Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 03.10.2003
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN, 3/10/2003
Rol nr. : 03/ 593/A
P. NV, BTW nr. …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ….
eiseres,
ter zitting vertegenwoordigd door meester B. C. loco K. S., advocaat te …, ….
tegen :
1. ADMINISTRATIE VAN DE BTW REGISTRATIE EN DOMEINEN, in de persoon van de met de invordering belaste ambtenaar van het BTW-Ontvangkantoor te 3300 Tienen, Goossensvest 3.
2. DE BELGISCHE STAAT, MINISTERIE VAN FINANCIEN, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel Wetstraat 12.
verweersters,
ter zitting vertegenwoordigd door meester D. B. loco F. R., advocaat te …, …
De rechtbank doet uitspraak in deze zaak die op de zitting van 5 september 2003 werd behandeld en op tegenspraak in beraad werd genomen.
Gelet op de artikelen 2-9-34-36-37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Gezien de gedinginleidende dagvaarding op 3 september 2001 betekend door het ambt van S. S., gerechtsdeurwaarder te ….
Gelet op de neergelegde conclusies en stukken.
Gelet op het vonnis d.d. 26 februari 2003 van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt waarbij deze rechtbank zich territoriaal onbevoegd verklaarde en de zaak verwees naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven.
Gehoord de advocaten van partijen op de openbare zitting van 5 september 2003.
I. De Feiten
De NV P. (eiseres) is BTW-belastingplichtige.
Na controles die uitgevoerd werden op 25 en 26 januari 1999 en 15 februari 1999 werd op 15 februari 2000 proces-verbaal opgesteld door R. E., eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd van de administratie van de BTW, registratie en domeinen, verbonden aan de administratie van de Ondernemings-en Inkomstenfiscaliteit, controlecentrum Hasselt-Beringen.
In dit proces-verbaal wordt onder meer gesteld dat de NV P. een inbreuk zou begaan hebben op de aftrekregeling ten aanzien van kosten van onthaal. Het procesverbaal geeft een overzicht van kosten die betrekking hebben op het jachtterrein, de woning gelegen te … en de chalet opgericht te …. De aangerekende BTW op deze kosten werd door NV P. volledig in aftrek gebracht.
Volgens de inspecteur betreft het hier kosten van onthaal waarvan de aftrek volledig dient verworpen te worden.
Bij schrijven d.d. 17 februari 2000 werd door het BTW-ontvangkantoor van Tienen aan NV P. kennis gegeven van het dwangbevel d.d. 16 februari 2000 uitgevaardigd door W. W., eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor Tienen, op 16 februari 2000 uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt. Dit dwangbevel werd opgesteld overeenkomstig het proces-verbaal d.d. 15 februari 2000.
Het bezwaar dat door NV P. werd aangetekend werd door de Minister verworpen.
II. De vorderingen
NV P. tekent verzet aan tegen het dwangbevel d.d. 16 februari 2000 in de mate dat de aftrek van kosten verworpen werd omdat het kosten van onthaal zouden zijn en vraagt het dwangbevel, evenals de ministeriële beslissing d.d. 23 mei 2001 ongegrond te verklaren.
III. Beoordeling
1. Krachtens artikel 45, § 3, 4° van het BTW-Wetboek komt de BTW geheven op kosten van onthaal niet in aanmerking voor aftrek.
2. NV P. is een bedrijf waarvan de activiteit bestaat uit de verkoop van jachtwapens, jachtkledij en accessoires en het herstellen van jachtwapens.
NV P. voert aan dat zij bij de aankoop van een jachtwapen, of als een klant overweegt een jachtwapen aan te kopen, alle informatie wil geven over de technische kenmerken van de jachtwapens evenals over het gebruik ervan. Het jachtdomein wordt gebruikt om deze informatie te verstrekken en aan de kopers, of zij die ernstig overwegen een jachtwapen aan te kopen, een vaardigheidstraining in het gebruik van het wapen te geven. Dit kan dan gebeuren tijdens een jachtpartij.
3. Indien het jachtdomein zou gebruikt worden zoals door NV P. wordt aangevoerd kunnen deze kosten niet als kosten van onthaal worden aangemerkt. Dit wordt trouwens door de Belgische Staat niet betwist. De Belgische Staat betwist dat NV P. het jachtdomein zou gebruiken zoals door haar wordt aangevoerd.
4. Uit het proces-verbaal blijkt dat tijdens de controle door de zaakvoerders verklaard werd dat het jachtterrein, de woning en het chalet gebruikt worden voor de ontvangst van het cliënteel dat uitgenodigd werd om te jagen.
Er is hier enkel sprake van uitnodiging om te jagen. Er is geen sprake van het geven van informatie over wapens en het organiseren van vaardigheidstrainingen. Er wordt geen enkel verband gelegd tussen de effectieve verkoop van een wapen, of het ernstig overwegen een jachtwapen aan te kopen, en de uitnodiging.
5. Uit het proces-verbaal blijkt tevens dat er in de winkel op geen enkele manier wordt verwezen naar de mogelijkheid om op het jachtdomein een vaardigheidstraining in het gebruik van het aangekochte wapen te volgen.
Het is ondenkbaar dat NV P., indien deze mogelijkheid werkelijk zou bestaan, hiernaar niet op een of andere manier zou verwijzen in haar winkel of haar publiciteit.
6. Het is daarenboven opmerkelijk dat NV P. geen enkel bewijs of begin van bewijs bijbrengt om de stelling van de Belgische Staat, die steun vindt in het proces-verbaal, te weerleggen. Er wordt niet één attest bijgebracht van een klant die een vaardigheidstraining gevolgd heeft. Er wordt niets vermeld van richtlijnen die er zouden bestaan voor de verkopers, opdat deze zouden weten aan welke klanten een vaardigheidstraining kan worden aangeboden en welke de eventuele korting is die een klant krijgt indien hij geen gebruik maakt van de mogelijkheid een vaardigheidstraining te volgen. Er wordt geen enkele bestelbon of factuur bijgebracht waarbij een klant een wapen koopt en hem tegelijkertijd een vaardigheidstraining wordt aangeboden.
7. De bewering van NV P. dat het jachtdomein gebruikt wordt om informatie te geven over de technische kenmerken van de jachtwapens evenals over het gebruik ervan wanneer iemand een wapen aankoopt of ernstig overweegt een wapen aan te kopen is totaal ongeloofwaardig en wordt door geen enkel gegeven gestaafd.
Uit het proces-verbaal blijkt dat dit jachtdomein gebruikt wordt voor de ontvangst van het cliënteel dat uitgenodigd werd om te jagen.
De vordering is dan ook ongegrond.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtsprekende op tegenspraak en in eerste aanleg.
Verklaart de vordering ontvankelijk.
Wijst de vordering als ongegrond af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten.
Begroot de kosten voor eiseres op 126,80 euro (dagvaarding in verzet) + 342,10 euro (rechtsplegingsvergoeding) en voor verweerster op 342,10 euro (rechtsplegingsvergoeding).
Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag drie oktober 2003, waar zetelden :
de heer L. W., alleenzetelend rechter en
mevrouw F. V., griffier.
F. V. L. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.