Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, vervolging, geding · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 2 november 2009

Zoeken

Vrijstelling, uitvoer, invoer, intracommunautaire handeling, vervolging, gedingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-invoer-intracommunautaire-handeling-rechtbank-antwerpen-2009-11-02-4b82

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
2 november 2009

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

71 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 02.11.2009

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twee november tweeduizend en negen in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., alleenzetelend rechter,

N. D., griffier.

In zake : A.R. Nr. 04/3009/A

NV A. L. T., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester W. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22.

verwerende partij,

verschijnende bij meester F. D. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 mei 2004,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 4 augustus 2008,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 5 oktober 2009.


Eiseres staat sedert 1 november 1978 bij de BTW geregistreerd onder nummer BE … voor kleinhandel in motorvoertuigen.

Een bevoegd ambtenaar deed in augustus 2003 aangekondigd controle ter zetel van eiseres ter zake intracommunautaire levering van wagens.

Hij stelde dat met betrekking tot 5 personenwagens Mercedes het bewijs tot vrijstelling onder art. 39bis Wetboek BTW niet was geleverd.

Hierover stelde hij op 5 december 2003 proces-verbaal op.

Dit formuleert navordering van rechten, een conform KB 41 tot 10 % herleide boete en intrest krachtens art. 91, § 1 Wetboek BTW vanaf 21 januari 2003.

Eiseres protesteerde per kerende (10 december) op het aangezegde proces-verbaal.

Onmiddellijk daarop (12 december) vaardigde de Ontvanger dwangbevel uit.

Dit dwangbevel werd op 16 december uitvoerbaar verklaard en met aangetekende brief van 18 december aan eiseres aangezegd.

Naderhand beantwoordde AOIF alsnog het protest van eiseres als informeel bezwaarschrift en wees de grieven af.

Raadsman eiseres legde op 11 mei 2004 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer.

Afschrift van dwangbevel, aangehecht proces-verbaal en aanzegging van dwangbevel zijn aan het verzoekschrift gehecht.

Er zijn syntheseconclusies van 2009 voor eiseres en voor verweerder.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

Aan de rechtbank werd gemeld dat over 3 van de 5 wagens inmiddels geen fiscale vordering meer loopt, welke beperking gevolgen kan meebrengen voor de veroordeling tot de kosten.

De betwisting blijft aldus beperkt tot een Mercedes ML 270 CDI, voorwerp van factuur van 19 april 2000 en een Mercedes CL 500, voorwerp van factuur van 7 juli 2000.

Deze facturen zijn gericht aan C. I. in het Groothertogdom Luxemburg zonder vermelding van vennootschapsvorm die evenwel een 'SARL' bleek te zijn.

Eiseres draagt de bewijslast en legt daartoe stukken onder bepaaldelijk nummers 8 en 9 voor.

Mercedes ML 270 CDI

Er is een bestelbon van een niet nader bepaalde datum in april 2000, enkel ondertekend door M. S. waarvan eiseres niet betwist dat die namens haar als verkoper ondertekende.

Hoe de bestelling dan materieel werd geplaatst, blijft alzo onverklaard.

Eiseres deed via telefax op 4 april 2000 navraag bij de Centrale Eenheid te Brussel en kreeg op 7 april bevestiging.

Er is een op 20 april gedateerde Luxemburgse cheque, volgend op de factuur van 19 april.

Op welke wijze eiseres in het bezit van deze cheque kwam, verklaart zij niet.

Zij stelt in conclusie dat de wagen door de afnemer werd afgehaald.

Van deze bewering van afhaling is evenwel geen tastbaar spoor aan te treffen, daarnaast ook niet van de datum of de wijze waarop zulks zou zijn gebeurd.

Het bewijs van intracommunautaire levering kan alvast niet worden afgeleid uit het gegeven dat de wagen niet in België werd ingeschreven na uitschrijving van de factuur.

Mercedes CL 599

Er is een bestelbon van 6 juni 2000, opgemaakt in de toonzaal, enkel ondertekend door M. S. waarvan eiseres niet betwist dat die namens haar als verkoper ondertekende.

Hoe de bestelling dan materieel werd geplaatst (ter plaatse, telefonisch), blijft onverklaard.

Eiseres deed geen nieuwe aanvraag bij de Centrale Eenheid te Brussel.

Er is een op 6 juli 2000 gedateerde Luxemburgse cheque, voorafgaand aan factuur van 7 juli.

Op welke wijze eiseres in het bezit van deze cheque kwam, verklaart zij niet.

Zij stelt in conclusie dat de wagen door de afnemer werd afgehaald.

Van deze bewering van afhaling is evenwel geen tastbaar spoor aan te treffen, daarnaast ook niet van de datum of de wijze waarop zulks zou zijn gebeurd.

Het bewijs van intracommunautaire levering kan alvast niet worden afgeleid uit het gegeven dat de wagen niet in België werd ingeschreven na uitschrijving van de factuur.

Lezing van art.39bis Wetboek BTW en Uitvoeringsbesluit 52 leren dat het eiseres vrij staat het bewijs te leveren middels elk mogelijk nuttig stuk.

Dit legt aan eiseres minimale vereisten van diligentie op bij het stellen van de verrichting.

De wijze waarop eiseres hier haar positieve bewijslast meent te kunnen invullen, blijkt zoals hogerop uiteengezet, naar rede volstrekt onvoldoende in de zin van KB 52, art. 2 en 3.

Partijen namen standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.

De herleiding van de fiscale vordering tijdens pas het geding is niet te wijten aan eiseres.

Het past daarom de kosten bij helften te verdelen en de rechtsplegingvergoedingen te compenseren.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar,

Stelt vast dat verweerder de in het dwangbevel geformuleerde fiscale vordering herleidt in de zin dat de fiscale vordering wegvalt met betrekking tot de wagens die het voorwerp vormen van de erbij betrokken facturen van eiseres van 22 november 2003, 23 november 2003 en 10 januari 2002, en verbiedt voor zoveel nodig in die mate de uitvoering van het dwangbevel,

Verklaart de vordering voor het overige, aldus met betrekking tot de wagens die het voorwerp vormen van de erbij betrokken facturen van 19 april 2000 en 7 juli 2000, ongegrond,

Veroordeelt elke partij tot de helft van de kosten, deze aan elke zijde vereffend op nihil, en compenseert de rechtsplegingvergoedingen.

N. D. L. B.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 39bis2 voorkomens
WBTW art. 911 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8