Arrest van het Hof van 26 februari 2013, C-617/10 · Europese rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Justitie van de Europese Unie Grote kamer C-617/10 ECLI:EU:C:2013:105 26 februari 2013

Zoeken

Arrest van het Hof van 26 februari 2013, C-617/10Toepassingsgebied, ten uitvoer brengen van het Unierecht, bestraffing van gedragingen waarmee eigen middelen van de Unie worden geschaad, beginsel ne bis in idem, nationale regeling waaronder dezelfde onrechtmatige gedraging kan worden bestraft volgens twee aparte procedures, een bestuurlijke en een strafrechtelijke, verenigbaarheid

https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-617-10-arrest

Rechtscollege
Hof van Justitie van de Europese Unie
Samenstelling
Grote kamer
Zaak
C-617/10
ECLI
ECLI:EU:C:2013:105
Datum
26 februari 2013

Naar het dictum

Tekst

52 paragrafen

Arrest

1.

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van het ne-bis-in-idembeginsel in het Unierecht.

2.

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Åklagaren (Zweeds openbaar ministerie) en H. Åkerberg Fransson over een vervolging die het openbaar ministerie heeft ingesteld wegens ernstige belastingfraude.

Toepasselijke bepalingen

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

3.

Artikel 4 van het op 22 november 1984 te Straatsburg ondertekende Protocol nr. 7 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: „Protocol nr. 7 bij het EVRM”), met het opschrift „Recht om niet tweemaal te worden berecht of gestraft”, luidt:

„1. Niemand wordt opnieuw berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van die staat.

2. De bepalingen van het voorafgaande lid beletten niet de heropening van de zaak overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van de betrokken staat, indien er aanwijzingen zijn van nieuwe of pas aan het licht gekomen feiten, of indien er sprake was van een fundamenteel gebrek in het vorige proces, die de uitkomst van de zaak zouden of zou kunnen beïnvloeden.

3. Afwijking van dit artikel krachtens artikel 15 van het [op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: ‚EVRM’)] is niet toegestaan.”

Unierecht

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
4.

Artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: „Handvest”), met het opschrift „Recht om niet tweemaal in een strafrechtelijke procedure voor hetzelfde delict te worden berecht of gestraft”, bepaalt:

„Niemand wordt opnieuw berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure voor een strafbaar feit waarvoor hij in de Unie reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet.”

5.

Artikel 51 van het Handvest omschrijft het toepassingsgebied van het Handvest als volgt:

„1. De bepalingen van dit Handvest zijn gericht tot de instellingen, organen en instanties van de Unie met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, alsmede, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen, tot de lidstaten. Derhalve eerbiedigen zij de rechten, leven zij de beginselen na en bevorderen zij de toepassing ervan overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden en met inachtneming van de grenzen van de bevoegdheden zoals deze in de Verdragen aan de Unie zijn toegedeeld.

2. Dit Handvest breidt het toepassingsgebied van het recht van de Unie niet verder uit dan de bevoegdheden van de Unie reiken, schept geen nieuwe bevoegdheden of taken voor de Unie, noch wijzigt het de in de Verdragen omschreven bevoegdheden en taken.”

Zesde Richtlijn (77/388/EEG)
6.

Artikel 22 van de Zesde Richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1; hierna: „Zesde richtlijn”), in de versie van artikel 28 nonies van deze richtlijn, luidt:

„[...]

4.

a)Iedere belastingplichtige moet binnen een door elke lidstaat vast te stellen termijn een aangifte indienen. [...]

[...]

8. [...] de lidstaten [kunnen] andere verplichtingen voorschrijven die zij noodzakelijk achten ter waarborging van de juiste heffing van de belasting en ter voorkoming van fraude.

[...]”

Zweeds recht

7.

§ 2 van de Skattebrottslag (1971:69) (Zweedse wet nr. 1971:69 betreffende het fiscaal strafrecht; hierna: „Skattebrottslag”) bepaalt:

„Wie de autoriteiten anders dan mondeling met opzet onjuiste informatie verstrekt of verzuimt de autoriteiten informatie, inkomstenaangiften of andere vereiste informatie te verstrekken, zodat de overheid belasting dreigt te mislopen of hem of een derde ten onrechte belasting wordt gecrediteerd of terugbetaald, wordt veroordeeld tot maximaal twee jaar gevangenisstraf wegens belastingfraude.”

8.

In § 4 van de Skattebrottslag is bepaald:

„Indien een inbreuk in de zin van § 2 als ernstig wordt beschouwd, wordt een straf van minimaal zes maanden en maximaal zes jaar opgelegd.

Ter kwalificatie van een inbreuk als ernstig moet er in het bijzonder rekening mee worden gehouden of het aanzienlijke bedragen betreft, of onjuiste documenten of misleidende rekeningen zijn gebruikt dan wel of het gedrag deel uitmaakte van een misdrijf dat systematisch of op grote schaal is gepleegd dan wel anderszins bijzonder gevaarlijk was.”

9.

De Taxeringslag (1990:324) (Zweedse belastingwet nr. 1990:324; hierna: „Taxeringslag”) bepaalt in hoofdstuk 5, § 1:

„Indien de belastingplichtige anders dan mondeling in de procedure voor de belastingberekening onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, wordt een bijzondere toeslag (belastingtoeslag) opgelegd. Hetzelfde geldt indien de belastingplichtige in een gerechtelijke procedure inzake belasting dergelijke inlichtingen heeft verstrekt en de informatie na onderzoek ten gronde niet is aanvaard.

Een inlichting wordt als onjuist beschouwd indien duidelijk is dat de door de belastingplichtige verstrekte inlichting verkeerd is of de belastingplichtige heeft verzuimd inlichtingen voor de belastingberekening te verstrekken die hij moest verstrekken. Inlichtingen mogen evenwel niet als onjuist worden beschouwd indien zij samen met andere verstrekte inlichtingen een voldoende basis voor een correct besluit vormen. Inlichtingen mogen evenmin als onjuist worden beschouwd indien zij zo onredelijk zijn dat zij kennelijk geen basis van een besluit kunnen vormen.”

10.

§ 4 van hoofdstuk 5 van de Taxeringslag luidt:

„Indien een onjuiste inlichting is verstrekt, bedraagt de belastingtoeslag 40 % van de in hoofdstuk 1, § 1, eerste alinea, punten 1 tot en met 5, bedoelde belasting, die bij aanvaarding van de onjuiste inlichting niet aan de belastingplichtige of zijn echtgenoot zou zijn opgelegd. Wat de belasting over de toegevoegde waarde betreft, bedraagt de belastingtoeslag 20 % van de belasting die ten onrechte aan de belastingplichtige zou zijn gecrediteerd.

De belastingtoeslag wordt berekend op 10 % of met betrekking tot belasting over de toegevoegde waarde 5 % wanneer de onjuiste informatie is gecorrigeerd of had kunnen worden gecorrigeerd door middel van controledocumenten die normaal ter beschikking zijn van het Skatteverk [(Zweedse belastingadministratie)] en die vóór het einde van november van het belastingjaar ter beschikking van het Skatteverk waren.”

11.

§ 14 van hoofdstuk 5 van de Taxeringslag bepaalt:

„De belastingplichtige wordt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van bijzondere toeslag, indien de vergissing of het verzuim verschoonbaar is of indien het onredelijk zou zijn de toeslag volledig te innen. Indien de belastingplichtige gedeeltelijk wordt vrijgesteld van de belasting, wordt zij verminderd tot de helft of een vierde.

[...]

Bij de beoordeling of het onredelijk zou zijn de toeslag volledig te innen, wordt er in het bijzonder rekening mee gehouden dat

[...]

3)de vergissing of het verzuim er ook toe heeft geleid dat de belastingplichtige aansprakelijk is gesteld voor schending van de Skattebrottslag of tegen hem verbeurdverklaring van opbrengsten uit misdrijf in de zin van hoofdstuk 36, § 1 b, Brottsbalk [(Zweeds strafwetboek)] is uitgesproken.”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

12.

Åkerberg Fransson is op 9 juni 2009 opgeroepen om te verschijnen voor het Haparanda tingsrätt, met name om zich te verantwoorden voor ernstige belastingfraude. Hij wordt ervan beschuldigd dat hij in zijn belastingaangiften voor de belastingjaren 2004 en 2005 onjuiste inlichtingen heeft verstrekt, waardoor de schatkist ontvangsten in de vorm van inkomstenbelasting en belasting over de toegevoegde waarde (btw) is misgelopen ten bedrage van 31143 SEK voor het belastingjaar 2004 (waarvan 60000 SEK btw) en 307633 SEK voor het belastingjaar 2005 (waarvan 87550 SEK btw). Åkerberg Fransson wordt ook ervan beschuldigd dat hij de werkgeversbijdragen voor de referentietijdvakken van oktober 2004 en oktober 2005 niet heeft aangegeven, waardoor de instellingen van sociale zekerheid ontvangsten ten bedrage van respectievelijk 35690 SEK en 35862 SEK zijn misgelopen. Volgens de akte van inbeschuldigingstelling is sprake van ernstige strafbare feiten omdat het om aanzienlijke bedragen gaat en de inbreuken zijn gepleegd in het kader van een stelselmatige criminele activiteit op grote schaal.

13.

