Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 05.09.2006
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :
In zake : 1998/AR/2457
NV B. B., waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …, H.R. te Antwerpen Nr. …; Woonstkeuze bij Meester V. D., hierna vernoemd;
appellante,
tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 30 april 1998;
vertegenwoordigd door Meester A. M. loco Meester V. D., advocaat te …, …;
de BELGISCHE STAAT, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijke directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur rekenplichtige van het derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester A. V. L. d. J., advocaat te …, …;
Gelet op het tussenarrest van 3 april 2001 waarbij het Hof twee prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Arbitragehof.
Gelet op het arrest van het Arbitragehof van 12 juni 2002.
Gelet op de akkoordconclusies neergelegd ter griffie van het Hof op 30 december 2005.
Wat de voorafgaande feiten en procedure en het standpunt van partijen betreft, verwijst het Hof naar het tussenarrest van 3 april 2001.
Bij voormeld tussenarrest wordt het hoger beroep van appellante ontvankelijk verklaard, doch alvorens recht te doen worden volgende prejudiciële vragen gesteld aan het Arbitragehof :
"Is het artikel 43, eerste en tweede lid, van de Wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, verenigbaar met de artikelen 10 en 11 van de Gecoördineerde Grondwet (artikelen 6 en 6bis van de toenmalige grondwet) wanneer het zou geïnterpreteerd worden als dat het de Koning zou toelaten een medeschuldenaarschap of hoofdelijke aansprakelijkheid in te voeren voor de BTW in hoofde van de leverancier van de belastingplichtige in het geval dat deze laatste zich ten onrechte op de vrijstelling van voornoemd artikel 43 zou hebben beroepen, zelfs zonder dat van een opzettelijke overtreding van de leverancier sprake zou zijn, terwijl een contractant in de regel en burgerrechtelijk niet hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden van zijn medecontractant ?"
en
"Is het artikel 70, § 4, tweede lid, van de Wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, verenigbaar met de artikelen 10 en 11 van de Gecoördineerde Grondwet (artikelen 6 en 6bis van de toenmalige grondwet) wanneer het zou geïnterpreteerd worden als dat een medecontractant - leverancier - hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de BTW, de intresten en de geldboeten verschuldigd door een belastingplichtige-afnemer in het geval dat deze laatste zich ten onrechte op de vrijstelling van voornoemd artikel 43 zou hebben beroepen, zelfs als de eerstgenoemde geen opzettelijke overtreding ten laste kan worden gelegd, terwijl in het burgerlijk recht en in andere fiscale wetboeken van dergelijk automatisch medeschuldenaarschap geen sprake is ?"
Bij arrest van 12 juni 2002 zegt het Arbitragehof voor recht :
"Artikel 43 van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals het van kracht was tot aan de opheffing ervan bij de wet van 28 december 1992, en artikel 70, § 4, tweede lid, van hetzelfde Wetboek; in zoverre het voor de wijziging ervan bij dezelfde wet naar de voormelde bepaling verwees, schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet."
Tussen partijen is een akkoord tot stand gekomen ter beëindiging van de betwisting omtrent de BTW-vordering ten laste van appellante overeenkomstig de dwangbevelen van 23 november 1993 en 14 juni 1994.
In het akkoord werd bepaald dat, ter beëindiging van de betwisting omtrent voormelde BTW-vordering en ter afsluiting van alle rekeningen, door appellante een bedrag van € … aan BTW in hoofdsom verschuldigd is en een bedrag van € … aan geldboete, te vermeerderen met intresten op BTW en geldboete vanaf 21 januari 1995 en dat noch appellante noch geïntimeerde aanspraak maken op enige rechtsplegingvergoeding.
Dit akkoord werd uitgevoerd door appellante door betaling op 18 november 2004 van een bedrag van € … en door geïntimeerde door vermindering van het invorderingsorder met referte RCIV nr. … tot een bedrag van € … aan BTW in hoofdsom en een bedrag van € … aan geldboete, vermeerderd met intresten vanaf 21 januari 1995 op BTW in hoofdsom en geldboete en door doorhaling van het invorderingsorder met referte RCIV nr. ….
Appellante doet derhalve afstand van geding overeenkomstig de artikelen 820, 824, 825 en 826 van het Gerechtelijk Wetboek en geïntimeerde aanvaardt deze afstand.
Gelet op de afstand van geding door appellante dient appellante veroordeeld te worden tot de kosten van het geding, met dien verstande dat ingevolge het tussengekomen akkoord geen rechtsplegingvergoeding verschuldigd is.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
HET HOF, recht doende op tegenspraak en na herneming van de zaak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.
Verleent akte aan partijen van het tot stand gekomen akkoord en van de uitvoering ervan ter beëindiging van de betwisting omtrent de ten laste van appellante ontstane BTW-vordering overeenkomstig de dwangbevelen van 23 november 1993, met referte Reg. … en met RCIV nr. … en van 14 juni 1994, met referte Reg. … en met RCIV nr. ….
Verleent akte aan appellante van de uitdrukkelijke afstand van geding en aan geïntimeerde van de aanvaarding van deze afstand.
Veroordeelt appellante tot de kosten van het geding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van VIJF SEPTEMBER TWEEDUIZENDENZES,
waar aanwezig waren :
R. T., Voorzitter
D. W. en
M. V. d. B., Raadsheren
A. V. L., Griffier.
A. V. L. M. V. D. B. D. W. R. T.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.