I —„ Hoe moet artikel 6, lid 2, van de Zesde richtlijn worden uitgelegd ?
1)Wordt door de conditionele bijzin ‚wanneer voor dit goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van belasting over de toegevoegde waarde is ontstaan’ :
a)de belasting van eigen gebruik enkel uitgesloten in gevallen waarin de voorbelasting vanwege een belastingvrij gebruik van het goed in de onderneming (paragraaf 15, lid 2 UStG) respectievelijk vanwege gebruik van het goed voor andere doeleinden dan voor belaste handelingen van de ondernemer (artikel 17, lid 2, Zesde richtlijn) niet aftrekbaar is, of
b)is zij ook dan uitgesloten, indien de voorbelasting om andere redenen niet kon worden afgetrokken, bij voorbeeld wegens verkrijging van een niet-ondernemer ?
Bij bevestigende beantwoording van vraag 1 b :
2)Is voor een goed een recht op gedeeltelijke aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde ontstaan in de zin van artikel 6, lid 2, eerste alinea, sub a, indien de belastingplichtige voor de levering van het goed aan hem geen BTW heeft kunnen aftrekken, maar wel voor de leveringen en diensten die hij voor het behoud (reparatie, onderhoud, etc.) of voor het gebruik (brandstof, smeermiddelen, etc.) van het goed van andere ondernemers heeft ontvangen respectievelijk door deze heeft laten verrichten ?
3)Bij ontkennende beantwoording van vraag 2 :
a)Staat artikel 6, lid 2, tweede alinea, de Lid-Staten enkel toe afwijkingen vast te stellen, waarbij geheel of gedeeltelijk wordt afgezien van de belasting van het gebruik van goederen in de zin van de eerste alinea, sub a, of
b)zijn zij ook bevoegd dit gebruik te belasten, ongeacht of voor het gebruikte goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van BTW is ontstaan ?
II —Bij bevestigende beantwoording van vraag I, 3 a:
1)Heeft de Duitse wetgever de Zesde richtlijn niet naar behoren in nationaal recht omgezet doordat hij in paragraaf 1, lid 1, sub 2, b, UStG 1980 het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed ook dan aan BTW onderwerpt, wanneer voor dit goed geen recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van BTW is ontstaan ?
Bij bevestigende beantwoording van vraag 1 :
2)Kan een belastingplichtige zich voor de in belastingzaken bevoegde Duitse rechter beroepen op artikel 6, lid 2, eerste alinea, sub a, Zesde richtlijn en de daaraan door het Hof van Justitie gegeven uitlegging ?
III —Zo vraag 1,1 a, 2 of 3 b, bevestigend of vraag II, 1 of 2, ontkennend moet worden beantwoord :
Hoe moet artikel 11 A, lid 1, sub c, van de Zesde richtlijn worden uitgelegd ? Omvatten de uitgaven alle voor het verrichten van de dienst gemaakte kosten van de belastingplichtige of enkel — in voorkomend geval pro rata — de door hem betaalde tegenprestaties voor leveringen en diensten, voor zover hiervoor recht op aftrek van BTW is ontstaan ?”