Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Dendermonde d.d. 01.03.2001
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
Zitting van 1 maart 2001 – 9e Kamer – BZ/
A.R. : 94/72139/A
In de zaak van :
[…] …, bestuurder, wonende te …, … thans te …,
eiser,
verschijnende door Mr. D. loco Mr. D. W. J., advocaat te …, …;
tegen :
BELGISCHE STAAT, ADMINISTRATIE DER BELASTINGEN OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE, REGISTRATIE EN DOMEINEN, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTWOntvangkantoor te Aalst, met burelen gevestigd te 9300 Aalst, Geraardsbergsestraat 234,
verweerster,
verschijnende door Mr. L. A. loco Mr. W. J.-P. advocaat te …, …,
werden op de openbare terechtzitting van 6 april 2000 partijen gehoord in middelen en conclusies, de debatten gesloten en werd de zaak in beraad genomen.
De overgelegde stavingsstukken en het gerechtsdossier werden ingezien, inzonderheid de inleidende dagvaarding betekend door het ambt van V., plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder voor C. O., gerechtsdeurwaarder met standplaats te Dendermonde op 22 september 1994.
Gelet op tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 25 november 1999.
De rechtbank verleent volgend vonnis.
1. Wat betreft de vordering
De vordering van eiser strekt er toe, bij een bij voorraad uitvoerbaar vonnis, niettegenstaande alle verhaal en zonder mogelijkheid tot borgsteiling noch kantonnement het dwangbevel d.d. 12 juli 1994 uitgevaardigd door mevrouw G. V., rekenplichtige van het BTWontvangkamoor te Aalst, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer D. C. G. Hoofdcontroleur te Dendermonde, daartoe gemachtigd door de gewestelijke directeur van de BTW te Gent, op 12 juli 1994 en welke aan eiser werd betekend bij gerechtdeurwaarders exploot d.d. 9 augustus 1994 te vernietigen in de mate dat het betrekking heeft op de aftrekbaarheid van de BTW op de herstelfactuur d.d. 23 januari 1991 voor het voertuig Renault 25 en op de aankoopfactuur d.d. 29 januari 1990 van een sta-caravan, verweerster eveneens te veroordelen, voor zover nodig tot terugbetaling van de bedragen die tot voldoening van de vordering van verweerster werden betaald of die daartoe door gedaagde werden ingehouden, te vermeerderen met de moratoire intresten vanaf datum dagvaarding tot algehele betaling, meer de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding voorzien bij art. 1022 Ger. W.
2. Wat betreft de feitelijke gegevens
Overwegende dat eiser tot 10 februari 1992 uitbater was van een benzine-station te … en als dusdanig onderworpen aan de BTW-Wetgeving en aan de ter uitvoering ervan getroffen besluiten. Eiser was geregistreerd onder nr. …
Op 22 april 1993 zou door de heer G. D. C., verificateur-accountant, bij de administratie van de BTW, verbonden aan het controlekantoor van de BTW te Dendermonde, eerste gebied, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9200 Dendermonde, R.A.C., ’t S., …, een toezicht gedaan hebben ten einde de juiste toepassing van de BTW-wetgeving na te gaan.
Alsdan werden door de heer D. C. een aantal overtredingen vastgesteld zijn waarvan op 13 september 1993 proces-verbaal werd opgesteld waaruit blijkt dat eiser aan verweerster verschuldigd is :
- BTW … fr.
- boete op grond van art. 70, § 1 van wetboek op BTW … fr.
- intresten op grond van art. 91, § 1 van het wetboek op de BTW ad. 0,8 % per maand
vanaf 21 april 1992
- de moratoire intrest op de geldboeten, tegen de rentevoet in burgerlijke zaken, te rekenen vanaf de betekening van het dwangbevel art. 91, § 4 BTW.
Overwegende dat op basis van voormeld proces-verbaal werd op 12 juli 1994 een dwangbevel uitgevaardigd door mevrouw V. G., ontvanger BTW-ontvangkantoor te Aalst
Dit dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 12 juli 1994 door de hoofdcontroleur van de BTW-controle Dendermonde I daartoe aangewezen door de gewestelijk directeur van de administratie van de BTW registratie en domeinen.
