Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel dd. 28.06.2013
Belasting over de toegevoegde waarde – Gerechtelijke procedure – Gezag van gewijsde - Non bis in idem – Recht op aftrek
Samenvatting
De uitlegging van het beginsel van het gezag van gewijsde volgens welke in belastingzaken een beslissing met gezag van gewijsde in een bepaalde zaak die een met andere zaken gemeenschappelijk fundamenteel punt betreft, met betrekking tot dat punt zelfs dan bindend is wanneer zij betrekking heeft op een ander belastingtijdvak, is niet verenigbaar met het doeltreffendheidsbeginsel. Het non bis in idem kan hier bijgevolg niet spelen.
De gratis ter beschikking stelling van de randapparatuur kan dus niet losgekoppeld worden van en kadert in de eigenlijke BTW-plichtige activiteit van eiseres en deze dient ter inlichting omtrent de door eiseres geleverde producten en heeft de bedoeling de verkoop van deze producten te bevorderen.
Dat dit laatste ook effectief het geval is en dat de investeringen in de randapparatuur een rechtstreekse impact hebben op de verkochte producten blijkt uit de stukken van eiseres.
Bijgevolg kadert de aankoop van vernoemde randapparatuur in de promotionele activiteiten in hoger aangehaalde zin, zodat deze voor BTW-aftrek in aanmerking komen.
Eiseres is dan ook noch de in de processen-verbaal opgenomen BTW, noch de intresten hierop, alsmede de boetes verschuldigd.
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 33ste kamer dd. 28.06.2013
A.R. 2012/561/A
Inzake van:
De N.V. S.J.M.B. , met maatschappelijke zetel te … en met ondernemingsnummer …,
EISENDE PARTIJ,
Vertegenwoordigd door Mr. V.H., advocaat kantoorhoudende samen met Mr. S. te …
Tegen:
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor van Vilvoorde, met burelen te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51,
VERWERENDE PARTIJ,
Vertegenwoordigd door Mr. K. C. loco Mr. P. D., advocaat te…,
In deze zaken, in beraad genomen op 17/05/2013, spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit:
Gelet op:
• het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek uitgaande van eiseres en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 11/01/2012;
• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, §2 van het gerechtelijk wetboek van 17/02/2012;
• de beschikking tot herziening van de regeling van conclusietermijnen genomen in toepassing van art. 747 Ger. W. dd. 6/06/12;
• de beschikking genomen in toepassing van art. 748 Ger. W. dd, 7/05/13;
• de conclusies en aanvullende conclusies van verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 14/05/12 en op 17/09/12;
• de conclusies en aanvullende conclusies van eiseres, neergelegd ter griffie
op respectievelijk 10/07/12 en op 9/11/12;
• de stukken van verweerder, neergelegd ter zitting op 17/5/13;
• de stukken van eisende partij neergelegd ter griffie op 30/04/2013;
Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 17/05/2013 waarna de debatten werden gesloten en de zaken in beraad genomen werden.
Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
1. FEITEN
De feiten die ten grondslag liggen aan huidige procedure kunnen als volgt samengevat worden.
Eiseres is actief in het commercialiseren van hartkleppen, sondes, pacemakers en defibrillatoren. Daarnaast koopt eiseres apparatuur aan (onder meer R-testapparaten) dewelke kan worden gebruikt om hartonderzoeken te doen en pacemakers te controleren, alsmede medische apparaten en pc's (met programmatuur) voor het lezen van deze testapparaten.
Deze apparatuur wordt door eiseres gratis ter beschikking gesteld van artsen en ziekenhuizen (onder de vorm van een bruikleenovereenkomst). Naar eigen zeggen kadert dit in een marketing en 'reclame' strategie in een sector waarbinnen de gebruikelijke reclamemethoden niet toegelaten of dienstig zijn.
Op 07/10/2011 werd een BTW-controle uitgevoerd bij eiseres dewelke betrekking had over de periode 01/01/2008 tot en met 31/12/2009. Op basis van deze controle werd een proces-verbaal opgesteld met datum 12/12/2011.
Hierin werd, voor wat betreft het nog ter discussie staande gedeelte van de BTW, vastgesteld dat door eiseres bepaalde investeringsgoederen tijdelijk werden ter beschikking gesteld van cliënteel.
