Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 21 juni 2006

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-rechtbank-antwerpen-2006-06-21-ae39

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
21 juni 2006

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

47 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 21.06.2006

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op éénentwintig juni tweeduizend en zes in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : A.R. Nr. 05/1058/A

NV B. C., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met vennootschapszetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester V. B. loco meester P. D. F., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Invordering, Sector Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, met burelen gevestigd te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijke Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te … op 9 februari 2005,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 8 mei 2006.


Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar verrichtte, in 2003 en 2004, aangekondigd controle bij eiseres, zulks over periode 1 januari 2001 tot 31 december 2002.

De belastingdienst verstuurde een (hier niet voorliggende) correctieopgave met betrekking tot intracommunautaire leveringen van personenwagens naar Frankrijk.

Gevolmachtigde van eiseres betwistte deze correctieopgave met brief van 2 november 2004, en de belastingdienst repliceerde met brief 16 november 2004 tot behoud van de navordering.

Deze fiscale navordering werd op 25 november 2004 in proces-verbaal gegoten, en ze bestaat uit rechten, een tot 10 % herleide boete, en tenslotte intrest krachtens art. 91, § 1 Wetboek BTW.

Ontvanger BTW Antwerpen 3 vaardigde op 29 november 2004 dwangbevel uit.

Dat werd op 2 december 2004 uitvoerbaar verklaard, en met exploot van 17 december 2004 aan eiseres betekend met bevel tot betalen.

Eiseres heeft met exploot van 9 februari 2005 laten dagvaarden in betwisting van de fiscale vordering.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering wordt niet betwist, ook niet zo nodig ambtshalve aan te voeren.

Verweerder betwist ook niet de uitgezette dagvaardingskost, hoewel inleiding in beginsel had kunnen gebeuren bij verzoekschrift op tegenspraak.

Eiseres draagt de bewijslast van de vrijstelling van art. 39bis Wetboek BTW met betrekking tot intracommunautaire leveringen.

In dit verband betwist verweerder weliswaar niet dat de betrokken personenwagens vervoerd zijn naar Frankrijk, aldus buiten België maar binnen de Gemeenschap (KB 52 inzake BTW, art. 1).

Verweerder betwist wel dat de levering van de betrokken personenwagens is geschied aan een voor de BTW geïdentificeerd belastingplichtige in - te dezen - Frankrijk (KB 52 inzake BTW, art.2).

Verweerder onderbouwt zulks onder verwijzing naar inlichtingen der Franse belastingdienst.

Uit deze inlichtingen wordt geleerd dat de geadresseerde der leveringen, een vennootschap te … (…), sedert 1998 elke activiteit heeft stopgezet en ze op 9 maart 1998 in gerechtelijke vereffening werd gesteld (stuk 7 verweerder, tegelijk stuk 3 eiseres zoals aan haar meegedeeld met brief van 1 oktober 2004).

Deze inlichtingen melden ook dat het BTW-nummer van de Franse vennootschap is stopgezet met ingang van 1 april 1998 en de vroegere zaakvoerder sedertdien in loondienst werkzaam is als verkoper van personenwagens (zelfde stuk).

De wagens zijn weliswaar ingeschreven in Frankrijk, maar op naam van particulieren (zelfde stuk met overzichtslijst).

Uit een en ander blijkt aldus dat de leveringen niet zijn geschied 'voor' een onder de BTW in Frankrijk geïdentificeerd belastingplichtige.

Eiseres stelt dat het volstaat dat de Franse vennootschap is geïdentificeerd, vergeet evenwel dat de leveringen moeten zijn geschied voor deze geïdentificeerde vennootschap.

Deze vereiste wordt uitdrukkelijk gesteld door het vermelde art. 2 van KB 52 inzake BTW.

Eiseres oppert mogelijkheid van voortzetting van activiteit in de Franse vennootschap, al dan niet in vereffening, maar ze onderbouwt zulks niet met bewijskrachtige gegevens, vult aldus haar niet bewijslast in.

Beschikkend gedeelte

0M DIE REDENEN

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies. en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op ambtshalve … EUR bij wijze van rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 39bis1 voorkomen
WBTW art. 911 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8