Bij beslissing van 24 mei 2007 heeft het Skatteverk Åkerberg Fransson voor het belastingjaar 2004 als boete aangeslagen voor 35542 SEK aan belasting over zijn bedrijfsinkomsten, 4872 SEK aan btw en 7 138 SEK aan werkgeversbijdrage. Bij dezelfde beslissing heeft het Skatteverk hem ook voor het belastingjaar 2005 aangeslagen voor 54240 SEK aan belasting over zijn bedrijfsinkomsten, 3255 SEK aan btw en 7172 SEK aan werkgeversbijdrage. Over die bedragen was rente verschuldigd. Tegen die boeten is geen beroep ingesteld bij de bestuursrechter. De termijn daartoe is verstreken op 31 december 2010 voor het belastingjaar 2004 en op 31 december 2011 voor het belastingjaar 2005. Aan de beslissing waarbij de fiscale sancties zijn opgelegd, lagen dezelfde feiten, te weten het verstrekken van onjuiste inlichtingen, ten grondslag als die waarop het openbaar ministerie de strafzaak in het hoofdgeding baseert.

14.

Voor de verwijzende rechter rijst de vraag of de vordering tegen Åkerberg Fransson moet worden afgewezen op grond dat hij in het kader van een andere procedure voor dezelfde feiten reeds is bestraft, zodat anders het verbod van dubbele bestraffing dat is neergelegd in artikel 4 van Protocol nr. 7 bij het EVRM en in artikel 50 van het Handvest zou worden overtreden.

15.

Daarop heeft het Haparanda tingsrätt de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen gesteld:

1)„ Het Zweedse recht vereist een duidelijke grondslag in het [EVRM] of de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor het buiten toepassing laten door een nationale rechter van nationale bepalingen die schending kunnen opleveren van het ne-bis-in-idembeginsel in de zin van artikel 4 van [Protocol nr. 7 bij het EVRM] en dus ook van artikel 50 van het [Handvest]. Is een dergelijke nationaalrechtelijke voorwaarde voor het buiten toepassing laten van nationale bepalingen verenigbaar met het Unierecht en in het bijzonder met de algemene beginselen ervan, waaronder de voorrang en de directe werking van het Unierecht?

2)Valt strafvervolging wegens belastingfraude binnen het ne-bis-in-idembeginsel in de zin van artikel 4 van Protocol nr. 7 bij het EVRM en artikel 50 van het [Handvest], wanneer de verweerder voorheen in een bestuurlijke procedure een geldboete (belastingtoeslag) is opgelegd voor het verstrekken van dezelfde onjuiste inlichtingen?

3)Is voor het antwoord op de tweede vraag van belang dat deze sancties aldus moeten worden gecoördineerd dat de gewone rechter de straf in de strafprocedure kan verminderen gelet op de aan verweerder voor het verstrekken van dezelfde onjuiste inlichtingen reeds opgelegde belastingtoeslag?

4)In bepaalde omstandigheden kan het in het kader van het [...] ne-bis-in-idembeginsel toegestaan zijn dat in een nieuwe procedure verdere sancties worden opgelegd wegens feiten waarvoor de betrokkene reeds is bestraft. Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord, is aan de voorwaarden krachtens het ne-bis-in-idembeginsel voor de oplegging van verschillende sancties in afzonderlijke procedures voldaan wanneer in de latere procedure de feiten van de zaak opnieuw en zelfstandig worden onderzocht?

5)Het Zweedse stelsel waaronder de oplegging van belastingboeten en de aansprakelijkstelling voor belastingfraude het voorwerp zijn van afzonderlijke procedures, is gemotiveerd door een aantal redenen van algemeen belang [...]. Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord, is dan een stelsel als het Zweedse verenigbaar met het ne-bis-in-idembeginsel, wanneer een stelsel zou kunnen worden ingevoerd dat niet onder het ne-bis-in-idembeginsel zou vallen, zonder dat zou hoeven te worden afgezien van de oplegging van belastingboeten of van aansprakelijkstelling voor belastingfraude, doordat in geval van belastingfraude de beslissing over de oplegging van een belastingboete van het Skatteverk en in voorkomend geval van de bestuursrechter wordt opgedragen aan de gewone rechter?”

Bevoegdheid van het Hof

16.

De Zweedse, de Tsjechische en de Deense regering, Ierland en de Nederlandse regering alsook de Europese Commissie betogen dat de prejudiciële vragen niet-ontvankelijk zijn. Zij stellen dat het Hof deze vragen slechts kan beantwoorden indien de in het hoofdgeding aan de orde zijnde belastingboeten die aan Åkerberg Fransson zijn opgelegd en de strafzaak die tegen hem is ingeleid, op de tenuitvoerlegging van het Unierecht berusten. Dat is echter noch met de nationale bepalingen op basis waarvan de belastingboeten zijn opgelegd, noch met de nationale bepalingen die ten grondslag liggen aan de strafvervolging het geval. Overeenkomstig artikel 51, lid 1, van het Handvest is het door artikel 50 van het Handvest gewaarborgde ne-bis-in-idembeginsel dus niet van toepassing op die sancties en die strafzaak.

17.

In dit verband zij eraan herinnerd dat het toepassingsgebied van het Handvest, wat het optreden van de lidstaten betreft, is omschreven in artikel 51, lid 1, van het Handvest, op grond waarvan de bepalingen van het Handvest, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen, tot de lidstaten zijn gericht.

18.

Dat artikel van het Handvest bevestigt dus de rechtspraak van het Hof over de mate waarin het optreden van de lidstaten in overeenstemming moet zijn met de eisen die voortvloeien uit de in de rechtsorde van de Unie gewaarborgde grondrechten.

19.

Uit vaste rechtspraak van het Hof volgt namelijk in wezen dat de in de rechtsorde van de Unie gewaarborgde grondrechten toepassing kunnen vinden in alle situaties die door het Unierecht worden beheerst, maar niet daarbuiten. In zoverre heeft het Hof reeds eraan herinnerd dat het een nationale regeling die niet binnen het kader van het Unierecht valt, niet aan het Handvest kan toetsen. Wanneer daarentegen een nationale regeling binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt, moet het Hof, ingeval het om een prejudiciële beslissing wordt verzocht, alle uitleggingsgegevens verschaffen die de nationale rechter nodig heeft om te kunnen beoordelen of deze regeling verenigbaar is met de grondrechten waarvan het de eerbiediging verzekert (zie met name in die zin arresten van 18 juni 1991, ERT, C-260/89, Jurispr. blz. I-2925, punt 42; 29 mei 1997, Kremzow, C-299/95, Jurispr. blz. I-2629, punt 15; 18 december 1997, Annibaldi, C-309/96, Jurispr. blz. I-7493, punt 13; 22 oktober 2002, Roquette Frères, C-94/00, Jurispr. blz. I-9011, punt 25; 18 december 2008, Sopropé, C-349/07, Jurispr. blz. I-10369, punt 34; 15 november 2011, Dereci e.a., C-256/11, Jurispr. blz. I-11315, punt 72, en 7 juni 2012, Vinkov, C-27/11, punt 58).

20.

Deze definitie van het toepassingsgebied van de grondrechten van de Unie wordt bevestigd door de toelichtingen bij artikel 51 van het Handvest, die overeenkomstig artikel 6, lid 1, derde alinea, VEU en artikel 52, lid 7, van het Handvest voor de uitlegging daarvan in aanmerking moeten worden genomen (zie in die zin arrest van 22 december 2010, DEB, C-279/09, Jurispr. blz. I-13849, punt 32). Volgens die toelichtingen geldt „de verplichting tot eerbiediging van de in het kader van de Unie vastgestelde grondrechten alleen [...] voor de lidstaten wanneer deze optreden binnen het toepassingsgebied van het recht van de Unie”.

21.

De door het Handvest gewaarborgde grondrechten moeten dus worden geëerbiedigd wanneer een nationale regeling binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt, zodat er geen gevallen kunnen zijn waarin het Unierecht geldt zonder dat die grondrechten toepassing vinden. Wanneer het Unierecht toepasselijk is, impliceert dit dat de door het Handvest gewaarborgde grondrechten toepassing vinden.

22.

Wanneer daarentegen een juridische situatie niet binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt, is het Hof niet bevoegd om daarover uitspraak te doen en kunnen de eventueel aangevoerde bepalingen van het Handvest op zich niet de grondslag vormen voor die bevoegdheid (zie in die zin beschikking van 12 juli 2012, Currà e.a., C-466/11, punt 26).

23.

Die overwegingen corresponderen met die welke ten grondslag liggen aan artikel 6, lid 1, VEU, volgens hetwelk de bepalingen van het Handvest geenszins een verruiming inhouden van de bevoegdheden van de Unie zoals bepaald bij de Verdragen. Evenzo heet het in artikel 51, lid 2, van het Handvest dat dit laatste het toepassingsgebied van het recht van de Unie niet verder uitbreidt dan de bevoegdheden van de Unie reiken en dat het geen nieuwe bevoegdheden of taken voor de Unie schept, noch de in de Verdragen omschreven bevoegdheden en taken wijzigt (zie arrest Dereci e.a., reeds aangehaald, punt 71).

24.

In casu moet om te beginnen worden opgemerkt dat de belastingboeten en de strafvervolging waarvan Åkerberg Fransson het voorwerp is of is geweest, gedeeltelijk verband houden met het feit dat hij zijn aangifteverplichtingen op btw-gebied niet is nagekomen.

