Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 30.04.2008
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 30 APRIL 2008
Algemene rol nummer : 05/963/A
In de zaak van :
NV I.-C., voorheen S. 2000 NV, met maatschappelijke zetel te …, …, met ondernemingsnummer …
eiseres,
hebbende als raadsman Mter. L. D., advocaat te …, …
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor Gent 2, met kantoren te 9050 Ledeberg (Gent), Gaston Crommenlaan 6,
verweerder,
hebbende als raadsman Mter. M. P., advocaat te …, …
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 2 april 2008 waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de dagvaarding houdende verzet tegen dwangbevel d.d. 10 maart 2005, de onderscheiden conclusies van de partijen, evenals hun respectieve bundels.
2. DE VORDERING
2.1. Eiseres heeft met de gedinginleidende dagvaarding verzet aangetekend tegen een haar bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 17 januari 2005 ter kennis gebracht dwangbevel, met RCIV nummer … , uitgevaardigd op 30 maart 2000 door de eerstaanwezend inspecteur van het 2de BTW-ontvangkantoor te Gent, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de eerstaanwezend inspecteur van de BTW-controle te Aalter.
2. De vordering zoals laatst verwoord in conclusie strekt ertoe :
“De vordering (...) ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens :
a. In hoofdorde
Het dwangbevel te vernietigen en de vordering var de BTW-administratie integraal ongegrond te verklaren, de vrijgave te bevelen van de sommen op dewelke uitvoerend of bewarend beslag onder derden werd gelegd en de terugbetaling te bevelen van alle onterecht ingehouden of betaalde sommen, te vermeerderen met moratoire intresten in toepassing van artikel 91, § 4 W.BTW.
b. In subsidiaire orde
Het dwangbevel deels te vernietigen en de vordering van de BTW-administratie voor wat betreft de opgelegde belastingverhoging en intresten ongegrond te verklaren en indien nodig de BTW-administratie te veroordelen tot terugbetaling van de ten onrechte ingehouden of betaalde sommen, te vermeerderen met de moratoire intresten in toepassing van artikel 91, § 4 W.BTW.
(Verweerder) te horen veroordelen tot de kosten van het geding, (...)"
3. FEITEN EN GESCHIL
Eiseres heeft in de loop van het jaar 1995 een industriegebouw laten optrekken, gelegen te …, …, met een totale oppervlakte van 1152 m2.
Een gedeelte van het gebouw (720 m2) werd vanaf 1 oktober 1995 ter beschikking gesteld van de NV DE-F-CO in ruil voor een maandelijkse vergoeding van 60.000 BEF (stuk 2 eiseres).
Voor het gebruik van het gebouw werd door eiseres maandelijks een factuur opgesteld met toepassing van de BTW. De BTW bij de oprichting van het gebouw werd voor 100 % in aftrek gebracht.
Op 29 mei 1998 werd door de A.O.I.F. bij eiseres een controle verricht met betrekking tot de toepassing van de BTW-wetgeving en reglementering betreffende de periode van 1 januari 1995 tot en met 30 juni 1997.
Op 26 augustus 1998 werd aan eiseres een correctieopgave toegezonden, waarbij gesteld werd dat de in aftrek gebrachte BTW met betrekking tot de oprichting van het gebouw op grond van artikel § 2, BTW-wetboek voor 8/10 diende te worden herzien dit om reden dat ten laatste in de loop van het jaar 1997 het gebouw het voorwerp uitmaakte van een op grond van artikel 44, § 3, 2° vrijgestelde onroerende verhuur (punt VII correctieopgave - stuk 1 verweerder).
Ingevolge het niet akkoord van eiseres werd op 2 december 1998 een proces-verbaal opgemaakt (stuk 3 - verweerder).
Op 4 april 2000 werd door de bevoegde eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor Gent 2 een dwangbevel uitgevaardigd en bij tet post aangetekende brief ter kennis gebracht van eiseres (stuk verweerder).
