Recht op aftrek van belasting, werkingssfeer, dienst, belastbare handeling · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Gent 24 oktober 2002

Zoeken

Recht op aftrek van belasting, werkingssfeer, dienst, belastbare handelingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-werkingssfeer-dienst-rechtbank-gent-2002-10-24-2f68

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Gent
Datum
24 oktober 2002

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

55 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 24.10.2002

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 24.10.2002

AR nr. 02/1095/A

In de zaak van :

De heer G. H., zelfstandige, wonende te …, …,

eiser,

niet verschijnend noch iemand voor hem;

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de heer e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Aalst, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9300 Aalst, Graanmarkt 1;

verweerder,

raadsman Mtr. P. V., advocaat te …, …

1. PROCEDURE

1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 26 september 2002; De debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder de gedinginleidende dagvaarding, de onderscheiden conclusies en dossiers van partijen;

2. DE VORDERING

De vordering van eiser strekt ertoe zich te verhalen tegen het dwangbevel dat hem ten verzoeke van verweerder op 13 december 2001 werd betekend;

De vordering zoals gelibelleerd in de dagvaarding strekt er meerbepaald toe :

“…

De opgelegde belasting uit hoofde van voormelde punten te horen herzien en de opgelegde boete te horen verminderen.

Gedaagde zich bovendien te horen veroordelen tot al de kosten van het geding.

…”

3. BESPREKING

3.1. Lastens eiser werd op 5 februari 2001 door de BTW-administratie een controle van de boekhouding aangevangen m.b.t. de jaren 1996 tot en met 1999;

Tevens werd inzage genomen in het fiscaal dossier van eiser bij de diensten der directe belastingen;

Ter gelegenheid van deze controle werden een aantal BTW-inbreuken vastgesteld, welke werden opgenomen in een proces-verbaal d.d. 21 mei 2001 en welke resulteerden in de volgende verschuldigde bedragen :

- BTW : 6.288,96 EUR

- Boete : 2.181,46 EUR

(art. 70, par. 1 BTW-Wb. en art. 1, KB nr. 41 d.d. 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van BTW;

- Interesten : PM

(art. 91, par. 1 BTW-Wb. : 0,8 % per maand vertraging vanaf 21 januari 2000).

Eiserd werd uitgenodigd vrijwillig te bellen bij schrijven d.d. 21 mei 2001;

Bij gebreke aan spontane betaling werd op 29 mei 2001 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 5 juni 2001 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard;

Voormeld dwangbevel werd bij aangetekend schrijven d.d. 8 juni 2001 ter kennis gebracht van eiser (art. 85, par. 1 BTW-Wb.);

Op 13 december 2001 werd voormeld dwangbevel betekend;

De verdere stappen ter zake een uitvoerend beslag werden gezet;

Op 22 februari 2002 leidt eiser onderhavige procedure in;

3.2. Eiser komt niet opdagen ter terechtzitting, niettegenstaande een oproeping ex art. 803 Ger. W. op vraag van verweerder;

Ter terechtzitting vordert verweerder verstek conform artikel 804 Ger. W.

Geen enkel stuk ter ondersteuning van de vordering van eiser ligt voor;

Eiser bewijst derhalve zijn vordering niet, zodat deze als ongegrond dient te worden afgewezen;

Beschikkend gedeelte

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK, rechtdoende BIJ VERSTEK,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk doch ongegrond;

Wijst hem af van zijn vordering en veroordeelt hem tot de kosten;

Begroot deze kosten :

- in hoofde van eiser op 162,32 EUR dagvaardingskosten;

- in hoofde van verweerder op 334,66 EUR (13.500 BEF) rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gewezen en uitgesproken door de zesde (fiscale) kamer van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van donderdag 24 oktober 2002, waar aanwezig waren:

Alleenzetelend rechter M. V. d. B.,

Griffier J. D. T.,

J. D. T. M. V. d. B.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 41 art. 11 voorkomen