25.

Op btw-gebied vloeit uit de artikelen 2, 250, lid 1, en 273 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1), waarin onder meer de bepalingen van artikel 2 van de Zesde richtlijn en artikel 22, leden 4 en 8, van die richtlijn, in de versie van artikel 28 nonies daarvan, zijn overgenomen, en uit artikel 4, lid 3, VEU voort dat iedere lidstaat alle wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen dient te treffen om te waarborgen dat de btw op zijn grondgebied volledig wordt geïnd en om fraude te bestrijden (zie arrest van 17 juli 2008, Commissie/Italië, C-132/06, Jurispr. blz. I-5457, punten 37 en 46).

26.

Bovendien moeten de lidstaten volgens artikel 325 VWEU onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad bestrijden met maatregelen die afschrikkend werken en doeltreffend zijn, en moeten zij in het bijzonder ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen treffen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad (zie in die zin arrest van 28 oktober 2010, SGS Belgium e.a., C-367/09, Jurispr. blz. I-10761, punten 40-42). De eigen middelen van de Unie omvatten volgens artikel 2, lid 1, van besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163, blz. 17) met name de ontvangsten uit de toepassing van een uniform percentage op de btw-grondslag die op uniforme wijze is vastgesteld volgens voorschriften van de Unie, zodat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de inning van de btw-ontvangsten met inachtneming van het toepasselijke Unierecht en de terbeschikkingstelling van de overeenkomstige btw-middelen van de begroting van de Unie, aangezien elk mankement in de inning van de btw-ontvangsten potentieel tot verlaging van de btw-middelen van de Unie leidt (zie in die zin arrest van 15 november 2011, Commissie/Duitsland, C-539/09, Jurispr. blz. I-11235, punt 72).

27.

Bijgevolg wordt met belastingboeten en strafvervolging wegens belastingfraude, zoals die waarvan de verdachte in het hoofdgeding het voorwerp is of is geweest wegens verstrekking van onjuiste inlichtingen op btw-gebied, uitvoering gegeven aan de artikelen 2, 250, lid 1, en 273 van richtlijn 2006/112 (voorheen de artikelen 2 en 22 van de Zesde richtlijn) en artikel 325 VWEU, en dus aan het recht van de Unie in de zin van artikel 51, lid 1, van het Handvest.

28.

Dat de nationale regelingen die als grondslag dienen voor die belastingboeten en strafvervolgingen niet zijn vastgesteld om uitvoering te geven aan richtlijn 2006/112, doet niet af aan die vaststelling, aangezien met de toepassing van deze regelingen wordt beoogd schending van de bepalingen van deze richtlijn te bestraffen en dus uitvoering te geven aan de door het Verdrag aan de lidstaten opgelegde verplichting om gedragingen waarmee de financiële belangen van de Unie worden geschaad, effectief te bestraffen.

29.

Dit vooropgesteld, kan een nationale autoriteit of rechterlijke instantie die moet onderzoeken of een nationale bepaling of maatregel waarmee in een situatie waarin het optreden van de lidstaten niet volledig door het Unierecht wordt bepaald, het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht in de zin van artikel 51, lid 1, van het Handvest, in overeenstemming is met de grondrechten, daarbij nog steeds nationale maatstaven voor de bescherming van de grondrechten toepassen, op voorwaarde dat deze toepassing niet afdoet aan het door het Handvest geboden beschermingsniveau, zoals uitgelegd door het Hof, noch aan de voorrang, eenheid en doeltreffendheid van het Unierecht (zie voor dit laatste aspect arrest van 26 februari 2013, Melloni, C-399/11, punt 60).

30.

Daartoe hebben de nationale rechters wanneer zij de bepalingen van het Handvest moeten uitleggen, de mogelijkheid en in voorkomend geval de verplichting om het Hof krachtens artikel 267 VWEU om een prejudiciële beslissing te verzoeken.

31.

Uit het voorgaande volgt dat het Hof bevoegd is om de gestelde vragen te beantwoorden en om alle uitleggingsgegevens te verschaffen die de verwijzende rechter nodig heeft om te kunnen beoordelen of de nationale regeling verenigbaar is met het in artikel 50 van het Handvest neergelegde ne-bis-in-idembeginsel.

Beantwoording van de prejudiciële vragen

Tweede, derde en vierde vraag

32.

Met die vragen, die samen moeten worden beantwoord, wenst het Haparanda tingsrätt in wezen van het Hof te vernemen of het in artikel 50 van het Handvest neergelegde ne-bis-in-idembeginsel aldus moet worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat strafvervolging wegens belastingfraude wordt ingesteld tegen een verdachte aan wie voor dezelfde feiten, te weten het verstrekken van onjuiste inlichtingen, reeds een belastingboete is opgelegd.

33.

Toepassing van het in artikel 50 van het Handvest neergelegde ne-bis-in-idembeginsel op strafvervolging wegens belastingfraude zoals aan de orde in het hoofdgeding, veronderstelt dat de maatregelen die reeds tegen de verdachte zijn getroffen bij een definitief geworden beslissing, strafrechtelijke maatregelen zijn.

34.

In dit verband moet om te beginnen erop worden gewezen dat artikel 50 van het Handvest niet eraan in de weg staat dat een lidstaat voor dezelfde feiten, te weten niet-nakoming van aangifteverplichtingen op btw-gebied, een combinatie van fiscale en strafrechtelijke sancties oplegt. Om te garanderen dat alle btw-ontvangsten worden geïnd, en daardoor de financiële belangen van de Unie te beschermen, zijn de lidstaten immers vrij in hun keuze van de op te leggen sancties (zie in die zin arresten van 21 september 1989, Commissie/Griekenland, 68/88, Jurispr. blz. 2965, punt 24; 7 december 2000, de Andrade, C-213/99, Jurispr. blz. I-11083, punt 19, en 16 oktober 2003, Hannl-Hofstetter, C-91/02, Jurispr. blz. I-12077, punt 17). Het kan dus gaan om bestuurlijke sancties, strafrechtelijke sancties of een combinatie van beide. Slechts wanneer de fiscale sanctie een strafrechtelijke sanctie is in de zin van artikel 50 van het Handvest en definitief is geworden, staat deze bepaling eraan in de weg dat voor dezelfde feiten strafvervolging wordt ingesteld tegen dezelfde persoon.

35.

Vervolgens zij eraan herinnerd dat drie criteria relevant zijn om te beoordelen of fiscale sancties strafrechtelijke sancties zijn. Het eerste criterium is de juridische kwalificatie van de inbreuk in het nationale recht, het tweede de aard van de inbreuk en het derde de aard en de zwaarte van de sanctie die aan de betrokkene kan worden opgelegd (arrest van 5 juni 2012, Bonda, C-489/10, punt 37).

36.

Het staat aan de verwijzende rechter om tegen de achtergrond van die criteria te beoordelen of de in de nationale regelgeving voorgeschreven combinatie van fiscale en strafrechtelijke sancties moet worden getoetst aan de nationale maatstaven als bedoeld in punt 29 van het onderhavige arrest. In voorkomend geval kan hij – op voorwaarde dat de overblijvende sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn – tot het oordeel komen dat deze combinatie in strijd is met deze maatstaven (zie in die zin onder meer arrest Commissie/Griekenland, reeds aangehaald, punt 24; arresten van 10 juli 1990, Hansen, C-326/88, Jurispr. blz. I-2911, punt 17; 30 september 2003, Inspire Art, C-167/01, Jurispr. blz. I-10155, punt 62; 15 januari 2004, Penycoed, C-230/01, Jurispr. blz. I-937, punt 36, en 3 mei 2005, Berlusconi e.a., C-387/02, C-391/02 en C-403/02, Jurispr. blz. I-3565, punt 65).

37.

Blijkens het voorgaande moet op de tweede, de derde en de vierde vraag worden geantwoord dat het in artikel 50 van het Handvest neergelegde ne-bis-in-idembeginsel niet eraan in de weg staat dat een lidstaat voor dezelfde feiten, te weten niet-nakoming van aangifteverplichtingen op btw-gebied, achtereenvolgens een fiscale sanctie en een strafrechtelijke sanctie oplegt voor zover – hetgeen ter beoordeling van de nationale rechter staat – de eerste sanctie geen strafrechtelijke sanctie is.

Vijfde vraag

38.

Met zijn vijfde vraag wenst het Haparanda tingsrätt in wezen van het Hof te vernemen of een nationale wettelijke regeling op basis waarvan bij belastingfraude dezelfde rechter een combinatie van fiscale sancties en strafrechtelijke sancties kan opleggen, verenigbaar is met het door artikel 50 van het Handvest gewaarborgde ne-bis-in-idembeginsel.

39.

Om te beginnen moet eraan worden herinnerd dat het in het kader van de procedure van artikel 267 VWEU uitsluitend een zaak is van de nationale rechter, aan wie het geschil is voorgelegd en die de verantwoordelijkheid draagt voor de te geven rechterlijke beslissing, om, gelet op de bijzonderheden van het geval, zowel de noodzaak van een prejudiciële beslissing voor het wijzen van zijn vonnis te beoordelen, als de relevantie van de vragen die hij aan het Hof voorlegt. Wanneer de vragen betrekking hebben op de uitlegging van het Unierecht, is het Hof derhalve in beginsel verplicht daarop te antwoorden (zie met name arrest van 8 september 2011, Paint Graphos e.a., C-78/08-C-80/08, Jurispr. blz. I-7611, punt 30 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

40.