Dergelijke bruikleen geschiedt, volgens verweerder, ten kosteloze titel zodat dit niet valt onder artikel 2 BTW-wetboek (verder W.BTW), bijgevolg kon op grond van artikel 45, §1 ook geen aftrek
genoten worden van op deze goederen betaalde BTW.
Alzo werd vastgesteld dat nog verschuldigd was:
In hoofde van BTW: €111 666,10
Proportionele boete: €11 160,00
Intresten aan 0,8 percent per maand vanaf 21/01/2010 over €111 660,00.
Op 13/12/11 werd een dwangbevel uitgevaardigd door verweerder, op dezelfde datum uitvoerbaar verklaard en middels aangetekend schrijven dd. 21/12/11 betekend aan eisende partij.
Een betekening-bevel door gerechtsdeurwaarder A. V., plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder in vervanging van gerechtsdeurwaarder M.V.E. werd gedaan op 26/12/2011.
Deze controle volgde na twee andere, eerdere BTW controles voor de jaren 2003 t.e.m.2007. M.b.t. deze controles en de eruit voortvloeiende 'correctie' werd een procedure voor deze rechtbank gevoerd waarbij de Fiscale Administratie in het ongelijk werd besteld bij vonnis dd. 13/10/10. Na hoger beroep volgde uiteindelijk een doorhaling van die zaak aanhangig voor het Hof van Beroep.
Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 06/04/2009 worden het dwangbevel dd. 13/12/11 en het proces-verbaal dd. 12/12/11 aangevochten en betwist door eisende partij.
2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN
De vordering van eiseres strekt er in hoofdorde toe het bestreden dwangbevel nietig te verklaren en/of te zeggen dat eiseres uit hoofde hiervan geen BTW, geldboeten en intresten verschuldigd is. Tevens vordert eiseres verweerder te heren veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 94 639,55.
Ondergeschikt vraagt eiseres de opgelegde boete kwijt te schelden.
Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering van eiseres.
3. BEOORDELING
3.I. Ontvankelijkheid
Verweerder werpt geen middelen van niet-ontvankelijkheid op, noch wordt enige ambtshalve grond van niet ontvankelijkheid vastgesteld. De vordering van eiseres is derhalve ontvankelijk.
3.II. Ten gronde
Uit de syntheseconclusies van eisende partij blijkt dat zij, samengevat, volgende middelen aanvoert :
- ‘exceptie van gewijsde' (sic),
- dan vordert eiseres een schadevergoeding (blz. 18-21),
- dan is er terug een uiteenzetting m.b.t. de feiten (blz. 21 - 23),
- dan volgt er een erg verwarrende uiteenzetting omtrent de wel aftrekbaarheid van de BTW (blz. 24 - 37) waaruit het bijzonder moeilijk af te leiden is welke de argumenten van eisende partij.
M.b.t. de opgeworpen exceptie van gewijsde
Eisende partij voert in eerste instantie aan (blz. 4 - 21 (!) aanvullende conclusies), samengevat, dat het standpunt van de administratie, zoals vervat in het procesverbaal dd, 1/12/11 en omgezet in het bestreden dwangbevel ingaat tegen de bepalingen van art. 23 van het Ger. W. gelet op een eerder vonnis van deze rechtbank.
Concreet houdt dit in dat er m.b.t. eerdere periodes , nl. de periodes 1/01/03 – 31/12/04 en 1/01/05 - 31/12/07 controles plaatshadden, pv's werden opgesteld en een betwisting voor de rechtbank werd gevoerd die leidde tot een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van deze rechtbaak (Rb. Brussel 13 oktober 2010, AR 2009/AR/4267/A en A.R. 2009/10713/A).
In voorliggende zaak is een latere periode aan de orde, nl. de periode 01/01/2008 tot en met 31/12/2009 maar staar dezelfde problematiek ter discussie.
Beoordeling
Art 23 Ger. W. bepaalt:
"Het gezag van het rechterlijk gewijsde strekt zich niet verder uit dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt. Vereist wordt dat de gevorderde zaak dezelfde is; dat de vordering op dezelfde oorzaak berust; dat de vordering tussen dezelfde partijen bestaat, en door hen en tegen hen in dezelfde hoedanigheid gedaan is. "
M.b.t. belastingen, inzake B.T.W. zijn telkens andere periodes aan de orde. Het weze duidelijk dat huidig geschil niet dezelfde periode betreft dan het geschil waarnaar eisende partij verwijst.
