Schrapping BTW-nummer, Btw-identificatie, Btw-identificatienummer · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 15 september 2020

Zoeken

Schrapping BTW-nummer, Btw-identificatie, Btw-identificatienummer

https://juriel.be/nl/rechtspraak/schrapping-btw-nummer-identificatie-identificatienummer-rechtbank-antwerpen-2020-09-15-3dff

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
15 september 2020

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
ongunstig voor de Belgische Staat

Tekst

85 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 15.09.2020

WF 505-15-20/066735

[Ongunstig voor de Belgische Staat]

Schrapping BTW-nummer

Wettelijke bepalingen

Art. 23 van Verordening 904/2010

Samenvatting

Er is dus geen sprake van een vennootschap die economisch inactief geacht wordt doordat zij geen aangiften en lijsten heeft ingediend. Eiseres leeft haar administratieve verplichtingen na.

Dit was voor de betrokken administratie ook geen argument, volgens de brief van 18 augustus 2020.

Verder maakt eiseres voldoende aannemelijk dat zij in België economisch actief is op grond van inkomende en uitgaande facturen, weliswaar in hoofdzaak bij wijze van intracommunautaire transacties.

Zij legt verder een interne jaarrekening neer per 31 december 2018 en toelichting van haar

activiteiten als verkoopscommissionair. Deze stukken lijken op een werkelijke activiteit te wijzen, in weerwil van de punten die opgesomd werden in de brief van 18 augustus 2020.

Het geheel van dossierelementen laat niet toe te besluiten dat eiseres manifest deelneemt aan intracommunautaire BTW-fraude, waardoor haar vordering tot heractivering van het BTW-nummer kennelijk ongegrond cq. strijdig zou zijn met de openbare orde.

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank, KAMER ABKG

Rol: 20/65/C

Beschikking 15 september 2020

Inzake:

E.A.G. BV met zetel te ..., KBO: 0648...., eisende partij - vertegenwoordigd ter zitting door Mr. ..., advocaat, kantoorhoudende te ...,

TEGEN:

DE BELGISCHE STAAT vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met kabinet gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12, betekend op het kantoor van de directeur van de STAFDIENST LOGISTIEK, te 1030 SCHAARBEEK, Koning Albert Il-Laan 33 bus 971, North Galaxy Toren B, 2de verdieping, verwerende partij - die niet aanwezig is, noch iemand voor haar.

Gelet op de stukken in het dossier van de rechtspleging waaronder:

- de gedinginleidende akte van 28 augustus 2020;

- de stukken van eisende partij.

Gelet op de artt. 2, 34, 36, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Gehoord de eisende partij in haar middelen en besluiten, ontwikkeld in de Nederlandse taal ter terechtzitting van 1 september 2020.

Verwerende partij is, alhoewel behoorlijk gedagvaard ( op het kantoor van de stafdienst logistiek, conform het MB van 25/10/2012), niet verschenen.

I. Relevante feiten en voorgaanden

Eiseres werd als BVBA opgericht op 16 februari 2016 met maatschappelijke zetel te ....

Bij bijzondere algemene vergadering van 29 februari 2016 werd als onbezoldigd zaakvoerder aangesteld, de heer M.B., wonende in Slovenië.

Eiseres stelt verkoopscommissionair te zijn voor de buitenlandse vennootschap A.E., vertegenwoordigd door de heer M.B., die zich richt op de verkoop van geheugendragers, ondermeer op de Europese markt.

De A.E. is gevestigd op Curaçao. Voor verkoop van geheugendragens in de EU richtte de heer M.B. eiseres op, als verkoopsagent voor A.E. in Europa.

Eiseres stelt in haar hoedanigheid van commissionair een omzet van 15.000.000,00 euro te realiseren per jaar, waarvan 14.400.000,00 euro betrekking heeft op intracommunautaire leveringen.

Op 17 augustus 2020 stelt eiseres vernomen te hebben dat haar BTW nummer BE0648.... ambtshalve werd doorgehaald door de BTW administratie.

