Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. Maatstaf · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

M01 14 oktober 1975

Zoeken

Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. MaatstafWerk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. Maatstaf van heffing. Normale waarde. Minimummaatstaf van heffing. Bouwmateriaal. Deskundige schatting. Bouwwaarde. Oprichting woning over meer dan een kalenderjaar. Bouwdossier

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/m01-werk-in-onroerende-staat-onroerend-8925

Nummer
M01
Datum
14 oktober 1975

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1975-1976 blz. 190

Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Gebouw - Woning - Bouwmateriaal - Bouwsector - Maatstaf van heffing - Normale waarde - Minimummaatstaf van heffing - Bouwmateriaal - Deskundige schatting - Bouwwaarde - Oprichting woning over meer dan een kalenderjaar - Bouwdossier

VRAAG

Betrokkenen moeten de BTW betalen, plus een toeslag. Die administratieve onrechtvaardigheid moet verholpen worden.

ANTWOORD

De werkelijke waarde van de in 1973-1974 opgetrokken woning zal pas gekend zijn na verificatie door het kadaster. Op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 1, van juni 1970 wordt de normale prijs van het bouwwerk vastgesteld aan de hand van de prijzen op 1 januari van het jaar waarin het huis betrokken wordt.

De huizen in 1973-1974 gebouwd, zullen in 1975 betrokken worden de ontvanger van de BTW zal de tarieven 1975 toepassen.

Wegens de sterke stijging van de kosten voor lonen en grondstoffen, zal de waarde van de woning vastgesteld worden op een peil dat het bedrag van de rekening ver te boven zal gaan. met alle gevolgen van dien verhoging van de BTW en een boete!

Daardoor worden de nieuwe eigenaars benadeeld en verplicht een onrechtvaardige toeslag te betalen.

Wat doet uw bestuur om zulks te verhelpen?

Antwoord: Voor het vaststellen van de normale waarde van het werk in onroerende staat dat betrekking heeft op de oprichting van een ééngezinswoning waarvan de oprichting is gespreid over meer dan één kalenderjaar en die in de loop van het jaar 1975 in gebruik wordt genomen, werden bijzondere maatregelen getroffen.

Wanneer de eigenaar van een dergelijke woning voor 1 januari 1975 contracten tot oprichting van de woning heeft gesloten waarin geen aanpassing van de overeengekomen prijs is bedongen op grond van de verhoging van de marktprijzen van goederen en diensten, of bij ontstentenis van contracten, facturen van werk in onroerende staat gedagtekend van voor dezelfde datum kan voorleggen, heeft de administratie aan haar ambtenaren richtlijnen gegeven waarbij voor het bepalen van de normale waarde van dat werk in onroerende staat de prijzen en waarden in aanmerking worden genomen die, naargelang van het geval, toepasselijk zijn op 1 januari 1974, 1 januari 1973 of 1 januari 1972.

Op dezelfde wijze zal worden gehandeld wanneer de eigenaar kan bewijzen dat hij zelf of met kosteloze hulp van derden aangekochte bouwmaterialen heeft verwerkt voor 1 januari 1974.

Wat het oplopen van de geldboete betreft op grond van artikel 70, § 5, van het BTW-Wetboek, wordt er verwezen naar mijn antwoord onder nr. 4 op de vraag nr. 145 van 17 april 1975 van de heer Volksvertegenwoordiger Coens (1) (z. Bulletin van Vragen en Antwoorden nr. 28, van 13 mei 1975. Kamer, zitting 1974-1975, blz. 2039).

(1) Z. Revue nr. 22, blz. 327.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 701 voorkomen