Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 15.03.1999
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :
Zitting van : 15 maart 1999
lnzake :1995/AR/2291
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de hoofdcontroleur van het zesde BTW-controlekantoor te Antwerpen, met kantoren gevestigd te 2000 Antwerpen, 1, Italiëlei 4, bus 4;
appellant,
tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 16 mei 1995;
vertegenwoordigd door Mr. S. V. D. loco Mr. A. v. L. d. J., advocaat te …, …;
tegen :
NV M., voorheen genaamd NV I. U., met maatschappelijke zetel te …, …,
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. D. V. B. loco Mr. V. D., advocaat te …, …;
1. De antecedenten
1.1. NV I. U. I.U.M. (die thans NV M. heet en in dit arrest verder zo wordt genoemd) organiseerde een aantal evenementen : een lanceringsfeest van haar nieuw tijdschrift F., de G. P. 1990, de G. P. 1991 en de verkiezing van Man en Vrouw van het jaar 1991. Zij vertrouwde de organisatie van deze gebeurtenissen toe aan NV A. T. C. E. die hiervoor diverse facturen uitschreef voor een totaal bedrag van 7.348.371 BEF, vermeerderd met 1.364.631 BEF BTW (volgens de fiscus 1.331.091 BEF).
1.2. Naar aanleiding van een op 17.06.1992 gehouden BTW controle oordeelde de fiscus dat NV M. de BTW ten onrechte had afgetrokken. Hiertoe riep de fiscus in dat de voorgebrachte facturen betrekking hadden op kosten van onthaal en hij steunde zich op art. 45, § 3 4° BTW-Wetboek om de aftrek te verwerpen. Ingaand op een betalingsverzoek d.d. 26.07.1993 heeft NV M. op 16.08.1993 volgende bedragen betaald BTW :
BTW : 1.331.091 BEF
boeten : 202.312 BEF
interesten : 133.000 BEF
.1.666.403 BEF
1.3. Bij brief d.d. 23.09.1993 meldde NV M., verwijzend naar de vóór het betalingsverzoek gevoerde briefwisseling, dat zij deze betaling onder voorbehoud van haar rechten had verricht.
NV M. heeft op 25.03.1994 oe Belgische Staat gedagvaard teneinde terugbetaling te bekomen. De eerste rechter heeft deze vordering in het bestreden vonnis d.d. 16.05.1995 gegrond verklaard, oordelend dat de door NV M. afgetrokken BTW geen betrekking had op kosten van onthaal.
2. De betwisting
2.1. De betwisting tussen de partijen handelt over de preciese draagwijdte van het begrip "kosten van onthaal".
De fiscus omschrijft het begrip "kosten van onthaal" als kosten die een bedrijf maakt op het stuk van public relations voor onthaal, ontvangst en vermaak of ontspanning van aan het bedrijf vreemde bezoekers, inzonderheid leveranciers en klanten. NV M. verdedigt dat de uitgaven die met reclamedoeleinden worden gemaakt een professioneel karakter hebben, en dan moeten worden uitgesloten van de "kosten van onthaal”.
2.2. Art. 45, § 1 van het BTW-wetboek bevat het principe dat elke belastingplichtige de belasting die geheven werd op aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek mag brengen op de belasting die hij verschuldigd is. Art. 45, § 3, 4°, dat de aftrek verbiedt van de BTW terzake van kosten van onthaal houdt hierop een uitzondering in, en moet daarom restrictief werden geïnterpreteerd.
Bij gebreke aan wettelijke omschrijving van dit begrip moet deze bepaling, die het recht op aftrek beperkt, worden geïnterpreteerd conform aan de Zesde Europese Richtlijn. In art. 17.6. bepaalt deze richtlijn o.m. dat de uitgaven die geen strikt professioneel karakter hebben zoals weelde uitgaven en uitgaven voor ontspanning of representatie, in elk geval van het recht op aftrek uitgesloten zijn.
Gelet op het onderscheid dat in deze richtlijn wordt gemaakt tussen uitgaven met een professioneel karakter en uitgaven voor ontspanning en representatie, moet het toepassingsveld van het begrip "kosten van onthaal" worden beperkt tot die kosten die ten behoeve van klanten of gasten worden gemaakt, zonder dat een ander voordeel wordt nagestreefd dan het creëren van een algemeen gunstige atmosfeer ten overstaan van de onderneming.
Indien de kosten daarentegen de directe verkoop beogen of worden gemaakt met het oog op de publiciteit voor welbepaalde producten, gaat het om publiciteit. Het gaat dan om uitgaven met een strikt professioneel karakter en niet om uitgaven voor ontspanning of representatie Dat deze publiciteit wordt gebracht onder omstandigheden die aan de: genieter van de uitgave vermaak of ontspanning bieden en deze uitgave zich in de sfeer van het eindgebruik bevindt, doet dan aan het strikt professioneel karakter van de uitgave geen afbreuk.