Het vermoeden van relevantie dat rust op de prejudiciële vragen die de nationale rechter heeft gesteld, kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden weerlegd, wanneer duidelijk blijkt dat de gevraagde uitlegging van het Unierecht geen verband houdt met een reëel geschil of met het voorwerp van het hoofdgeding, of wanneer het vraagstuk van hypothetische aard is of het Hof niet beschikt over de gegevens, feitelijk en rechtens, die noodzakelijk zijn om een zinvol antwoord te geven op de gestelde vragen (zie in die zin met name arrest Paint Graphos e.a., reeds aangehaald, punt 31 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

41.

In casu blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de nationale wettelijke regeling waarop de verwijzende rechter doelt, niet de in het hoofdgeding toepasselijke regeling is en op het ogenblik niet bestaat in de Zweedse rechtsorde.

42.

De vijfde vraag moet dus niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien het Hof in het kader van artikel 267 VWEU tot taak heeft bij te dragen tot de rechtsbedeling in de lidstaten en niet adviezen over algemene of hypothetische vraagstukken te geven (zie met name arrest Paint Graphos e.a., reeds aangehaald, punt 32 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

Eerste vraag

43.

Met zijn eerste vraag wenst het Haparanda tingsrätt in wezen van het Hof te vernemen of met het Unierecht verenigbaar is een nationale rechterlijke praktijk die aan de verplichting voor de nationale rechter om een bepaling die in strijd is met een door het EVRM en door het Handvest gewaarborgd grondrecht buiten toepassing te laten, de voorwaarde verbindt dat deze strijdigheid duidelijk uit de betrokken teksten of de daarop betrekking hebbende rechtspraak blijkt.

44.

Aangaande om te beginnen de gevolgen die de nationale rechter moet verbinden aan een conflict tussen het nationale recht en het EVRM, moet eraan worden herinnerd dat hoewel de door het EVRM gewaarborgde grondrechten, zoals artikel 6, lid 3, VEU bevestigt, als algemene beginselen deel uitmaken van het recht van de Unie en hoewel artikel 52, lid 3, van het Handvest bepaalt dat rechten uit het Handvest die corresponderen met rechten die zijn gegarandeerd door het EVRM, dezelfde inhoud en reikwijdte hebben als die welke er door genoemd verdrag aan worden toegekend, dit laatste, zolang de Unie er geen partij bij is, geen formeel in de rechtsorde van de Unie opgenomen rechtsinstrument is. Bijgevolg regelt het Unierecht niet de verhouding tussen het EVRM en de rechtsordes van de lidstaten en bepaalt het evenmin welke gevolgen de nationale rechter moet verbinden aan een conflict tussen de door dat verdrag gewaarborgde rechten en een regel van nationaal recht (zie in die zin arrest van 24 april 2012, Kamberaj, C-571/10, punt 62).

45.

Wat vervolgens de gevolgen betreft die de nationale rechter moet verbinden aan een conflict tussen bepalingen van zijn nationaal recht en door het Handvest gewaarborgde rechten, is het vaste rechtspraak dat de nationale rechter die in het kader van zijn bevoegdheid belast is met de toepassing van de bepalingen van het Unierecht, zorg dient te dragen voor de volle werking van deze normen, en daarbij zo nodig, op eigen gezag, elke strijdige bepaling van de – zelfs latere – nationale wetgeving buiten toepassing moet laten, zonder dat hij hoeft te verzoeken of af te wachten dat deze eerst door de wetgever of door enige andere constitutionele procedure wordt ingetrokken (arresten van 9 maart 1978, Simmenthal, 106/77, Jurispr. blz. 629, punten 21 en 24; 19 november 2009, Filipiak, C-314/08, Jurispr. blz. I-11049, punt 81, en 22 juni 2010, Melki en Abdeli, C-188/10 en C-189/10, Jurispr. blz. I-5667, punt 43).

46.

Met de aan de aard van het Unierecht verbonden eisen is immers onverenigbaar elke bepaling van een nationale rechtsorde of elke wetgevende, bestuurlijke of rechterlijke praktijk die ertoe zou leiden dat aan de doeltreffendheid van het Unierecht wordt afgedaan doordat de rechter die bevoegd is om dit recht toe te passen de macht wordt ontzegd om bij die toepassing zelf al het nodige te doen om de nationale wettelijke bepalingen die de volle werking van de Unieregels zouden kunnen verhinderen opzij te zetten (arrest Melki en Abdeli, reeds aangehaald, punt 44 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

47.

Voorts heeft een nationale rechter bij wie een geschil over het Unierecht aanhangig is, indien de betekenis of de draagwijdte van dat recht onduidelijk is, krachtens artikel 267 VWEU de mogelijkheid of in voorkomend geval de verplichting om zich tot het Hof te wenden met vragen over de uitlegging van de betrokken bepaling van Unierecht (zie in die zin arrest van 6 oktober 1982, Cilfit e.a., 283/81, Jurispr. blz. 3415).

48.

Bijgevolg staat het Unierecht in de weg aan een rechterlijke praktijk die aan de verplichting voor de nationale rechter om een bepaling die in strijd is met een door het Handvest gewaarborgd grondrecht buiten toepassing te laten, de voorwaarde verbindt dat deze strijdigheid duidelijk uit de bewoordingen van het Handvest of de daarop betrekking hebbende rechtspraak blijkt, aangezien deze praktijk de nationale rechter de macht ontzegt om, in voorkomend geval in samenwerking met het Hof, volledig te beoordelen of die bepaling verenigbaar is met het Handvest.

49.

Gelet op het voorgaande moet op de eerste vraag worden geantwoord dat:

—het Unierecht niet de verhouding tussen het EVRM en de rechtsordes van de lidstaten regelt en evenmin bepaalt welke gevolgen de nationale rechter moet verbinden aan een conflict tussen de door dat verdrag gewaarborgde rechten en een regel van nationaal recht;

—het Unierecht in de weg staat aan een rechterlijke praktijk die aan de verplichting voor de nationale rechter om een bepaling die in strijd is met een door het Handvest gewaarborgd grondrecht buiten toepassing te laten, de voorwaarde verbindt dat deze strijdigheid duidelijk uit de bewoordingen van het Handvest of de daarop betrekking hebbende rechtspraak blijkt, aangezien deze praktijk de nationale rechter de macht ontzegt om, in voorkomend geval in samenwerking met het Hof, volledig te beoordelen of die bepaling verenigbaar is met het Handvest.

Kosten

50.

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Dictum

Het Hof (Grote kamer), verklaart voor recht:

Het in artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde ne-bis-in-idembeginsel staat niet eraan in de weg dat een lidstaat voor dezelfde feiten, te weten niet-nakoming van aangifteverplichtingen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, achtereenvolgens een fiscale sanctie en een strafrechtelijke sanctie oplegt voor zover – hetgeen ter beoordeling van de nationale rechter staat – de eerste sanctie geen strafrechtelijke sanctie is.

Het Unierecht regelt niet de verhouding tussen het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de rechtsordes van de lidstaten en bepaalt evenmin welke gevolgen de nationale rechter moet verbinden aan een conflict tussen de door dat verdrag gewaarborgde rechten en een regel van nationaal recht. Het Unierecht staat in de weg aan een rechterlijke praktijk die aan de verplichting voor de nationale rechter om een bepaling die in strijd is met een door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgd grondrecht buiten toepassing te laten, de voorwaarde verbindt dat deze strijdigheid duidelijk uit de bewoordingen van het Handvest of de daarop betrekking hebbende rechtspraak blijkt, aangezien deze praktijk de nationale rechter de macht ontzegt om, in voorkomend geval in samenwerking met het Hof, volledig te beoordelen of die bepaling verenigbaar is met het Handvest.

Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt

Aangehaalde teksten

29

Rechtspraak

71

België

9

Bekijk alle 9

Europese Unie

62

Hof van JustitieC-158/2516.07.2026

Recht op een doeltreffende voorziening in rechte

Hof van JustitieC-544/2301.08.2025

Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EU) nr. 165/2014

Hof van JustitieC-185/2329.07.2024

Veiligheidsmachtiging voor een vestiging (VMV)

Bekijk alle 62

Bekijk de 71 documenten

Rechtsleer

163
Fast, Katarina: Dubbelbestraffningsförbud, normhierarki och likabehandling - en kommentar til Gulliksson och Kristoffersson, Svensk Skattetidning 2011 Nr 6-7 p. 524-537 (SV)
Oliver, Peter ; Bombois, Thomas: "Ne bis in idem" en droit européen: un principe à plusieurs variantes, Journal de droit européen 2012 p. 266-272 (FR)
Gutmann, Daniel: Pénalités fiscales : la stagnation des droits du contribuable, http://www.optionfinance.fr/toute-linformation-financiere.html 2012 4 p. (FR)
Fast, Katarina: Oklart om dubbelbestraffningsförbudets innebörd - en kommentar till generaladvokatens förslag i fallet Åkerberg Fransson, SkatteNytt 2012 n° 9 p. 593-610 (SV)
Yeldham, Casey: Dubbelbestraffningsförbudens tillämplighet på skattetillägg och skattebrott - uppfylls rättssäkerhetens krav på en fastställd rättskällehierarki avseende förhållandet mellan nationell rätt, unionsrätt och konventionsrätt?, SkatteNytt 2012 n° 12 p. 871-880 (SV)
Bekijk de 158 andere verwijzingen
Skubic, Zoran: Načelo ne bis in idem v luči prava EU: kdaj ima davčna sankcija kazenskopravno naravo, Pravna praksa 2013 n° 11 p. 24-25 (SL)
Gulliksson, Magnus: Ne bis in idem - vad EU-domstolen inte sa i Haparandamålet, http://www.dagensjuridik.se 2013 http://www.dagensjuridik.se/2013/02/ne-bis-idem-vad-eu-domstolen-inte-sa-i-haparandamalet (SV)
A., I.: https://www5.infotorg.se 2013 (SV)
Wahlberg, Stefan: Efter EU-domstolens dom om "dubbelbestraffning" - Högsta domstolen tar upp frågan i plenum, http://www.dagensjuridik.se 2013 http://www.dagensjuridik.se/2013/03/efter-eu-domstolens-dom-om-dubbelbestraffning-hogsta-domstolen-tar-upp-fragan-i-plenum (SV)
Brors, Henrik: EU-domstolen: Ok att straffa skattesmitare två gånger, Dagens Nyheter ; http://www.dn.se 2013 http://www.dn.se/ekonomi/eudomstolen-ok-att-straffa-skattesmitare-tva-ganger (SV)
TT (Tidningarnas Telegrambyrå): Skattetillägg och straff kan utdömas, Bohusläningen ; http://bohuslaningen.se 2013 http://bohuslaningen.se/nyheter/sverige/1.1982133-skattetillagg-och-straff-kan-utdomas?articleRenderMode=extra_comment#extraComments (SV)
Simon, Denys: Ne bis in idem. La Cour valide à certaines conditions la faculté de cumul de sanctions fiscales et pénales au terme d'un examen approfondi des exigences résultant de la Convention européenne des droits de l'homme et de la Charte des droits fondamentaux, Europe 2013 Avril Comm. n° 4 p. 14-16 (FR)
Letteron, Roseline: « La Charte des droits fondamentaux, le droit de l'Union, et le sac de Mary Poppins », http://libertescheries.blogspot.com 2013 2 p. (FR)
Munoz, Rodolphe ; Defossez, Alexandre: « Champ d'application de la Charte », http://jmieurope.typepad.com/jmi/ 2013 1 p. (FR)
Turmo, Araceli: Applicabilité de la Charte des droits fondamentaux à des sanctions nationales en matière de fraude fiscale, http://cms2.unige.ch/droit/ceje1/index.php 2013 2 p. (FR)
Rathke, Hannes: Mangold Reloaded? - Anmerkungen zu EuGH, Rs. C-617/10 - Åkerberg Fransson, JuWissBlog 2013 4 p. (DE)
Fucik, Robert ; Lehofer, Hans Peter: Kartell- und Wettbewerbsrechts-Änderungsgesetz 2012 in Kraft - Kraftfahrzeugsektor-Schutzgesetz vom Parlament verabschiedet - Neuer Instanzenzug in Patent- und Markensachen - EuGH zum Anwendungsbereich der Grundrechtecharta, Österreichische Juristenzeitung 2013 3 p. (DE)
Kommenda, Benedikt: OGH will EU-Grundrechte in seine Hand nehmen, Die Presse 2013 3 p. (DE)
Morijn, John: Akerberg and Melloni: what the ECJ said, did and may have left open, http://eutopialaw.com/2013/03/14/akerberg-and-melloni-what-the-ecj-said-did-and-may-have-left/ 2013 6 p. (EN)
Thym, Daniel: Von Karlsruhe nach Bückeburg - auf dem Weg zur europäischen Grundrechtsgemeinschaft, http://www.verfassungsblog.de/de/von-karlsruhe-nach-buckeburg-auf-dem-weg-zur-europaischen-grundrechtsgemeinschaft/ 2013 5 p. (DE)
Kubicki, Philipp: Aktueller Begriff - Europa: Bindung der Mitgliedstaaten an EU-Grundrechte und EuGH, Rs. C-617/10 (Åkerberg Fransson), http://www.bundestag.de/dokumente/analysen/2013/Bindung_der_Mitgliedstaaten_an_EU-Grundrechte_und_EuGH.pdf 2013 2 p. (DE)
Cede, Philipp: http://www.bka.gv.at/DocView.axd?CobId=50562 2013 5 p. (DE)
Lehofer, Hans Peter: Etwas off topic: EuGH zu Anwendungsbereich und Durchsetzung der Grundrechtecharta, http://blog.lehofer.at/2013/02/Akerberg.html 2013 3 p. (DE)
Mazilu-Babel, Mihaela: Principiul ne bis in idem din art. 50 Carta UE și dubla sancționare administrativă și penală pentru fapte de natură fiscală, http://www.juridice.ro/ 2013 19 p. (RO)
Picod, Fabrice: La Charte doit être respectée dès qu'une réglementation nationale entre dans le champ d'application du droit de l'Union, La Semaine Juridique - édition générale 2013 n° 11 p. 312 (FR)
Streinz, Rudolf: Unbegrenzte Geltung der EU-Grundrechtecharta?, Neue Zeitschrift für Verwaltungsrecht 2013 n° 7 p. III (DE)
Lenz, Carl Otto: EuGH-Urteil "Fransson" - Kein Anlass zum "Richterkrieg", Europäisches Wirtschafts- und Steuerrecht 2013 n° 3 p. I (DE)
Veenbrink, J.M. ; De Waele, H.C.F.J.A.: Jurisprudentie bestuursrecht 2013 n° 58 (NL)
Brokelind, Cécile: Highlights & Insights on European Taxation 2013 n° 4 p. 13-17 (EN)
Spiliotopoulou, S.: Charttis Themeliodon Dikaiomaton tis EE: pedio efarmogis kai elliniki nomologia (me apsormi ti DEE 26.02.2013, C-617/10, Akerberg Fransson), Theoria & Praxi Dioikitikou Dikaiou 2013 p. 176-185 (EL)
Alexandropoulou, D.: Theoria & Praxi Dioikitikou Dikaiou 2013 p. 186-189 (EL)
Platon, Sébastien: La Charte des droits fondamentaux et la « mise en œuvre » nationale du droit de l’Union : précisions de la Cour de justice sur le champ d’application de la Charte, http://webu2.upmf-grenoble.fr/rdlf/ 2013 9 p. (FR)
Posch, Albert: Bindung der Mitgliedstaaten an die Grundrechtecharta der EU, Österreichische Juristenzeitung 2013 p. 380-382 (DE)
Delgado, Laura: Mise en oeuvre du droit de l’Union et principe ne bis idem … précisions jurisprudentielles sur l’applicabilité de la Charte des droits fondamentaux, http://www.gdr-elsj.eu 2013 4 p. (FR)
Ritter, Thomas: Neues zum Geltungsbereich der Grundrechtecharta, Neue Zeitschrift für Arbeitsrecht 2013 n° 9 p. III (DE)
Winter, Regine: Deutliche Worte des EuGH im Grundrechtsbereich, Neue Zeitschrift für Arbeitsrecht 2013 p. 473-477 (DE)
Fontanelli, Filippo: Hic Sunt Nationes - Botta e risposta tra la Corte di Giustizia EU (caso Åkerberg Fransson) e la Corte Costituzionale tedesca sull’applicazione della Carta EU dei Diritti Fondamentali, http://www.magistraturademocratica.it/mdem/qg/articolo.php?id=124 2013 1 p. (IT)
Fontanelli, Filippo: Anti-terror Database, the German Constitutional Court reaction to Åkerberg Fransson - From the spring/summer 2013 Solange collection: reverse consistent interpretation, http://www.diritticomparati.it/2013/05/my-entry.html 2013 3 p. (EN)
Fontanelli, Filippo: Fransson and the application of the EU Charter of Fundamental Rights to State measures - nothing new under the sun of Luxembourg, http://www.diritticomparati.it/2013/03/fransson-and-the-application-of-the-eu-charter-of-fundamental-rights-to-state-measures-nothing-new-u.html 2013 4 p. (EN)
Manacorda, Stefano: Dalle carte dei diritti a un diritto penale "à la carte"?, http://www.penalecontemporaneo.it/materia/-/-/-/2290-dalle_carte_dei_diritti_a_un_diritto_penale_______la_carte/ 2013 14 p. (IT)
