Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, bijzondere regeling, landbouwbedrijf · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 13 mei 2005

Zoeken

Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, bijzondere regeling, landbouwbedrijfBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-bijzondere-rechtbank-antwerpen-2005-05-13-1891

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
13 mei 2005

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

44 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 13.05.2005

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertien mei tweeduizend en vijf in openbare zitting van de 1 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : A.R. Nr. 04/124/A

BVBA D. V., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester W. D., advocaat, kantoorhoudende te …, …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, vertegenwoordigd door de Eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, met kantoor gevestigd te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23.

verwerende partij,

verschijnende bij meester P. S. loco meester L. C., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 januari 2004,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 16 juni 2004,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 15 april 2005.


Een bevoegd ambtenaar heeft bij huidig eiseres in mei 2003 ter plaatse controle verricht ter zake BTW over periode 1 oktober 2002 tot 31 maart 2003.

Hij heeft daarover eerst een correctieopgave toegestuurd, en naderhand een proces-verbaal opgesteld en overgemaakt.

Aan eiseres werd recht op aftrek ontzegd, hoofdzakelijk omdat zij renpaarden had aangekocht bij A. V. met BTW, en bij diens broer W. V. buiten BTW, beiden vallend onder de landbouwregeling van art. 57 Wetboek BTW.

De verwerping gebeurde onder verwijzing naar KB nr. 22, § 2, 3° inzake BTW en ook KB nr. 3 inzake BTW. Aldus werd tegelijk zowel recht op aftrek als uitoefening ervan ontzegd.

In het proces-verbaal van 24 juli 2003 wordt onder meer gesteld dat verkoop van dressuur­ en renpaarden niet tot de normale beroepswerkzaamheid van de broers A. en W. V. behoort, dat de verkoop van hogerop vermelde paarden (broer W. V. had bij verkoop van zijn renpaarden zoals gezegd geen BTW aangerekend op factuur) geen plaats kon hebben in het kader der landbouwregeling, waardoor eiseres als koper dan ook geen recht op aftrek kon verkrijgen (buiten het niet voldoen der factuur van A. aan de vormvoorwaarden).

Onder verwijzing naar vruchteloos betalingsverzoek van 2 juni 2003 vaardigde de ontvanger op 30 juli 2003 een dwangbevel uit dat uitvoerbaar werd verklaard op 31 juli 2003 en dat met aangetekende brief van 6 augustus 2003 ter kennis van eiseres werd gebracht.

De navordering behelst rechten plus tien procent herleide boete, plus intrest op de rechten en op de boete, plus vervolgingskosten.

De toenmalige raadsman van eiseres legde op 7 januari 2004 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift op tegenspraak met aangehecht afschrift van vermeld dwangbevel en van vermelde kennisgeving neer.

Ter zake toelaatbaarheid der vordering loopt er geen betwisting, ook niet zo nodig ambtshalve aan te voeren.

Uit het proces-verbaal kon, ondanks het gebrek aan echte structuur in zijn tekst, door eiseres als bestemmeling ongetwijfeld de oorzaak der navordering worden opgemaakt en begrepen.

Het dwangbevel is aldus voldoende en afdoende gemotiveerd naar vereiste van de wet van 29 juli 1991 (zogenaamde wet Cerexhe).

Eiseres voert aan dat de aangekochte paarden 'voornamelijk' met oogmerk van dekhengsten werden verworven, zet niet uiteen wat met 'voornamelijk' precies wordt bedoeld, onderbouwt overigens niet met controleerbare gegevens haar bewering van oogmerk van dekhengsten.

Eiseres onderneemt pogingen om de door de gebroeders V. verkochte dieren onder te brengen in hun respectieve landbouwregelingen, wat bij lezing der voorgelegde stukken niet kan worden bijgetreden, ook al stonden de dieren klaarblijkelijk genoteerd voor de mestbank, wat te dezen evenwel niet relevant is voor de BTW.

Nu de verkoop der paarden door de beide verkopers niet is geschied binnen het kader van de normale BTW-regeling noch binnen het kader van de landbouwregeling, viel de verkopingen buiten de BTW, zodat eiseres aan haar kant geen recht op aftrek kon verkrijgen van immers in het geheel niet toepasselijke BTW.

Zulks maakt tegelijk enige noodzaak tot onderzoek naar uitoefening van immers te dezen niet bestaand recht op aftrek zonder nuttig voorwerp.

De toegepaste herleide boete van 10 % blijkt te zijn gemoduleerd (proces-verbaal) conform Tabel H van KB nr. 41 inzake BTW, en vertoont evenredigheid met de wetsovertreding, is daarom bij te treden.

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies, en door de rechtbank in hoofde van verweerder door de rechtbank vereffend op … EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 571 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

6