Overwegende dat dit geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel aan … werd betekend op 9 augustus 1994 en werd hij aangemaand de som van … fr. + … fr. geldboete en de wettelijke intresten te betalen.
Overwegende dat met huidige procedure … verzet aantekende tegen de uitvoering van dit dwangbevel.
3. Beoordeling
Overwegende dat verweerster de nietigheid opwerpt van de dagvaarding in verzet gelet op art. 17 en art. 43 Ger.W.
Het exploot van dagvaarding in verzet d.d. 12 september 1994 werd betekend op verzoek van … wonende te …, daar waar het proces-verbaal d.d. 13 september 1994, het dwangbevel d.d. 12 juli 1994 duidelijk … vermeldde als BTW-plichtige dat tevens in toepassing van art. 43, 2° Ger. W het handelsregisternummer van betrokkene niet werd vermeld.
Overwegende dat verweerster niet bewijst dat in toepassing van art. 861 Ger. W. zijn belangen werden geschaad door de materiële vergissing dat uit de bewoordingen van de dagvaarding duidelijk blijkt over welke persoon en tegen welk dwangbevel men verzet aantekent, daar eiser op het ogenblik van verzet geen handelaar meer was kon het handelsregisternummer dan ook niet vermeld worden.
Overwegende dat gelet op de voormelde huidige dagvaarding in verzet dan ook toelaatbaar en ontvankelijk is.
Overwegende dat uit de besluiten van eiser blijkt dat huidige discussie zich enkel nog spitst op de aftrekmogelijkheid van de sta-caravan waarvoor eiser stelt dat deze sta-caravan beroepsmatig werd gebruikt en daarvoor steunt op een akkoord met de directe belastingen d.d. 11 februari 1993 met het betrekking tot het aanslagjaar 1991 en 1992.
Overwegende dat op grond van artikel 45, § 1 van het BTW-wetboek berust de bewijslast inzake het bestaan van het recht op aftrek bij de belastingplichtige zelf, waarbij tevens dient aan te tonen dat die goederen waarvan hij denkt dat ze voor aftrek in aanmerking komen dat die goederen gebruikt waren voor handelingen welke recht op aftrek verlenen namelijk dat het goed beroepsmatig werd gebruikt.
Overwegende dat verweerster van oordeel is dat eiser niet bewijst dat de stacaravan voor beroepsdoeleinden werd gebruikt.
Overwegende dat uit de door eiser voorgestelde akkoorden enkel blijkt dat partijen akkoord zijn met de wijzigingen welke aan de door eiser gedane aangiften werden gedaan, dat geenszins blijkt uit dit akkoord dat verweerster akkoord was dat kwestieuze sta-caravan als beroepsmatig werd bestempeld, dat geen enkele aangifte wordt voorgelegd waaruit zou moeten blijken dat kwestieuze caravan als beroepsmatig werd afgetrokken.
Overwegende dat gelet op het voormelde de bewering van eiser als niet bewezen voorkomt.
Overwegende dat de controle volledig regelmatig werd uitgevoerd en dat het geenszins bewezen voorkomt dat verweerster een inbreuk heeft gedaan op het rechtszekerheidsprincipe, noch op zorgvuldigheids- of redelijkheidsprincipe.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Uitspraak doende op tegenspraak in eerste aanleg.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Alle andersluidende en/of tegenstrijdige middelen en besluiten van de hand wijzend als niet terzake en/of overbodig.
Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt eiser in de kosten van het geding.
Begroot deze kosten aan de zijde van verneerster tot heden op de som van … frank, ongerekend de rechten van registratie op minuut, de kosten van uitgifte van onderhavig vonnis en van verdere uitvoering.
Aldus gewezen en uitgesproken ter buitenge"vone openbare terechtzitting van EEN MAART TWEEDUIZEND EN EEN, van de negende kamer zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde
Aamvezig :
S. D., ondervoorzitter, voorzitter van de negende kamer;
K. W., e a. adj.-griffier.
K. W. S. D.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.