Vozza, Donato: I confini applicativi del principio del ne bis in idem interno in materia penale: un recente contributo della Corte di giustizia dell'Unione europea, http://www.penalecontemporaneo.it/materia/-/-/-/2226-i_confini_applicativi_del_principio_del_ne_bis_in_idem_interno_in_materia_penale__un_recente_contributo_della_corte_di_giustizia_dell___unione_europea/ 2013 10 p. (IT)
Widdershoven, R.J.G.M.: AB Rechtspraak Bestuursrecht 2013 n° 131 (NL)
Abenhaïm, Marc: La jurisprudence de la Cour de justice et du Tribunal de l'Union européenne. Chronique des arrêts. Arrêt « Åkerberg Fransson », Revue du droit de l'Union européenne 2013 n° 1 p. 175-181 (FR)
Rabe, Hans-Jürgen: Grundrechtsbindung der Mitgliedstaaten, Neue juristische Wochenschrift 2013 p. 1407-1408 (DE)
X: Åklagaren v Fransson, International Tax Law Reports 2013 Vol. 4 p. 699 (EN)
Akandji-Kombé, Jean-François: Arrêt "Akerberg Fransson": l'application juridictionnelle de la Charte européenne des droits fondamentaux, Journal de droit européen 2013 n° 199 p. 184-186 (FR)
Rabe, Hans-Jürgen: Signal nach Luxemburg, Neue juristische Wochenschrift 2013 p. 3 (DE)
Ritter, Thomas: Star Wars im Grundrechtsraum!?, Neue Zeitschrift für Verwaltungsrecht 2013 n° 11 p. III (DE)
Zampini, Florence: Fraude fiscale et principe ne bis in idem : la position de la CJUE, Revue Lamy droit des affaires 2013 n° 82 p. 52-57 (FR)
Copain, Carine: Le principe ne bis in idem : entre harmonisation et dissonance européennes, L'actualité juridique ; droit pénal 2013 p. 270 (FR)
Aubert, Michel ; Broussy, Emmanuelle ; Cassagnabère, Hervé: Chronique de jurisprudence de la CJUE. Charte des droits fondamentaux - Champ d'application, L'actualité juridique ; droit administratif 2013 p. 1154-1165 (FR)
Brokelind, Cécile: Case Note on Åkerberg Fransson (Case C-617/10), European Taxation 2013 Vol.53 n° 6 p. 281-285 (EN)
A., I.: L'application du principe non bis ibidem en droit européen et la question du cumul successif des sanctions administrative et pénale pour des mêmes faits, JTT : Journal des tribunaux du travail 2013 p. 249-253 (FR)
A., I.: Revue des affaires européennes 2013 p. 147-159 (FR)
Aubert, Michel ; Broussy, Emmanuelle ; Cassagnabère, Hervé: Chronique de jurisprudence de la CJUE. Charte des droits fondamentaux - Champ d'application, L'actualité juridique ; droit administratif 2013 p. 1154-1156 (FR)
Gstrein, Oskar Josef ; Zeitzmann, Sebastian: Die "ÅKERBERG FRANSSON"-Entscheidung des EuGH - "NE BIS IN IDEM" als Wegbereiter für einen effektiven GRUNDRECHTSSCHUTZ in der EU?, Zeitschrift für Europarechtliche Studien - ZEuS 2013 p. 239-260 (DE)
Fierstra, M.A.: Åkerberg Fransson: ruim toepassingsgebied van Handvest op handelingen van lidstaten, Nederlands tijdschrift voor Europees recht 2013 p. 197-205 (NL)
Dannecker, Gerhard: Juristenzeitung 2013 p. 616-620 (DE)
Lavranos, Nikos: The ECJ's Judgments in Melloni and Åkerberg Fransson: Un ménage à trois difficulté, European Law Reporter 2013 p. 133-141 (EN)
Vervaele, John: The Application of the EU Charter of Fundamental Rights (CFR) and its Ne bis in idem Principle in the Member States of the EU, Review of European Administrative law 2013 p. 113-134 (EN)
Vecchio, Fausto: I casi Melloni e Akerberg: il sistema multilivello di protezione dei diritti fondamentali, Quaderni costituzionali 2013 p. 454-456 (IT)
Skouris, Vassilios: Développements récents de la protection des droits fondamentaux dans l'Union européenne: les arrêts Melloni et Åkerberg Fransson, Il diritto dell'Unione Europea 2013 p. 229-243 (FR)
Mok, M.R.: Nederlandse jurisprudentie. Uitspraken in burgerlijke en strafzaken 2013 n° 348 (NL)
A., I.: Ultra vires – has the Bundesverfassungsgericht shown its teeth?, Common Market Law Review 2013, Volume 50, Issue 4, p. 925-929 (EN)
De Boer, Nik: Addressing rights divergence under the Charter: Melloni, Common Market Law Review 2013, Volume 50, Issue 4, p. 1083-1103 (EN)
Kingreen, Thorsten: Die Grundrechte des Grundgesetzes im europäischen Grundrechtsföderalismus, Juristenzeitung 2013 p. 801-811 (DE)
Lazzerini, Nicole: Il contributo della sentenza Åkerberg Fransson alla determinazione dell'ambito di applicazione e degli effetti della Carta dei diritti fondamentali dell'Unione europea, Rivista di diritto internazionale 2013 p. 883-912 (IT)
Reestman, Jan-Herman ; Besselink, Leonard F.M.: After Akerberg Fransson and Melloni, European Constitutional Law Review 2013 Vol. 9 p. 169-175 (EN)
Fontanelli, Filippo: Hic Sunt Nationes: The Elusive Limits of the EU Charter and the German Constitutional Watchdog, European Constitutional Law Review 2013 Vol. 9 p. 315-334 (EN)
Roth, Cyril ; Burgaud, Fabrice: Charte des droits fondamentaux vs Convention européenne : dommages collatéraux en vue, Recueil Dalloz 2013 p. 1977-1980 (FR)
Kingreen, Thorsten: Ne bis in idem: Zum Gerichtswettbewerb um die Deutungshoheit über die Grundrechte, Europarecht 2013 p. 446-453 (DE)
Janssens, C. ; Nordin, E.: S.E.W. ; Sociaal-economische wetgeving 2013 p. 395-398 (NL)
Stasi, Maria Luisa: ERA-Forum : scripta iuris europaei 2013 p. 309-312 (EN)
Moonen, Toon: Tijdschrift voor bestuurswetenschappen en publiekrecht 2013 p. 541-543 (NL)
Bernardeau, Ludovic ; Peiffert, Olivier: Jurisprudence de la CJUE : fiscalité directe (janv./juin 2013). Principes, Revue de droit fiscal 2013 p. 25-29 (FR)
Hancox, Emily: The meaning of "implementing" EU law under Article 51(1) of the Charter: Åkerberg Fransson, Common Market Law Review 2013, Volume 50, Issue 5, p. 1411-1431 (EN)
Romeo, Graziella: La tecnica del non-finito nella costtruzione del diritto costituzionale dell'Unione europea, Diritto pubblico comparato ed europeo 2013 p. 551-555 (IT)
Ilieva, Vanja: Prilozhnoto pole na hartata na osnovnite prava na Evropeyskija sayuz spryamo darzhavite chlenki, Evropeyski praven pregled 2013 n° 6 p. 175-192 (BG)
Ilieva, Vanja: The scope of application of the charter of fundamental rights of the European Union by the member states, Evropeyski praven pregled 2013 n° 6 p. 324-325 (EN)
Brokelind, Cécile: Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne et cumul de sanctions fiscales et pénales, Revue de droit fiscal 2013 p. 78-83 (FR)
Montaldo, Stefano: L'ambito di applicazione della Carta dei diritti fondamentali dell'Unione europea e il principio del ne bis in idem, Diritti umani e diritto internazionale 2013 p. 574-580 (IT)
Thym, Daniel: Separation versus Fusion - or: How to Accommodate National Autonomy and the Charter? Diverging Visions of the German Constitutional Court and the European Court of Justice, European Constitutional Law Review 2013 Vol. 3 p. 391-419 (EN)
Van Bockel, Bas ; Wattel, Peter: New Wine into Old Wineskins: The Scope of the Charter of Fundamental Rights of the EU after Åkerberg Fransson, European Law Review 2013 p. 866-883 (EN)
Thym, Daniel: Die Reichweite der EU-Grundrechte-Charta – Zu viel Grundrechtsschutz?, Neue Zeitschrift für Verwaltungsrecht 2013 p. 889-896 (DE)
Ritleng, Dominique: De l'articulation des systèmes de protection des droits fondamentaux dans l'Union, Revue trimestrielle de droit européen 2013 p. 267-292 (FR)
Laurand, Andra: Euroopa Liidu liitumine inimõiguste ja põhivabaduste kaitse konventsiooniga, Juridica: Tartu Ülikooli õigusteaduskonna ajakiri 2013 n° IX p. 676-690 (ET)
Barbier de La Serre, Éric: L’empire grandissant de la Charte des droits fondamentaux, Revue Lamy de la Concurrence : droit, économie, régulation 2013 n° 36 p. 87-90 (FR)
Fast, Katarina: Tusen skäl att förekomma istället för att förekommas - en kommentar til dubbelbestraffningsfallen i EU-domstolen och Högsta domstolen 2013, Juridisk Tidskrift vid Stockholms universitet 2013-14 Nr 1 p. 24-44 (SV)