Inzake is een ander tijdvak aan de orde, werde er een andere controle gedaan en werd er een ander proces-verbaal opgesteld,
Het voorwerp van huidige beslissing is manifest anders dan het voorwerp van de beslissing waarnaar wordt verwezen door eisende partij, ook al zijn dezelfde activiteiten en dezelfde handelswijze van eisende partij aan de orde (in dit andere tijdvak).
Het gezag van gewijsde in fiscale zaken is slechts beperkt vergelijkbaar met dit in andere materies, en vindt haar rechtvaardiging in het beginset dat een belasting slechts kan gevestigd worden binnen een bepaalde termijn en in het non bis in idem-beginsel (vergelijk met de conclusie van advocaat-generaal P. M. bij Cassatie 3 september 1968, Pas., 1969, I, p. 4 e.v. , meer bepaald p. 7).
Er is weliswaar een definitieve beslissing met betrekking tot de verschuldigde btw over de jaren 1/01/03 - 31/12/04 en 1/01/05 – 31/12/07, maar het belastinggeschil waarop huidig geding betrekking heeft, betrekking op de periode 1/01/08 - 31/12/09. Hoewel dit geschil ontegensprekelijk in een aantalopzichten samenvalt met het geschil dat met een definitieve beslissing is afgesloten, dient het als daarvan wezenlijk verschillend beschouwd worden, op grond van het feit dat het (een) ander(e) belastingtijdvakken) en dus een ander voorwerp betreft (vgl. conclusies advocaat - generaal J. MAZAM dd, 24/03/09 bij de zaak H.v.J., zaak C-2/08, meer bepaald de overwegingen 69 en 70).
De uitlegging van het beginsel van het gezag van gewijsde volgens welke in belastingzaken een beslissing met gezag van gewijsde in een bepaalde zaak die een met andere zaken gemeenschappelijk fundamenteel punt betreft, met betrekking tot dat punt zelfs dan bindend is wanneer zij betrekking heeft op een ander belastingtijdvak, is niet verenigbaar met het doeltreffendheidsbeginsel (vgL H.vJ, Zaak C-2/08 Amministrazione dell'Economia e delle Finanze en Agenzia delle Entrate tegen Fallimento Olimpiclub Srl).
Het non bis in idem kan hier bijgevolg niet spelen.
Dit middel van eisende partij is ongegrond.
De vordering in schadevergoeding is om deze reden ongegrond.
M.b.t. de uiteenzetting aangaande de wel aftrekbaarheid van de B. T.w:
Na voormeld middel en (opnieuw) een feitenrelaas volgt een uiteenzetting 'In Rechte - Ten Gronde’, 'In hoofdorde' in de aanvullende conclusies van eisende partij.
Het is niet eenvoudig de argumentatie/de middelen van eisende partij daaruit te distilleren.
Na analyse denkt de rechtbank te kunnen verstaan dat eisende partij, eenvoudig samengevat, argumenteert dat de aan de orde zijnde medische randapparatuur, dewelke ter beschikking wordt gesteld van artsen en ziekenhuizen, wel degelijk in aanmerking komt voor B.T.W.-aftrek. Het zou hier immers gaan om reclame of promotie in de zin van de BTW-wetgeving (interpretatie van de richtlijn door het Hof van Justitie van de Europese Unie). Dit betreft immers handelingen om haar doelstellingen (de eigenlijke BTW-plichtige activiteit) te bereiken.
Verweerder verwerpt het recht op aftrek omdat eiseres in deze niet heeft gehandeld onder bezwarende titel, (art. 2, eerste lid en 45, §l, 1° W.BTW). De randapparatuur in kwestie werd immers gratis ter beschikking gesteld van ziekenhuizen en artsen.
De essentiële vraag in deze discussie is of het ter beschikking stellen van de medische randapparatuur kadert in een handeling ten bezwarende titel (art. 2 W.BTW; economische activiteit, art. 4 W.B.T.W.).
