VRAAG
1. Artikel 18, § 1, 2e lid, 10°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (WBTW) bepaalt dat het verschaffen van gemeubeld logies belastbaar is. Kan er op basis van die bepaling belasting worden geheven op het aanbieden van gemeubelde kamers aan studenten en vakantiegangers?
2. Zo neen, wat is het onderscheid tussen een gemeubelde kamer en gemeubeld logies?
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 16.06.2005)
1 en 2. Het verschaffen van gemeubeld logies in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het BTW-Wetboek en van de uitzondering op de vrijstelling inzake onroerende verhuur beoogd in artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van datzelfde Wetboek, houdt in dat het gaat om instellingen die worden uitgebaat onder de in de wetgeving op de hotel in richtingen gestelde voorwaarden dan wel onder een ander statuut en die worden gekenmerkt door een permanente organisatie die al de materiële en menselijke factoren verenigt die het mogelijk maken aan de gasten diensten te verstrekken zoals de ontvangst van de gasten, het ter beschikking stellen van gemeubelde kamers en huishoudlinnen (beddengoed, dekens, handdoeken, washandje, enzovoort) het regelmatig onderhoud en schoonmaken van de kamers, met begrip van het verversen van het huishoudlinnen en, eventueel, het verschaffen van het ontbijt.
De inrichtingen die niet dit geheel van diensten verschaffen komen toch voor het belasten van hun handelingen in aanmerking als uit concrete feiten blijkt dat systematisch aan alle klanten, voor een enige prijs een dienst wordt aangeboden en verstrekt die zowel bestaat in het ter beschikking stellen van gemeubeld logies (van welke aard ook: kamer, appartement, chalet in een vakantiepark, enzovoort), het onthaal ter plaatse van gasten gedurende in ieder geval een groot gedeelte van de dag en, volgens de door de exploitant vastgestelde formule, minstens één van de volgende bijkomende diensten: het regelmatig onderhoud en schoonmaken van gemeubelde kamers tijdens het verblijf, het verschaffen en het verversen van het huishoudlinnen gedurende het verblijf, of het verschaffen van een ontbijt op de kamers of in de eetzaal van de inrichting.
Wanneer daarentegen het verschaffen van gemeubeld logies niet gepaard gaat met diensten als hiervoor beschreven of wanneer die diensten slechts verstrekt worden op uitdrukkelijke vraag van de klant mits betaling van een prijstoeslag of nog wanneer het aanbod van de exploitant voorziet in de mogelijkheid voor de klanten om af te zien van één of meerdere bijkomende diensten waarvoor hem een prijsvermindering wordt toegekend, wordt die "passieve" terbeschikkingstelling aangemerkt als een zuivere en eenvoudige verhuur, vrijgesteld van de belasting door artikel 44, § 3, 2°, voornoemd.
Dat is zo voor:
•de terbeschikkingstelling door particulieren, voor een betrekkelijk lange duur, van gemeubelde kamers van studenten, aangezien in dit geval geen enkel onthaal wordt verzekerd en de terbeschikkingstelling van de kamer in het algemeen niet gepaard gaat met het schoonmaken ervan, noch met het verschaffen van het ontbijt;
•de verhuur van gemeubeld logies (huizen, appartementen, studio's, bungalows, enzovoort) aan vakantiegangers of andere personen wanneer die verhuur niet gepaard gaat met diensten bedoeld in de eerste twee alinea's.
Trouwens, wanneer het gaat om logies bestemd voor menselijke bewoning, aanvaardt de administratie dat de vrijstelling niet enkel betrekking heeft op het gebruik van het onroerend goed, maar eveneens op de terbeschikkingstelling van de roerende goederen die het stofferen en die slechts een bijhorigheid vormen.