Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 30.10.2007
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Hof van beroep te Gent 5be kamer, terechtzitting van 30-10-2007
Nr .2003/AR/2798
in de zaak van :
M. M., bediende,
D. S. H., bediende,
beiden wonende te …, …,
appellanten,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. B., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Administratie BTW, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, wiens kantoor gevestigd is te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,
geïntimeerde,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. V. D. P. J., advocaat te …, …
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
1. Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 4.7.2002 tekenden de appellanten verzet aan tegen het dwangbevel tegen hen uitgevaardigd door D. L. B., e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Brugge op 4.6.2002, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door J. D., e.a. inspecteur a.i. daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Brugge op 10.6.2002.
In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de appellanten een bedrag van … EUR aan BTW + een geldboete krachtens artikel 70, § 1 BTW-wetboek van … EUR, hetzij samen … EUR, meer de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de betekening/kennisgeving van het dwangbevel ingevolge artikel 91, § 4 BTWwetboek, en de vervolgingskosten.
De vermelde BTW en accessoria zijn volgens de geïntimeerde verschuldigd omdat de appellanten aan hun woning gelegen te …, … in de periode 1996-1999 werken hebben laten uitvoeren en de geïntimeerde van oordeel is dat deze werken hebben bijgedragen tot de oprichting van een nieuw gebouw en op deze werken het BTW-tarief van 21 % van toepassing is. De appellanten zijn daarentegen van mening dat het om werken ging die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele tot voorwerp hebben en hierop het tarief van 6 % van toepassing is, tarief dat werd toegepast. De door geïntimeerde bij het dwangbevel gevorderde BTW is de te weinig geheven BTW.
Bij vonnis 4.11.2003 van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vierde kamer, werd het verzet ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard. Rekening werd gehouden met het gegeven dat de appellanten in een procedure tegen één van de aannemers die de werken uitvoerden vonnis bekwam waarbij de aannemingssom werd verminderd, wat zijn gevolgen had wat de belastbare basis betreft.
In het vonnis van 4.11.2003 wordt beslist dat het dwangbevel slechts gevolg mag hebben voor de bedragen van … EUR BTW, … EUR boete, en de moratoire intresten op die bedragen krachtens artikel 91, § 4 BTW-wetboek vanaf 12.6.2002.
Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op 16.12.2003 hebben de appellanten hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis. Met dit hoger beroep vorderen zij de vernietiging van het bestreden vonnis, behoudens wat betreft het onderdeel waar de maatstaf van heffing gereduceerd wordt ten gevolge van het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d.14.5.2002. Zij vorderen opnieuw de vernietiging van het bestreden dwangbevel.
De geïntimeerde van zijn kant vordert dat het hoger beroep ongegrond zou worden verklaard.
2. Tussen de partijen bestaat aldus betwisting over de vraag of de bouwwerken door de appellanten uitgevoerd te beschouwen zijn als handelingen bepaald in cijfer XXXI, § 1, 1° van Tabel A, bijlage bij het KB nr. 20 d.d. 20.7.1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, namelijk handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele tot voorwerp hebben (BTW-tarief 6 %; stelling van de appellanten) of niet (BTW-tarief 21 %; stelling van de geïntimeerde).
De wetgever heeft de vermelde handelingen niet nader gedefinieerd, zodat men hun de gebruikelijke betekenis dient te geven, gezien niet blijkt dat de wetgever van deze gebruikelijke betekenis heeft willen afwijken.
De door het KB gehanteerde begrippen "omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele" onderstellen een ingrijpen dat niet zover gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw werd overgegaan.
De werken die de appellanten lieten uitvoeren hebben volgens de aangifte voorgeschreven bij artikel 64, § 4 BTW-wetboek (stuk 2 van de geïntimeerde) en rekening houdend met het vonnis van 14.5.2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, exclusief BTW, tussen de … BEF (… EUR) en … BEF (… EUR) gekost. Met deze werken werd een bungalow met enkel een gelijkvloers en een vloeroppervlakte van 145,70 m2 uitgebreid en omgebouwd tot een villa met een eerste verdieping met een totale vloeroppervlakte van 316,40 m2 (zie de berekening in het procesverbaal van 29.5.2002, stuk 5 van de geïntimeerde).
Uit de plannen van zowel de oorspronkelijke bungalow als van de tot stand gebrachte villa (stukken zich bevindend in het dossier van de geïntimeerde als stuk nr. 4) blijkt dat de oorspronkelijke bungalow (enkel gelijkvloers) een living, een keuken, een kelder, een WC en twee kamers bevatte. Eveneens blijkt dat los van de bungalow een garage stond, en dat in de tot stand gebrachte villa op het gelijkvloers enkel de living en de WC in hun oorspronkelijke afmetingen en bestemming werden behouden. De keuken bleef op dezelfde plaats maar werd uitgebreid tot een breedte van 4,50 m (komende van oorspronkelijk 3,00 meter). Eén van de kamers werd een "woonkamer sas" en de andere kamer werd een koele berging. Een volledig nieuw deel werd naast en aan het oorspronkelijke bungalowgebouw opgetrokken, en bevat een WC, inkom, een trap naar de bovenverdieping, een lange gang tussen de "woonkamer sas" en de garage (waar het gebouw mee verbonden wordt), een badkamer met douchecel, een dressing en een berging.