Op 17 januari 2005 werd voormeld dwangbevel op grond van artikel 85, § 3 van het BTW-wetboek bij deurwaardersexploot aan eiseres betekend (stuk 5 - verweerder).
Op 10 maart 2005 liet eiseres overgaan tot dagvaarding houdende verzet tegen het dwangbevel en werd de zaak aanhangig gemaakt, bij deze rechtbank.
4. BESPREKING
4.1. Artikel 18, § 1, lid 2, 9° van het BTW-wetboek bepaalt dat als een dienst onder meer wordt beschouwd, de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft de terbeschikkingstelling van bergruimte voor Het opslaan van goederen.
Artikel 44, § 3, 2° van het BTW-wetboek bepaalt dat van de belasting zijn vrijgesteld de verpachting, de verhuur en de overdracht van uit hun aard onroerende goederen, als ook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1, met uitzondering van “(…) de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen (…)”.
4.2. Verweerder gaat ervan uit dat eiseres de NV DE-F-CO een exploitatieruimte ter beschikking heeft gesteld, die niet uitsluitend dienst doet als berging voor het opslaan van-goederen zoals bedoeld in artikel 18, § 1, lid 2, 9° van het BTW-wetboek.
Uit het proces-verbaal van 2 december 1998 blijkt dat het door eiseres ter beschikking gestelde gebouw door de huurder ook gebruikt wordt voor andere doeleinden dan de opslag van goederen, namelijk als bureel en showroom.
Volgens verweerder dient de hele handeling derhalve te worden aangemerkt als een verhuur van een onroerend goed dat van BTW is vrijgesteld krachtens artikel 44, § 3, 2° van het BTW-wetboek. Volgens verweerder bedraagt de aan NV DE-F-CO ter beschikking gesteld ruimte 750/11505ste van het gebouw gedurende de periode november 1995 tot juni 1996, 850/11505ste gedurende de periode juni 1996 tot augustus 1996 en nadien het gehele gebouw.
4.3. Eiseres verdedigt dat niet. de vrijstelling van artikel 44, § 3, 2° Wetboek BTW van toepassing is ingevolge de overeenkomst van 20 september 1995, maar wel de belastbaarheid als dienst uit oorzaak van ''terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen" onder 18, § 1, 9° Wetboek BTW.
4.4. Het onderwerpen aan BTW van de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen geldt als een uitzondering op de vrijstelling van BTW die geldt ten aanzien van de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen.
Door de uitsluiting van de vrijstelling sluit deze handeling weer aan bij het algemene stelsel van de BTW, namelijk de belastingheffing, dat ruim geïnterpreteerd wordt (H.v.J., 12 februari 1998, C-346/95, A.F.T., 1998, 237; H.v.J. 13 juli 1989, C-173/88, F.J.F., 89/145; W. Panis, "De BTW-vrijstelling voor onroerende verhuur : kenmerken, uitsluitingen en alternatieven", T.F.R., 2005, nr. 275, 71).
Het begrip bergruimte voor het opslaan van goederen wordt in de BTW-wetgeving niet gedefinieerd. Ter definiëring dient men derhalve terug te grijpen naar de gebruikelijke betekenis van dit begrip in het normaal taalgebruik. Volgens het Groot Woordenboek der Nederlandse taal is een bergruimte "een ruimte om iets te bergen".
De inhoud die verweerder aan het begrip bergruimte geeft, met name dat het moet gaan om gebouwen of ruimten die uitsluitend voor het opslaan van goederen zijn ontworpen of ingericht, is een al te restrictieve interpretatie. Veeleer dient rekening te worden gehouden met de hoofdbestemming van het onroerend goed.
Dat deze hoofdbestemming in casu de terbeschikkingstelling van bergruimte is, blijkt uit de volgende elementen.
4.4.1. De overeenkomst die tussen partijen werd gesloten stipuleert uitdrukkelijk dat het gaat om de terbeschikkingstelling van bergruimte.
