Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 06.02.2012
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :
In de zaak 11/914/A Rep nr. : 2012/1513
NV P. L., waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …, …, ingeschreven in de KBO onder het nummer …
eiseres,
voor wie optreedt Meester G. P., advocaat te …, …
tegen :
BELGISCHE STAAT- F.O.D. FINANCIËN, Administratie van de invordering, Sector BTW op benaarstiging van de Ontvanger van het BTW Ontvangkantoor Roeselare, waarvan het kantoor gevestigd is te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30
verweerder,
voor wie optreedt de heer L. V., adjunct fiscaal deskundige bij een fiscaal bestuur - (ref BE 0463.340.789)
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 17 maart 2011.
De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van het door verweerder overlegde bundel.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 9 januari 2012.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTWregistratienummer BE …, voor de activiteit van uitbating van een apotheek. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
Op 24 november 2009 werd door M. C., eerstaanwezend inspecteur bij de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, verbonden aan het controlecentrum te Brugge, een controle gestart bij eiseres over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van1 januari 2003 tot31 december 2007.
Op 1 december 2010 werden de overtredingen en vaststellingen voor het jaar 2007 opgenomen in een proces-verbaal door voormelde ambtenaar. Volgens de administratie heeft eiseres geen bewijskrachtige boekhouding. Een verschil werd vastgesteld tussen de samengetelde dagtotalen volgens de databasegegevens van eiseres en de door eiseres ingeschreven dagtotalen van de contante ontvangsten in het dagontvangstenboek. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres verschuldigd is als BTW … EUR, als geldboete … EUR en intresten vanaf 21 januari 2009.
Op 7 december 2010 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Roeselare een dwangbevel uitgevaardigd.
Voormeld dwangbevel werd op 8 december 2010 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 10 januari 2011 betekend aan eiseres, samen met een bevel tot betaling. Het bevel tot betaling werd nogmaals betekend aan eiseres op 4 februari 2011.
Door eiseres werd fiscaal verhaal aangetekend met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 17 maart 2011.
2. Eiseres vraagt dat :
- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
- verweerder wordt veroordeeld tot kwijtschelding of terugbetaling aan eiseres van de gevorderde BTW en geldboete, te vermeerderen met de moratoire intresten op de ingehouden bedragen;
- ondergeschikt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van kantonnement;
- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.
III. BEOORDELING
A. Betreffende de toelaatbaarheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.
B. Betreffende de grond
1. bewijskracht van het proces-verbaal
1.1. Artikel 59, § 1 laatste alinea W.BTW bepaalt dat het proces-verbaal opgesteld door de bevoegde ambtenaar bewijskrachtig is tot het bewijs van het tegendeel. Deze bewijskracht is beperkt tot de materiële vaststellingen door deze ambtenaar gedaan in vervulling van zijn opdracht en strekt zich niet uit tot de deducties die de ambtenaar uit zijn vaststellingen doet.
1.2. Door de bevoegde ambtenaar werd in het proces-verbaal van 1 december 201O vastgesteld dat de verantwoordingsstukken, zijnde de onderliggende tickets, tot staving van de globale dagelijkse inschrijving per BTW-tarief in het dagontvangstenboek van eiseres niet konden worden voorgelegd.
Deze materiële vaststelling geldt tot het bewijs van het tegendeel.
1.3. Door de bevoegde ambtenaar werd in het kader van de BTW-controle ook inzage genomen in het dossier van eiseres bij de directe belastingen. Daarin bevond zich een kopie van de data van de F. S. en van de computergegevens i.v.m. de geregistreerde ontvangsten op de computer van eiseres. Eiseres had een pdf-bestand meegegeven met per dag het totale bedrag van elk genummerd ticket uitgesplitst per BTW-tarief. Gezien een verschil tussen de databasegegevens en de inschrijvingen in het dagontvangstenboek, werd een analyse gedaan tot op het niveau van de individuele tickets teneinde de verschillen te kunnen bepalen.
Voormelde vaststellingen, die niet werden gedaan door de bevoegde ambtenaar van de BTW, genieten niet de bijzondere bewijskracht van het proces-verbaal en zijn onderworpen aan de gewone regels der bewijsvoering.
2. bewijskrachtige boekhouding , bewijslast en bewijsvoering
2.1. Artikel 14, § 1 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 bepaalt het volgende : "De belastingplichtigen moeten een aan de omvang van hun activiteiten aangepaste boekhouding voeren om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren".
Artikel 15, § 2 van dat zelfde KB stelt dat de inschrijvingen met betrekking tot de boekhouding moeten gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval, een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard. In § 4 van dit artikel is bepaald dat het totale bedrag van de dagontvangsten van dag tot dag wordt ingeschreven in het dagboek van ontvangsten. Wanneer de ontvangsten onderworpen zijn aan verschillende tarieven worden ze per tarief ingeschreven.
Voor iedere boeking in de boekhouding moet dus een verantwoordingsstuk bestaan, dat ook moet worden bewaard. De wetgever laat de belastingplichtige echter vrij in het bepalen van de vorm en soort van de verantwoordingsstukken en laat haar zelf bepalen hoe zij de stukken aan haar beroepsactiviteit zal aanpassen.
De boekhouding moet een geheel vormen van samenhangende, nauwkeurige en controleerbare gegevens. De boekhouding die niet de nodige verantwoordingsstukken bevat om een precieze, objectieve en controleerbare boekhouding te zijn, heeft zodoende ook geen enkele bewijskracht.