Het hof stelt vast dat ook de fiscus deze interpretatie toepast, wat blijkt uit :
1. de administratieve beslissing d.d. 7 en 10 juli 1989 nr. E.T. 63.540, waarbij niet als kosten van onthaal worden aangemerkt maar als publiciteitskosten, de door ondernemingen gedane uitgaven met betrekking tot het gebruik van business-seats en loges voor zever deze ondernemingen door middel van die business-seats en loges onder één of andere vorm publiciteit voeren (BTW revue nr. 88/11/89, 433);
2. het antwoord van de Minister van Financiën op parlementaire vraag nr. 269 van de heer D. d.d. 20.06.1997, waaruit blijkt dat de Minister als voorwaarde, opdat een uitgave als publiciteitsverrichting zou worden beschouwd in plaats van als kost van onthaal, stelt dat de verrichting het overbrengen van een boodschap impliceert waarin de kwaliteiten van een product of een dienst uitdrukkelijk worden aangeprezen. (Vr. en Antw., Senaat, 9 september 1977, (nr. 1-53), blz. 2700-2701)
2.3. Een nauwkeurig en concreet onderzoek van de voorgelegde stukken brengt aan het licht dat de gebeurtenissen, waarvan NV M. de organisatie toevertrouwde aan NV A. T. en die het voorwerp zijn van de voorliggende betwisting, daadwerkelijk dit effectief en concreet publicitair karakter hadden.
LANCERING TIJDSCHRIFT FEELING : NV M. heeft op 31.01.1991 een lanceringsfeest ingericht naar aanleiding van haar nieuw tijdschrift F., waarvan het eerste nummer op 01.02.1991 verscheen. Uit de factuur van NV A. T. blijkt dat het om een gebeurtenis ging waar artiesten uit uiteenlopende genres optraden, waar voor spijs en drank werd gezorgd (zie de post "catering") en waar "F."-regenschermen werden verspreid. De verkoop van de nummers van een nieuw tijdschrift hangt vanzelfsprekend af van de bekendheid die dit tijdschrift verwerft door de andere media. Een feest, speciaal georganiseerd om een nieuw tijdschrift bekend te maken, is in hoofde van een uitgeverij duidelijk een loutere daad van publiciteit. De kosten die dergelijke gebeurtenis meebrengt zijn zuivere professionele publiciteitskosten. en geen kosten van onthaal.
DE GOUDEN PROSPER en MAN EN VROUW VAN HET JAAR : Uit de voorgebrachte stukken blijkt dat het weekblad P./D. P. jaarlijks een prijs uitreikt aan iemand die zich (volgens de door de redactie benoemde jury) verdienstelijk heeft gemaakt in het Belgische popmilieu (de gouden prosper), terwijl de lezers worden uitgenodigd jaarlijks de man en de vrouw van het jaar te kiezen. De verkiezing van de winnaar van de gouden prosper, en de huldiging van de mannen en vrouwen van het jaar vinden plaats tijdens een evenement dat door NV M. wordt georganiseerd. Naar aanleiding van de uitreiking van de gouden prosper worden popconcerten georganiseerd.
Uit het door NV M. neergelegde dossier blijkt dat deze beide verkiezingen bijzonder veel aandacht krijgen, zowel in het eigen weekblad - waar reeds weken vooraf artikels aan deze gebeurtenis worden besteed - als in de nationale pers, waar over de verkiezingen wordt bericht telkens met de melding dat het om prijzen gaat die door Panorama worden uitgereikt.
In die omstandigheden moet worden besloten dat deze prijzen rechtstreeks de publicatie van het tijdschrift zelf betreffen en ertoe strekken te doen geloven dot het weekblad zich in het bijzonder interesseert aan, enerzijds de popmuziek, anderzijds maatschappelijk belangrijk geachte personen. Aldus grijpt NV M. deze gebeurtenissen aan om het eigen lezerspubliek aan zich te binden, en om een bredere lezerskring te verwerven. De kosten die gepaard gaan met de organisatie van de uitreiking van de prijzen zijn daarom geenszins als kosten van onthaal te beschouwen (des te minder overigens nu uit de publiciteit blijkt dat toegangsetiketten moeten worden gekocht), maar zijn zuivere publiciteitskosten.
2.4. De eerste rechter heeft dus terecht de vordering van NV M. gegrond bevonden.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak;
Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het bestreden vonnis;
Verwijst de Belgische Staat in kosten van het hoger beroep, en begroot deze aan de zijde van NV M. op 16.400 BEF (rechtsplegingsvergoeding).
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijftien maart negentienhonderd negenennegentig,
waar aanwezig waren :
W. L., Voorzitter;
E. L., Raadsheer;
J. E., Raadsheer;
G. V., Griffier.
V. E. L. L.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.