Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 02.11.1998
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, VIJFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
INZAKE AR NR. 96/275/A :
M. C., gepensioneerd boekhouder, voorheen als belastingplichtige geregistreerd onder het nummer …, wonende te …, …,
eiser, vertegenwoordigd door Mr. B. loco Mr. V., advocaat te …, …,
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het tweede BTW-ontvangkantoor te Hasselt, wiens burelen gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan, 4,
verweerder, vertegenwoordigd door Mr. H. loco Mr. V. M., advocaat te …, …,
VOLGT HET VONNIS :
Bij geregistreerd exploot van gerechtsdeurwaarder L. R. te … dd. 1.2.1996 tekende eiser verzet aan tegen de verdere uitvoering van een dwangbevel dat hem ten verzoeke van verweerder op verzet betekend werd op 13.3.1991. Het verzet beperkt zich tot de aan eiser opgelegde geldboete voorzien in art. 70, § 4 van het BTW-wetboek en dit ingevolge het niet indienen van een jaarlijkse opgave van afnemers-belastingplichtigen.
Eiser, hierbij verwijzend naar een Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 3.10.1995 inzake Belgische Staat/H. S., houdt voor dat onderhavige geldboete slechts kan worden opgelegd per niet ingediende jaarlijkse opgave en dat er geen wettelijke grondslag is om deze op te leggen per belastingplichtige-afnemer waarvoor geen kennisgeving werd gedaan.
Het verweer
Deze stelt dat de samenlezing van art. 70, § 4 en 50 § 1, 5° toelaat bij de berekening van de verschuldigde geldboete rekening te houden met het aantal afnemers-belastingplichtigen waarvoor geen aangifte werd gedaan.
Beoordeling
1. De verbalisant stelde vast dat voornoemde geldboete … fr bedroeg daar waar in het dwangbevel … fr wordt gevorderd hetzij een verhoging met … fr en niet met … fr zoals verweerder stelt in de voorgelegde besluiten.
2. De rechtbank is eveneens van mening dat de berekeningswijze van verweerder geen steun vindt in art. 50, § 1, 5° nu de wetgever geen afzonderlijke opgave per afnemer-belastingplichtige heeft voorzien. Terzake is eiser derhalve enkel de geldboeten verschuldigd omdat hij voor de jaren 1987 en 1988 geen kennisgeving deed aan verweerder van zijn afnemers-belastingplichtigen.
Bij de berekening dezer boete hield verweerder ten onrechte rekening met het feit dat het om 64 afnemers-belastingplichtigen ging.
3. Het beperkt verzet vanwege eiser is dan ook gegrond zodat verweerder dient veroordeeld te worden tot de gedingskosten.
De voorschriften van de artikelen 2-30 rot 37 van de wet van 15 juni 1935 op her taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN :
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,
Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond zoals hiervoor bepaald werd.
Vernietigt onderhavig dwangbevel in zoverre van eiser op verzet een geldboete werd gevorderd van … fr overeenkomstig art. 70, § 4 BTW-wetboek.
Verwijst verweerder tot de kosten van het geding.
Begroot deze kosten als volgt :
- in hoofde van eiser op;
- … fr dagvaardingskosten,
- … fr rechtsplegingsvergoeding;
- in hoofde van verweerder op … fr rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de vijfde kamer. op het gerechtshof te Hasselt, op 2 NOVEMBER 1998, alwaar zetelden :
De Heer R. S., Ondervoorzitter,
De Heer R. D., Griffier.
R. D. R. S.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.