A. In het binnenland
1. De maatstaf van heffing is:
a) voor andere goederenleveringen en diensten dan hierna bedoeld sub b), c) en d): alles wat de leverancier of dienstverrichter voor deze handelingen als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van de zijde van de koper, van de ontvanger of van een derde, met inbegrip van subsidies die rechtstreeks met de prijs van de handelingen verband houden;
b) voor de in artikel 5, leden 6 en 7, bedoelde handelingen: de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop deze handelingen worden uitgevoerd;
c) voor de in artikel 6, lid 2, bedoelde handelingen: de door de belastingplichtige voor het verrichten van de diensten gemaakte uitgaven;
d) voor de in artikel 6, lid 3, bedoelde handelingen: de normale waarde van de verrichte diensten.
Als „normale waarde” van een dienst wordt beschouwd het bedrag dat een ontvanger, in de handels- fase waarin de handeling wordt verricht, bij vrije mededinging zou moeten betalen aan een zelfstandige dienstverrichter in het binnenland op het tijdstip waarop de handeling wordt verricht, om de desbetreffende dienst te verkrijgen.
2. In de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen:
a) belastingen, rechten en heffingen, met uitzondering van de belasting over de toegevoegde waarde zelf;
b) bijkomende kosten, zoals kosten van commissie, verpakking, vervoer en verzekering, die de leverancier in rekening brengt aan de koper of de ontvanger. Uitgaven die bij afzonderlijke overeenkomst zijn geregeld mogen door de Lid-Staten als bijkomende kosten worden beschouwd.
3. In de maatstaf van heffing worden niet opgenomen:
a) prijsverminderingen wegens korting voor vooruitbetaling;
b) prijskortingen en -rabatten die aan de koper of de ontvanger worden toegekend en die zijn verkregen op het tijdstip waarop de handeling wordt verricht;
c) door een belastingplichtige van de koper of de ontvanger als terugbetaling van in naam en voor rekening van laatstgenoemden gemaakte kosten ontvangen bedragen die in de boekhouding van de belastingplichtige als doorlopende posten voorkomen. De betreffende belastingplichtige moet het werkelijke bedrag van deze uitgaven verantwoorden en mag de eventueel daarop drukkende belasting niet in aftrek brengen.
4. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 kunnen de Lid-Staten die op 1 januari 1993 geen gebruik maakten van de in artikel 12, lid 3, onder a), derde alinea, bedoelde mogelijkheid, wanneer zij gebruik maken van de in onderdeel B, lid 6, bedoelde mogelijkheid, bepalen dat de maatstaf van heffing voor de in artikel 12, lid 3, onder c), tweede alinea, bedoelde handelingen gelijk is aan een gedeelte van het overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 vastgestelde bedrag.
Dit gedeelte wordt op dusdanige wijze vastgesteld dat de aldus verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde in elk geval ten minste gelijk is aan 5 % van het overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 vastgestelde bedrag.
B. Bij invoer van goederen
1. De maatstaf van heffing is, ook voor de invoer van goederen zoals bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b), de waarde die bij de geldende communautaire bepalingen wordt omschreven als de douanewaarde.
3. In de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen, voor zover zij niet reeds daarin zijn begrepen:
a) de buiten de Lid-Staat van invoer verschuldigde rechten, heffingen en andere belastingen, alsmede die welke ter zake van de invoer verschuldigd zijn, met uitzondering van de te heffen belasting over de toegevoegde waarde;
b) de bijkomende kosten, zoals kosten van commissie, verpakking, vervoer en verzekering, tot de eerste plaats van bestemming in de Lid-Staat van invoer.
Onder „eerste plaats van bestemming” wordt verstaan de plaats die genoemd is in de vrachtbrief of een ander document waaronder de goederen in de Lid-Staat van invoer binnenkomen. Bij gebreke van deze vermelding wordt de eerste plaats van bestemming geacht de plaats te zijn waar de eerste overlading van de goederen in de Lid-Staat van invoer geschiedt.
