Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 21.02.2002
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 7 FEBRUARI 2002
Algemene rol nummer : 99/3567/B
In de zaak van :
B.V.B.A. G. R., met maatschappelijke zetel te …, … en ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …,
eiseres, voor wie optreedt mr. A. V. R., advocaat te …, …,
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op vervolging en benaarstiging van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Sint-Niklaas, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2,
verweerder, voor wie optreedt mr. P. V., advocaat te …, …,
Vonnis de rechtbank als volgt :
1. PROCEDURE
De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 10/1/2002, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift dd. 17/12/1999, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de door partijen neergelegde dossiers.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres strekt ertoe
“in hoofdorde
- de betaalde boeten van … frank (€ …) en … frank (€ …) als niet
- verschuldigd te beoordelen en dienvolgens verweerder te veroordelen tot onmiddellijke terugbetaling van de ten onrechte opgelegde boeten, verhoogd met de moratoriuminteresten,
- minstens de boeten kwijt te schelden die rusten op feiten die door verweerder niet bewezen worden en hiervan de terugbetaling te bevelen, te verhogen met de verschuldigde intresten,
in ondergeschikte orde,
- voor recht te zeggen dat eiseres nooit behoorlijk in kennis is gesteld van een 1° overtreding op de W.BTW, zodat eiseres geenszins gesanctioneerd kan worden ingevolge het plegen van een 2° overtreding;
- tevens te stellen dat geen enkele wettelijke verplichting aan eiseres de verplichting oplegt tot het houden van een afsprakenboek, werkfiches of een inventarisboek zodat eiseres hiertoe niet beboet kan worden, zeker niet bij afwezigheid van enige vraag hiertoe vanwege verweerder;
- bijgevolg te zeggen dat de opgelegde boete t.b.v. … frank als volgt herleid dient te worden :
- niet-voorleggen kasboek ….
- niet-inschrijving werkregister … x …
- niet inschrijving verkoopregister ... x …
- samen … frank
- verweerder te veroordelen tot terugbetaling van het teveel betaalde door eiseres, te verhogen met de verschuldigde intresten.
In meer ondergeschikte orde
- voor recht te zeggen dat de opgelegde boeten in strijd zijn met het communautairrechtelijk gewaarborgde evenredigheidsbeginsel en dienvolgens de boeten ter herleiden tot een redelijk niveau;
- verweerder te veroordelen tot terugbetaling van het teveel betaalde door eiseres, te verhogen met de verschuldigde intresten.
verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.”
3. BESPREKING
1. Overeenkomstig art.60, §1 eerste lid W.BTW moeten de boeken en stukken waarvan het W.BTW of de ter uitvoering ervan gegeven regels het houden, het opmaken of het uitreiken voorschrijven, worden bewaard door hen die ze hebben gehouden, opgemaakt of ontvangen.
Art. 60, §1 tweede lid a het W.BTW legt een meer uitgebreide bewaarplicht op. Naast de algemene verplichting vervat in art. 60, § 1, eerste lid W.BTW zijn belastingplichtigen en niet-belastingplichtigen rechtspersonen ook gehouden de boeken en stukken te bewaren die niet voorgeschreven zijn door het W.BTW of de uitvoeringsbesluiten, maar wel betrekking hebben op de uitgeoefende werkzaamheid.
Dit kunnen stukken van de boekhouding zijn zelfs een afsprakenboek (zie Fiscale dossiers Vandewinckele, Ced Samson, nr. 2001.24, p. 11).
Art. 61 W.BTW legt de belastingplichtige de verplichting op deze boeken en stukken aan de ambtenaren van de BTW-administratie voor te leggen teneinde een juiste heffing mogelijk te maken.
Art. 70, § 4 W.BTW stelt “De niet in de §§ 2 en 3 bedoelde overtredingen van de art. 39 tot 42, § 2 tot 54bis, 55, 56, 6 2, 57, 58, 60 tot 63 … of van de besluiten genomen ter uitvoering van die artikelen worden bestraft met een geldboete van …. Frank tot … frank per overtreding. Het bedrag wordt bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld…”.
2. M.b.t. de controle van 24/11/1998.
Er werd een boete opgelegd van … frank :
- 3 x … frank wegens niet-inschrijving in het register der werken aan voertuigen van 3 auto’s waaraan werken bezig waren op het tijdstip van de controle,
- … frank wegens niet voorlegging van het kasboek.
M.b.t. de boete van 3 x … frank wordt door eiseres geen enkel verweer gevoerd.
Ten onrechte stelt eiseres dat het niet houden van een kasboek geen inbreuk is op de BTW-wetgeving.