Gulliksson, Magnus: Klart till halvklart – om ne bis in idem och skattetilläggen, Svensk Juristtidning 2013 Nr 7 p. 645-685 (SV)
Pudło, Anna: Orzecznictwo innych sądów - Glosa do wyroku Trybunału Sprawiedliwości Unii Europejskiej z dnia 26 lutego 2013 r. w sprawie Åklagaren przeciwko Hansowi Åkerbergowi Franssonowi (nr. C-617/10), Przegląd Sejmowy 2013 Vol. 5 p. 163-168 (PL)
Kristoffersson, Eleonor: Efter ne bis in idem, Festskrift till Josef Zila 2013 p. 97-106 (SV)
Varga, Zsófia: Az Európai Bíróság ítélete az Åkerberg Fransson-ügyben - A ne bis in idem mint az EU Alapjogi Karta és az EJEE által biztosított elv, Jogesetek Magyarázata 2013 n° 4 p. 68-78 (HU)
Calvano, Roberta: Un caso di frode fiscale occasione per riflessioni di rilievo costituzionale... nel rapporto tra diritto UE e diritto interno e CEDU, Giurisprudenza costituzionale 2013 p. 3615-3622 (IT)
Iglesias Sánchez, Sara: TJUE - Sentencia de 26.2.2013 (Gran Sala) - Åklagaren y Hans Åkerberg Fransson, asunto C-617/10 “Carta de los Derechos Fundamentales de la Unión Europea - Ámbito de aplicación - Artículo 51 - Aplicación del derecho de la Unión - Artículo 50 - Principio non bis in idem” - La confirmación del ámbito de aplicación de la Carta y su interrelación con el estándar de protección, Revista de Derecho Comunitario Europeo 2013 n° 46 p. 1157-1175 (ES)
Ugartemendía Eceizabarrena, Juan Ignacio: La tutela judicial de los derechos fundamentales en el ámbito de aplicación nacional del derecho de la Unión Europea. Recientes acotaciones del Tribunal de Justicia y del Tribunal Constitucional español, Teoría y Realidad Constitucional 2013 n° 32 p. 391-428 (ES)
Gil Rodríguez, Isabel: Sentencia del Tribunal de Justicia de la Unión Europea, de 26 de febrero de 2013, asunto C-617/10, Åklagaren / Hans Åkerberg Fransson – Ámbito de aplicación de la Carta de los Derechos Fundamentales de la Unión Europea – Interpretación del principio non bis in idem, Financiero y Tributario, Reseñas de Jurisprudencia, Ediciones Universidad de Salamanca 2013 Vol. 1 p. 248-250 (ES)
Lind, Anna-Sara: Ett par kommentarer rörande mål C-617/10 - Åklagaren mot Åkerberg Fransson, dom av den 26 februari 2013, Europarättslig tidskrift 2013 Nr 2 p. 387-394 (SV)
Andersson, Magnus: RÅ och HD tar krafttag med resningsansökningar, Advokaten 2013 n° 6 p. 18-19 (SV)
Johansson, Per: Unionsrätten banade väg, Advokaten 2013 n° 6 p. 20-21 (SV)
Fast, Katarina: Dubbelbestraffningsförbudet i EU:s rättighetsstadga och det svenska systemet med skattetillägg och skattebrott - en kommentar till EU-domstolens avgörande i fallet Åkerberg Fransson, Svensk Skattetidning 2013 Nr 2 p. 138-157 (SV)
Carrasco González, Francisco M.: IVA - Sentencia del TJUE (Gran Sala) de 26 Febrero de 2013, Hans Åkerberg Fransson, C-617/10, Revista española de Derecho Financiero 2013 n° 158 p. 316-319 (ES)
Bernitz, Ulf: Förstärkt genomslag för europarätten - både unionsrättsligt och konventionsrättsligt, Europarättslig tidskrift 2013 n° 3 p. 413-419 (SV)
Widmann, Werner: Geltung der EU-Grundrechte-Charta bei der Sanktion mehrwertsteuerlicher Verfehlungen, Umsatzsteuer-Rundschau 2014 p. 5-8 (DE)
Van Eijsden, J.A.R.: Beslissingen in belastingzaken 2014 n° 15 (NL)
Lange, Friederike: Verschiebungen im europäischen Grundrechtssystem?, Neue Zeitschrift für Verwaltungsrecht 2014 p. 169-174 (DE)
Frenz, Walter: Bundesgesetzgebung nach Åkerberg Fransson und Sicherheitsurteilen des BVerfG, Deutsches Verwaltungsblatt 2014 p. 227-231 (DE)
Van der Hulle, Rick ; Van der Hulle, Rob: De arresten Akerberg Rransson en Melloni gerelativeerd, S.E.W. ; Sociaal-economische wetgeving 2014 p. 102-116 (NL)
Bailleux, Antoine: Entre droits fondamentaux et intégration européenne, la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne face à son destin, Revue trimestrielle des droits de l'homme 2014 p. 215-235 (FR)
Geiß, Robin: Europäischer Grundrechtsschutz ohne Grenzen?, Die öffentliche Verwaltung 2014 p. 265-272 (DE)
Ericsson, Angelica: The Swedish Ne Bis in Idem Saga - Painting a Multi-Layered Picture, Europarättslig tidskrift 2014 Nr 1 p. 54-66 (EN)
Mauro, Cristina: Le cumul de poursuites et de sanctions administratives et pénales en matière financière est conforme à la Charte des droits fondamentaux, La Semaine Juridique - édition générale 2014 n° 12 p. 533-535 (FR)
Stotz, Rüdiger: Die Beachtung der Grundrechte bei der Durchführung des Unionsrechts in den Mitgliedstaaten - Von Stauder über Wachauf zu Åkerberg Fransson -, Festschrift für Manfred A. Dauses zum 70. Geburtstag (Ed. C. H. Beck - München) 2014 p. 409-428 (DE)
Frenzel, Eike Michael: Die Charta der Grundrechte als Maßstab für mitgliedstaatliches Handeln zwischen Effektivierung und Hyperintegration, Der Staat 2014 Heft 1 p. 1-29 (DE)
Streinz, Rudolf: Zum Grundrechtsschutz in der Europäischen Union nach den Urteilen des EuGH in den Fällen Åkerberg Fransson und Melloni und des BVerfG zur Antiterrordatei, Festschrift für Manfred A. Dauses zum 70. Geburtstag (Ed. C. H. Beck - München) 2014 p. 429-443 (DE)
ECJ, Task Force of the CFE: Opinion Statement ECJ-TF 1/2014 of the CFE on the Decision of the European Court of Justice in Åkerberg Fransson (Case C-617/10) Concerning Ne Bis in Idem in Tax Law, European Taxation 2014 p. 205-207 (EN)
Szwarc, Monika: Application of the Charter of Fundamental Rights in the Context of Sanctions Imposed by Member States for Infringements of EU Law: Comment on Fransson Case, European Public Law 2014 p. 229-245 (EN)
Frenzel, Eike Michael: Die Charta der Grundrechte als Maßstab für mitgliedstaatliches Handeln zwischen Effektivierung und Hyperintegration, Der Staat 2014 p. 1-29 (DE)
Zeder, Fritz: Sanktionen des EU-Beihilfenrechts, Steuerzuschläge: ne bis in idem zu Betrug? - Oder: Bauern und Fischer als Katalysatoren der Grundrechtsentwicklung in der EU, Österreichische Juristenzeitung 2014 p. 494-501 (DE)
Genberg, Jonna: The Scope of Application of the Charter of Fundamental Rights of the European Union – Quo Vadimus?, Helsinki Law Review 2014 n° 1 p. 31-60 (EN)
Taborowski, Maciej: Emerytury byłych funkcjonariuszy służby bezpieczeństwa na wokandzie Trybunału Sprawiedliwości, Radca Prawny : miesięcznik Samorządu Radców Prawnych 2014 Nr 149 p. 41-42 (PL)
Safferling, Christoph J. M.: Der EuGH, die Grundrechtecharta und nationales Recht: Die Fälle Åkerberg Fransson und Melloni, Neue Zeitschrift für Strafrecht 2014 p. 545-551 (DE)
Fontanelli, Filippo: Implementation of EU Law through domestic measures after Fransson: the Court of Justice Buys Time and "Non-preclusion" Troubles Loom Large , European Law Review 2014 p. 682-700 (EN)
Thym, Daniel: Blaupausenfallen bei der Abgrenzung von Grundgesetz und Grundrechtecharta, Die öffentliche Verwaltung 2014 p. 941-951 (DE)
Carlier, Jean-Yves: La libre circulation des personnes. dans l’Union européenne, Journal de droit européen 2014 n° 208 p. 167-179 (FR)
Appanah, David: Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne et convention européenne des droits de l'homme: entre cohérence et légitimation, Revue générale de droit international public 2014 p. 333-356 (FR)
Épiney, Astrid: Le champ d’application de la Charte des droits fondamentaux : l’arrêt Fransson et ses implications, Cahiers de droit européen 2014 p. 283-303 (FR)
Fontanelli, Filippo: Implementation of EU Law through Domestic Measures after Fransson: the Court of Justice Buys Time and "Non-preclusion" Troubles Loom Large, European Current Law 2014 n° 12 p. 1367-1384 (EN)
Mazák, Ján ; Dobrovičová, Gabriela ; Orosz, Ladislav ; Jánošíková, Martina: Odkaz Súdneho dvora EÚ vnútroštátnym súdom o aplikovateľnosti a pôsobnosti Charty základných práv EÚ : Rozsudky vo veciach Åklagaren Fransson a Melloni, Právny obzor 2014 n° 2 p. 115-130 (SK)
