Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 12.11.2007
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL 33ste Kamer
In zake van :
De BV N. V. H., vennootschap naar Nederlands recht, met maatschappelijke zetel te …, …, …Prinses Beatrixlaan 24, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …, hebbende als aansprakelijk vertegenwoordiger voor BTW-doeleinden in België de NV V., met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …, woonplaats kiezende voor de procedure bij haar raadsman,
Eisende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. N. M. loco Mr. W. H., advocaat te …, … (ref. : …),
tegen :
De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, en de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit , Controlecentrum Dendermonde, met kantoren te 9200 Dendermonde, St. Rochusstraat 63,
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de invorderingen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor C. K.B.B. Brussel, met kantoren te 1000 Brussel, Kantersteen 47,
Verwerende partij,
Vertegenwoordigd door Mr. A. H. loco Mr. M. Ph. D., advocaat te …, … (ref. : …), in opvolging van Mr. M. V. A.,
De rechtbank spreekt het navolgend vonnis uit :
De partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in de openbare terechtzitting van 22 oktober 2007 waarna het debat werd gesloten. De rechtbank nam vervolgens de zaak in beraad.
De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de volgende documenten :
- het verzoekschrift dat namens eiser in toepassing van artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek ter griffie is neergelegd;
- de conclusie voor eiseres neergelegd ter griffie op 13 november 2006;
- de conclusie en syntheseconclusie voor verweerder neergelegd respectievelijk ter griffie op 16 september 2005 en 19 december 2006.
Bovendien heeft de rechtbank de overtuigingsstukken van de partijen ingezien.
1. FEITEN
Eiseres heeft in de jaren 1999, 2000 en 2001 in België werken in onroerende staat uitgevoerd bestaande uit het leggen van kabels, als onderaannemer voor de Nederlandse hoofdaannemer bv M., Ondergrondse Infrastructuren, in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd onder het nummer BE … en met aansprakelijke vertegenwoordiger in België, BVBA M. D..
Voor de materiële uitvoering van deze werken heeft eiseres op haar beurt beroep gedaan op een Belgische onderaannemer, BVBA A., met maatschappelijke zetel te …, ….
Bij brief van 13 februari 2002 kondigt de BTW-administratie een controle aan bij de N.V. V. handelend als aansprakelijk vertegenwoordiger van eiseres met betrekking tot de toepassing van de BTW-reglementering.
Naar aanleiding van deze controle op 6 maart 2002 met betrekking tot de toepassing van de BTW over de periode 1 januari 1999 tot 31 december 2001 door verweerder werden aan eiseres bij regularisatieopgave van 20 juni 2002 geldboeten opgelegd wegens overtredingen van de BTW-reglementering.
Op 10 oktober 2002 laat eiseres weten niet akkoord te gaan met de regularisatieopgave. Op 25 oktober 2002 stuurt eiseres aanvullende gegevens aan de BTW-administratie.
Op 20 november 2002 verzendt de BTW-administratie een aangepaste regularisatieopgave.
Op 4 december 2002 tekent de heer N. V., in de hoedanigheid van Directeur, de regularisatieopgave met een voorbehoud met betrekking tot de administratieve geldboete.
2. VORDERING
Eiseres verzoekt de rechtbank "te zeggen voor recht dat de geldboete ten bedrage van … euro zoals opgenomen in de regularisatieopgave van 20 november 2002 (…) door eiseres niet verschuldigd is, minstens deze opgelegde geldboete kwijt te schelden, dan wel passend te verminderen. (...)”
Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.
3. ONTVANKELIJKHEID
Partijen werpen geen specifieke gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering. Deze is ontvankelijk.
4. BESPREKING TEN GRONDE
Uit de stukken van het dossier blijkt dat naar aanleiding van de controle op 6 maart 2002 vastgesteld werd dat door eiseres bepaalde formele vereisten niet correct werden nageleefd, zonder dat evenwel BTW voor de schatkist verloren is gegaan.
Vooreerst werden de facturen opgesteld door de Belgische onderaannemer BVBA A. rechtsreeks aan eiseres gefactureerd in Nederland, waarbij op de facturen werd vermeld dat BTW moest worden voldaan door de medecontractant overeenkomstig artikel 20 van het Koninklijk Besluit nr. 1. Deze facturen werden door eiseres in haar Nederlandse BTW-aangifte opgenomen.
Eiseres had evenwel in de verhouding met BVBA A. als medecontractant de maatstaf van heffing van diens handelingen moeten opnemen in rooster 87 van haar Belgische aangifte en de opeisbaar geworden BTW in rooster 56 van dezelfde aangifte en dezelfde BTW als aftrekbaar in rooster 59 van haar Belgische BTW-aangifte, via haar Belgische aansprakelijk vertegenwoordiger en dit in plaats van in haar Nederlandse BTW-aangiften.
De facturen die eiseres ontving van de BVBA A. werden rechtstreeks en volledig doorgefactureerd aan de bv M. Ondergrondse Infrastructuren, waarbij eveneens werd gefactureerd onder toepassing van de verleggingsregel van artikel 20 van het Koninklijk Besluit nr. 1.
