Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Brugge 15 november 2010

Zoeken

Strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-vervolging-geding-rechtbank-brugge-2010-11-15-cc8e

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Brugge
Datum
15 november 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

57 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 15.11.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :

In de zaak 09/2882/A

NV C. K.-M., met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …

eiseres,

voor wie optreedt Meester H. V., advocaat te …, …

TEGEN

BELGISCHE STAAT - F.O.D. FINANCIËN,

vertegenwoordigd door de Minister van Financiën te 1000 Brussel, Wetstraat 12 op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, registratie en Domeinen, in de persoon van het Hoofd van de Controle BTW te Nieuwpoort, Juul Filliaertweg 41 te 8620 Nieuwpoort

verweerder,

voor wie optreedt V. K. en F. V., beiden e.a. Inspecteur bij een fiscaal bestuur.

I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie op 2.10.2009 n.a.v. het proces­verbaal dd. 3.7.2009 van verweerster ingevolge een controle voor 2006 en 2007 waarbij gesteld werd dat verzoekster de BTW verschuldigd is over de facturen door G. C. Ltd. aan verzoekster uitgereikt.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging.

Partijen werden gehoord in hun middelen en akkoordbesluiten in de openbare terechtzitting van 8 november 2010.

Artikelen 2 en volgende van de wet van 15 jun 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

In akkoordbesluiten neergelegd ter griffie op 4.6.2010 ( stuk 9 rechtsplegingsdossier) vragen partijen het hiernavolgend akkoord tussen partijen te willen acteren en de vordering van de Staat overeenkomstig te herleiden :

"berekening van de verschuldigde BTW

fact.100217 van 30.1.2006

management fee 2005

maatstaf van heffing : € …

fact.101986 van 2.8.2006

management fee 2004

maatstaf van heffing : € …

beide facturen uitgereikt door G. C. Ltd ( GB )

In de totaal aangerekende sommen voor de dienstprestaties wordt per jaar een som van £ … bepaald voor de uitoefening van het dagelijks bestuur door G. C. Ltd. Dit komt voor beide jaren neer op 34,29 % van de maatstaf van heffing. Bijgevolg is de Belgische Btw verschuldigd op 65,71 % van de verschuldigde som of

€ … x 65,71 % x 21 % = € …

€ …. x 65,71 % x 21 % = € …

totaal verschuldigde Btw € …

De wettelijk opgelopen proportionele geldboete op grond van artikel 70 § 1 van het BTW-wetboek, welke het dubbel van de verschuldigde belasting bedraagt, wordt verminderd tot … € overeenkomstig de bepalingen vervat in het KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele geldboeten op het stuk van de btw, inzonderheid de artikelen 1 en 2 en het barema voorzien in tabel G, V van de bijlage aan voormeld KB.

Als intresten, bedoeld en te berekenen overeenkomstig artikel 91, § 1 van het BTW­ wetboek bedraagt 0,8 % per maand vertraging vanaf 21 januari 2007 tot 21 augustus 2009 over € … namelijk het bedrag van de verschuldigde belasting afgerond op de lagere € …

€ … als belasting over de toegevoegde waarde

€ … als verminderde proportionele geldboete

€ … als intresten over de periode 21/1/2007 tot 21/8/2009

€ … totaal verschuldigd"

Ter zitting van 8 november 2010 hebben partijen dit akkoord nogmaals bevestigd.

III. BEOORDELING

Nopens de ontvankelijkheid

Verweerster voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

Nopens de grond

De rechtbank gaat op het geformuleerde akkoord vermeld in de besluiten van partijen - neergelegd ter griffie op 4.6.2010 ( stuk 9 ) - in, nu geen redenen van openbare orde zich daartegen verzet.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

De Rechtbank,

Wijzende in laatste aanleg en op tegenspraak,

Alle verdere middelen partijen verwerpend als niet dienend,

Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en gegrond.

Neemt akte van het akkoord van partijen.

Beveelt de ontheffing van het dwangbevel d.d. 11 augustus 2009 uitgevaardigd op naam van eiseres in de mate en voor zover bedragen verschuldigd zijn hoger dan … EUR als BTW , … EUR als proportionele boete en … EUR als intresten over de periode van 21 januari 2007 tot 21 augustus 2009 .

Neemt akte dat elke partij zijn eigen kosten draagt.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag vijftien november tweeduizend en tien.

Aanwezig zijn :

D. P. L., alleenrechtsprekend rechter;

S. C., griffier.

C. S. L. D. P.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 701 voorkomen
WBTW art. 911 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8