Verschuldigdheid van de belasting, Uitreiking van de factuur · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.12.0092.N 19 december 2013

Zoeken

Verschuldigdheid van de belasting, Uitreiking van de factuur

https://juriel.be/nl/rechtspraak/verschuldigdheid-belasting-uitreiking-factuur-beeindiging-cassatie-brussel-2013-12-19-f36f

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.12.0092.N
Datum
19 december 2013

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

81 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 19.12.2013 (F.12.0092.N)

WF 503-15-08/040220

Btw - Verschuldigdheid van de belasting - Uitreiking van de factuur - Beëindiging van de overeenkomst

Samenvatting

De beëindiging van de overeenkomst waarop de factuur steunt op grond waarvan de belasting verschuldigd was, kan tot teruggave van de belasting leiden.

Wettelijke basis

Artikel 51, § 1, 3°; artikel 75 en artikel 77, § 1, 4° en 5° van het Btw-wetboek

Volledige tekst

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie

dd. 19.12.2013

Arrest

Nr. F.12.0092.N

E S,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. J. V., advocaat bij het Hof van Cassatie, met

kantoor …, waar de eiser woonplaats

kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met

kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend inspecteur

van het eerste btw-ontvangkantoor te …

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. W. v. E., advocaat bij het Hof van Cassatie,

met kantoor te …, waar de verweerder

woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van

13 december 2011.

Advocaat-generaal D. T. heeft op 25 juni 2013 een schriftelijke conclusie

neergelegd.

Raadsheer G. J. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal D. T. heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De eiser voerde in appelconclusie aan dat hij geen btw verschuldigd was op

omzet die nooit is tot stand gekomen en terecht enkel de netto-omzet, dit is de gehele

omzet min de onmiddellijk of binnen het kwartaal opgestelde creditnota's

had aangegeven.

2. De appelrechters oordelen dat de overtreding van de eiser bestaat uit het niet

aangeven in de periodieke btw-aangiften van alle door hem uitgereikte facturen in

de betreffende kwartalen en de eiser daarover geen betwisting voert.

De appelrechters geven hiermee een uitleg aan de appelconclusie van de eiser die

met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en miskennen mitsdien de bewijskracht

ervan niet.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

3. Met de redenen die het arrest vermeldt, verwerpen en beantwoorden de appelrechters

het in het onderdeel weergegeven verweer.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

4. Krachtens artikel 51, § 1, 3°, Btw-wetboek is de belasting verschuldigd door

eenieder die op een factuur of op een als zodanig geldend stuk de belasting over

de toegevoegde waarde vermeldt, zelfs indien hij geen goed heeft geleverd, noch

een dienst heeft verstrekt. Hij wordt schuldenaar van de belasting op het tijdstip

van het uitreiken van de factuur.

Krachtens artikel 75 Btw-wetboek kan de belasting slechts worden teruggegeven

in de gevallen waarin dit wetboek voorziet.

Krachtens artikel 77, § 1, 4° en 5°, Btw-wetboek wordt, onverminderd de toepassing

van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, de belasting

die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire

verwerving van een goed tot beloop van het passende bedrag teruggegeven,

wanneer de overeenkomst vóór de levering van het goed of de uitvoering

van de dienst verbroken is of wanneer de overeenkomst minnelijk of door

een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden

is.

5. Hieruit volgt dat de belasting verschuldigd is van zodra de factuur uitgereikt

is en de beëindiging van de overeenkomst waarop de factuur steunt tot teruggave

van de belasting kan leiden.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Derde onderdeel

6. Het onderdeel is geheel afgeleid uit het in het tweede onderdeel tevergeefs

aangevoerde schending van de artikelen 51, § 1, 3°, 75 en 77, § 1, 4° en 5°, btw-wetboek

en is mitsdien niet ontvankelijk.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 200,99 euro en voor de verweerder op 370,61

euro.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 773 voorkomens
WBTW art. 512 voorkomens
WBTW art. 752 voorkomens

Administratieve doctrine

1

« … Brotcorne van 15.02.2012). Vast staat dat de belasting verschuldigd is van zodra de factuur uitgereikt is en de beëindiging van de overeenkomst waarop de factuur steunt tot teruggave van de belasting kan leiden (zie arrest van het Hof van Cassatie nr. F.12.0092.N van 19.12.2013). Deze maatregel is een bepaling ter bestrijding van de fraude welke vreemd is aan het gemeen recht en die inzonderheid tot doel heeft te voorkomen dat eender wie, door in een factuur een bedrag als BTW op te nemen, alzo aan de geadresseerde … »

Regeling voor de voldoening van de belasting (30.06.2021)Administratieve commentaar05.05.2022

Bekijk het document

Vergelijkbare beslissingen

8