Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 20.05.2010 (F.09.0047.N)
Voldoening van de belasting - Bijzondere rekening - Administratieve geldboeten - Volledige kwijtschelding - Spontane rechtzetting
Wettelijke bepalingen
Art. 8, § 1, eerste lid, Koninklijk Besluit dd. 1992-12-29
Samenvatting
De kennisgeving van de beslissing van de Minister van Financiën tot opening van een bijzondere rekening voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bij aangetekende brief is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid; de vorm van kennisgeving is evenmin een substantiële vormvereiste die zou moeten worden nageleefd om een belastingschuld te doen ontstaan.
De gedeeltelijke vrijwillige betaling van een openstaande belastingschuld maakt geen spontane rechtzetting uit van de toestand van de schuldenaar met het oog op de volledige kwijtschelding van de geldboete opgelegd op het vlak van de belasting over de toegevoegde waarde.
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 20.05.2010
(F.09.0047.N)
B.T.S., naamloze vennootschap, met zetel te … , eiseres, vertegenwoordigd door mr. B.C. , advocaat aan de balie te Antwerpen, met kantoor te … ,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen I, met kantoren te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.D.B. , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de verweerder woonplaats kiest.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 30 september 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen
II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan.
Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
1. Artikel 8, §1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt: "Door of vanwege de minister van Financiën kan worden beslist dat handelingen, die vóór een door hem te bepalen datum worden verricht, aan de in artikel 5 bedoelde rekening-courant worden onttrokken en dat een bijzondere rekening zal worden bijgehouden voor het tijdvak dat aan die datum voorafgaat".
Het derde lid van dezelfde paragraaf bepaalt dat van die beslissing aan de belastingplichtige kennis wordt gegeven bij aangetekende brief en dat de afgifte van het stuk ter post als kennisgeving geldt vanaf de daaropvolgende dag.
2. De kennisgeving bij aangetekende brief is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid.
3. De vorm van kennisgeving is evenmin een substantiële vormvereiste die zou moeten worden nageleefd om een belastingschuld te doen ontstaan.
De bewijslast van de effectieve kennisgeving en van de datum ervan berust, wanneer zij niet gebeurt per aangetekende brief, op de verzender, die niet kan steunen op het vermoeden verwoord in dit artikel 8, §1, derde lid.
4. De appelrechters, die vaststellen dat uit het faxbericht van 22 december 2003 blijkt dat de eiseres op de hoogte was van de opening van de bijzondere rekening, zodat mag worden aangenomen dat zij de brief van 18 december 2003 effectief heeft ontvangen, hebben naar recht kunnen beslissen dat de opnulzetting van de rekening-courant niet als onregelmatig kon worden beschouwd wegens schending van voormeld artikel 8, §1.
Het middel kan niet worden aangenomen.
Tweede middel
5. Artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt dat volledige kwijtschelding van de geldboeten wordt verleend wanneer een schuldenaar zijn toestand spontaan rechtzet vóór enige tussenkomst van een fiscale administratie.
6. De gedeeltelijke vrijwillige betaling van een openstaande belastingschuld maakt geen spontane rechtzetting van de toestand van de schuldenaar uit.
Het middel, dat van de tegenovergestelde opvatting uitgaat, faalt naar recht.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser in de kosten.
Bepaalt de kosten op de som van 158,67 euro jegens de eisende partij en op de som van 222,11 euro jegens de verwerende partij.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …
Ondertekeningen
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.