4.4.2. Volgens de door eiseres als stuk 1 voorgelegde plannen bedraagt de totale oppervlakte van het gebouw 1152 m2. Uit het plan valt af te leiden dat in het gebouw een bureel werd voorzien van 36 m2 en een showroom van 108 m2 (met daarin ook begrepen een toilet) (samen 144 m2 van de totale oppervlakte van 1152 m2). Het resterende gedeelte wordt integraal gebruikt voor opslagdoeleinden. Uit het proces-verbaal d.d. 2 december 1998 blijkt immers dat de bestuurster van de NV DE-F-CO verklaarde dat de vennootschap vanaf augustus 1996 het ganse gebouw huurde. Weliswaar werden twee zetels welke toebehoorden aan eiseres tussen de voorraden aangetroffen, doch volgens de bestuurster van de NV DE-F-CO werden deze er enkele tijd terug op vraag van de heer D. R. met haar toestemming tijdelijk gedeponeerd omdat hij er op dat moment geen blijf mee wist. Uit dit gegeven kan derhalve niet kan worden afgeleid dat eiseres zich een deel van het gebouw had voorbehouden. Aldus komt vast te staan dat 1152 m2 - 144 m2 = 1008 m2 van het gebouw voor stockagedoeleinden wordt gebruikt, zijnde het overgrote deel ervan.
4.4.3. Eiseres verduidelijkt dat er in de showroom enkel leen aantal presentexemplaren worden uitgestald, zodat de kleinhandelaar een aantal goederen in·werkelijkheid kan bekijken. Op de in de showroom aanwezige potten en kruiken was ten behoeve van het personeel een code aangebracht om in het magazijn gemakkelijk de verpakte goederen terug te vinden.
De bar die zich in de ruimte bevindt is een meubel van circa 2 m lengte waar rechtstaand koffie kan worden gedronken niet enkel door klanten maar ook door het personeel.
De boekhouding die wordt gevoerd in het bureel heeft voornamelijk betrekking op de goederenvoorraad en het klantenbeheer.
Uit deze feitelijke omstandigheden - die door verweerder niet worden betwist - kan worden afgeleid dat het bureel en de showroom in functie staan van het beheer van de voorraden in de opslagruimte.
4.5. Dat de activiteit van eiseres ook bestaat uit kleinhandel in vazen en kruiken wordt niet aangetoond. Het feit dat aan het gebouw een naambord werd aangebracht en in de tuin kruiken werden geplaatst die duidelijk maken welke handel in het gebouw wordt gevoerd, laat niet toe te besluiten dat de gehuurde ruimte ook als winkelruimte werd gebruikt. De stukken 16 tot en met 19 van verweerster, daterend uit de periode 2001-2002, overtuigen ter zake evenmin.
De terbeschikkingstelling van het onroerend goed dient integraal te worden aanzien als een handeling bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 9° BTW-wetboek.
5. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
Verweerder dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).
Del kosten omvatten in de onderhavige zaak de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek (art. 1018, 6° Gerechtelijk Wetboek).
De vordering van eiseres is in geld waardeerbaar. Het bedrag van deze vordering ligt, gelet op de door partijen eensgezinde raming, in de schijf van 20.000,01 tot 40.000 euro. In die omstandigheden is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan 2.000 euro (art. 2 KB 26 oktober 2007).
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op TEGENSPRAAK,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
De andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond.
Vernietigt het bestreden dwangbevel en beveelt de terugbetaling van alle onterecht ingehouden of betaalde sommen, vermeerderd met moratoire intresten in toepassing van artikel 91, § 4 W.BTW.
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding.
Begroot de kosten als volgt :
- aan de zijde van eiseres :
rechtsplegingsvergoeding : 2.000 EUR
dagvaardingskosten ten bedrage van 100,28 EUR;
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag dertig april tweeduizend en acht, waar aanwezig waren :
de heer J. V. d. F., rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier,
G. L. J. V. d. F.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.