Vr. en Antw., Kamer, nr. 98, 1996-1997, blz. 13223
BTW. - Aangifte. - Diensten aan zichzelf.
VRAAG
1. In welke vakken van de BTW-aangifte moet het totaal bedrag worden ingevuld van de handelingen waarvoor, conform artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 een stuk moet worden opgemaakt?
2.
a) Moeten die handelingen in verschillende categorieën worden onderverdeeld?
b) Zo ja, welke categorieën?
ANTWOORD
1 en 2. Het stuk beoogd in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde stelt een handeling vast die door artikel 12 van het BTW-Wetboek met een levering van goederen of bij artikel 19 van het wetboek met een dienst wordt gelijkgesteld.
Als algemene regel geldt dat de op dit stuk vermelde maatstaf van heffing moet worden begrepen in het bedrag dat ingeschreven moet worden in rooster 01, 02 of 03 van de periodieke aangifte, al naargelang het voor de bedoelde handeling toe te passen tarief. De verschuldigde belasting moet worden ingeschreven in rooster 54 van diezelfde aangifte.
In afwijking hiervan wordt evenwel de maatstaf van heffing van de handeling waarbij de belastingplichtige gratis autovoertuigen terbeschikking stelt van zijn personeel niet ingeschreven in de periodieke BTW-aangifte. De op deze handeling verschuldigde belasting wordt in die periodieke aangifte ingeschreven door ze op te nemen in de rubriek herzieningen, in kader IV, letter C, a), en wordt bijgevolg samen met de andere herzieningen globaal vermeld in rooster 61. Een verklarende nota moet bij de aangifte gevoegd worden.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.