Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling, werkingssfeer, levering van goederen · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 26 maart 2002

Zoeken

Vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling, werkingssfeer, levering van goederenBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-uitvoer-intracommunautaire-handeling-werkingssfeer-rechtbank-antwerpen-2002-03-26-8469

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
26 maart 2002

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

80 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 26.03.2002

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintig maart tweeduizend en twee in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

N. V., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

Inzake : A.R. Nr. 00/6153/A

NV H., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij

- verschijnende bij meester G. S. loco meester F. Y., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

1. vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, en de dienst belast met het omvangen van de aktes te Brussel, Bischoffheimlaan 38,

2. Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor Antwerpen 1, kantoorhoudende te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4.

verwerende partij

- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder R. D. C. in vervanging van gerechtsdeurwaarder M.-R. P. te Antwerpen op 10 oktober tweeduizend voor wat betreft verwerende partij sub nr. 2 en betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder S. T. in vervanging van gerechtsdeurwaarder J. G. te Ukkel op 17 oktober 2000 voor wat betreft verwerende partij sub nr. 1,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 30 november 2001,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 5 maart 2002.


De dagvaarding in verzet strekt ertoe :

- de vordering van eisende partij ontvankelijk en gegrond te verklaren, dienvolgens;

- het bestreden dwangbevel REG. 127/3058, uitgevaardigd op 17 juli 2000 door M. D. V., waarnemend Eerst Aanwezend Inspecteur, rekenplichtige van het eerste BTW-ontvangkantoor van Antwerpen, en uitvoerbaar verklaard door de gedelegeerde ambtenaar op 7 augustus 2000 van nul en generlei waarde te horen verklaren en eisende partij te ontslaan van de in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen;

- verwerende partij te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel, waarvan de vernietiging thans gevorderd wordt;

- gedaagde er zich te zien en te horen veroordelen tot de kosten van het geding hierin begrepen de rechtsplegingsvergoeding;

- het te vellen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

1. Feiten

In februari 1998 werd in opdracht van eisende partij door de NV E. SCA E. een transport van hifi-installaties, televisies en videocamrecorders georganiseerd van België naar Italië. De afhandeling van het vervoer werd in onderaanneming door de B.V.B.A. S. afgehandeld. De waarde van de goederen van dit transport, met als bestemmeling de afnemer E. T. SRL te …, bedroeg … BEF.

Op 1 februari 1998 deed de chauffeur die het transport verzorgde aangifte bij de Gendarmerie van het … van diefstal van de vrachtwagen met inhoud in het … op de parkeerplaats "Aire de Berchem" tussen 23.00 uur en 23.30 uur (stuk 3 bundel eisende partij).

De verzekeraars van de transporteur hebben de schade ten bedrage van … BEF vergoed aan eisende partij (stukken 5 en 6).

Met een schrijven van 19 januari 1999 werd door de BTW-administratie, controle Antwerpen 3, aan eisende partij medegedeeld dat naar aanleiding van de inzage van het douane­dossier, de echtheid van de intracommunautaire levering van goederen door eisende partij niet kon aangetoond worden en bijgevolg BTW verschuldigd zou zijn.

Ten dien einde werd een ontwerp van, correctieopgave overgemaakt aan eisende partij, waarmee deze niet kon instemmen (stuk 7 bundel eisende partij).

Ten gevolge van het niet akkoord van eisende partij werd een proces-verbaal uitgevaardigd op 17 december 1999 door de heer P. B., Eerstaanwezend Inspecteur bij de administratie van de BTW. Eisende partij zou een inbreuk hebben begaan op de artikelen 1 en 3 van het K.B. nr. 52 van 29 december 1992 die de verplichting oplegt de echtheid te bewijzen van intracommunautaire levering van de goederen waarvan de levering op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1° Wetboek BTW met vrijstelling van BTW werd gefactureerd.

Aangezien de echtheid van de verzending of van het vervoer van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap niet zou blijken, wordt de levering van de goederen die vertrokken waren naar de koper, E. T. SRL te …, gefactureerd op 30 januari 1998 onder factuurnummer 520133, geacht in België te hebben plaatsgevonden bij toepassing van artikel 15, § 7 Wetboek BTW zodat BTW verschuldigd zou zijn. Tevens werd een administratieve geldboete opgelegd van 10 %.

Bijgevolg zouden volgende sommen verschuldigd zijn :

BTW in hoofdsom : 21 %: … BEF

Administratieve geldboete aan 10%

K.B. nr. 41, Tabel G, 1° afdeling, rubriek VII, 2°: … BEF

Nalatigheidsintresten vanaf 21 februari 1998.

Op 30 augustus 2000 werd door gerechtsdeurwaarder G. P. met standplaats te … een dwangbevel betekend aan eisende partij op verzoek van verwerende partij.

