Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 27.04.2011
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 09/2704/A Rep.nr.2011/5582
de heer L. M., horecawerker, wonende te …, …,
eiser,
voor wie optreedt Meester Fernand Vandamme, advocaat met kantoor te 8000 Brugge, Oude Zak 55,
tegen :
De FOD FINANCIËN, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te BRUGGE, met kantoren gevestigd te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,
verweerder,
voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het gedinginleidend dagvaardingsexploot de dato 12 juli 2000 houdende verzet tegen het dwangbevel lastens eiser uitgevaardigd de dato 15 mei 2000.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 30 maart 2011.
Artikel 2 en volgende van .de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
II. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK
2.1. Eiser is wegens de uitoefening van de economische activiteit van uitbater van een tea-room en snackbar geregistreerd onder het BTW-identificatienummer BE … en is als dusdanig onderworpen aan de BTW-wetgeving en BTWreglementering.
Op 9 juni 1999 werd door een ambtenaar van de administratie over de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit verbonden aan het Controlecentrum Brugge, een toezicht aangevat inzake de toepassing door eiser van de BTW en dit over de periode van 1 januari 1997 tot 31 december 1997.
Op 4 oktober 1999 werd door M. H., e.a. verificateur bij de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, een proces-verbaal opgesteld waarin de vastgestelde overtredingen werden opgenomen.
Op 29 oktober 1999 stelde verweerder eiser in kennis van het voornemen een ambtelijke aanslag te vestigen.
Op 16 november 1999 liet eiser zijn bezwaren desaangaande kennen aan verweerder. Op 24 december 1999 werd een ambtelijke aanslag gevestigd bij beslissing van de gewestelijke directeur van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit te Brugge, beslissing die op 24 december 1999 aan eiser ter kennis werd gebracht.
Op 15 mei 2000 werd door L. B. D., e.a. inspecteur van het BTWOntvangkantoor te Brugge een dwangbevel uitgevaardigd.
Voormeld dwangbevel werd op 18 mei 2000 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door R. D., directeur daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Brugge.
Op 26 mei 2000 werd voormeld dwangbevel bij exploot van gerechtsdeurwaarder E. V. te … aan eiser betekend.
Bij dagvaardingsexploot de dato 12 juli 2000 tekende eiser tegen de uitvoering van voormeld dwangbevel verzet aan.
2.2. Eiser vraagt dat : het verzet ontvankelijk en gegrond verklaard wordt en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gedingkosten.
2.3. Verweerder vraagt dat : de dagvaarding-verzet ontvankelijk doch ongegrond verklaard wordt en dat eiser veroordeeld wordt tot de gedingkosten.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
a. In casu heeft eiser gedurende het gecontroleerde tijdvak nagelaten de dagelijkse inschrijvingen in het dagontvangstenboek waarvan het houden voorgeschreven is door artikel 14, § 2, 3° van het Koninklijk Besluit nr. 1 van 9 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW, te staven door verantwoordingsstukken.
Dit blijkt uit de verklaring, die werd geacteerd door de verbalisant in het voormeld proces-verbaal de dato 4 oktober 1999, van boekhouder L. V. waarin deze verklaarde : "De dubbels van de kasticketten die betrekking hebben op elke bestelling werden niet bewaard om reden dat zowel het origineel als het dubbel in éénmaal werden afgedrukt en afgescheurd waarbij het origineel bestemd was voor de tafel van de consument en het dubbel (geel) werd afgegeven aan de persoon die op dat moment gelast was met het klaarmaken van de bestelling (tappen, koffie schenken, ... ) en achteraf niet werd bijgehouden daar het intern alleen dienstig was ter controle van het zaalpersoneel. Daartoe was dit kasregister uitgerust met een dubbele telband, namelijk een witte telband (tape A) en een gele telband (tape B). De registratie van de verkoop werd in éénmaal afgedrukt op beide telbanden door middel van een doorslag" (stuk 1 - verweerder).
Deze verklaring door de verbalisant ingewonnen, is een door hen gedane regelmatige vaststelling waaraan de bijzondere bewijswaarde is verbonden.
b. Overeenkomstig artikel 15, § 2, eerste lid van het Koninklijk Besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor voldoening van de BTW moeten de inschrijvingen met betrekking tot de boekhouding zijn gesteund op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval, een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard.
Overeenkomstig artikel 60, § 1 W.BTW en artikel 61, § 1 W.BTW dient eiser de gedateerde verantwoordingsstukken tot staving van zijn inschrijvingen in het dagontvangstenboek te bewaren en voor te leggen.
Op grond van de overtredingen van artikel 15, § 2 eerste lid van het KB nr. 1 van 29 december 1992 en artikel 60, § 1 W.BTW was verweerder gerechtigd om krachtens artikel 66 W.BTW een ambtelijke aanslag te vestigen.
Het kwestieuze dwangbevel steunt op de. ambtelijke aanslag die bij aangetekende brief de dato 24 december 1992 aan eiser werd ter kennis gebracht (stukken 7 en 8 - verweerder).
De ambtelijke aanslag heeft. tot gevolg dat de bewijslast omgekeerd wordt. Door de ambtelijke aanslag wordt de administratie geacht het bewijs van de verschuldigdheid van de belasting te hebben geleverd. Wanneer de belastingplichtige de opgelegde aanslag betwist, moet hij bewijzen dat die aanslag overdreven is.
c. Eiser stelt dat het vastgestelde omzetcijfer onmogelijk kan behaald worden gelet op de relatieve kleine uitbating, doch bewijst dit niet.