Op 18 augustus 2020 motiveerde de BTW administratie KMO Mechelen, beheer team 5 dit schriftelijk als volgt:

" - de onderneming is gevestigd op het adres ... te ..., wat een postbusadres is; heeft als zaakvoerder de heer M.B., Nederlands staatsburger en woonachtig te Curaçao;

maakt gebruik van de diensten van een extern boekhoudkantoor te Brasschaat ( B&R). het is aangewezen dat het extern boekhoudkantoor op de hoogte wordt gebracht van de schrapping;

koopt en verkoopt goederen intracommunautair, maar de goederenbewegingen lopen nooit over België"

Er werd in voormelde brief meegedeeld dat het nummer vanaf 1 augustus 2020 niet meer zou kunnen gebruikt worden voor om het even welk economisch doeleinde en dat de schrapping plaatsvond op basis van artikel 23 van de Europese Verordening 904/2010.

Op 19 augustus 2020 heeft eiseres, via een gevolmachtigde, een aanvraag tot heractivatie ingediend. Deze werd geweigerd, hetgeen de betrokken BTW administratie aan eiseres meedeelde in een e-mail van 20 augustus 2020.

ll. Vorderingen

Eisende partij vordert dat verweerster veroordeeld zou worden om het BTW-nummer van eiseres met onmiddellijke ingang te activeren zodat eiseres het BTW nummer onverkort kan aanwenden in al haar commerciële betrekkingen met inbegrip van intracommunautaire transacties en dit tenminste voor 3 maanden waarbinnen eiseres in overleg kan gaan met de betrokken BTW administratie en zulks onmiddellijk vanaf de betekening van de beschikking en onder verbeurte van een dwangsom 1.000,00 euro per uur dat niet wordt overgegaan tot activatie.

III. Beoordeling

Vooraf: territoriale bevoegdheid

De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen is territoriaal bevoegd op grond van artikel 632 Ger.W.

Mutatis mutandis geldt deze bevoegdheid ook in kort geding.

a) hoogdringenheid

De urgentie raakt zowel de materiële bevoegdheid van de kort geding rechter als de grond van de zaak.

Er is sprake van urgentie wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen. (bv Cass. 17 juni 2019, www.cass.be, AR C.18.0583N; Cass. 11 mei 1990, TBH 1990, 774; Cass. 23 september 2011, www.cass.be AR C. 10.0279F).

Gezien de doorhaling van het BTW-nummer elke economische activiteit van een onderneming belemmert, is de urgentie afdoende vaststaand.

b) de gevorderde maatregelen

1. De maatregelen in kort geding kunnen bevolen worden indien de eisende partij voldoende schijn van rechten aantoont, waarna een belangenafweging dient plaats te vinden tussen deze schijn van rechten en de op te leggen maatregel.

Hoe verregaander de gevorderde maatregelen zijn, hoe sterker de schijn van rechten aan de zijde van de eisende partij dient vast te staan.

Verder dient de maatregel beperkt te zijn tot hetgeen strikt noodzakelijk is ter voorkoming van de ingeroepen schade/ernstige ongemakken en kan deze geen onherroepelijke beslissing te gronde inhouden.

2. Verweerster liet verstek, alhoewel zij behoorlijk werd gedagvaard met overhandiging van de dagvaarding aan een aangestelde ( op het kantoor van de stafdienst logistiek, conform het MB van 25/10/2012).

Overeenkomstig artikel 806 Ger. W. willigt de rechter in een verstekvonnis de vorderingen van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, de vorderingen of middelen strijdig zijn met de openbare orde, met inbegrip van de rechtsregels die de rechter krachtens de wet ambtshalve kan toepassen.

Van openbare orde is datgene wat de essentiële belangen van de Staat of van de gemeenschap raakt of wat in het privaat recht de juridische grondslagen bepaalt waarop de economische of morele orde van de maatschappij berust.

Het begrip openbare orde in de context van artikel 806 Ger. W. laat de rechter toe te weigeren een kennelijk ongegronde of kennelijk ontoelaatbare vordering in te willigen.

(zie in deze zin GwH, 7 juni 2018, nr. 72/2018)

3. In deze kan niet gesteld worden dat de vordering, om gedurende een beperkte periode en in afwachting van een procedure ten gronde, voorlopig het BTW-nummer te zien heractiveren, strijdig is met de openbare orde doordat deze kennelijk ongegrond zou zijn of buitensporig.