2.2. M.b.t. de boekhouding van eiseres is m.b.t. de gecontroleerde periode vastgesteld dat de dagelijkse inschrijvingen voor het totaalbedrag in het dagontvangstenboek niet zijn gestaafd door verantwoordingsstukken. Het betreft een groot aantal tickets van producten die vrij verkrijgbaar zijn, verkrijgbaar zijn op voorschrift en producten onderworpen aan 6 % , 12 % en 21 % BTW.
De computerboekhouding maakt evenmin een controle van de juistheid van de globale dagelijkse inschrijvingen mogelijk.
Een dergelijke boekhouding mist elke bewijskracht.
2.3. Gezien het gebrek aan bewijskracht van de boekhouding van eiseres, mag de omzet worden bewezen door alle middelen van het gemene recht, met inbegrip van vermoedens. De administratie draagt de bewijslast dat de belastingplichtige meer inkomsten heeft ontvangen dan aangegeven.
Uit het proces-verbaal van 1 december 2010 blijkt dat verweerder zich steunt op o.a. de artikelen 59 en 64, § 1 W.BTW.
Artikel 64, § 1 W.BTW vestigt een wettelijk vermoeden in de zin van de artikelen 1349 tot 1352 B.W. In het algemeen en dus ook voor wettelijke vermoedens, stelt artikel 1349 8.W. : "Vermoedens zijn gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit". Dat brengt mee dat een opeenstapeling van vermoedens geen deugdelijk bewijs oplevert.
Het is de rechter die soeverein oordeelt of het feit waarop gesteund wordt al dan niet bekend is en een feitelijk vermoeden kan afgeleid worden uit een geheel van gegevens.
2.4. In het proces-verbaal d.d. 1 december 201O is opgenomen dat er verschillen werden vastgesteld tussen de databasegegevens op de computer van eiseres en de inschrijvingen in het dagontvangstenboek. Om die reden werd een analyse doorgedreven tot op het niveau van de individuele tickets, teneinde het verschil te kunnen lokaliseren.
Door verweerder werden alle verkooptickets gecontroleerd. Er werd een vergelijking gemaakt tussen de aangegeven dagontvangsten en de geregistreerde verkopen in de verkoopstabellen op de computer van eiseres voor de volledige maand mei 2007.
Hieruit blijkt dat in de maand mei 2007 een bedrag van … EUR exclusief BTW werd opgenomen in het dagontvangstenboek van eiseres, terwijl een bedrag van … EUR exclusief BTW werd geregistreerd in de verkooptabellen op de computer van eiseres.
Ook werd vastgesteld dat de vermindering van de verkoopprijs in de tabel KASSA niet altijd is gebeurd en niet voor alle producten. Voor eenzelfde product is de verkoopprijs op 29 en 31 mei 2007 hetzelfde in de verkooptabellen, terwijl dit niet het geval is in de kassatabellen en in het dagontvangstenboek van eiseres. Zodoende werd een omzetverschil vastgesteld tussen de samengestelde dagtotalen volgens de verkooptabellen en de ingeschreven dagtotalen van de contanten ontvangsten in het dagontvangstenboek van … EUR ( inclusief BTW).
2.5. Uit het voorgaande blijkt dat de bewijsvoering werd verricht vertrekkende van de geboekte gegevens in de computer van eiseres, zijnde vastgestelde feiten om te resulteren in de vastgestelde meeromzet. De meeromzet werd bepaald door de vergelijking tussen de werkelijke ontvangsten en de aangegeven ontvangsten en dit per ticket.
De bepaling van de meeromzet gebeurde derhalve niet op arbitraire wijze en er is geen sprake van verboden bewijsvoering van vermoedens op vermoedens nu alle gegevens afkomstig zijn van de computer van eiseres.
2.6. Uit het proces-verbaal blijkt ook duidelijk dat de vermelde bedragen, bedragen betreffen na korting. Het computerprogramma van eiseres maakt melding van de betalingswijze (cash, bancontact, proton, ...), zodat het verschil in omzet ook niet kan liggen aan het feit dat niet alle betalingen contant zijn gebeurd.
3. medisch beroepsgeheim
3.1. Uit het proces-verbaal d.d. 10 februari 2009 (stuk 18 van verweerder) blijkt dat bij het nemen van de kopie van de database de patiëntgegevens fysiek werden verwijderd in het bijzijn van de zaakvoerder van eiseres. Dit is ook vermeld in bijlage 4 van het betreffende proces-verbaal.
Ook in het verslag van softwareleverancier F. (stuk 1 bijlage 4 van verweerder) is vermeld dat de patiëntdata ontbreken.
3.2. Het medisch beroepsgeheim van eiseres werd dan ook niet geschonden.
4. boete
4.1. Een boete van 200 % op het verschuldigde BTW-bedrag en voor een totaal bedrag van … EUR heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999 , rolnr. 1279 , arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
4.2. Uit het proces-verbaal blijkt dat eiseres bewust beroep heeft gedaan op een fraudesysteem om een deel van haar inkomsten niet aan te geven met het oogmerk om de belasting te ontduiken. De vastgestelde verschillen betreffen een groot aantal tickets en allerlei producten. De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuk vast dat de door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van een boete van 200 % is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuk.
De boete heeft niet alleen een vergoedende aard , maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter.
C. Betreffende de kosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.
Gezien verweerder niet wordt bijgestaan door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.
Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten , aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op … EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag, zes februari tweeduizend en twaalf.
Aanwezig zijn :
D. P. L., alleenrechtsprekend rechter;
D. C. M., gedelegeerd griffier.
M. D. C. L. D. P.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.