Matei, Emanuela: Ne bis in idem în dreptul fiscal european - Consecințele hotărârii Åkerberg Fransson, Curierul Fiscal 2014 n° 2 p. 90-94 (RO)
Ritleng, Dominique: Lärdomar av EU-domstolens parallella domar i målen Åkerberg Fransson och Melloni, Svensk Juristtidning 2014 n° 1 p. 36-71 (SV)
Platon, Sébastien: L’applicabilité de la Charte des droits fondamentaux de l’Union européenne aux États membres. Retour sur l’arrêt Fransson de la Cour de justice du 26 février 2013, Droit & Sciences sociales Université de Poitiers 2014 p. 388-403 (FR)
Dannecker, Gerhard: Der Grundrechtsschutz im Kartellordnungswidrigkeitenrecht im Lichte der neueren Rechtsprechung des EuGH, Neue Zeitschrift für Kartellrecht 2015 p. 25-30 (DE)
Hahn, Hartmut: Berührungspunkte zwischen Grundrechte-Charta und deutschem Steuerrecht - Folgerungen aus der Entscheidung des EuGH in der Rechtssache Akerberg Fransson (Teil 1), Internationale Steuer-Rundschau : ISR 2015 p. 25-32 (DE)
Hahn, Hartmut: Auswirkungen des EuGH-Urteils in der Rechtssache Åkerberg Fransson im deutschen Steuerrecht, Europäisches Wirtschafts- & Steuerrecht - EWS 2015 p. 15-22 (DE)
Hahn, Hartmut: Berührungspunkte zwischen Grundrechte-Charta und deutschem Steuerrecht – Folgerungen aus der Entscheidung des EuGH in der Rechtssache Akerberg Fransson (Teil 2), Internationale Steuer-Rundschau : ISR 2015 p. 50-54 (DE)
Nergelius, Joakim: Human Rights in EU Law 2014: Two Key Cases of 2013, Human Rights in Contemporary European Law (Ed. Hart - Oxford) 2015 p. 1-6 (EN)
Gulliksson, Magnus: Effective Sanctions as the One-dimensional Limit to the Ne Bis in Idem Principle in EU Law, Human Rights in Contemporary European Law (Ed. Hart - Oxford) 2015 p. 141-189 (EN)
Bernitz, Ulf: The Akerberg Fransson Case Ne bis in idem: Double Procedures for Tax Surcharge and Tax Offences not Possible, Human Rights in Contemporary European Law (Ed. Hart - Oxford) 2015 p. 191-209 (EN)
Kristoffersson, Eleonor: The Future of the Swedish Tax Sanction System after Ne Bis in Idem, Human Rights in Contemporary European Law (Ed. Hart - Oxford) 2015 p. 211-223 (EN)
Frenz, Walter: Vorrang, Grenzen und Verstärkungseffekte der EU-Grundrechte – Folgerungen aus den Urteilen Åkerberg Fransson, Pfleger und Dano (Hartz IV), Deutsches Verwaltungsblatt 2015 p. 741-746 (DE)
Franzius, Claudio: Grundrechtsschutz in Europa - Zwischen Selbstbehauptungen und Selbstbeschränkungen der Rechtsordnungen und ihrer Gerichte, Zeitschrift für ausländisches öffentliches Recht und Völkerrecht 2015 p. 383-412 (DE)
Thym, Daniel: Von Karlsruhe nach Bückeburg - auf dem Weg zur europäischen Grundrechtsgemeinschaft, Krise und Konstitutionalisierung in Europa (Ed. Nomos - Baden-Baden) 2015 p. 115-121 (DE)
Steinbeis, Maximilian: Antiterrordatei-Urteil: Fäusteschütteln in Richtung Luxemburg, Krise und Konstitutionalisierung in Europa (Ed. Nomos - Baden-Baden) 2015 p. 131-133 (DE)
Schima, Bernhard: EU Fundamental Rights and Member State Action after Lisbon, Putting the ECJ's Case Law in its Context, Fordham International Law Journal 2015-38 p. 1097-1133 (EN)
Takis, Athanasios: Armenopoulos 2015 p. 1054-1056 (EL)
Richmond, Maxwell: Åkerberg Fransson-domen - sambandet mellan löjromsfiske och ett tydligare rättighetsskydd inom EU, Förarbete & Efterfest - skrifter från amanuenskollegiet vid juridiska fakulteten i Uppsala (Iustus Förlag AB - Uppsala) (Numéro d'inventaire Sw/y/73) 2015 p. 137-148 (SV)
Platon, Sébastien: L'applicabilité de la Charte des droits fondamentaux de l'union européenne aux États membres. Retour sur l'arrêt Fransson de la cour de justice du 26 février 2013, Droit et Sciences sociales 2015 p. 421-437 (FR)
Volkmann, Uwe: Doppelt genäht hält besser? Zur Rolle der Grundrechte im europäischen Verfassungsverbund, Von der Kultur der Verfassung, Festschrift für Friedhelm Hufen zum 70. Geburtstag (Ed. 2015 Verlag C.H.Beck oHG) 2015 p. 127-136 (DE)
García Berro, Florián: La protección de los derechos fundamentales por el TJUE en el ámbito tributario interno - Las respuestas del TJUE : Un catálogo en desarrollo de soluciones casuísticas - El asunto Åkerberg Fransson, una sentencia clave para delimitar el alcance de la CDFUE en el ámbito tributario interno, Estudios - Derechos Fundamentales y Hacienda Pública - Una perspectiva europea (Civitas / Thomson Reuters) (Numéro d'ínventaire EG/541) 2015 p. 70-76 (ES)
Lenaerts, Annekatrien ; Vanovermeire, Vinciane: De toepassing van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie op handelingen van de lidstaten: een analyse in het licht van het arrest C-617/10 van het Hof van Justitie van 26 februari 2013 inzake Åkerberg Fransson, Tijdschrift voor bestuurswetenschappen en publiekrecht 2016 p. 16-33 (NL)
Bucher, Stefan: Die Bindung der Mitgliedstaaten an die EU-Grundrechtecharta bei Ermessensspielräumen, insbesondere in Fällen der Richtlinienumsetzung und unter Berücksichtigung der Folgerechtsprechung zu „Åkerberg Fransson“, Zeitschrift für Europarechtliche Studien - ZEuS 2016 p. 203-233 (DE)
Sahún Pacheco, Rocío: La relación entre la cuestión prejudicial y la cuestión de inconstitucionalidad en dos resoluciones judiciales recientes, Revista española de Derecho Administrativo 2016 n° 181 p. 377-394 (ES)
Bernitz, Ulf: Rättighetsstadgans genomslag i svensk rätt - Europarättslig lagprövning och lärdomar av Åkerberg Fransson, Juridisk Tidskrift vid Stockholms universitet 2016-17 n° 4 p. 789-816 (SV)
Bucher, Stefan: Die Bindung der Mitgliedstaaten an die EU-Grundrechtecharta bei Ermessensspielräumen, insbesondere in Fällen der Richtlinienumsetzung und unter Berücksichtigung der Folgerechtsprechung zu "Åkerberg Fransson", Zeitschrift für Europarechtliche Studien - ZEuS 2016 p. 203-233 (DE)
Delzangles, Béatrice ; Louvaris, Antoine: Visas humanitaires et Charte des droits fondamentaux : la confrontation n'a pas eu lieu, Journal de droit européen 2017 n° 239 p. 170-176 (FR)
Păun, Ciprian: Despre ne bis in idem ... în dezbaterea fiscală contemporană, Curierul Fiscal 2017 n° 1 p. 18-21 (RO)
Guilland, Nicolas: Cumul de sanctions de la fraude fiscale et principe non bis in idem: l'avocat général de la CJUE ne s'incline pas devant la CEDH, Revue de droit fiscal 2017 n° 42 p. 3-5 (FR)
Svobodová, Magdaléna: Listina základních práv EU v judikatuře Ústavního soudu ČR, Právní rozhledy : časopis pro všechna právní odvětví 2017 n°23-24 p. 823-828 (CS)
Pelletier, Marc: La CJUE et le principe non bis in idem: un pas en arrière, deux pas en avant, Revue de droit fiscal 2018 n°14 p. 2-4 (FR)
Lazzerini, Nicole: Il rapporto tra primato del diritto dell'Unione e tutela costituzionale dei diritti fondamentali nella sentenza Taricco-bis: buona la seconda?, Rivista di diritto internazionale 2018 p. 234-242 (IT)
Bernitz, Ulf: Rättighetsstadgans genomslag i svensk rätt - Europarättslig lagprövning och lärdomar av Åkerberg Fransson, Stockholm Centre for Commercial Law Årsbok IX 2018 p. 61-92 (SV)
Andriantsimbazovina, Joël: 22. Droits fondamentaux - Champ d'application - Charte des droits fondamentaux. CJCE, 18 juin 1991, n° C-260/89, Elliniki Radiophonia Tileorassi Anonimi Etairia et Panellinia Omospondia Syllogon Prossopikou c/ Dimotiki Etairia Pliroforissis et Sotirios Kouvelas et Nicolaos Avdellas e.a. et CJUE, 26 févr. 2013, n° C-617/10, Åklagaren c/ Hans Åkerberg Fransson, Les grands arrêts de la Cour de justice de l'Union européenne. Droit constitutionnel et institutionnel de l'Union européenne (Dalloz, 2e édition) 2023, p. 349-361 (FR)
Sarmiento, Daniel: Åkerberg Fransson and the Question of Incorporation, Landmark Cases in EU Law. Volume 1: The Constitutional Cases (Hart Publishing, Oxford) 2025, p. 289-304 (EN)