Vrijstelling, Bergruimte · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie Brussel 21 februari 2025

Zoeken

Vrijstelling, Bergruimte

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-bergruimte-cassatie-brussel-2025-02-21-da85

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Zetel
Brussel
Datum
21 februari 2025

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
ongunstig voor de Belgische Staat

Tekst

65 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 21.02.2025 (F.22.0164.N-F.22.0165.N)

[Ongunstig voor de Belgische Staat]

Belasting over de toegevoegde waarde – Vrijstelling – Bergruimte

Wettelijke bepalingen

Art. 45, § 1, Btw-wetboek

Samenvatting

(Niet beschikbaar)

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 21.02.2025 (F.22.0164.N-F.22.0165.N)

I. Nr. F.22.0164.N

CVOA X… met zetel te …, ingeschreven bij de KBO onder het nummer …,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. M.M., advocaat met kantoor … en mr. P.S., advocaat met kantoor te …,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-centrumdirecteur KMO-Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31,

verweerder.

II. Nr. F.22.0165.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-centrumdirecteur KMO-Kortrijk, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6 bus 742,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. G.F en mr. S.V., advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te …, waar de eiser woonplaats kiest.

tegen

CVOA X, met zetel te …, ingeschreven bij de KBO onder het nummer …,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 maart 2022.

Advocaat-generaal J.F heeft op 31 december 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer B.W. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal J.F heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres I voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

De eiser II voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Voeging

1. De cassatieberoepen in de zaken F.22.0164.N en F.22.0165.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest en dienen bijgevolg te worden gevoegd.

B. Zaak F.22.0164.N

Eerste middel

Eerste onderdeel

2. Krachtens artikel 45, § 1, Btw-wetboek mag elke belastingplichtige de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek brengen op de belasting die hij verschuldigd is in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

Noch artikel 45, § 1, Btw-wetboek, noch enige andere wetsbepaling laten toe de aftrek van de belasting te weigeren om reden dat de kostprijs van de geleverde goederen of de verleende diensten op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreft.

3. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat:

- de zaakvoerder van de eiseres een bergruimte huurde voor 50 euro per maand en de eiseres deze bergruimte op haar beurt huurde van haar eigen zaakvoerder gedurende een periode van 7 jaar voor een vooraf betaald bedrag van 56.000 euro (666,67 euro per maand), en daarop btw werd aangerekend voor een bedrag van 11.760 euro;

- uit de door de eiseres in haar conclusie opgenomen foto’s blijkt dat de garage duidelijk niet enkel gebruikt wordt voor de opslag van het archief van klantendossiers en uit het onderzoek ter plaatse is gebleken dat de garagebox ook verschillende persoonlijke documenten, archieven en goederen van de zaakvoerder bevat, de eiseres ook niet bewijst dat de garagebox werkelijk een oppervlakte heeft van 90 m2 en de garagebox niet is ingericht of uitgerust als archiefruimte en niet vergelijkbaar is met een professionele opslagruimte;

- de stelling van de eiseres dat de zaakvoerder de garagebox al sedert 1 januari 1999 huurt en deze steeds ter beschikking stelde van de eiseres niet wordt bewezen;

- de bewering dat de aanrekening van 56.000 euro een inhaalbeweging betekende, niet toelaat deze uitgave als een beroepskost te aanvaarden en artikel 45 Btw-wetboek niet toelaat om btw in aftrek te brengen die in het verleden om een of andere reden niet in aftrek werd genomen;

- in de redenering van de eiseres dat F.L. begin 2019 de klantendossiers heeft overgenomen, de zaakvoerder de huur voor de jaren 2019, 2020 en 2021 had moeten aanrekenen aan F.L. en niet aan de eiseres;

- de stelling van de eiseres dat de vooraf aangerekende huur van 56.000 euro in werkelijkheid betrekking had op een periode van 11 jaar omdat de laatste dossiers van 2018 (voorafgaand aan de overlating in 2019) nog 7 jaar bewaard moeten worden tot 2025 en dat dit zou neerkomen op een maandelijkse huur van 424 euro, niet kan worden gevolgd;

- de belastingplichtige, om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen, niet alleen in het bezit dient te zijn van een regelmatige factuur, maar eveneens het bewijs dient te leveren dat hij de hem in rekening gebrachte btw op goederen en diensten in aftrek mag brengen;

- in de mate vermeldingen op de factuur voorkomen die niet met de werkelijkheid overeenstemmen, het recht op aftrek verworpen moet worden, en dit zowel op basis van de vastgestelde onregelmatigheden als op basis van de feitelijke elementen die aantonen dat de op de factuur vermelde handeling niet met de werkelijkheid overeenstemt;

- samen met de eerste rechter het hof van beroep ook van oordeel is dat de huurprijs overdreven is en er voor de garagebox een huurprijs van maximaal 75 euro per maand kan worden aanvaard als beroepskost van de eiseres;

- hieruit volgt dat de op de huur betaalde btw slechts aftrekbaar is ten belope van 1.512 euro.

4. De appelrechter die aldus de aftrekbaarheid van de voorbelasting reduceert op grond dat de kostprijs van de huur van de bergruimte op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreft, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

(…)

C. Zaak F.22.0165.N

10. De door het middel bestreden beslissing over de aan de eiseres opgelegde administratieve boete wordt bij wijze van uitbreiding van de cassatie in zaak F.22.0164.N vernietigd.

Het middel behoeft bijgevolg geen antwoord.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Voegt de zaken F.22.0164.N en F.22.0165.N

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de aftrekbaarheid van de btw betreffende de huur van een bergruimte en over de administratieve geldboete en uitspraak doet over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, (…), en in openbare rechtszitting van 21 februari 2025 uitgesproken door sectievoorzitter (…).

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 455 voorkomens

Vergelijkbare beslissingen

8