Er staat niet ter discussie dat activiteiten van promotionele aard of reclame in aanmerking komen voor BTW-aftrek. In het kader van de BTW-wetgeving is er sprake van dergelijke activiteiten "wanneer de betrokken activiteit […] hoofdzakelijk en rechtstreeks tol doel heeft de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen" (vgl. Cass. 08/04/2005, Arr.Cass. 2005, 822 met concl, J. THIJS; zie ook H.V.J. nr. C-68/92, C-69/92 en C-73/92, 17/11/1993).
Dit is logisch in het kader van het BTW -systeem waarbij alle kosten die nodig zijn om een bepaalde belastbare handeling te verrichten (in de regel) in rekening moeten gebracht worden.
De huidige vraag is dan ook louter of het ter beschikking stellen van medische randapparatuur aan artsen en ziekenhuizen aan deze definitie voldoet.
In deze dienen de artsen en ziekenhuizen beschouwd te worden als de eindafnemers van de eigenlijke door eiseres gecommercialiseerde producten (met name pace-makers e.d.m.), Ook, en dit wordt niet betwist, zijn de ter beschikking gestelde randapparaten, diensten binnen dezelfde sector als diegene waarbinnen de eigenlijke door eiseres gecommercialiseerde producten worden geleverd. Zij zijn hiermee ook samenhangend nu de feitelijkheid dat bijvoorbeeld de randapparatuur kan worden gebruikt voor diagnoses en metingen van bijvoorbeeld geplaatste pacemakers, niet wordt betwist.
De gratis ter beschikking stelling van de randapparatuur kan dus niet losgekoppeld worden van en kadert in de eigenlijke BTW-plichtige activiteit van eiseres en deze dient ter inlichting omtrent de door eiseres geleverde producten en heeft de bedoeling de verkoop van deze producten te bevorderen.
Dat dit laatste ook effectief het geval is en dat de investeringen in de randapparatuur een rechtstreekse impact hebben op de verkochte producten blijkt uit de stukken van eiseres.
Bijgevolg kadert de aankoop van vernoemde randapparatuur in de promotionele activiteiten in hoger aangehaalde zin, zodat deze voor BTW-aftrek in aanmerking komen.
Eiseres is dan ook noch de in de processen-verbaal opgenomen BTW, noch de intresten hierop, alsmede de boetes verschuldigd.
De vordering tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde sommen wordt als dusdanig verder niet betwist en is gegrond, met uitzondering van de gevraagde kapitalisatie dewelke niet kan toegepast worden in BTW-aangelegenheden. In het W.BTW wordt immers een specifieke en van het gemeen recht afwijkende regeling uitwerkt wat betreft de intresten (vgl. Cass. 14/02/2008, Fiscoloog 2008, afl. 1118, 14).
4. KOSTEN, WAARDE VAN DE VORDERINGEN EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGS-VERGOEDINGEN
Nu de vordering van eiseres wat betreft de eigenlijke BTW-betwisting grotendeels gegrond is, worden de kosten van het geding ten laste van verweerder gelegd.
Uit het dossier blijkt dat de waarde van het geschil zich situeert tussen € 100 000,01 en € 250000,00.
Op grond van de waarde van het geschil kan deze vergoeding in toepassing van de bepalingen van het KB dd. 26 oktober 2007 begroot worden op € 5 500,00. Nu geen der partijen een vordering instelt tot verhoging of verlaging van dit basisbedrag. kan dit bedrag toegekend worden.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 Juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en als volgt gegrond,
Ontheft eiseres van alle in het lastens haar opgestelde proces-verbaal van 12/12/11 en in het dwangbevel dd. 13/12/11 opgenomen bedragen hoofdens BTW, administratieve geldboete en intresten.
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de in uitvoering van dit proces-verbaal eventueel betaalde of ingehouden sommen, te verhogen met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 91, §4 W. B.T.W.
Wijst eiseres af van het meer gevorderde.
Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, en begroot deze kosten in hoofde van eiseres op 5.500,00 euro rechtsplegingsvergoeding,
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 28 juni 2013.
Waar aanwezig waren en zitting namen;
De heer M. L. rechter
Mevrouw L. D. afgevaardigd-griffier
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.