Met een eerste beoordeling ( prima facie) van de redenen van intrekking/ weigering tot heractivering, dient te worden vastgesteld dat de betrokken BTW administratie zich baseert op artikel 23 van de Europese Verordening 904/2010 van 7 oktober 2010.

Deze bepaling kadert in de administratieve samenwerking tussen de Lidstaten ter bestrijding van BTW fraude en houdt het engagement in van een Lidstaat om het BTW-nummer ongeldig te maken tenminste in de volgende gevallen:

“

a) de voor btw-doeleinden geïdentificeerde personen verklaren dat zij niet langer een economische activiteit als bedoel in artikel 9 van de Richtlijn 2006/112/EG verrichten, of de bevoegde belastingadministratie is van oordeel dat zij niet langer een economische activiteit verrichten. Een belastingadministratie kan meer bepaald oordelen dat een persoon zijn economische activiteit heeft beëindigd indien deze geen aangiften en lijsten heeft ingediend gedurende eenjaar na het verstrijken van de indieningstermijn voor de eerste ontbrekende aangifte of lijst, ofschoon die persoon daartoe gehouden was. De persoon heeft het recht het bestaan van een economische activiteit met andere middelen aan te tonen.

b) "

Op de zitting werd aan eiseres gevraagd bijkomend bewijs voor te leggen van recente lijsten en aangifte. Zij heeft deze stukken bezorgd, waarna de zaak in beraad werd genomen.

Er is dus geen sprake van een vennootschap die economisch inactief geacht wordt doordat zij geen aangiften en lijsten heeft ingediend. Eiseres leeft haar administratieve verplichtingen na.

Dit was voor de betrokken administratie ook geen argument, volgens de brief van 18 augustus 2020.

Verder maakt eiseres voldoende aannemelijk dat zij in België economisch actief is op grond van inkomende en uitgaande facturen, weliswaar in hoofdzaak bij wijze van intracommunautaire transacties.

Zij legt verder een interne jaarrekening neer per 31 december 2018 en toelichting van haar activiteiten als verkoopscommissionair.

Deze stukken lijken op een werkelijke activiteit te wijzen, in weerwil van de punten die opgesomd werden in de brief van 18 augustus 2020.

Het geheel van dossierelementen laat niet toe te besluiten dat eiseres manifest deelneemt aan intracommunautaire BTW-fraude, waardoor haar vordering tot heractivering van het BTW-nummer kennelijk ongegrond cq. strijdig zou zijn met de openbare orde.

De vordering dient te worden ingewilligd met dien verstande dat aan de BTW administratie een voldoende termijn dient verleend te worden voor het activeren van het BTW-nummer en de dwangsom beperkt wordt zoals hierna bepaald.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

Rechtdoende BIJ VERSTEK.

Alle verdere en strijdige middelen verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond in de hierna bepaalde mate.

Veroordeelt verweerster om binnen de 5 dagen na de betekening van de huidige beschikking het BTW-nummer BE0648.... van eiseres te heractiveren zodat eiseres het BTW nummer kan aanwenden in al haar commerciële betrekkingen met inbegrip van intracommunautaire transacties en dit voor een termijn van 3 maanden vanaf heden, onder verbeurte van een dwangsom van 5.000,00 euro per dag vertraging met een maximum van 50.000,00 euro.

Veroordeelt verweerster tot de kosten van het geding aan de zijde van eiseres begroot en door de rechtbank vereffend op:

kosten van dagvaarding 381,85 euro

rechtsplegingsvergoeding 90,00 euro.

Zegt voor recht dat verweerster dient in te staan voor het rolrecht van 165,00 euro. Wijst het anders en meergevorderde af.

Deze beschikking werd uitgesproken op vijftien september tweeduizend twintig in openbare zitting van de Kamer ABKg, die samengesteld was uit:

N. Claes, rechter dd. voorzitter,

M. Schoeters, griffier,

Aangehaalde teksten

2
verordening 904/2010 art. 231 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8