Zwarte omzet, Zwarte aankopen Akkoordbesluiten, fraude · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg 24/340/A 18 december 2025

Zoeken

Zwarte omzet, Zwarte aankopen Akkoordbesluiten, fraudeZwarte omzet - Zwarte aankopen Akkoordbesluiten

https://juriel.be/nl/rechtspraak/zwarte-omzet-aankopen-akkoordbesluiten-fraude-rechtbank-2025-12-18-3a56

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Rolnummer
24/340/A
Datum
18 december 2025

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

59 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Limburg d.d. 18.12.2025 (24/340/A)

WF 5512898101

Samenvatting

Niet beschikbaar

Volledige tekst

Tekst van de beslissing

Rechtbank van eerste aanleg Limburg

Afdeling Hasselt, sectie burgerlijk, 11A Kamer

Vonnis

18.12.2025

24/340/A

INZAKE:

D.L., RRN ..., KBO ..., wonende te ... ..., ...

Eiser, vertegenwoordigd door mr. Silke Weckx loco mr. Stefanie Grosemans, advocaat te 3600 Genk, Henry Fordlaan 47

tegen:

DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN (KBO ...), in de persoon van de Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie (hierna afgekort AABBI) te Gent, vertegenwoordigd door de heer adviseur-generaal van de bijzondere belastinginspectie, Gewestelijke Directie Gent, waarvan de kantoren gelegen zijn te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6 bus 803, 9050 Gent

Verweerder, vertegenwoordigd door haar gevolmachtigde mevrouw L.D.V., attaché bij de BBI Antwerpen, afdeling Juridische Zaken

VOLGT HET VONNIS

Gelet op:

het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op

27.02.2024;

de beschikking overeenkomst art. 747, § 1 Ger.W. van 14.03.2024;

de akkoordconclusie van partijen neergelegd ter griffie van deze rechtbank op

20.02.2025.

De betwisting tussen partijen betreft een vordering van de BTW-administratie zoals vervat in het proces-verbaal van 19.12.2023.

Ter zitting van deze rechtbank op 27.11.2025 hebben partijen de rechtbank verzocht kennis te nemen van het tussengekomen minnelijk akkoord zoals vervat in de akkoordconclusie en verzoeken het te willen bekrachtigen.

De partijen stellen dat het volgende akkoord is tussengekomen:

"- De eiser erkent de door de administratie vastgestelde zwarte aankopen te hebben verricht en een niet aangegeven omzet te hebben gerealiseerd. De berekening van de omzet Is als volgt: op basis van 600 m2 en 4 chrysanten per m2, komen we tot 2.400 chrysanten (600 m2 x 4 chrysanten/m2 = 2.400), Over een periode van 4 jaar betekent dit een totaal van 9.600 chrysanten (2.400 chrysanten x 4 jaar 9.600). Na het toepassen van een uitvalpercentage van 20%, blijven er 7.680

stekken chrysanten over (9.600 chrysanten x 80% 7.680), Dit komt neer op

gemiddeld 1.920 stekken chrysanten per jaar (7.680 stekken / 4 jaar = 1.920

stekken per jaar),

Voor 2016: 1,920 x 2,97 euro = 5,702,40 euro

Voor 2017: 1.920 x 3,02 euro = 5,798,40 euro

Voor 2018; 1,920 x 3,07 euro = 5,894,40 euro

Voor 2019; 1920, x 3,07 euro = 5.894,40 euro

Dit resulteert in een totale meeromzet van 23,289,60 euro voor de periode van 2016 tot en met 2019. Het verschuldigde btw-bedrag Is dus 23.289,6 euro x 6% _1,397,38 euro.

Op het bedrag van de verschuldigde btw, afgerand tot het lager tiental, Is een Interest verschuldigd die wordt berekend zoals voorzien in artikel 91, § 1, WBTW (zoals van toepassing in de gecontroleerde periode en zoals gewijzigd met ingang van 1 januari 2023), te rekenen vanaf 21 juli 2019.

De eiser erkent eveneens dat bovenvermelde inbreuken werden begaan met het oogmerk om de belasting te ontduiken, waardoor principieel de boete bedoeld In art. 70, § 1, WBTW verschuldigd is, met name 200% van de verschuldigde belasting. Deze wettelijke boete wordt echter op grond van artikel 9 van het regentbesluit 18 maart 1831 verminderd tot 50 % van het totaal bedrag van de verschuldigde BTW, te weten 698,69 euro, afgerond op 690 euro, Gelet op de specifieke omstandigheden van het dossier, met name de goede medewerking van de eiser en de bereidheid tot volledige aanzuivering van de gevorderde bedragen, is de boete verminderd.

Op het bedrag van de verminderde proportionele boete is een interest verschuldigd die wordt berekend zoals voorzien in art. 91, § 2bls WBTW en art. 91, § 3, WBTW (vanaf 1 januari 2023), te rekenen vanaf de uitvoerbaarverklaring d.d. 28 december 2023 van het Innings- en invorderingsregister,

- De volledige verschuldigde bedragen werden door de eiser betaald op het rekeningnummer van de btw-ontvangsten Mechelen ..., met vermelding van de referte 5002835/29356, en omvatten:

- Verschuldigde btw: I.397,38 EUR

- Wettelijke boete: 690,00 EUR

Verschuldigde interesten: 613,45 EUR

Totaalbedrag: 2700,83 EUR

- De verweerder verbindt zich ertoe, na bekrachtiging van onderhavig akkoord door Uw rechtbank, het invorderingsorder inzake btw te wijzigen naar de bedragen die in het kader van onderhavig akkoord zijn voorzien en betaald.

- De partijen komen overeen dat Ieder zijn eigen kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, draagt"

Op dit verzoek van partijen kan worden ingegaan.

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot .37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtzaken werden nageleefd.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN:

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verleent akte van het tussen partijen overeengekomen akkoord zoals verwoord in de akkoordbesluiten neergelegd ter griffie van deze rechtbank van 20.02.2025 en hierboven hernomen.

Zegt voor recht dat:

in de bestreden vordering van de BTW-administratie zoals gekend onder RCIV-nr

5002835/29355 thans verschuldigd is de hoofdsom van 1.397,38 euro, de wettelijke

boete van 690,00 euro, de intresten van 613,45 euro.

partijen stellen dat deze bedragen werden betaald door eiser.

Stelt vast dat elke partij haar eigen kosten draagt en geen rechtsplegingsvergoeding moet worden toegekend.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 11A - kamer, op het gerechtshof te Hasselt, op 18 december 2025 alwaar zetelden:

Mevrouw M. COENEGRACHTS, alleenzetelend rechter,

Mevrouw G. BRUSSELAERS, griffier.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 912 voorkomens
WBTW art. 701 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8