Procesverloop
2 stappen · 2 jaar 4 maanden- Bestreden beslissingHof van beroep te Luik18.01.2006
- Weergegeven beslissingHof van Cassatie van België30.05.2008
Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 30.05.2008 (F.06.0088.F)
Cassatieberoep in belastingzaken - Verzoekschrift niet ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie - Ontvankelijkheid
Wettelijke bepalingen
Art. 1080, Gerechtelijk Wetboek
Samenvatting
Het cassatieberoep tegen een arrest inzake een B.T.W.-geschil dat vóór 6 april 1999 voor de rechtscolleges was gebracht, is niet ontvankelijk wanneer het verzoekschrift niet ondertekend is door een advocaat bij het Hof van Cassatie.
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 30.05.2008
(F.06.0088.F)
P. G., Mr. J.P.D., advocaat bij de balie te Luik,
tegen
BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. F.K., advocaat bij het Hof van Cassatie.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 18 januari 2006 van het Hof van Beroep te Luik.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Over de grond van niet-ontvankelijkheid, door de verweerder tegen het cassatieberoep aangevoerd: het cassatieverzoekschrift is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie:
Krachtens artikel 11, eerste lid, van de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken worden de gedingen die hangende zijn bij de hoven, de rechtbanken en andere instanties, met inbegrip van de rechtsmiddelen die tegen hun beslissingen kunnen worden aangewend, vervolgd en afgehandeld met toepassing van de voor 1 maart 1999 geldende regels.
Met die bepaling heeft de wetgever gewild dat alle geschillen die op de dag van de inwerkingtreding van de wet, namelijk 6 april 1999, nog niet definitief beslecht waren, zouden worden afgehandeld volgens de voordien geldende regels. Wanneer een zaak voor die datum bij een rechtscollege aanhangig is gemaakt, moet de vorige procedure worden gevolgd, met inbegrip van de rechtsmiddelen.
Het arrest stelt vast, onder verwijzing naar het beroepen vonnis, vast dat de eiser bij exploot van gerechtsdeurwaarder van 26 november 1998 voor de rechtbank van eerste aanleg verzet heeft aangetekend tegen het dwangbevel dat hem door de verweerder was betekend.
Uit de bovenaangehaalde wettelijke regel volgt dat het cassatieberoep tegen het arrest dat uitspraak doet over het hoger beroep tegen het vonnis van die rechtbank, enkel kon worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen die voordien op de procedure van toepassing waren.
Hoewel artikel 93 van het Wetboek op de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen, bepaalt dat het cassatieverzoekschrift voortaan door een advocaat mag ondertekend en neergelegd worden, werd in de vroegere regeling niet afgeweken van de regels van gemeen recht van de artikelen 478 en 1080 van het Gerechtelijk Wetboek, die de tussenkomst van een advocaat bij het Hof van Cassatie vereisen.
Het cassatieverzoekschrift is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie.
Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser in de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter …
Vertaling opgemaakt onder toezicht van voorzitter …
Ondertekening
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Rechtspraak
9België
9Grondwettelijk Hof28.05.2020
Fiscaal recht, Vestiging en invordering van de belastingen, Rechtsmiddelen
Hof van CassatieF.14.0209.N07.04.2016
Belastbare handeling, Handeling onder bezwarende titel
Hof van beroep te Luik18.01.2021