Dwangbevel · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.11.0124.F 9 oktober 2014

Zoeken

Dwangbevel

https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-delegatie-visum-bevel-tenuitvoerlegging-cassatie-brussel-2014-10-09-6c17

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.11.0124.F
Datum
9 oktober 2014

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

39 paragrafen

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 09.10.2014 (F.11.0124.F)

Belasting over de toegevoegde waarde – Dwangbevel – Delegatie van het visum en het bevel tot tenuitvoerlegging – Onbevoegde ambtenaar – Nietigheid van het dwangbevel – Verplichting voor de gewone rechter uitspraak te doen in de feiten en in rechte

Wetgeving

Wetboek van de BTW, art. 85, § 1, eerste alinea

Samenvatting

In dit arrest wijst het Hof van Cassatie erop dat omwille van het principe dat de belasting de openbare orde raakt, moeten de gerechtelijke rechtscolleges zelf in de feiten en naar recht uitspraak doen binnen de perken van het voorgelegde geschil, ongeacht de grond van nietigheid van de tot stand gekomen administratieve beslissing (vergelijk Cass., 3 maart 2011, F.08.0082.F).

Enkel uitspraak doende over een middel inzake de vormelijke onregelmatigheid van het dwangbevel overwoog de bestreden beroepsbeslissing dat deze nietig was daar deze geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door een daartoe onbevoegd ambtenaar.

Het bestreden arrest, welk, om deze reden, geen uitspraak deed over de betwisting waarvoor het hof van beroep was gevat en welke betrekking had op de belastingschuld, verantwoordt niet naar recht haar beslissing om de Belgische Staat te veroordelen tot teruggaaf aan verweerder van alle geïnde of in beslag genomen bedragen uit hoofde van dit dwangbevel of van het proces-verbaal dat als grondslag diende voor dit dwangbevel.

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 09.10.2014

(F.11.0124.F)

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen

S.T. nv, Mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Bergen van 21 oktober 2010 en 19 mei 2011.

Op 12 september 2014 heeft advocaat-generaal A.H. een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer M.R. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal A.H. heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Tweede middel

Eerste onderdeel

Aangezien belastingen van openbare orde zijn, moeten de gerechten van de rechterlijke orde zelf in feite en in rechte uitspraak doen binnen de grenzen van het geschil dat bij hen aanhangig is gemaakt, ongeacht de nietigheid waardoor de gewezen administratieve beslissing is aangetast.

Uit de processtukken blijkt dat de verweerster het hof van beroep gevraagd heeft zowel het litigieuze dwangbevel als het proces-verbaal van regularisatie dat als basis ervoor dient, nietig en zonder gevolg te verklaren en de eiser te veroordelen haar alle bedragen terug te storten die hij krachtens dat dwangbevel of het proces-verbaal van regularisatie verkregen of in beslag genomen heeft.

Het arrest, enkel rechtdoende over een middel dat steunt op de formele onregelmatigheid van het dwangbevel, overweegt dat voormeld bevel nietig is omdat het door een onbevoegde ambtenaar werd geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard.

Het bestreden arrest van 19 mei 2011 dat, om die reden, geen uitspraak doet over het geschil dat bij het hof van beroep aanhangig was gemaakt en dat betrekking had op het bestaan van de belastingschuld, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing om de eiser te veroordelen tot terugbetaling, aan de verweerster, van "alle bedragen die krachtens dat dwangbevel of het proces-verbaal van regularisatie van 16 november 2006 zijn verkregen of in beslag zijn genomen".

Het onderdeel is gegrond.

(...)

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest van 19 mei 2011, in zoverre het de eiser veroordeelt tot de terugbetaling, aan de verweerster, van alle bedragen die krachtens het dwangbevel of het proces-verbaal van regularisatie van 16 november 2006 zijn verkregen of in beslag zijn genomen en in zoverre het uitspraak doet over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door …

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer A.S.

Ondertekeningen

Rechtspraak

9

België

9

Bekijk alle 9

Bekijk de 9 documenten