De bovenbedoelde bijkomende kosten worden eveneens in de maatstaf van heffing opgenomen wanneer zij voortvloeien uit het vervoer naar een andere plaats van bestemming in de Gemeenschap, indien deze plaats bekend is op het tijdstip waarop het belastbare feit plaatsvindt;
4. In de maatstaf van heffing worden niet opgenomen de in A, lid 3, sub a) en b), bedoelde elementen.
5. Voor tijdelijk uit de Gemeenschap uitgevoerde goederen die, na buiten de Gemeenschap een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing te hebben ondergaan, weder worden ingevoerd, treffen de Lid-Staten voorzieningen ten einde te verzekeren dat de voor de verkregen goederen geldende behandeling met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde dezelfde is als die welke op de betrokken goederen zou zijn toegepast indien vorengenoemde handelingen zouden zijn verricht in het binnenland.
6. In afwijking van de leden 1 tot en met 4 kunnen de Lid-Staten die op 1 januari 1993 geen gebruik maakten van de in artikel 12, lid 3, onder a), derde alinea, bedoelde mogelijkheid, bepalen dat bij de invoer van de in artikel 26 bis, onderdeel A, onder a), b) en c), gedefinieerde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten de maatstaf van heffing gelijk is aan een gedeelte van het overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 vastgestelde bedrag.
Dit gedeelte wordt op dusdanige wijze vastgesteld dat de aldus bij invoer verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde in elk geval ten minste gelijk is aan 5 % van het overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 vastgestelde bedrag.
C. Diversen
1. In geval van annulering, verbreking, ontbinding, gehele of gedeeltelijk niet-betaling, of in geval van prijsvermindering nadat de handeling heeft plaatsgevonden, wordt de maatstaf van heffing dienovereenkomstig verlaagd onder de voorwaarden die door de Lid-Staten worden vastgesteld.
In geval van gehele of gedeeltelijk niet-betaling, kunnen de Lid-Staten evenwel van deze regel afwijken.
2. Indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing bij invoer zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan die van de Lid-Staat waar de maatstaf van heffing wordt bepaald, wordt de wisselkoers vastgesteld overeenkomstig de geldende communautaire bepalingen voor de berekening van de douanewaarde.
Indien gegevens voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor een andere handeling dan een invoer van goederen zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan die van de Lid-Staat waar de maatstaf van heffing wordt bepaald, is de toepasselijke wisselkoers de laatste verkoopkoers die op het moment waarop de belasting verschuldigd wordt, op de meest representatieve wisselmarkten) van de betrokken Lid-Staat wordt geregistreerd, of een koers die wordt vastgesteld onder verwijzing naar die markt(en), op een door die Lid-Staat vastgestelde wijze. Voor sommige van deze handelingen of voor sommige categorieën belastingplichtigen kunnen de Lid-Staten evenwel kiezen voor de volgens de geldende communautaire bepalingen voor het berekenen van de douanewaarde vastgestelde wisselkoers.
3. Wat het statiegeld voor retouremballage betreft, kunnen de Lid-Staten:
— hetzij het statiegeld van de maatstaf van heffing uitsluiten door de nodige maatregelen te nemen opdat de maatstaf wordt herzien wanneer de emballage niet wordt teruggezonden;
— hetzij het statiegeld in de maatstaf van heffing opnemen door de nodige maatregelen te nemen opdat de maatstaf wordt herzien wanneer de emballage wel wordt teruggezonden.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
210België
9Hof van Cassatie27.09.2019
Recht op aftrek, Onroerend goed, Oprichtingskosten
Grondwettelijk Hof617403.03.2016
Tabaksfabrikaten, Bepaling van de belastingschuldigen, Delegatie aan de Koning
Hof van CassatieF.08.0064.N14.01.2010
Maatstaf van heffing
Europese Unie
201Hof van JustitieC-573/1809.10.2019
Maatstaf van heffing
Hof van JustitieC-305/1614.12.2017
Maatstaf van heffing, recht op aftrek
Hof van JustitieC-246/1623.11.2017