In casu is belastingplichtige als bvba gehouden tot het naleven van de wet met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekening van de onderneming hetgeen impliceert dat zij een kasboek moet houden, dit boek moet zij ook voorleggen aan de ambtenaren van de BTW.
Het argument van eiseres dat zij al haar verkopen en bijgevolg ook al haar ontvangen bedragen kan verantwoorden aan de hand van facturen is irrelevant en bovendien onjuist aangezien zij zelf toegaf dat sommige klanten contant betaalden.
3. M.b.t. de controle van 8/2/99.
Er werd een boete opgelegd van … frank.
Eiseres kan niet worden gevolgd waar zij stelt dat zij geen kennis had van de verschillende BTW-inbreuken die aanleiding gaven tot het opleggen van boeten; dat zij de brieven van de administratie samen met het bijhorende controleverslag en het proces-verbaal nooit heeft ontvangen.
Uit de stukken blijkt dat op 24/11/98 een beperkte controle en op 8/2/99 een controle gebeurde door ambtenaren van de AOIF in de garage van eiseres m.b.t. het bijhouden bewaren en voorleggen van boeken en bescheiden alwaar een aantal inbreuken werden vastgesteld in aanwezigheid van eiseres.
Belastingplichtige ondertekende het controleverslag dd. 24/11/98.
Bovendien komt het ongeloofwaardig over dat eiseres onmiddellijk zonder enig voorbehoud de “hoge administratieve geldboeten” zou betalen zonder te weten waarover het ging.
Eiseres meent dan ook ten onrechte niet te kunnen gesanctioneerd worden voor" tweede" inbreuken.
De processen-verbaal leveren bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.
Eiseres faalt in de op haar rustende bewijslast.
Negen voertuigen waren niet ingeschreven in het register voor de verkoop van tweedehandsvoertuigen. Vier voertuigen waaraan men op het tijdstip van de controle aan het werken was waren niet vermeld in het register voor werken aan motorvoertuigen.
Alle boeken en stukken m.b.t. de uitgeoefende beroepswerkzaamheid dienen voorgelegd : kasboek, afsprakenboek, werkfiches, inventarisboek (zie hoger).
Eiseres mag zich beperken tot één register voor de verkoop van tweedehandse voertuigen maar alleen op voorwaarde dat er afzonderlijke kolommen in dat register staan voor de voertuigen onderworpen aan de margeregeling.
Vermits het proces-verbaal stelt dat er in casu een apart register diende te zijn betekent dit dat aan de voorwaarde van de aparte kolommen voor de voertuigen onderworpen aan de margeregeling niet voldaan was.
4. M.b.t. het bedrag van de boete.
Het staat vast dat eiseres de inbreuken heeft begaan en verweerder derhalve de administratieve boeten kon opleggen.
Zeker sedert de invoering van de nieuwe fiscale procedure bij de wetten van 15 en 23 maart 1999, waarbij o.m. tevens art. 84, tweede lid van het BTW-wetboek werd gewijzigd staat het vast dat de Hoven en Rechtbanken van de Rechterlijke macht volle rechtsmacht hebben teneinde uitspraak te doen over de fiscale boeten zowel wat betreft de wettigheid, de opportuniteit als de hoogte ervan (Parl.Doc., Senaat, zitting 1998-99, nr. 966 /11, pp. 146 en 213).
In casu betreft het inbreuken in een zeer fraudegevoelige sector. Door het niet naleven door belastingplichtige van de formele verplichtingen inzake BTW wordt het de controlerende ambtenaren onmogelijk gemaakt de juiste heffing van de BTW te controleren.
De boete moet in evenredigheid zijn met hetgeen beoogd wordt nl. tegelijkertijd een waarschuwing en terechtwijzing voor de belastingplichtige.
De rechtbank meent dat gelet op de concrete omstandigheden de boete dient herleid tot € … (… frank).
Beschikkend gedeelte
Op die gronden,
De rechtbank,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond in de hierna bepaalde mate,
Herleidt de bestreden aanslagen voor de litigieuse inbreuken tot een gezamenlijke boete van € … (… frank).
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van het eventueel reeds ten onrechte betaalde meer de moratoriumintresten,
Veroordeelt de eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
aan de zijde van eiseres :
rechtsplegingsvergoeding : € …
aan de zijde van verweerder :
rechtsplegingsvergoeding : € …
Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op éénentwintig februari tweeduizend en twee, waar aanwezig waren :
J. D. B. : alleenzetelend rechter,
J. D. T. : griffier.
J. D. T. J. D. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.