaken van gemeubelde kamers tijdens het verblijf, of;

+ het verschaffen en het verversen van het huishoudlinnen tijdens het verblijf, of;

+ het verschaffen van een ontbijt op de kamers of in de eetzaal van de inrichting (eigen onderlijningen) (Beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999; zie ook: Parl. Vr. nr. 768 FOURNAUX van 02.05.2005, Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 083, 14248-14250; Parl. Vr. nr. 1865 NYSSENS van 04.02.2002, Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-56, 3083-3084; Btw-Handleiding, tekstversie 01.02.2015, nr. 55.B., tweede alinea).

8. Voornoemde principes worden ook toegepast in recente voorafgaande beslissingen (zie Voorafgaande Beslissing nr. 2014.690 van 13.01.2015; Voorafgaande Beslissing nr. 2014.479 van 30.09.2014; zie ook Voorafgaande Beslissing nr. 900.032 van 10.03.2009, randnr. 22).

9. Er zal aldus sprake zijn van een door artikel 44, § 3, 2° W.BTW vrijgestelde onroerende verhuur, als:

• de uitbater geen enkele van de hiervoor bedoelde bijkomende diensten aanbiedt, of;

• de uitbater die bijkomende diensten slechts verstrekt op uitdrukkelijke vraag van de klant mits betaling van een prijstoeslag, of nog;

• de diensten onder de hiervoor bedoelde voorwaarden worden verstrekt maar de klant de mogelijkheid heeft om af te zien van één of meerdere van die bijkomende diensten tegen een prijsvermindering, of;

• de inrichting niet over de nodige organisatie beschikt om, zoals hotels, de ontvangst en het onthaal van klanten te kunnen verzekeren.

10. Zoals blijkt uit de concrete omstandigheden en op basis van de bevindingen tijdens het op ____ 2016 gedane plaatsbezoek, heeft X de intentie om een ‘extra unit-service’ uit te baten. Haar activiteiten zullen immers bestaan in enerzijds de terbeschikkingstelling van gemeubelde logies (ingerichte en bemeubelde units) en anderzijds in een bijkomend dienstenpakket en worden aangeboden in het gebouw gelegen te ____ __________, __________ ___, onder de hiervoor vermelde voorwaarden (zie spec. randnr. 7).

Voor dit bijkomend dienstenpakket wordt er door X een enige forfaitaire prijs gevraagd aan de klant. De klant heeft niet de mogelijkheid om af te zien van één of meerdere van die bijkomende diensten tegen een prijsvermindering.

11. In een gebouw zal X gemeubelde logies ter beschikking stellen van haar klanten en hen een uitgebreid bijkomend dienstenpakket aanbieden waarin onder meer regelmatige tussentijdse schoonmaak tijdens het verblijf en het verversen van huishoudlinnen tijdens het verblijf begrepen zijn.

12. De schoonmaakbijdrage (‘cleaning fee’ en ‘maintenance fee’) is begrepen in de enige forfaitaire prijs die X aanrekent aan de klanten.

Als X de bijkomende dienst van onderhoud en schoonmaak apart zou aanrekenen, zou dit beletten te beslissen dat X gemeubelde logies verschaft, in de zin van de uitzondering op de vrijstelling inzake onroerende verhuur.

Alleen bij bewezen gebruik dat de normaal voorzienbare en initieel vooropgestelde gebruiksnorm overschrijdt, staat de DVB toe dat de bijkomende dienst van onderhoud en schoonmaak het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke facturatie met btw zonder dat dit de kwalificatie als het verschaffen van gemeubelde logies teniet doet.

13. De ‘cleaning fee’ voor het verversen van het huishoudlinnen is begrepen in de enige forfaitaire prijs die X aanrekent aan de klanten.

Als X de bijkomende dienst van het verversen van huishoudlinnen apart zou aanrekenen met btw, zou dit beletten te beslissen dat X gemeubelde logies verschaft, in de zin van de uitzondering op de vrijstelling inzake onroerende verhuur.

Alleen bij bewezen gebruik van een unit dat de normaal voorzienbare en vooropgestelde gebruiksnorm overschrijdt, staat de DVB toe dat de bijkomende dienst van het verversen van huishoudlinnen het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke facturatie met btw zonder dat dit de kwalificatie als het verschaffen van gemeubelde logies teniet doet.

14. De administratie neemt aan dat aan de voorwaarde inzake de ontvangst en het onthaal ter plaatse van gasten is voldaan als dat onthaal wordt verzekerd, hetzij in de inrichting zelf, hetzij in de nabije omgeving van die inrichting door de belastingplichtige zelf of door een derde partij met wie een overeenkomst ter zake werd afgesloten.

Er wordt dus een persoonlijk onthaal verondersteld.

15. In het voorliggende geval is weliswaar geen vaste receptiebalie voorzien in de inrichting van X maar de zaakvoerders van X zorgen zeker voor een persoonlijk en in tweede instantie minstens een digitaal onthaal gedurende een groot gedeelte van de dag en als dusdanig zijn zij quasi permanent bereikbaar en beschikbaar voor vragen en continue bijstand.

Er is geen vaste receptiebalie, maar de wielerteams worden wel ontvangen bij aankomst en krijgen daarbij de nodige uitleg en zij mogen op gelijk welk moment van de dag de beide zaakvoerders persoonlijk of digitaal contacteren voor enigerlei informatie over wielrennen, wielerwedstrijden of -organisaties of bij problemen, welke ook, met hun accommodatie.

Het spreekt voor zich dat in de gegeven omstandigheden het onthaal in eerste instantie en in de mate van het mogelijke persoonlijk gebeurt en dat een persoonlijk onthaal ter plaatse (in ___________, __ te _____ __________) desgewenst altijd kan verzekerd worden. De zaakvoerders wonen immers in de __________ __, ____ __________ op een afstand van iets meer dan 3 kilometer van de inrichting van X gelegen te __________, __, ____ ___________.

De zaakvoerders spelen overigens met de idee om in de toekomst het pand naast de inrichting van X te gaan bewonen (waar de moeder van één van de zaakvoerders momenteel woont).

16. Uit al wat voorafgaat blijkt dat het ter beschikking stellen van de volledig ingerichte en bemeubelde units waarvan sprake en het aanbieden van het hiervoor toegelichte bijkomend dienstenpakket door X in het gebouw gelegen te _____ __________, __________, __, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de beslissing nr. E.T. 88.687 van 06.04.1999, geëxpliciteerd in de in randnummer 7 aangehaalde btw-bronnen en bevestigd in de in randnummer 8 aangehaalde btw-bron en dat deze handeling kwalificeert als een btw-belaste dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW jo. artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje W.BTW (en dus niet als een vrijgestelde onroerende verhuur in de zin van artikel 44, § 3, 2° W.BTW).

Dit impliceert dat deze handeling aan de btw is onderworpen tegen het btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXX van tabel A van de bijlage bij KB nr. 20.

17. Ook uit de website van X blijkt dat de in randnummer 16 vermelde toepassingsvoorwaarden vervuld zijn.

18. X heeft onder voornoemde omstandigheden en voorwaarden de hoedanigheid van belastingplichtige met volledig recht op aftrek van voorbelasting volgens de normale regels.

Aangehaalde teksten

2