Op 10 oktober 2000 werd de dagvaarding in verzet tijdig betekend voor wat betreft verwerende partij sub nr. 2 en op 17 oktober 2000 voor wat betreft verwerende partij sub nr. 1 op verzoek van eisende partij.

2. Beoordeling

Het verzet is tijdig en regelmatig naar vorm en er worden noch door partijen redenen van ontoelaatbaarheid opgeworpen, noch worden er door de rechtbank ambtshalve op te werpen redenen van ontoelaatbaarheid vastgesteld, zodat het verzet toelaatbaar is.

Principes

Krachtens artikel 39bis, 1° Wetboek BTW zijn leveringen van goederen van belasting vrijgesteld indien :

1. de goederen worden verzonden of vervoerd door (of voor rekening van) de verkoper of de afnemer;

2. de goederen worden verzonden of vervoerd buiten maar binnen de Gemeenschap;

3. de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de BTW te onderwerpen.

Krachtens artikel 3 van het K.B. nr. 52 van 29 december 1992 moet de verkoper ten allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt. Hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren overleggen Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken.

Toepassing van de principes

Eisende partij stelt dat de levering van goederen verricht door haar vrijgesteld was van belasting krachtens artikel 39bis, 1° Wetboek BTW.

Eisende partij dient derhalve het bewijs te leveren van intracommunautalre levering.

Zij legt volgende stukken voor :

1. Een factuur van 30 januari 1998 betreffende hifi-installaties, televisies en videocamrecorders gericht aan de Italiaanse belastingplichtige E. T. SRL te … als afnemer, ten bedrage van … BEF exclusief BTW (stuk 1 bundel eisende partij) ondertekend voor ontvangst door de vervoerder, de heer S. L..

2. Een T2 douanedocument dat door de vervoerder werd aangeboden ter afstempeling bij de douane te Brussel op 30 januari 1998 en waarop als land van bestemming werd ingevuld Italië.

3. Een aangifte van diefstal van 2 februari 1998 om 00.00 uur door de chauffeur van zijn vrachtwagen met aanhanger en inhoud bij de Gendarmerie van het …. De aangever meldt dat de diefstal gebeurde op 1 februari 1998 tussen 23.00 en 23.30 uur op de parking "Aire de Berchem".

Uit het "protokoll" van de Gendarmerie blijkt dat de vrachtwagencombinatie op 3 februari 1998 leeg werd teruggevonden op een parkeerplaats bij de A 58 in Nederland.

Verder vermelden de verbalisanten nog in hun protokoll dat sedert geruime tijd meerdere vrachtwagens door georganiseerde bendes uit het buitenland worden gestolen vanuit de parkeerplaatsen "Aire de Berchem" en ''Aire de Capellen".

4. Een factuur gericht aan eisende partij van 9 februari 1998 vanwege de vervoerder voor het vervoer van 21 paletten Hifi naar E. T. SRL te ….

5. Een bericht van 5 juni 1998 van de verzekeringsmakelaar van de vervoerder aan eisende partij betreffende het schadegeval (de diefstal) waarin gemeld wordt dat de verzekeraars tot goedkeuring van de schade ten bedrage van … BEF zijn overgegaan.

6. Een creditnota van 15 juni 1998 vanwege de vervoerder aan eisende partij ten bedrage van … BEF voor de gestolen goederen.

Gelet op de diefstal van de vrachtwagencombinatie met inhoud is het voor eisende partij onmogelijk om over meer documenten te beschikken betreffende de intracommunautaire levering en dient verwerende partij de nodige redelijkheid aan de dag te leggen.

Uit het geheel van de in casu voorgelegde en met elkaar overeenstemmende documenten blijkt de echtheid van de intracommunautaire levering, meerbepaald van het transport van de goederen buiten België.

Bijgevolg heeft eisende partij aan de voorwaarden van artikel 39 bis, 1° voldaan en is de levering in casu vrijgesteld van Belgische BTW.

De overige argumentatie door partijen ontwikkeld is terzake niet dienend.

Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige middelen verwerpend.

Verklaart de vordering in verzet tegen het dwangbevel toelaatbaar en als volgt gegrond.

Zegt voor recht dat het dwangbevel zonder waarde is en dient vernietigd te worden en omslaat eisende partij van de in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen.

Veroordeelt verwerende partij tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel. waarvan de vernietiging thans gevorderd wordt.

Veroordeelt verwerende partij tot de kosten van het geding in hoofde van eisende partij begroot in conclusie doch door de rechtbank vereffend op … EUR dagvaarding en … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer- en anders gevorderde af.

N. D. N. V.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 39bis3 voorkomens
KB nr. 52 art. 32 voorkomens
KB nr. 52 art. 11 voorkomen
WBTW art. 151 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8