Volgens eiser beantwoordt het door verweerder berekende omzetcijfer niet aan de werkelijkheid en gaat het om een theoretisch berekend omzetcijfer.
d. De Rechtbank stelt desaangaande vast dat de verbalisant aan de hand van het kasregister dat eiser zelf in zijn zaak gebruikte voor registratie van zijn ontvangsten en door middel van het opvragen van het GT-rapport (Grand Total-verslag) vastgesteld heeft dat een totaal bedrag van minimaal 213.602.455 BEF aan ontvangsten werd ingetikt op het kasregister in de periode van 22 maart 1991 (datum ingebruikname van het kasregister JCM Gold G-211) tot 15 april 1998 (datum van opvragen van het GTrapport) (bijlage 1 aan het proces-verbaal d.d. 4 oktober 1999, stuk 4 -verweerder).
Voormeld bedrag is aldus niet het resultaat van een theoretische berekening maar gaat uit van de dagelijkse realiteit, met name het intikken van elke verkoop op het kasregister.
Bovendien heeft verweerder rekening gehouden met de door eiser voorgebrachte telbanden die eiser wel bewaard heeft en waaruit is komen vast te staan dat eiser het kasregister eveneens gebruikte om per kwartaal de ingeschreven ontvangsten in het dagontvangstenboek samen te tellen bij het afsluiten van elke BTW-periode.
e. Uit het feit dat eiser voormelde kwestieuze telbanden die een bedrag vertegenwoordigen van 76.933.469 BEF waarvoor bewezen is dat eiser het kasregister als rekenmachine gebruikt, blijkt dat eiser zich bewust was van de waarde en het cruciaal belang van deze telbanden. Indien eiser nog andere bewerkingen zou uitgevoerd hebben waarbij het kasregister als rekenmachine werd gebruikt, dan had hij ongetwijfeld eveneens deze telbanden bewaard en voorgelegd. Bij de berekening van de vermoedelijke omzet heeft verweerder aldus terecht geen rekening gehouden met de beweringen van eiser die door niets worden gestaafd.
f. Eiser stelt vervolgens dat verweerder ten onrechte is vertrokken van de premisse dat de teller van het kasregister op nul stond bij de aankoop op 22 maart 1991 aangezien het kwestieuze kasregister alvorens het door eiser werd aangekocht meermaals is gebruikt geworden door de verkoper. Volgens eiser blijkt dit duidelijk uit de verklaring van de verkoper de dato 24 juli 2000.
g. Samen met verweerder stelt de Rechtbank vast dat de verkoper, L. V. A., op juli 24 juli 2000 alleen heeft verklaard dat het kwestieuze toestel meermaals werd gedemonstreerd aan klanten vooraleer het werd aangekocht door eiser. De verkoper heeft echter niet verklaard dat het groot totaal op 22 maart 1991 door hem niet op nul werd gezet.
De door eiser voorgelegde bijkomende verklaring de dato 22 september 2000 van L. V. A., leverancier van het kasregister niet op GT nul te hebben geplaatst bij de levering en dat dit enkel kan gebeuren in de fabriek, komt de Rechtbank weinig geloofwaardig over en kan zeker niet het tegenbewijs vormen zoals bedoeld in artikel 67 W.BTW, nu zij meer dan negen jaar na de ingebruikname van het kasregister en meer dan twee jaar na de aanvang van de kwestieuze controle werden opgemaakt.
De bewering van eiser dat er bij herstellingen en onderhoudsbeurten berekeningen werden uitgevoerd die hun weerslag hebben gehad op het GT-totaal wordt door niets gestaafd (Rb. Brugge 5 maart 2001 - stuk 31 - verweerder).
h. In casu is verweerder voor de berekening van de vermoedelijke omzet uitgegaan van het kasregister dat eiser gebruikt ter registratie van zijn verkopen. Bij de vaststelling van de omzet werd rekening gehouden met de door eiser voorgebrachte bewijsstukken.
De ambtshalve aanslag is derhalve gesteund op terzake dienende objectieve vaststaande gegevens en feitelijke vermoedens. Hij benadert zo dicht mogelijk de werkelijkheid en is niet willekeurig van aard. Met de door eiser naar voor gebrachte beweringen en veronderstellingen waarvan de echtheid of de oprechtheid niet kan worden nagegaan, kan geen rekening gehouden worden. Eiser is er niet in geslaagd aan te tonen dat de ambtelijke aanslag overdreven is.
3.3. nopens de boete
Eiser betwist de opgelegde fiscale geldboete. De Rechtbank stelt desaangaande vast dat de overtredingen ernstig zijn en het algemeen belang schade toebrengen.
Eiser brengt bovendien geen enkel argument naar voor om over te gaan tot kwijtschelding of vermindering van de boete. De hierboven geschetste concrete omstandigheden verantwoorden het opleggen van een fiscale geldboete nu eiser ongetwijfeld ter kwader trouw is.
Bovendien is de opgelegde proportionele geldboete ad 310.000 BEF conform de bepalingen van het Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting op de toegevoegde waarde, evenredig met de gepleegde inbreuken.
3.4. nopens de kosten
Eiser wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1e lid Ger.W. dient hij de gerechtskosten te dragen. De gerechtskosten belopen het basisbedrag der geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, zijnde 2.750 EUR, zoals gevorderd.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet terzake dienend.
Verklaart het verzet ontvankelijk en ongegrond.
Veroordeelt eiser tot de gedingkosten aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 2.750,00 EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op woensdag zevenentwintig april tweeduizend en elf.
Aanwezig zijn :
H. A., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N. L. A. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.