De uiteindelijke villa heeft ook een eerste verdieping met drie slaapkamers en een WC. De dakconstructie op de bungalow werd volledig afgebroken en volledig vernieuwd, waarbij een uitspringend dak over het terras aan de keuken werd geplaatst (zie het proces-verbaal, p. 2 en de plannen van de villa, waarop de steunpijler voor het overspringend dak aan het terras te zien is).
Deze gegevens nopen tot het besluit dat de werken een nieuwbouw tot stand hebben gebracht en geen sprake meer kan zijn van een "omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele" zoals voorzien in cijfer XXXI, § 1, 1° van Tabel A, bijlage bij het KB nr. 20 d.d. 20.7.1970. Terecht heeft de geïntimeerde dan ook het BTW-tarief van 21 % toegepast en niet het verminderde tarief.
De administratieve aanschrijving nr. 6 van 22.8.1986 is zonder invloed op het geschil, nu deze aanschrijving de hoger aangehaalde wettekst niet kan wijzigen of een andere inhoud geven De middelen door de partijen ontwikkeld in verband met deze aanschrijving dienen dan ook niet te worden ontmoet, gezien zonder invloed op het geschil.
De appellanten zijn de personen gehouden tot betaling van de belasting, en worden ook verondersteld de wet te kennen, minstens zich terdege in te lichten over de draagwijdte ervan. Het feit dat zij niet, onvoldoende of onjuist zouden ingelicht zijn door hun aannemers of architect, ontslaat hen niet van de verplichting de belasting te betalen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het niet de aannemers zijn die kiezen voor het verlaagd tarief, maar wel de bouwheer, die een attest dient in te vullen waarin wordt vermeld dat een aantal voorwaarden hiertoe zijn vervuld (te dezen het door de appellanten onder hun stuk 10 voorgelegd attest d.d. 5.12.1996).
3. De appellanten voeren aan dat zij te goeder trouw waren en de boete zou dienen kwijtgescholden.
De boete hun opgelegd is deze voorzien bij artikel 70, § 1 BTW-wetboek, en verminderd overeenkomstig artikel 1, 1°, tabel G, Afdeling I, cijfer IV van het KB nr. 41 van 30.1.1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze boete wordt door de wet opgelegd ongeacht de vraag of de overtreder al dan niet te goeder trouw handelde.
De opgelegde administratieve boete is een fiscale sanctie met strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM (Verdrag van 1.11.1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome, goedgekeurd bij wet van 13.5.1955). Zij wordt opgelegd zonder onderscheid aan eenieder die belastingplichtige is, en strekt ertoe zowel de belastingplichtige aan te zetten zijn verplichtingen na te komen om de geldboete te vermijden als het niet nakomen van zijn verplichtingen te bestraffen om herhaling van deze inbreuken te voorkomen.
Ter eerbiediging van artikel 6 EVRM dient het Hof bevoegd geacht te worden het opleggen van dergelijke boete te controleren met volle rechtsmacht, en de beslissing daaromtrent op alle punten, zo in feite als in rechte, te hervormen (zie EHRM, 4.3.2004, Silvester's Horeca Service t/ België, www.echr.coe.int/echr ). Het Hof kan onder meer nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen, wat ook inhoudt dat het Hof mag nagaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk en of de administratie naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van de in betwisting zijnde administratieve boete (vergelijk met Cass. 24.01.2002, Pas. 2002, nr. 51 p. 226 en met Cass. 21.01.2005, rolnr. C020572N, www.cass.be ; vergelijk ook met Cass. 16.2.2006, rolnr. C040094N, www.cass.be ). Mocht het Hof van oordeel zijn dat de straf onevenredig is en de administratie niet naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van de betwiste boete, en van de vaste schalen van boeten moet worden afgeweken, dient het aan te geven op welke gronden van deze schalen moet worden afgeweken (vergelijk met Cass. 16.2.2007. rolnr. F.06.0033.N, op heden ongepubliceerd). Het Hof beschikt evenwel niet over de bevoegdheid om op grond van een subjectieve appreciatie van wat het redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in de boete te verminderen of kwijt te schelden (vergelijk met Cass. 16.2.2007, www.cass.be , rolnummer C040390N; Cass. 16.2.2007, www. cass.be , rolnummer F050015N ).
Het blijkt te dezen niet dat de opgelegde boete onevenredig is met de inbreuk.
Het dwangbevel voorziet wat de moratoire intresten betreft enkel dat deze verschuldigd zijn over de nog verschuldigde geldboeten, zodat het bestreden vonnis op dit punt dient verbeterd.
Beschikkend gedeelte
OP DIE GRONDEN
HET HOF, rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen;
Ontvangt het hoger beroep doch verklaart het slechts gegrond in de mate waarin de beslissing over de intresten dient te worden verbeterd;
Bevestigt het bestreden vonnis, met deze verbetering dat de moratoire intrest krachtens artikel 91, § 4 BTW-wetboek slechts loopt op de verschuldigde geldboeten;
Veroordeelt de appellanten tot de kosten van het hoger beroep, als volgt begroot, in de mate waarin deze kosten zijn opgegeven door de betrokken partijen :
• aan de zijde van de appellanten : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;
• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer bis, recht doende in burgerlijke zaken, op DERTIG OKTOBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN.
Aanwezig de Heren :
G. T., Raadsheer, waarnemend voorzitter, alleenrechtsprekend,
M. V., griffier.
M .V. G. T.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.