Eiseres verwerkte deze uitgaande handelingen in BTW aanvankelijk in haar Nederlandse BTW-aangifte. Eiseres had de maatstaf van heffing van haar handelingen evenwel moeten opnemen in rooster 45 van haar Belgische BTWaangifte als zijnde '·handelingen waarvoor de medecontractant gehouden is tot voldoening van de belasting."
Eiseres bracht echter later een correctie aan, door deze op te nemen in haar Belgische BTW-aangifte voor de maand september 2002. Daarnaast werd een verklaring van 30 augustus 2002 van bv M. Ondergrondse Infrastructuren bijgebracht waaruit bleek dat de door eiseres doorgefactureerde diensten door bv M. ondergrondse Infrastructuren werden verwerkt in diens BTW-aangiften bij toepassing van voormeld stelsel van verlegging van heffing.
De uitgaande facturen van eiseres aan bv M. Ondergrondse Infrastructuren vermelden aanvankelijk ook het Nederlands BTW-nummer van bv M. Ondergrondse Infrastructuren. Ter zake werd eveneens een correctie doorgevoerd, doordat eiseres, op 7 oktober 2002 een verbeterend stuk opstelde in de zin van artikel 12 van het Koninklijk Besluit nr. 1, waarbij de Belgische BTWidentificatie van eiseres, ingevolge de aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger in België werden vermeld.
De aan de bv M. Ondergrondse Infrastructuren uit te reiken facturen werden echter rechtstreeks verzonden aan bv M. . Eiseres verzond de facturen niet aan haar aansprakelijke vertegenwoordiger, bvba V., die ook niet is overgegaan tot opstelling van een stuk in tweevoud, waarin de bij artikel 5 §1 van het Koninklijk Besluit nr. 1 bedoelde vermeldingen voorkwamen en tot verzending van dit stuk aan bv M. Ondergrondse Infrastructuren na voormelde facturen van eiseres eraan gehecht te hebben overeenkomstig artikel 4 van het Koninklijk Besluit nr. 4.
Aanvankelijk werd een correctieopgave opgesteld door verweerder waarbij van eiseres in toepassing van de artikelen 70 en/of 71 van het BTW-wetboek als geldboete een bedrag van … euro werd gevorderd. Op 20 november 2002 werd een aangepaste regularisatieopgave opgesteld waarin een geldboete van …euro werd opgelegd.
Uit de stukken van het dossier blijkt genoegzaam dat de handelswijze van eiseres niet van aard waren BTW aan de Schatkist te ontnemen, noch gegevens voor de Overheid verborgen te houden. Dit wordt niet betwist door verweerder. Eiseres had geen enkel belang bij de handelingen die zij heeft gesteld.
De proportionele geldboete van … euro geldt bovendien als sanctie voor het "niet voldoen" van BTW en het boetebedrag wordt berekend op grond van "ontdoken of niet betaalde" BTW (artikel 70 §1 van het BTW-wetboek). De niet proportionele geldboete van … euro geldt als sanctie en maatregel om "de voldoening van de belasting te verzekeren", dit terwijl eisers alle door haar te betalen BTW heeft voldaan en ter zake ook niets van haar wordt gevorderd.
Het doel van de wetgever was om diegene te sanctioneren die ingevolge inbreuken op de formele regelgeving van de BTW, gelden aan de Schatkist onttrekt.
De administratieve geldboete is een fiscale sanctie met strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM (Verdrag van 1 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome, goedgekeurd bij wet van 13 mei 1995). Ingevolge artikel 6 is de rechtbank bevoegd het opleggen van dergelijke boete te controleren met volle rechtsmacht, en de beslissing daaromtrent op alle punten, zowel in feite als in rechte, te hervormen (Zie Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 4 maart 2004, Silvester's Horeca Service t/ België, www.echr.coe.int). De rechtbank kan derhalve nagaan of de sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen, dus ook dat de rechtbank mag nagaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk en de administratie naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van de administratieve boete (zie Cass, 24 januari 2002, Pas., 2002, nr. 51, p. 226 en Cass., 21 januari 2005, www.cass.be; Gent, 30 januari 2007, De fiscale koerier, 2007/412-415).
Nu verweerder niet betwist dat op geen enkel ogenblik enig bedrag aan BTW te weinig is ontvangen moet de boete kwijt worden gescholden.
De vordering is derhalve gegrond.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak;
Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond;
Zegt voor recht dat de geldboete van … euro, zoals opgenomen in de regularisatieopgaven van 20 november 2002, opgesteld door de heer S. S., Ea. Inspecteur van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, ter beschikking gesteld van de AOIF, Controlecentrum Dendermonde, door eiseres niet verschuldigd is;
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van alle ten onrechte ingehouden en/of alle ten onrechte op de bestreden vordering aangerekende bedragen, meer de moratoriuminteresten;
Veroordeelt verweerder tot betaling van de gedingkosten, in hoofde van eiseres begroot op € … rechtsplegingsvergoeding.
Verwijst verweerder tot de eigen gedingkosten, begroot op € … rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 12 november 2007.
Waar aanwezig waren en zitting namen :
Mevrouw N. S., rechter
Mevrouw I. D. griffier.
I.D. N. S.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.